|
De eindeloze wereld van Ton Mars
Een ruimte in de academie is helemaal leeg op een tafel en een stoel na.
Er hangen geen tekeningen aan de muur, zoals gewoonlijk. Op de tafel ligt
een dikke tekenmap en op de stoel zit een jonge student gespannen op zijn
docenten te wachten. Dit is de laatste werkbespreking voor het examen;
de student heeft bovendien gevraagd om zijn werk als laatste te beoordelen.
Wanneer de docenten het lokaal binnenkomen, neemt hij het woord: de map
gaat pas open als de meerderheid dat wil; er moet gestemd worden. De directeur
van de academie, die ook aanwezig is, protesteert dat dit niet hoort;
het werk moet gewoon getoond worden!
De student pakt de map van tafel en gaat erop zitten. Na enig gekissebis,
wil iedereen het spel meespelen en stemt er unaniem voor. Dan opent hij
de map met al het werk dat hij op de academie moest maken: stillevens,
modeltekeningen en perspectieftekeningen zijn er in een bepaalde rangschikking
opgenomen, naast een foto van het dodenmasker van James Joyce. Niemand
merkt op dat dit de sleutel is tot de ordening van het verplichte werk.
De student gaat het om de manier, waarop Joyce in zijn roman Ulysses,
Dublin als het topografische model gebruikt, op grond waarvan hij alle
verhaalfragmenten in het boek een plaats kan geven.1
Wat
op de academie voor rebellie werd aangezien, vormt het begin van de artistieke
houding die Ton Mars (1950) al gedurende dertig jaar uitbouwt en verder
verfijnt. Dit was namelijk de eerste keer dat hij liet zien hoe hij zich
culturele elementen toe-eigent, hoe hij daaraan zijn eigen ordening oplegt
en het was ook voor het eerst dat hij bepaalde hoe er naar zijn werk gekeken
moest worden. Na zijn examen beschouwde hij zijn opleiding als voltooid
en vertrok in 1976 voor een reis door Noord- en Zuid-Amerika.
Achteraf wordt het duidelijk dat zijn oeuvre hier zijn beginpunt heeft
gehad, maar er moest nog heel veel gebeuren, voordat de kunstenaar zijn
nu zo karakteristieke stijl en manier van werken zich eigen had gemaakt.
De ontwikkeling van de driedimensionale, meerdelige schilderijen, monochroom,
met op letters lijkende tekens en voorzien van titels, zou nog zon
vijftien jaar in beslag nemen.
Werken aan het systeem
Vanaf 1980 ontstaan er kleine, geruwde doekjes met willekeurige tekens,
die verstrakken als Ton Mars ze met architectonische en aan meubels ontleende
decoraties verbindt.2 In dit werk is vooral de visuele afwisseling van
voor- en achtergrond van belang. Na een reis naar Japan in 1986 worden
dit meer vormgegeven tekens, die door de toepassing van rechte en kromme
lijnen op den duur op letters gaan lijken. Wanneer Ton Mars, aan het begin
van de jaren negentig, de letters in horizontale composities
ordent, ontstaan er ook de associaties met woorden en zinnen die soms
wel naar leesbaarheid neigen, hoewel ze nooit een echte taal vormen.
Maar dan is het systeem nog niet helemaal klaar. De schilderijen en tekeningen
doen in hun structuur wel aan geschreven taal denken, ze gaan er nog niet
van vergezeld. Wanneer hij in 1991 het eerste meerdelige werk van de serie
Synonymous Works for Continents of the Mind, maakt, gebruikt Ton Mars
voor de eerst keer een titel (afb. 1).3 Hij beseft dat hij hier de gebieden
van de aarde, de continenten, metaforisch met gebieden van de geest heeft
verbonden en dat dit vele mogelijkheden met zich meebrengt.
En dan begint het grote metaforische spel met lijnen, vormen, kleuren
en verschillende soorten taal, dat tot op heden voortduurt.4 Alles wat
de kunstenaar ervaart, zowel in de persoonlijke als in de culturele sfeer,
kan nu geordend worden volgens eenzelfde principe, maar dan wel binnen
de karakteristieke stijl van monochrome werken met tekens, waaraan Ton
Mars zich heeft gecommitteerd.5 Het is dat kenmerkende uiterlijk van de
werken dat erop wijst dat er meer aan de hand moet zijn dan alleen abstracte
schilderkunst. Naar dit werk moet men langer kijken en over de beeld-taal
combinaties verder nadenken, wil men het systeem enigszins vatten.
