Altijd alle tijd 2005/9

De eindeloze wereld van Ton Mars

Een ruimte in de academie is helemaal leeg op een tafel en een stoel na. Er hangen geen tekeningen aan de muur, zoals gewoonlijk. Op de tafel ligt een dikke tekenmap en op de stoel zit een jonge student gespannen op zijn docenten te wachten. Dit is de laatste werkbespreking voor het examen; de student heeft bovendien gevraagd om zijn werk als laatste te beoordelen. Wanneer de docenten het lokaal binnenkomen, neemt hij het woord: de map gaat pas open als de meerderheid dat wil; er moet gestemd worden. De directeur van de academie, die ook aanwezig is, protesteert dat dit niet hoort; het werk moet gewoon getoond worden!
De student pakt de map van tafel en gaat erop zitten. Na enig gekissebis, wil iedereen het spel meespelen en stemt er unaniem voor. Dan opent hij de map met al het werk dat hij op de academie moest maken: stillevens, modeltekeningen en perspectieftekeningen zijn er in een bepaalde rangschikking opgenomen, naast een foto van het dodenmasker van James Joyce. Niemand merkt op dat dit de sleutel is tot de ordening van het verplichte werk. De student gaat het om de manier, waarop Joyce in zijn roman Ulysses, Dublin als het topografische model gebruikt, op grond waarvan hij alle verhaalfragmenten in het boek een plaats kan geven.1


Wat op de academie voor rebellie werd aangezien, vormt het begin van de artistieke houding die Ton Mars (1950) al gedurende dertig jaar uitbouwt en verder verfijnt. Dit was namelijk de eerste keer dat hij liet zien hoe hij zich culturele elementen toe-eigent, hoe hij daaraan zijn eigen ordening oplegt en het was ook voor het eerst dat hij bepaalde hoe er naar zijn werk gekeken moest worden. Na zijn examen beschouwde hij zijn opleiding als voltooid en vertrok in 1976 voor een reis door Noord- en Zuid-Amerika.
Achteraf wordt het duidelijk dat zijn oeuvre hier zijn beginpunt heeft gehad, maar er moest nog heel veel gebeuren, voordat de kunstenaar zijn nu zo karakteristieke stijl en manier van werken zich eigen had gemaakt. De ontwikkeling van de driedimensionale, meerdelige schilderijen, monochroom, met op letters lijkende tekens en voorzien van titels, zou nog zo’n vijftien jaar in beslag nemen.

Werken aan het systeem
Vanaf 1980 ontstaan er kleine, geruwde doekjes met willekeurige tekens, die verstrakken als Ton Mars ze met architectonische en aan meubels ontleende decoraties verbindt.2 In dit werk is vooral de visuele afwisseling van voor- en achtergrond van belang. Na een reis naar Japan in 1986 worden dit meer vormgegeven tekens, die door de toepassing van rechte en kromme lijnen op den duur op letters gaan lijken. Wanneer Ton Mars, aan het begin van de jaren negentig, de ‘letters’ in horizontale composities ordent, ontstaan er ook de associaties met woorden en zinnen die soms wel naar leesbaarheid neigen, hoewel ze nooit een echte taal vormen.
Maar dan is het systeem nog niet helemaal klaar. De schilderijen en tekeningen doen in hun structuur wel aan geschreven taal denken, ze gaan er nog niet van vergezeld. Wanneer hij in 1991 het eerste meerdelige werk van de serie Synonymous Works for Continents of the Mind, maakt, gebruikt Ton Mars voor de eerst keer een titel (afb. 1).3 Hij beseft dat hij hier de gebieden van de aarde, de continenten, metaforisch met gebieden van de geest heeft verbonden en dat dit vele mogelijkheden met zich meebrengt.
En dan begint het grote metaforische spel met lijnen, vormen, kleuren en verschillende soorten taal, dat tot op heden voortduurt.4 Alles wat de kunstenaar ervaart, zowel in de persoonlijke als in de culturele sfeer, kan nu geordend worden volgens eenzelfde principe, maar dan wel binnen de karakteristieke stijl van monochrome werken met tekens, waaraan Ton Mars zich heeft gecommitteerd.5 Het is dat kenmerkende uiterlijk van de werken dat erop wijst dat er meer aan de hand moet zijn dan alleen abstracte schilderkunst. Naar dit werk moet men langer kijken en over de beeld-taal combinaties verder nadenken, wil men het systeem enigszins vatten.

