|
Ik vind het nou juist zo leuk
om wanorde te scheppen
Interview met Lam de Wolf
Kunst ontstaat uit reactie op reactie. In het algemeen kun je zeggen,
dat door de nieuwe ontwikkelingen in de media, de aandacht voor het hand-werk
de beleving eerst vervaagde, bijna verdween, maar nu langzamerhand weer
toeneemt, waarschijnlijk omdat het gemak van reproduceren, kopiëren,
vermenigvuldigen, ordelijkheid en efficiëntie, de warmte van het
menselijke en het tastbare uitsluit.
Lam de Wolf, oktober 2002
Alles
wat ik doe heeft met elkaar te maken. Het ene werk ontstaat uit het andere.
Zo is het werk dat ik vroeger in Arti heb laten zien, die rastertjes met
de zakdoekrandjes, een voorloper van het werk met de reepjes stof, die
ik gebruik voor de Handcomputer. Doordat ik voor een opdracht in een textielfabriek
mocht kijken (die zou het materiaal aan de deelnemende kunstenaars leveren),
zag ik daar allemaal textiel op rollen. Dat zie je in een winkel natuurlijk
ook, maar daar was het zon ongelofelijke hoeveelheid rollen, dat
ik meteen iets had van: daar ga ik iets mee doen. Omdat de zakdoekrandjes
te klein waren om te rollen, werden het grotere reepjes stof en zo ontstond
het idee voor de Handcomputer. Dat is dan de conceptuele kant van mij.
Maar je ziet ook monumentaal werk en ik doe iets met het publiek.
Dat heeft te maken met het feit dat als ik iets maak, ik me betrokken
voel bij het publiek. Op de een of andere manier zit dat ook in mij. Dat
kan best verwarrend werken. Ik doe iets met poppen, lepels, met kleding,
met zakdoekjes, taal, sieraden (zoals een diadeem voor Maxima) en dan
is er ook nog de Handcomputer.
Ook geef ik een dag in de week les aan de Gerrit Rietveld Academie en
daar komen altijd de conceptuele studenten op mij af, omdat ik het heel
leuk vind om naar aanleiding van ideeën te praten.
Handcomputer
In 2001 maakte ik in het Chinese European Art Centre te Xiamen de solotentoonstelling
FOR YOU. Hierin liet ik mijn Handcomputer-werk zien.Het werk is geïnspireerd
door de computer, maar met de hand uitgevoerd; Handcomputer als definitie
van hoe iets gemaakt is. Het is een persoonlijke, fysieke neerslag, met
machinale kenmerken (bijvoorbeeld herhalingen). Hoewel ik weet, wat er
allemaal mogelijk is met een computer, heb ik toch gekozen voor een ambachtelijke
en traditionele verwerking, waarbij de beleving van het maken voorop staat.
De Handcom-puter bestaat uit niet helemaal opgerolde rolletjes textiel
en plastic, die gestoken worden op spelden waardoor ze ongeveer 3 cm uit
de muur komen en zo, net als de uitvergrote pixels van de computer, een
driedimensionaal abstract beeld opleveren. De rolletjes (ik scheur de
stof) zijn allemaal 1 meter lang en 3 cm breed en veroorzaken schaduw
en lichtval. Door je te verplaatsen, tijdens het kijken, zie je steeds
een nieuw beeld ontstaan.
Tekenen en schilderen is in China het hoofdbestanddeel en ik had ze verteld
dat ik schilderde met materialen. Zoals een schilder met de kwast omgaat,
doe ik dat met de rolletjes stof. Ik had een paar koffers mee met materiaal
en binnen een week hing de hele tentoonstellingszaal vol, en die was behoorlijk
groot, met het ene na het andere grote werk. Ook op de vloer had ik een
werk gemaakt. Ze vonden het fantastisch. Chinezen gebruiken heel dun,
roodgeverfd papier en dat vond ik zo mooi, dat ik daar rolletjes van gedraaid
heb. In de rode wand, die daardoor ontstond had ik met geel de tekst FOR
YOU gemaakt. Het was lichtgevend als een reclamebord. Bij de opening mocht
men er een rolletje uit pakken en op de binnenkant van het papiertje een
wens schrijven en dan hing men het weer terug. Ze vonden me een tovenaar,
vooral toen de volgende dag een meisje roepend naar me toe kwam rennen.
Haar wens, een visum voor Nederland, waar ze al een tijd op wachtte, had
ze gekregen. Je begrijpt, dat kon niet meer stuk.
In 2002 is een Handcomputer aangekocht door het Stedelijk Museum en in
2003 ben ik voor Nederland uitgekozen, om een Hand-computer te maken in
Como, Italië, naar aanleiding van de Internationale Minar Textilten-toonstelling
aldaar.
