|
Waterbommen en Granaatappels
Zodra
ieder aan tafel is gaan zitten, komt de zuinig kijkende kelner en brengt
brood, dat ieder als een soort tijdverdrijf, terwijl de gerechten op staan,
eten kan; zo zit je niet zelden meer dan een uur. Eindelijk wordt de wijn
- of is het azijn? - geschonken. Zo hebben de bezoekers in ieder geval
iets voor hun knorrende maag. Snel en hectisch komen nu de verschillende
schotels. De eerste gang is bijna altijd een runderbouillon met stukken
brood. Dan een andere bouillon, hierop een soort opgewarmd vlees, pekelvlees
of gezouten vis. Volgt een groente met daarop iets stevigs, totdat de
al getemde maag gebraden vlees of gekookte vis van niet te versmaden smaak,
krijgt voorgezet. Maar dan zijn het ineens kleine porties en wordt alles
weer snel afgeruimd.
Deze oudste mij bekende restaurantrecensie is niet geschreven door
Johannes van Dam maar in 1518 door Erasmus van Rotterdam toen hij op reis
was in Duitsland. Verandert er ooit iets? Mijn eerste uitnodiging om een
keer te eten in een slow food restaurant in Amsterdam, zon tien
jaar geleden, ging jammer genoeg niet door. Ik was op reis in Duitsland
als kookkunstenaar en werd ook nog nagewezen. Hé, jij komt toch
uit het land van de waterbommen? Zo werden onze tomaten genoemd in Duitsland.
Mijn antwoord: ga toch granaatappelen eten. Tja, altijd maar onderweg
en altijd een antwoord klaar, maar nooit eens lekker rustig thuis.
Wat is slow food?
Slow Food is al jaren de naam voor een Italiaanse organisatie, die eigenlijk
het ambachtelijke van het koken probeert te behouden en verloren gegane
technieken terug te halen. Koken naar het seizoen en producten uit je
eigen omgeving. En niet alle rauwe producten klakkeloos pasteuriseren.
Dat de Slow Food beweging in Italië is ontstaan, is niet zo gek.
Daar leeft God nog. Sinds Nietzsches God dood is, hebben wij ons
in West Europa van God los gemaakt. Met het teloor gaan van de religie
zijn ook de voedselwetten en taboes verdwenen. We eten alles en we vasten
niet meer. Dat gaat ergens mis en de Europese Unie heeft ons dan ook nieuwe
voedselwetten opgelegd. In Nederland waren we toch al van God los, maar
voor de Italianen was het een slag in hun gezicht. Ze hebben Slow Food
opgericht. Wat zij willen met hun terug naar de natuur en
terug in de tijd? Daar heb ik wel eens moeite mee. Wanneer
heb je met onze levensstijl tijd en aandacht voor zoiets?
Nog grotere moeite heb ik met het karakter van de vereniging. De voorzitster
van de Nederlandse afdeling Slow Food hoorde ik pas op de radio vertellen,
dat ze niet wist hoe een supermarkt er van binnen uitziet. En dan ben
je in mij ogen een snob en niet een liefhebber. Het is het harnas van
de afspraak die je met jezelf maakt om aan dogmas vast te houden.
Hartstikke conservatieve mensen. En dan beschuldigen ze ons ook nog eens
van het koken met de schaar. Leuke uitdrukking voor mensen die koken met
producten uit de supermarkt, die al klaar zijn. Voor tuinkers en bieslook
gebruik ik een schaar. Het suist in mijn hoofd en woorden flitsen op:
ikebana, aromatherapie, mandjesvlechten. Nee, daar wil ik niet bij horen.
Dat is een andere kerk.
Doe mij maar een portie sprinkhanen. Gered uit de dierenwinkel om aan
reptielen gevoerd te worden. Ik ben een foodie en koop en kook een portie
sprinkhanen uit de dierenspeciaalzaak. Acht stuks voor drie en halve euro.
Het ergste komt nog. Ik ben geen slager, maar een kok. Ik durf geen beesten
te doden. Gelukkig heb ik een dochter van dertien, die met het grootste
gemak dat karweitje voor me klaart. Taakverdeling. Ze heeft afgelopen
zomer in een weiland sprinkhanen gevangen en dr vriendjes er bijgehaald.
Die moesten een vuurtje stoken zodat zij de sprinkhanen aan stokjes gespiest
kon roosteren. Taakverdeling. Zo zie ik slow food ook. Het werkt wanneer
je niet het hele proces van begin tot eind zelf hoeft te doen. Slow Food
als het ware geloof verkondigen, daar haak ik af.
Slow
cooking
In mijn koelkast ligt nu al meer dan een jaar een stokvis te wachten op
zijn bereiding. Slow, slow, slow, ik heb de tijd. Ik heb medelijden gekregen
met de stokvis en wat hem is overkomen. Mijnheer Koedooder had een Spaans/Italiaanse
winkel in de Amsterdamse Pijp en verkocht in februari 2004 de stokvis
aan mij. Twee weken later was mijnheer Koedooder dood. Vermoord in Uruguay
op zijn haciënda met zon 1500 koeien. Toen Koedooder de stokvis
aan me verkocht, vertelde hij me, dat het zijn laatste dag in de winkel
was. Al zijn bezittingen en het aandeel in de winkel verkocht. Lekker
naar Uruguay, omdat de communisten daar niets te zeggen hebben. Af en
toe ga ik naar mijn stokvis en vraag of hij mij het verhaal wil vertellen.