Wereldmaken
Een goede beschouwer komt bij deze schilderijen echter al ver door er
geconcentreerd naar te kijken. Hij ziet stralende, aanvankelijk alleen
primaire kleuren en zwart en wit op panelen, die zich van
de muur losmaken, waarop een bijna leesbare tekencombinatie is aangebracht.6
De organisatie van de panelen in twee- tot en met zesluiken
en de kleurstellingen roepen verschillende stemmingen op. Zo komen sommige
werken streng en andere frivool over en zijn sommige kleuren zacht en
diep, terwijl andere als bijtend zuur verschijnen. Vanaf het einde van
de jaren negentig maakt de kunstenaar tweeluiken met verschillende, secundaire
kleurcombinaties die door hun kleurstelling al werelden doen
vermoeden.
Het principe van wereldmaken, waar het in dit oeuvre om gaat,
wordt echter pas duidelijk als de werken samen met de titels worden gezien,
en als men ook de poëtische teksten van Ton Mars leest die hij in
publicaties bij zijn werk voegt.7 Deze teksten worden door drie personages
uitgesproken. Zij heten Giovanni, Anthony (Mink) Swindon en
Rachman en komen respectievelijk uit het zuiden, het noorden en het westen.
Hun karakters zijn zeer verschillend. Giovanni is geestelijk georiënteerd
en wijst op wat er in moreel opzicht gedaan moet worden, Swindon houdt
van schoonheid en is sensueel, terwijl Rachman alles bekritiseert en relativeert.8
De drie personages zijn aspecten van de persoonlijkheid van de kunstenaar;
zij uiten zich in enigszins verschillende stijlen. Hun functie is om de
kunstenaar te wijzen op mogelijke houdingen ten opzichte van de werkelijkheid
die in het werk gebruikt kunnen worden. Hoewel deze geschriften de schilderijen
slechts zijdelings begeleiden, tonen de verschillende personages de denkwereld
van de kunstenaar, waarvan men kennis moet nemen voor een diepere interpretatie
van zijn werk.
De
enen
Na Synonymous Works for Continents of the Mind (van 1991-1994) zette Ton
Mars het metaforische spel met de geografische en de geestelijke richtingen
voort. De vier windrichtingen en het (niet te vinden) centrum van de wereld
verbond hij met voor de kunstenaar noodzakelijke houdingen, als bijvoorbeeld
Intuition & Experience, Faith & Perseverance
en met sociale/psychologische rollen die ook voor het kunstenaarschap
van belang zijn als bijvoorbeeld Worker & Dreamer en Fighter
and Searcher (afb. 2). Dit leverde monochrome tweeluiken op, waarvoor
Ton Mars kleine, zwart-witte tweeluiken als voorstudies maakte. De eerste
van deze voorstudies heette One, Preface (1993), waarin de tekens bijna
het woord one vormen (afb. 3). Daarna volgden andere Enen,
met als titel het telwoord één, in enkele Europese talen.
Toen de kunstenaar deze werken bij elkaar zag, vatte hij het plan op om
Enen in alle talen van de wereld te maken.
Hiermee had hij een enorme taak op zich genomen. Niet alleen moesten eerder
aangevangen series voortgezet en voltooid worden, en diende er ook ruimte
te blijven voor nieuwe ideeën, nu kwam daar een schier eindeloze
encyclopedische reeks bij. Zo kreeg de sterke wil van Ton Mars tot ordening
van de werkelijkheid en zijn verlangen om een geestelijke wereld aan de
alledaagse te verbinden een duidelijke richting en werd zijn taak als
kunstenaar nog helderder. Tegelijkertijd echter besefte hij ook de eindeloosheid
ervan. Hoewel hij zich hier bijna mat aan de Schepper, die in verschillende
mythologieën als het Ene en het Eerste wordt gezien, vanuit welke
bron dan het vele van de wereld voortvloeit; de manier van wereldmaken
van de kunstenaar wordt door zijn sterfelijkheid beperkt.9
Ook praktisch gezien moest er over de organisatie van het werk nagedacht
worden. Na enkele Enen was de taalkennis van Ton Mars uitgeput,
zodat hij iemand moest vinden die voor hem de telwoorden in alle
talen zou gaan verzamelen.10 Vanaf 1993 ging schrijver dezes op
de uitnodiging in en zo werken kunstenaar en kunsthistorica al elf jaar
aan hun Enen-project. Samen maakten zij boeken, waarin complete series
Enen zijn opgenomen, vergezeld van de poëtische teksten
van Ton Mars, inspirerende literatuur en interpreterende artikelen.
De boeken
Deze boeken, die slechts een deel van het oeuvre in kaart brengen, tonen
het associatieve ordeningsprincipe met beeld en taal en de wens van de
kunstenaar om (in gedachten) overal heen te reizen en via taal en beeld
de hele wereld te vatten. De twee boeken die tot nu toe gereed zijn: Ab
Uno/Ad Unum, 1998 en Ab Uno/Ad Unum (Africa), 2001 bevatten series van
kleine tweeluiken die als titel alle het telwoord één dragen,
maar dan in de talen van verschillende continenten. Het eerste boek is
gewijd aan kleine zwart-witte en wit-zwarte tweeluiken, die zich als een
open boek voordoen. Hun huid is beschreven met tekens in een tegengestelde
toon. Soms komen de tweeluiken evenwichtig of plechtig, dan weer plagerig
of speels over. Zij dragen titels in de talen van Europa en Azië.
