Altijd alle tijd 2005/9

Ik droomde dat ik langzaam leefde
langzamer dan de oudste steen


Snelheid en dus ook de tegenpool daarvan, traagheid, zijn relatieve tijdsbegrippen. Als ervaringsfeit zijn het hoogs persoonlijke gegevens. De Franse filosoof Henri Bergson maakte terecht een onderscheid tussen temps en durée, het mechanische tijdsverloop van de klok en de wijze waarop wij intuïtief met de tijd of het gebrek aan tijd omgaan.
Voor vele culturen bestaat de westerse kloktijd niet. De inmiddels bijna verdwenen manjanamentaliteit in Spanje, was daar een uitdrukking van. Dat de Nederlandse kolonisatoren ‘oosterlingen’ traag en sloom vonden, was er ook een gevolg van.


De prikklok is een product van de industriële revolutie, die in Europa vanaf het begin van de negentiende eeuw het leven is gaan bepalen. Voor die tijd kenden de mensen minder haast. Spreekwoordelijk was het geduld van de middeleeuwse monnik, die uitsluitend ter meerdere ere van God getijdenboeken verluchtte, zonder te letten op de arbeidsuren die dat kostte. Economie van geld of tijd speelde daarbij geen rol. Het ging tenslotte niet om verkoopbaarheid, maar om spirituele waarde. De aandacht voor het vervaardigen van het object zelf, bijna als een ritueel, had een kwaliteit op zichzelf. Dat dreigde in de negentiende eeuw verloren te gaan in het mechanische productieproces. In marxistische termen heette dat vervreemding. De snelle lopende band was een slimme methode om met een minimum aan investering zoveel mogelijk waren op de markt te brengen. Dat ging in eerste instantie ten koste van de kwaliteit, die te danken was aan het geduld en aandacht, waarmee iets gemaakt wordt. Daartegen is vanuit de kunstenaars verzet gekomen.

Mechanische snelheid
Kunst was bij uitstek het terrein dat in zijn productiemethoden niet of nauwelijks door de industriële revolutie beroerd werd. De Arts and Crafts Movement van William Morris zocht zijn toevlucht in een conservatieve revival van de middeleeuwse ambachten. Dat was uiteindelijk geen oplossing. Kunstenaars dienden toch meer eigentijds te zijn. ‘Il faut être de son temps’, verklaarde Baudelaire al. De modernisten, die het gezicht van de twintigste eeuw zijn gaan bepalen, namen dat ter harte. In overeenstemming met de eisen van de tijd werd snelheid een eerste vereiste. Progressief werd synoniem met dynamisch. De Italiaanse futuristen, overigens Mussolini-aanhangers van het eerste uur, verheerlijkten de dynamiek als een hoogste goed. Volgens Marinetti was een race-auto mooier dan de antieke Nike van Samothrace, terwijl tegenwoordig Nikes weer als mooier voorgesteld worden dan ouderwetse bottines. In filmische sequenties trachtten de futuristen snelle bewegingen vast te leggen. Balla was daar een meester in.
De constructivisten beschouwden in dezelfde tijd, rond de eerste wereldoorlog, de snelheid van de mechanische beweging als een metafoor van hun sociale idealen. Het nooit uitgevoerde monument voor de 3e Internationale van Tatlin, was opgebouwd uit drie in verschillende snelheden ronddraaiende onderdelen. De snelste daarvan was bestemd als hoofdkantoor van de communistische propaganda, de Agitprop. Propaganda en reclame bedienen zich van dezelfde snelle middelen. Communisme en kapitalisme deelden hetzelfde ongebreidelde vooruitgangsdenken, waaraan snelheid inherent is. In beide kampen ging het om productie en nog eens productie, ten koste van een menswaardig bestaan. De Stachanof stootarbeider in de Soviët Unie en de lopende-band-slaaf in de Ford fabrieken van Detroit hadden veel gemeen. Modern Times van Chaplin is daar de ultieme persiflage van.