Orde
Steeds maar weer terug naar de rasters. Dan wordt er gezegd: Lam, het
is allemaal wel erg rafelig, en dan zeg ik: dat is mijn handelsmerk. Er
moet een eigenheid zijn. Je wordt ook wat ouder en ik lach er nu om. Ik
denk: laat ze maar praten.
Ik verstoor de orde, maar ik zoek wel naar de ordening. Dat zoek ik in
mijn huis, in mijn uitstraling. Ik zoek naar ordening, omdat ik warrig
ben. Ik krijg veel impulsen. Ik weet nog dat ik bij mijn moeder binnenkwam;
het was een jaar voordat ze stierf en ze kon al niet meer goed praten.
Ik had een spencertje binnenstebuiten aangetrokken, waardoor je al het
geborduurde zag. Ze liet me merken dat het niet goed zat, waarop ik zei:
dat vind ik nou juist zo leuk mam. Dat ben ik. Ik vind het nou juist zo
leuk om wanorde te scheppen. Zon raster, het is allemaal uitgedacht,
de schaduw van de kleuren op de muur en dan denk ik: dwars er doorheen,
door die orde. Je kiest bewust: wanorde in de orde scheppen. Je moet wel
weten, wat je aan het doen bent.
Lepels
Paul Derez van galerie Ra viert om de vijf jaar zijn lustrum en nu bestond
hij vijfentwintig jaar en had hij een lepeltentoonstelling georganiseerd.
Iedereen moest een lepel ontwerpen. Ik denk: helemaal niets voor mij,
wat moet ik met een lepel. Ik zat in Toscane en ik kwam er niet uit. Het
enige wat ik kon bedenken, was lepels natekenen. Alle lepels die ik gebruikte
op een dag, tekende ik op het servet waar we aten. Ik knipte ze uit, noteerde
ze en reeg ze aan een kralen draad. Dat heb ik een jaar volgehouden en
hierin zie je precies mijn levensloop. Ik kan mijn hele leven van een
jaar overzien. De titel van het werk is VOLETE VEDERE IMIE CUCCHIAI USATI
DAL 010802 AL ,2,803?
Het museum Boymans van Beuningen heeft het eerste jaar gekocht, het tweede
jaar heb ik ze geschonken. Ik ben nu al aan het derde jaar bezig en wil
er, zolang ik het leuk vind, mee doorgaan. Het Boymans van Beuningen heeft
mij gevraagd om in maart/april gastcurator te worden voor de tentoonstelling
Lepels. Met werk uit het depot aangaande eten, zal ik samen met Paul Derez
de tentoonstelling een nieuwe impuls geven. Ik zal ook zelf in de tentoonstelling
vertegenwoordigd zijn met de aangekochte lepels.
Sinnerokken en IJzeren woorden
Bij dit project (wijst naar een werk aan de wand, M.V.) heb ik mensen
gefotografeerd en inderdaad, weer alleen het randje overgelaten. Ik zet
groepjes mensen bij elkaar en wil nu. net zoals ik bij de rokken en de
zakdoekjes deed, met teksten werken, zoals deze bij dit werk: Weet
je wat we willen, wij mensen? Wij willen eigenlijk alleen allemaal dat
er s nachts even iemand over ons rug aait. Aait er wel eens iemand
over jouw rug? Je laat er nooit iets over los. Sorry voor de impertinentie.
Ik probeer met deze dingen ook iets te zeggen. Dit is qua uitstraling
gerelateerd aan aandacht, maar qua tekst aan de zakdoeken en de rokken,
die ik in 2004 liet zien bij galerie Ra en die Sinnerokken en IJzeren
woorden heette. Ik noemde het sinnerokken, omdat ze in de tijd van de
Rederijkerskamers sinnespelen hadden. Dat waren spelen met
een bepaalde moraal en ik ben rokken gaan borduren met teksten van bijzondere
mensen of uitspraken van schrijvers, critici of mensen, die met hun uitspraken
mij geraakt hadden. Omdat ik geen schrijfster ben en toch door middel
van tekst iets wil zeggen aan de wereld - ik kan het niet laten - doe
ik het op deze manier. Met de teksten bij de fotorandjes en op de rokken
kan ik ook mijn woede naar de maatschappij uiten. Je kunt dingen uitspreken.
