|
Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen
Snelheid en dus ook de tegenpool daarvan, traagheid, zijn relatieve tijdsbegrippen.
Als ervaringsfeit zijn het hoogs persoonlijke gegevens. De Franse filosoof
Henri Bergson maakte terecht een onderscheid tussen temps en durée,
het mechanische tijdsverloop van de klok en de wijze waarop wij intuïtief
met de tijd of het gebrek aan tijd omgaan.
Voor vele culturen bestaat de westerse kloktijd niet. De inmiddels bijna
verdwenen manjanamentaliteit in Spanje, was daar een uitdrukking van.
Dat de Nederlandse kolonisatoren oosterlingen traag en sloom
vonden, was er ook een gevolg van.
De
prikklok is een product van de industriële revolutie, die in Europa
vanaf het begin van de negentiende eeuw het leven is gaan bepalen. Voor
die tijd kenden de mensen minder haast. Spreekwoordelijk was het geduld
van de middeleeuwse monnik, die uitsluitend ter meerdere ere van God getijdenboeken
verluchtte, zonder te letten op de arbeidsuren die dat kostte. Economie
van geld of tijd speelde daarbij geen rol. Het ging tenslotte niet om
verkoopbaarheid, maar om spirituele waarde. De aandacht voor het vervaardigen
van het object zelf, bijna als een ritueel, had een kwaliteit op zichzelf.
Dat dreigde in de negentiende eeuw verloren te gaan in het mechanische
productieproces. In marxistische termen heette dat vervreemding. De snelle
lopende band was een slimme methode om met een minimum aan investering
zoveel mogelijk waren op de markt te brengen. Dat ging in eerste instantie
ten koste van de kwaliteit, die te danken was aan het geduld en aandacht,
waarmee iets gemaakt wordt. Daartegen is vanuit de kunstenaars verzet
gekomen.
Mechanische snelheid
Kunst was bij uitstek het terrein dat in zijn productiemethoden niet of
nauwelijks door de industriële revolutie beroerd werd. De Arts and
Crafts Movement van William Morris zocht zijn toevlucht in een conservatieve
revival van de middeleeuwse ambachten. Dat was uiteindelijk geen oplossing.
Kunstenaars dienden toch meer eigentijds te zijn. Il faut être
de son temps, verklaarde Baudelaire al. De modernisten, die het
gezicht van de twintigste eeuw zijn gaan bepalen, namen dat ter harte.
In overeenstemming met de eisen van de tijd werd snelheid een eerste vereiste.
Progressief werd synoniem met dynamisch. De Italiaanse futuristen, overigens
Mussolini-aanhangers van het eerste uur, verheerlijkten de dynamiek als
een hoogste goed. Volgens Marinetti was een race-auto mooier dan de antieke
Nike van Samothrace, terwijl tegenwoordig Nikes weer als mooier voorgesteld
worden dan ouderwetse bottines. In filmische sequenties trachtten de futuristen
snelle bewegingen vast te leggen. Balla was daar een meester in.
De constructivisten beschouwden in dezelfde tijd, rond de eerste wereldoorlog,
de snelheid van de mechanische beweging als een metafoor van hun sociale
idealen. Het nooit uitgevoerde monument voor de 3e Internationale van
Tatlin, was opgebouwd uit drie in verschillende snelheden ronddraaiende
onderdelen. De snelste daarvan was bestemd als hoofdkantoor van de communistische
propaganda, de Agitprop. Propaganda en reclame bedienen zich van dezelfde
snelle middelen. Communisme en kapitalisme deelden hetzelfde ongebreidelde
vooruitgangsdenken, waaraan snelheid inherent is. In beide kampen ging
het om productie en nog eens productie, ten koste van een menswaardig
bestaan. De Stachanof stootarbeider in de Soviët Unie en de lopende-band-slaaf
in de Ford fabrieken van Detroit hadden veel gemeen. Modern Times van
Chaplin is daar de ultieme persiflage van.