Nieuwe snelheid

De conventionele mechanische snelheid is sindsdien in een ander tempo overgegaan. De stoomtrein is vervangen door de TGV. Het vliegtuig en de raket hebben allang de geluidsbarrière doorbroken. Inmiddels is echter de ultrasnelle Concorde alweer uit de lucht gehaald en ook de HSL staat ter discussie. Dankzij de milieudiscussie is snelheid niet zo zaligmakend meer. Luidruchtig betogen antiglobalisten tegen allerlei moderne verworvenheden. Sommige ontwikkelingen zijn echter niet meer terug te draaien. De computer wordt steeds sneller, sneller dan het denken. In cyberspace heersen nieuwe wetten, die het menselijke bevattingsvermogen te boven lijken te gaan. Ultrasnelle computerspelletjes beantwoorden aan de behoeften van een met snelheid opgegroeide generatie. Zij dragen er toe bij dat de mensen vertrouwd raken met, en zich aanpassen aan de technologische vooruitzichten.
Ook op het terrein van de kunst worden pogingen ondernomen om de nieuwste technologische ontwikkelingen te integreren en de menselijke geest rijp te maken voor de toekomst. Al in de jaren zestig waren kunstenaars daar al intensief mee bezig. Jack Burnhan heeft daar ooit in zijn boek Beyond Sculpture een fascinerend overzicht van gegeven. Inmiddels is dat ook al weer geschiedenis .Veel wat toen gefantaseerd werd, in de jaren dat de verbeelding aan de macht leek te komen, is sciencefiction gebleven. Sciencefiction is geen wetenschap, maar ook geen kunst. Kunst weerspiegelt ontwikkelingen in het denken en is profetisch, maar volgt niet klakkeloos de waan van de dag. Eigenschap van een kunstwerk is dat het de actualiteit overstijgt. Dat vereist intense concentratie en aandacht. Hoe bepalend aandacht is voor de kwaliteit van het bestaan in het algemeen en van kunst in het bijzonder, heeft Pirsig overtuigend beschreven in Zen and the art of motorcycle maintenance, dat terecht een cultboek is geworden. Geconcentreerde aandacht is bepaald niet iets dat aangemoedigd wordt in de dominerende zapcultuur, die de wereld overspoelt.

Slow
De geschiedenis verloopt in golfbewegingen. Het was te verwachten dat er een reactie zou komen op de snelheidscultus. Fastfood, snelle vijftienminuten-roem, snel gewonnen en ook weer geronnen geld, flitsende televisiebeelden, het bevredigt op den duur niet. Op zich zelf is ook Slow als de nieuwe trend, die nu gesignaleerd wordt in kunst, design, mode en maatschappij, een voorspelbaar modeverschijnsel. Slowfood smaakt beter dan de snelle McDonaldhap. Onthaasting wordt alom aanbevolen tegen de gevreesde burn-out. De behoefte om je te onderscheiden in de massa is groot. In een tijd van massaproductie leveren met de hand gemaakte luxeproducten weer status op. Kennelijk geeft branding van goedkoop en snel in de derde wereld vervaardigde massaproducten toch te weinig aanzien.
Op zichzelf is het verzet tegen de zegeningen van de consumptiemaatschappij niet nieuw. Antiglobalisten en provo’s hebben veel gemeen. De kritiek op de Societé du spectacle dateert al uit de tijd van de situationisten. De vraag is in hoeverre angst voor het nieuwe en conservatisme een rol spelen in die tegencultuur, die door jongeren gedragen wordt. Traagheid en het onvermogen om de snelheid van nieuwe ontwikkelingen bij te houden, is immers ook een ouderdomsverschijnsel.
Is ook in de kunst de voorkeur voor langzame vertrouwde technieken geen regressief verschijnsel? De verheerlijking van de kwaliteit van het eerlijke handwerk, heeft ongetwijfeld dubieuze kanten. Het past wel erg goed in de politiek-correcte verdediging van normen en waarden. Niet voor niets haastte Balkenende zich om een tentoonstelling van een uitgesproken langzame en zeer traditionele schilder als Henk Helmantel te openen.