Het tweede boek bevat kleine, gekleurde tweeluiken, die horizontaal gericht
zijn als de ogen van maskers.11 Ook zij zijn beschreven met tekens: op
de lichte kleur in zwart en op de donkere kleur in wit. De scherpe tegenstellingen
van kleuren doen denken aan vrolijk gekleurde gewaden, die vrouwen in
Afrika vaak dragen. Doordat ook de tekens aan ogen doen denken, is de
uitdrukking van de tweeluiken soms schalks, dan weer verwonderd of slaperig.
Zij hebben titels in Afrikaanse talen (afb.4).
Een derde boek is in voorbereiding met tweeluiken die vierkante panelen
hebben. Hun titels zijn ontleend aan de telwoorden van de Noord-Amerikaanse
indianen.12 Net als bij de andere twee boeken zullen hierbij onder andere
poëtische teksten en verhalen van de volkeren gevoegd worden, wiens
talen de titels hebben opgeleverd. Dit is voorlopig het laatste boek binnen
het Enen-project. Daartoe hebben beide spelers, kunstenaar en kunsthistorica,
besloten. Het project is niet te voltooien en de Enen hebben al zoveel
ideeën opgeleverd, dat die eerst op hun mogelijkheden getoetst moeten
worden, binnen de eindeloze wereld die Ton Mars aan het bouwen is.
Wie weet, gaat het Enen-project op een gegeven moment toch weer verder.
In deze wereld is immers bijna alles mogelijk, daar dit een persoonlijke
onderneming is, die niet naar algemene wetten luistert, maar slechts afhankelijk
is van de wisselvallige en veranderbare regels binnen een artistiek oeuvre.
Katalin Herzog

Noten
1. Dit speelde zich in 1975 op Academie Minerva te Groningen af. Ton Mars
voltooide toen de opleiding MO-A Tekenen.
2. De eerste catalogus, waarin de kleine schilderijen staan afgebeeld,
is: T. Mars, The Corresponding Difference, Düsseldorf
1988. Hierin is tevens de eerste poëtische tekst van Giovanni opgenomen.
3. Het eerste werk in deze serie is zesdelig, zwart met witte tekens.
Hierna zijn er nog vier soortgelijke werken gemaakt in rood, wit, geel
en blauw.
4. De metaforische verbindingen, die de kunstenaar met beeld en taal construeert,
zijn beschreven in: K. Herzog, Wege ins Zentrum, in: T. Mars,
Echoes & Boundaries, Düsseldorf, Amsterdam 1994,
p. 11-21.
5. Ton Mars heeft vele artistieke genres beoefend en vele media gebruikt.
Op dit moment echter heeft hij geen behoefte om zijn manier van schilderen
te veranderen. In de composities, kleuren en vormen van zijn tegenwoordige
werk, samen met taal, kan hij alles uitdrukken wat hij wil.
6. De panelen zijn van hout, overtrokken met linnen. Zij zijn
gevormd als zadeldaken, maar ze missen hun punt. Met die afgesneden punt
steunen ze op de muur. De tekens zijn aangebracht op de rechthoekige of
vierkante zolders die naar de voorkant zijn gekeerd.
7. Het begrip wereldmaken is ontleend aan N. Goodmans boek,
Ways of Worldmaking, Indianapolis 1988. Goodman beweert onder
andere dat nieuwe culturele verschijnselen voortkomen uit de deconstructie
en reconstructie van bestaande werelden (culturele gebieden).
8. De personages die Ton Mars in zijn teksten gebruikt, kwamen tot stand
naar aanleiding van de dichter-persoonlijkheden van de Portugese dichter
F. Pessoa die vanaf 1914 zijn Heteroniemen ontwikkelde; ieder
van hen is een andere soort dichter en heeft een eigen stem.
9. De zwart-witte Enen, hun verbanden met het oeuvre en hun
mythologische en kosmologische connotaties, zijn beschreven in: K. Herzog,
De twee die een genoemd is, in: T. Mars en K. Herzog, Ab
Uno/Ad Unum, Groningen 1998, pp. 19-29.
10. Het zoeken naar telwoorden in woordenboeken kostte aanvankelijk veel
tijd. Dit was nog voordat op internet sites te vinden waren, waarop alle
telwoorden in alle talen voorkomen.
11. T. Mars en K. Herzog, Ab Uno/Ad Unum (Africa), Dortmund
2001.
12. Ab Uno/Ad Unum (America), zal waarschijnlijk in 2006 worden
gepubliceerd.
|