Nieuwe snelheid
De conventionele mechanische snelheid is sindsdien in een ander tempo
overgegaan. De stoomtrein is vervangen door de TGV. Het vliegtuig en de
raket hebben allang de geluidsbarrière doorbroken. Inmiddels is
echter de ultrasnelle Concorde alweer uit de lucht gehaald en ook de HSL
staat ter discussie. Dankzij de milieudiscussie is snelheid niet zo zaligmakend
meer. Luidruchtig betogen antiglobalisten tegen allerlei moderne verworvenheden.
Sommige ontwikkelingen zijn echter niet meer terug te draaien. De computer
wordt steeds sneller, sneller dan het denken. In cyberspace heersen nieuwe
wetten, die het menselijke bevattingsvermogen te boven lijken te gaan.
Ultrasnelle computerspelletjes beantwoorden aan de behoeften van een met
snelheid opgegroeide generatie. Zij dragen er toe bij dat de mensen vertrouwd
raken met, en zich aanpassen aan de technologische vooruitzichten.
Ook op het terrein van de kunst worden pogingen ondernomen om de nieuwste
technologische ontwikkelingen te integreren en de menselijke geest rijp
te maken voor de toekomst. Al in de jaren zestig waren kunstenaars daar
al intensief mee bezig. Jack Burnhan heeft daar ooit in zijn boek Beyond
Sculpture een fascinerend overzicht van gegeven. Inmiddels is dat ook
al weer geschiedenis .Veel wat toen gefantaseerd werd, in de jaren dat
de verbeelding aan de macht leek te komen, is sciencefiction gebleven.
Sciencefiction is geen wetenschap, maar ook geen kunst. Kunst weerspiegelt
ontwikkelingen in het denken en is profetisch, maar volgt niet klakkeloos
de waan van de dag. Eigenschap van een kunstwerk is dat het de actualiteit
overstijgt. Dat vereist intense concentratie en aandacht. Hoe bepalend
aandacht is voor de kwaliteit van het bestaan in het algemeen en van kunst
in het bijzonder, heeft Pirsig overtuigend beschreven in Zen and the art
of motorcycle maintenance, dat terecht een cultboek is geworden. Geconcentreerde
aandacht is bepaald niet iets dat aangemoedigd wordt in de dominerende
zapcultuur, die de wereld overspoelt.
Slow
De geschiedenis verloopt in golfbewegingen. Het was te verwachten dat
er een reactie zou komen op de snelheidscultus. Fastfood, snelle vijftienminuten-roem,
snel gewonnen en ook weer geronnen geld, flitsende televisiebeelden, het
bevredigt op den duur niet. Op zich zelf is ook Slow als de nieuwe trend,
die nu gesignaleerd wordt in kunst, design, mode en maatschappij, een
voorspelbaar modeverschijnsel. Slowfood smaakt beter dan de snelle McDonaldhap.
Onthaasting wordt alom aanbevolen tegen de gevreesde burn-out. De behoefte
om je te onderscheiden in de massa is groot. In een tijd van massaproductie
leveren met de hand gemaakte luxeproducten weer status op. Kennelijk geeft
branding van goedkoop en snel in de derde wereld vervaardigde massaproducten
toch te weinig aanzien.
Op zichzelf is het verzet tegen de zegeningen van de consumptiemaatschappij
niet nieuw. Antiglobalisten en provos hebben veel gemeen. De kritiek
op de Societé du spectacle dateert al uit de tijd van de situationisten.
De vraag is in hoeverre angst voor het nieuwe en conservatisme een rol
spelen in die tegencultuur, die door jongeren gedragen wordt. Traagheid
en het onvermogen om de snelheid van nieuwe ontwikkelingen bij te houden,
is immers ook een ouderdomsverschijnsel.
Is ook in de kunst de voorkeur voor langzame vertrouwde technieken geen
regressief verschijnsel? De verheerlijking van de kwaliteit van het eerlijke
handwerk, heeft ongetwijfeld dubieuze kanten. Het past wel erg goed in
de politiek-correcte verdediging van normen en waarden. Niet voor niets
haastte Balkenende zich om een tentoonstelling van een uitgesproken langzame
en zeer traditionele schilder als Henk Helmantel te openen.