‘Wereldmaken’
Een goede beschouwer komt bij deze schilderijen echter al ver door er geconcentreerd naar te kijken. Hij ziet stralende, aanvankelijk alleen primaire kleuren en zwart en wit op ‘panelen’, die zich van de muur losmaken, waarop een bijna leesbare tekencombinatie is aangebracht.6 De organisatie van de ‘panelen’ in twee- tot en met zesluiken en de kleurstellingen roepen verschillende stemmingen op. Zo komen sommige werken streng en andere frivool over en zijn sommige kleuren zacht en diep, terwijl andere als bijtend zuur verschijnen. Vanaf het einde van de jaren negentig maakt de kunstenaar tweeluiken met verschillende, secundaire kleurcombinaties die door hun kleurstelling al ‘werelden’ doen vermoeden.
Het principe van ‘wereldmaken’, waar het in dit oeuvre om gaat, wordt echter pas duidelijk als de werken samen met de titels worden gezien, en als men ook de poëtische teksten van Ton Mars leest die hij in publicaties bij zijn werk voegt.7 Deze teksten worden door drie personages ‘uitgesproken’. Zij heten Giovanni, Anthony (Mink) Swindon en Rachman en komen respectievelijk uit het zuiden, het noorden en het westen. Hun karakters zijn zeer verschillend. Giovanni is geestelijk georiënteerd en wijst op wat er in moreel opzicht gedaan moet worden, Swindon houdt van schoonheid en is sensueel, terwijl Rachman alles bekritiseert en relativeert.8 De drie personages zijn aspecten van de persoonlijkheid van de kunstenaar; zij uiten zich in enigszins verschillende stijlen. Hun functie is om de kunstenaar te wijzen op mogelijke houdingen ten opzichte van de werkelijkheid die in het werk gebruikt kunnen worden. Hoewel deze geschriften de schilderijen slechts zijdelings begeleiden, tonen de verschillende personages de denkwereld van de kunstenaar, waarvan men kennis moet nemen voor een diepere interpretatie van zijn werk.

De ‘enen’
Na Synonymous Works for Continents of the Mind (van 1991-1994) zette Ton Mars het metaforische spel met de geografische en de geestelijke richtingen voort. De vier windrichtingen en het (niet te vinden) centrum van de wereld verbond hij met voor de kunstenaar noodzakelijke houdingen, als bijvoorbeeld ‘Intuition & Experience’, ‘Faith & Perseverance’ en met sociale/psychologische rollen die ook voor het kunstenaarschap van belang zijn als bijvoorbeeld ‘Worker & Dreamer’ en ‘Fighter and Searcher’ (afb. 2). Dit leverde monochrome tweeluiken op, waarvoor Ton Mars kleine, zwart-witte tweeluiken als voorstudies maakte. De eerste van deze voorstudies heette One, Preface (1993), waarin de tekens bijna het woord ‘one’ vormen (afb. 3). Daarna volgden andere Enen, met als titel het telwoord één, in enkele Europese talen. Toen de kunstenaar deze werken bij elkaar zag, vatte hij het plan op om ‘Enen in alle talen van de wereld’ te maken.
Hiermee had hij een enorme taak op zich genomen. Niet alleen moesten eerder aangevangen series voortgezet en voltooid worden, en diende er ook ruimte te blijven voor nieuwe ideeën, nu kwam daar een schier eindeloze encyclopedische reeks bij. Zo kreeg de sterke wil van Ton Mars tot ordening van de werkelijkheid en zijn verlangen om een geestelijke wereld aan de alledaagse te verbinden een duidelijke richting en werd zijn taak als kunstenaar nog helderder. Tegelijkertijd echter besefte hij ook de eindeloosheid ervan. Hoewel hij zich hier bijna mat aan de Schepper, die in verschillende mythologieën als het Ene en het Eerste wordt gezien, vanuit welke bron dan het vele van de wereld voortvloeit; de manier van ‘wereldmaken’ van de kunstenaar wordt door zijn sterfelijkheid beperkt.9
Ook praktisch gezien moest er over de organisatie van het werk nagedacht worden. Na enkele ‘Enen’ was de taalkennis van Ton Mars uitgeput, zodat hij iemand moest vinden die voor hem de telwoorden ‘in alle talen’ zou gaan verzamelen.10 Vanaf 1993 ging schrijver dezes op de uitnodiging in en zo werken kunstenaar en kunsthistorica al elf jaar aan hun Enen-project. Samen maakten zij boeken, waarin complete series ‘Enen’ zijn opgenomen, vergezeld van de poëtische teksten van Ton Mars, inspirerende literatuur en interpreterende artikelen.