Op de opening was ook een video te zien, die Sabine Mooibroek gemaakt
had van een ronddraaiend model in een geborduurde rok, die langzaam de
tekst stilte van Remco Campert voorleest (hij vond het prachtig). Tegelijkertijd
liet ik IJzeren woorden zien. Ik heb een heleboel verschillende woorden,
die voor mij waarde hebben. De behoefte om door middel van woorden, los
van de context, iets te kunnen zeggen, werkt bevrijdend. Het isoleren
van woorden geeft je de mogelijkheid ze opnieuw te zien. Ter gelegenheid
van mijn 55e verjaardag heb ik 55 mensen, die mij op een of andere manier
inspireerden of raakten door tekst, beeld, muziek, gebaar of anders, GENIET
geschonken. Dit bestond uit een doosje met daarin een zakdoek met daarop
het woord GENIET geniet. In een begeleidende brief schreef ik, waarom
ik dat aan iemand gaf. Daar ben ik heel secuur in. Bij de galerie exposeerde
ik een oplage van genummerde doosjes met zakdoeken, waarop een ander ijzeren
woord is geniet.
Moeder
Ik moet je echt nog over mijn moeder vertellen, dat is erg belangrijk.
We zijn allebei heel lastige mensen en lijken ook op elkaar qua karakter,
daarom botsten we ook. Mijn moeder had een linnenkast. De linnenkast was
altijd op slot. Als kind al vond ik dat heel geheimzinnig en werd steeds
nieuwsgieriger. Soms deed mijn moeder haar kast open en dan mocht je er
even inkijken, maar absoluut nergens aankomen. Prachtige stapeltjes ongebruikt
en oud, versteld linnengoed. En ook twee zakken met liefdesbrieven van
mijn vader en moeder.
Na haar overlijden kon ik met de nodige gêne zomaar in haar linnenkast
kijken en haar stapeltjes aanraken. De sleutel van de linnenkast is een
metafoor. Deuren die gesloten zijn, worden eens geopend. Ik wilde als
aandenken de sleutel van de linnenkast erven en zo hing deze sleutel op
een muurtje tijdens de tentoonstelling Sinnerokken en IJzeren woorden.
Zoals in het werk het een uit het ander ontstaat, zo is bij mij leven
en werk niet gescheiden. Als ik ben zoals ik ben en ik te maken krijg
met mijn omgeving, waarin ik zit, dan komt dat tevoorschijn in mijn werk
en als ik in een situatie verkeer, waarin ik optimaal betrokken ben, zoals
bij mijn moeder, dan komt dat naar buiten. Ik ben de laatste drie jaar
wekelijks naar mijn moeder gegaan, omdat ik dat belangrijk vond. Juist
omdat zij niet meer kon praten en zij op een andere manier aan mij moest
laten merken, hoe ze zou willen functioneren, kwam ik veel van haar te
weten. Ik heb haar iedere dag een fax gestuurd, alles wat ik voelde en
deed schreef ik daarin aan haar. Ze was daarmee zo gelukkig. Het was een
feest om bij haar te zijn. Het stimuleerde me zo, dat als ik thuis kwam,
ik meteen allerlei dingen ging doen. Haar letters, zoals ze die schreef,
die hebben me ook zo geïnspireerd. Zo heb ik mijn visitekaartjes
gemaakt in mijn moeders handschrift en ook mijn briefpapier. Ik vind dat
mijn manier van tekenen met letters overeenkomt met het handschrift van
mijn moeder. De dingen van haar komen dan toch naar boven. Ik heb echt
het gevoel dat ik op een verschrikkelijk goede manier afscheid heb genomen.
Ik heb haar volop geëerd.
Erfenis
Iedereen wilde van mijn moeder het Delftsblauwe servies. Het is een heel
mooi servies, maar niets voor mij. Het werd verdeeld en er bleven drie
beschadigde kopjes over. Die heb ik meegenomen. Ik ben keramische lessen
gaan volgen bij de Engelse keramist Gareth Williams, om uit porselein
sieraden te maken en heb van de kopjes halssieraden gemaakt voor al mijn
zussen. Erfenis heb ik het genoemd. En nu mag ik dit jaar verder komen
experimenteren bij het Keramisch Werkcentrum in s-Hertogen-bosch.
Ik blijf handcomputeren en zoek naar een toepassing in keramiek.
Weet je, je kan mij eigenlijk nergens bij indelen. Het hoort bij de beeldende
kunst, maar ik denk wel eens: waarom probeer ik toch altijd totaal iets
anders? Toen mijn lepels getoond werden in galerie Ra gingen uiteindelijk
een paar mensen het bekijken, maar toen het gekocht werd door Boymans
van Beuningen werd het ineens prachtig gevonden. Dat had ik ook met de
Handcomputer. Pas nadat het Stedelijk Museum er een aankocht, kreeg ik
hier te horen hoe fantastisch het was. Ik blijf vechten, ga er gewoon
tegen in, maar ik vind het vreselijk. Zo gaat het steeds. Ik heb heel
erg de behoefte om hier, in mijn eentje thuis, mn dingen te doen.
Ik doe het, omdat ik het niet laten kan. Dat is het. Ik denk dat ik iets
te vertellen heb en ik denk dat ik dood zou gaan, als ik mn eigen
werk niet meer maken kan.
Marianne Vollmer
|