Aandacht
Techniek hoort in de kunst uitsluitend middel te zijn en nooit doel in zich zelf. Alleen amateurs maken zich druk over hun technische vaardigheden. Doerners’ Malmaterial und seine Verwendung is geen zaligmakende bijbel, die kwaliteit garandeert. Toch kan het experimenteren met lang vergeten technieken, die onverantwoord omslachtig in de uitvoering zijn, soms heel stimulerend zijn voor de creatieve fantasie. De meest voor de hand liggende oplossing levert niet altijd de beste kunst op. Een mooi voorbeeld is de toepassing van het totaal verouderde en veel tijd kostende procedé van Daguerre uit het begin van de fotografie door Shinkichi Tajiri, die daar verrassende resultaten mee wist te bereiken. Soms is het heilzaam de mythe van moderne efficiency en snelle resultaten door te prikken. De videokunstenares Nan Hoover onderscheidde zich in een tijd dat de meeste videokunst meende te moeten concurreren met flitsende videoclips, door haar uiterst langzaam bewegende beelden.
Nu het populaire tv-aanbod helemaal op snel consumeerbare brokken is gericht, is het evident dat tegendraadse kunstenaars hoognodig een tegenwicht moeten bieden. Snel of langzaam zijn geen waarden op zich, maar kunnen onder bepaalde omstandigheden een statement inhouden. Schilderkunst is van zich zelf niet intrinsiek langzaam. Van Gogh schilderde een olieverfschilderij binnen een dag en de actionpainters deden dat binnen een uur. De techniek van de oude meesters, zoals die in Doerner beschreven wordt, vergde echter veel tijd. De toepassing van die technieken door Constant, is bedoeld als een stellingname. Het is een pleidooi voor geconcentreerde aandacht voor het métier, die in deze tijd verloren dreigt te gaan. Het is ook een protest tegen licht verteerbare airportkunst, die als visueel fastfood de wereld overstroomt.
Ikzelf vond het ook nodig om, na met verschillende moderne media geëxperimenteerd te hebben, in Antwerpen, stad van Rubens, Van Dyck en Luc Tuymans, waar ik de laatste tien jaar woon, de mogelijkheden van olieverf opnieuw te onderzoeken. Naar ik hoop met nog niet vertoonde resultaten. Een nieuwe inhoud vroeg een bedachtzame techniek. Zo beleeft het schilderij, ideologisch herhaaldelijk dood verklaard, elke keer weer een revival.

Tijd
Slow en fast, zijn uiteindelijk twee elkaar aanvullende aspecten van het begrip tijd. Net als de Zenmeester, weet de ware kunstenaar beide uitersten in zijn werk te integreren. Meditatie en snelle ontlading moeten elkaar afwisselen. De dichteres Vasalis had dat goed begrepen. In het langzame wordt men zich bewust van het snelle en omgekeerd. De bekende openingsstrofe van haar gedicht Tijd:
‘Ik droomde dat ik langzaam leefde,
langzamer dan de oudste steen ...’, gaat verder : ‘Het was verschrikkelijk: om mij heen/ schoot alles op, schokte of beefde,/ wat stil lijkt. Ik zag de drang waarmee/ de bomen zich uit de aarde wrongen,/ terwijl ze hees en hortend zongen;/ terwijl de jaargetijden vlogen/ verkleurend als regenbogen./ Ik zag de tremor van de zee,/ zijn zwellen en weer haastig slinken/ zoals een grote keel kan drinken./ En dag en nacht van korte duur/ vlammen en doven flakkerend vuur./ De wanhoop en welsprekendheid/ in de gebaren van de dingen,/ hun ademloze, wrede strijd./ Hoe kon ik dat niet eerder weten,/ niet beter zien in vroeger tijd ?/ hoe moet ik het weer ooit vergeten?’
Kortom: de realiteit is een proces dat zich voltrekt op verschillende snelheidsniveaus. Dat is alleen te ervaren in een extreme situatie, vanuit de optiek van oud bewegingsloos gesteente. Het is de kunstenaar die zich in zo’n positie kan inleven, als het ware buiten tijd en ruimte.

Franck Gribling

beeld:
Nan Hoover, stills uit ‘Impressions’
< back