De boeken
Deze boeken, die slechts een deel van het oeuvre in kaart brengen, tonen het associatieve ordeningsprincipe met beeld en taal en de wens van de kunstenaar om (in gedachten) overal heen te reizen en via taal en beeld de hele wereld te vatten. De twee boeken die tot nu toe gereed zijn: Ab Uno/Ad Unum, 1998 en Ab Uno/Ad Unum (Africa), 2001 bevatten series van kleine tweeluiken die als titel alle het telwoord één dragen, maar dan in de talen van verschillende continenten. Het eerste boek is gewijd aan kleine zwart-witte en wit-zwarte tweeluiken, die zich als een open boek voordoen. Hun huid is beschreven met tekens in een tegengestelde toon. Soms komen de tweeluiken evenwichtig of plechtig, dan weer plagerig of speels over. Zij dragen titels in de talen van Europa en Azië. Het tweede boek bevat kleine, gekleurde tweeluiken, die horizontaal gericht zijn als de ogen van maskers.11 Ook zij zijn beschreven met tekens: op de lichte kleur in zwart en op de donkere kleur in wit. De scherpe tegenstellingen van kleuren doen denken aan vrolijk gekleurde gewaden, die vrouwen in Afrika vaak dragen. Doordat ook de tekens aan ogen doen denken, is de uitdrukking van de tweeluiken soms schalks, dan weer verwonderd of slaperig. Zij hebben titels in Afrikaanse talen (afb.4).
Een derde boek is in voorbereiding met tweeluiken die vierkante panelen hebben. Hun titels zijn ontleend aan de telwoorden van de Noord-Amerikaanse indianen.12 Net als bij de andere twee boeken zullen hierbij onder andere poëtische teksten en verhalen van de volkeren gevoegd worden, wiens talen de titels hebben opgeleverd. Dit is voorlopig het laatste boek binnen het Enen-project. Daartoe hebben beide spelers, kunstenaar en kunsthistorica, besloten. Het project is niet te voltooien en de Enen hebben al zoveel ideeën opgeleverd, dat die eerst op hun mogelijkheden getoetst moeten worden, binnen de eindeloze wereld die Ton Mars aan het bouwen is.
Wie weet, gaat het Enen-project op een gegeven moment toch weer verder. In deze wereld is immers bijna alles mogelijk, daar dit een persoonlijke onderneming is, die niet naar algemene wetten luistert, maar slechts afhankelijk is van de wisselvallige en veranderbare regels binnen een artistiek oeuvre.

Katalin Herzog

Noten
1. Dit speelde zich in 1975 op Academie Minerva te Groningen af. Ton Mars voltooide toen de opleiding MO-A Tekenen.
2. De eerste catalogus, waarin de kleine schilderijen staan afgebeeld, is: T. Mars, ‘The Corresponding Difference’, Düsseldorf 1988. Hierin is tevens de eerste poëtische tekst van Giovanni opgenomen.
3. Het eerste werk in deze serie is zesdelig, zwart met witte tekens. Hierna zijn er nog vier soortgelijke werken gemaakt in rood, wit, geel en blauw.
4. De metaforische verbindingen, die de kunstenaar met beeld en taal construeert, zijn beschreven in: K. Herzog, ‘Wege ins Zentrum’, in: T. Mars, ‘Echoes & Boundaries’, Düsseldorf, Amsterdam 1994, p. 11-21.
5. Ton Mars heeft vele artistieke genres beoefend en vele media gebruikt. Op dit moment echter heeft hij geen behoefte om zijn manier van schilderen te veranderen. In de composities, kleuren en vormen van zijn tegenwoordige werk, samen met taal, kan hij alles uitdrukken wat hij wil.
6. De ‘panelen’ zijn van hout, overtrokken met linnen. Zij zijn gevormd als zadeldaken, maar ze missen hun punt. Met die afgesneden punt steunen ze op de muur. De tekens zijn aangebracht op de rechthoekige of vierkante ‘zolders’ die naar de voorkant zijn gekeerd.
7. Het begrip ‘wereldmaken’ is ontleend aan N. Goodmans boek, ‘Ways of Worldmaking’, Indianapolis 1988. Goodman beweert onder andere dat nieuwe culturele verschijnselen voortkomen uit de deconstructie en reconstructie van bestaande ‘werelden’ (culturele gebieden).
8. De personages die Ton Mars in zijn teksten gebruikt, kwamen tot stand naar aanleiding van de dichter-persoonlijkheden van de Portugese dichter F. Pessoa die vanaf 1914 zijn ‘Heteroniemen’ ontwikkelde; ieder van hen is een andere soort dichter en heeft een eigen ‘stem’.
9. De zwart-witte ‘Enen’, hun verbanden met het oeuvre en hun mythologische en kosmologische connotaties, zijn beschreven in: K. Herzog, ‘De twee die een genoemd is’, in: T. Mars en K. Herzog, ‘Ab Uno/Ad Unum’, Groningen 1998, pp. 19-29.
10. Het zoeken naar telwoorden in woordenboeken kostte aanvankelijk veel tijd. Dit was nog voordat op internet sites te vinden waren, waarop alle telwoorden in alle talen voorkomen.
11. T. Mars en K. Herzog, ‘Ab Uno/Ad Unum (Africa)’, Dortmund 2001.
12. ‘Ab Uno/Ad Unum (America)’, zal waarschijnlijk in 2006 worden gepubliceerd.

beeld:
Nngwe (Sesotho) 1999. Olieverf, linnen, hout, in totaal 24 x 64 x 10,5 cm.
Directions for the Center, no.1 (Faith and Perseverance), 1993. Olieverf, linnen, hout, in totaal 81 x 123 x 10,5 cm.
Synonymous Works for Continents of the Mind, No. 1 (One in Six in Black), 1991. Olieverf, linnen, hout, in totaal 38 x 319 x 10 cm.

< back