Hij kan toch iets hebben gehoord in de winkel van Koedooder? Die winkel,
la Tienda, wordt nog steeds door zijn broer gerund. De stokvis blijft
stom, wil me niets vertellen. Twee weken van huis. Hevig bloedend onder
aan een trap gevonden, in het ziekenhuis zijn been afgezet en daarna dood
gaan.
Toevallig weet ik wel, dat mijn stokvis als kabeljauw rond IJsland heeft
gezwommen. Heb daar zelf met hengel en kunstaas gevist op kabeljauw. Een
kleinzoon van de vijf jaar geleden overleden kunstenaar Dieter Roth kwam
bij de IJslandse fjord, waar ik aan het vissen was, naar me toe en vroeg
wat ik aan het doen was. Meewarig keek hij me aan en wees in de lucht.
Of ik soms meeuwen zag vliegen? Nee. Nou dan zwemt er ook geen kabeljauw.
Als je over zulke kennis beschikt, hoef je niet meer lid te worden van
de slow food club. Voor de IJslandse kust wordt de kabeljauw gevangen,
maar niet door IJslanders zelf gegeten. Je eet toch ook geen geld? Ze
vinden zelf de kabeljauw smakeloos en er zwemt zoveel lekkere vis rond
IJsland. Maar op de internationale markt brengt de vis enorm veel geld
op. Gezouten en gedroogd is de stokvis afgevoerd naar de winkel in de
Pijp en moet daar menig gesprek hebben opgevangen. De klarinet had Koedooder
al verkocht, anders had mijn stokvis daar in de winkel ook van kunnen
genieten. Binnenkort moet ik mijn vriesvak maar eens ontdooien. En als
er een beest is, dat het predikaat slow cooking mag dragen, is het wel
mijn stokvis in ruste. IK wil hem op Bretonse wijze klaar maken. In mijn
herinnering één van de lekkerste visrecepten. Recept: stokvis
24 uur wateren. Daarna heel zachtjes in water met 6 - 8 laurierbladeren
koken. Serveren met een saus van meel, boter en melk. Iets kookvocht toevoegen
en wat room. Gekookt aardappelen en wat peterselie. Klaar. Weinig ingrediënten,
maar je bent wel twee dagen bezig. Ja, thuis doe ik wel aan slow cooking,
maar dat is nog lang niet slow food. Slow cooking is uren in de keuken
dralen met eten. Vooral het moment van het opdienen uitstellen. En dan
tijdens die vele overbodige handelingen in de keuken, denk en droom ik
weg in mijn eigen wereld. Vandaag verscheen ineens op mijn netvlies de
zin dat al dente gekookte pasta, het moet nog beet hebben, door Italianen
zo lekker gevonden wordt en daarom doen wij dat ook. Het is quatsch, onzin,
al dente is het voorstadium waarin pasta moet verkeren. Na het afgieten
de saus door de pasta. En dan komt het moment. De pasta gaart nu na, het
zuigt iets van de saus op. Precies in de tijd tussen het aanrecht en de
weg naar de eettafel. Echt lekkere pasta is op die manier een à
la minute eten. Net zo moeilijk als thuis op een goeie manier biefstuk
bakken, pas na het bakken zout en peper toevoegen!
De Aromaat
Al die lekkere geuren in de keuken zorgen er ook voor dat ik aan tafel
het eten nooit zo lekker vind. Dat is echt een probleem voor de kok. Noem
mij maar liever kookkunstenaar en jullie die mijn eten eten, eetkunstenaars.
Daarom ook zie ik wel een kans ooit nog een restaurant te beginnen, zoals
door Christiaan Morgenstern in 1910 beschreven: De Aromaat.
Opgewonden door Korfs geursonaten bedenken vrienden een aantal aromaten.
Een ruimte waarin, zoals afgesproken, niet wordt geschrokt, maar geroken.
Na betaling van wat kleingeld komen uit de muur parfum verstuivende trombonen,
waarvan de gast in zijn openstaande neus iets krijgt ingespoten; licht
en luchtig de gemaakte keus. En tegelijk komt op ieders bord zon
treffend plaatje van het gerecht terecht. Vele honderden eten nu zonder
getier, niet gelogen, eindelijk eens met plezier.
Fredie Beckmans
Fredie Beckmans toert sind kort door het land met zijn Worstclub, hou
het in de gaten want het is een tegenbeweging. Tegen Fastfood en tegen
Slow Food, maar voor het eerlijk ordinaire. 7 april in het theatrum anatomicum
van de Waag in Amsterdam en later dit jaar in het Deutsche Fleischermuseum
bij Stuttgart.
|