Aandacht
Techniek hoort in de kunst uitsluitend middel te zijn en nooit doel in
zich zelf. Alleen amateurs maken zich druk over hun technische vaardigheden.
Doerners Malmaterial und seine Verwendung is geen zaligmakende bijbel,
die kwaliteit garandeert. Toch kan het experimenteren met lang vergeten
technieken, die onverantwoord omslachtig in de uitvoering zijn, soms heel
stimulerend zijn voor de creatieve fantasie. De meest voor de hand liggende
oplossing levert niet altijd de beste kunst op. Een mooi voorbeeld is
de toepassing van het totaal verouderde en veel tijd kostende procedé
van Daguerre uit het begin van de fotografie door Shinkichi Tajiri, die
daar verrassende resultaten mee wist te bereiken. Soms is het heilzaam
de mythe van moderne efficiency en snelle resultaten door te prikken.
De videokunstenares Nan Hoover onderscheidde zich in een tijd dat de meeste
videokunst meende te moeten concurreren met flitsende videoclips, door
haar uiterst langzaam bewegende beelden.
Nu het populaire tv-aanbod helemaal op snel consumeerbare brokken is gericht,
is het evident dat tegendraadse kunstenaars hoognodig een tegenwicht moeten
bieden. Snel of langzaam zijn geen waarden op zich, maar kunnen onder
bepaalde omstandigheden een statement inhouden. Schilderkunst is van zich
zelf niet intrinsiek langzaam. Van Gogh schilderde een olieverfschilderij
binnen een dag en de actionpainters deden dat binnen een uur. De techniek
van de oude meesters, zoals die in Doerner beschreven wordt, vergde echter
veel tijd. De toepassing van die technieken door Constant, is bedoeld
als een stellingname. Het is een pleidooi voor geconcentreerde aandacht
voor het métier, die in deze tijd verloren dreigt te gaan. Het
is ook een protest tegen licht verteerbare airportkunst, die als visueel
fastfood de wereld overstroomt.
Ikzelf vond het ook nodig om, na met verschillende moderne media geëxperimenteerd
te hebben, in Antwerpen, stad van Rubens, Van Dyck en Luc Tuymans, waar
ik de laatste tien jaar woon, de mogelijkheden van olieverf opnieuw te
onderzoeken. Naar ik hoop met nog niet vertoonde resultaten. Een nieuwe
inhoud vroeg een bedachtzame techniek. Zo beleeft het schilderij, ideologisch
herhaaldelijk dood verklaard, elke keer weer een revival.
Tijd
Slow en fast, zijn uiteindelijk twee elkaar aanvullende aspecten van het
begrip tijd. Net als de Zenmeester, weet de ware kunstenaar beide uitersten
in zijn werk te integreren. Meditatie en snelle ontlading moeten elkaar
afwisselen. De dichteres Vasalis had dat goed begrepen. In het langzame
wordt men zich bewust van het snelle en omgekeerd. De bekende openingsstrofe
van haar gedicht Tijd:
Ik droomde dat ik langzaam leefde,
langzamer dan de oudste steen ..., gaat verder : Het was verschrikkelijk:
om mij heen/ schoot alles op, schokte of beefde,/ wat stil lijkt. Ik zag
de drang waarmee/ de bomen zich uit de aarde wrongen,/ terwijl ze hees
en hortend zongen;/ terwijl de jaargetijden vlogen/ verkleurend als regenbogen./
Ik zag de tremor van de zee,/ zijn zwellen en weer haastig slinken/ zoals
een grote keel kan drinken./ En dag en nacht van korte duur/ vlammen en
doven flakkerend vuur./ De wanhoop en welsprekendheid/ in de gebaren van
de dingen,/ hun ademloze, wrede strijd./ Hoe kon ik dat niet eerder weten,/
niet beter zien in vroeger tijd ?/ hoe moet ik het weer ooit vergeten?
Kortom: de realiteit is een proces dat zich voltrekt op verschillende
snelheidsniveaus. Dat is alleen te ervaren in een extreme situatie, vanuit
de optiek van oud bewegingsloos gesteente. Het is de kunstenaar die zich
in zon positie kan inleven, als het ware buiten tijd en ruimte.
Franck Gribling
|