Altijd alle tijd 2005/9

‘Ik vind het nou juist zo leuk
om wanorde te scheppen’

Interview met Lam de Wolf


‘Kunst ontstaat uit reactie op reactie. In het algemeen kun je zeggen, dat door de nieuwe ontwikkelingen in de media, de aandacht voor het ‘hand-werk’ de beleving eerst vervaagde, bijna verdween, maar nu langzamerhand weer toeneemt, waarschijnlijk omdat het gemak van reproduceren, kopiëren, vermenigvuldigen, ordelijkheid en efficiëntie, de warmte van het menselijke en het tastbare uitsluit.’
Lam de Wolf, oktober 2002


Alles wat ik doe heeft met elkaar te maken. Het ene werk ontstaat uit het andere. Zo is het werk dat ik vroeger in Arti heb laten zien, die rastertjes met de zakdoekrandjes, een voorloper van het werk met de reepjes stof, die ik gebruik voor de Handcomputer. Doordat ik voor een opdracht in een textielfabriek mocht kijken (die zou het materiaal aan de deelnemende kunstenaars leveren), zag ik daar allemaal textiel op rollen. Dat zie je in een winkel natuurlijk ook, maar daar was het zo’n ongelofelijke hoeveelheid rollen, dat ik meteen iets had van: daar ga ik iets mee doen. Omdat de zakdoekrandjes te klein waren om te rollen, werden het grotere reepjes stof en zo ontstond het idee voor de Handcomputer. Dat is dan de conceptuele kant van mij. Maar je ziet ook monumentaal werk en ik doe iets met het publiek.
Dat heeft te maken met het feit dat als ik iets maak, ik me betrokken voel bij het publiek. Op de een of andere manier zit dat ook in mij. Dat kan best verwarrend werken. Ik doe iets met poppen, lepels, met kleding, met zakdoekjes, taal, sieraden (zoals een diadeem voor Maxima) en dan is er ook nog de Handcomputer.
Ook geef ik een dag in de week les aan de Gerrit Rietveld Academie en daar komen altijd de conceptuele studenten op mij af, omdat ik het heel leuk vind om naar aanleiding van ideeën te praten.

Handcomputer
In 2001 maakte ik in het Chinese European Art Centre te Xiamen de solotentoonstelling FOR YOU. Hierin liet ik mijn Handcomputer-werk zien.Het werk is geïnspireerd door de computer, maar met de hand uitgevoerd; Handcomputer als definitie van hoe iets gemaakt is. Het is een persoonlijke, fysieke neerslag, met machinale kenmerken (bijvoorbeeld herhalingen). Hoewel ik weet, wat er allemaal mogelijk is met een computer, heb ik toch gekozen voor een ambachtelijke en traditionele verwerking, waarbij de beleving van het maken voorop staat. De Handcom-puter bestaat uit niet helemaal opgerolde rolletjes textiel en plastic, die gestoken worden op spelden waardoor ze ongeveer 3 cm uit de muur komen en zo, net als de uitvergrote pixels van de computer, een driedimensionaal abstract beeld opleveren. De rolletjes (ik scheur de stof) zijn allemaal 1 meter lang en 3 cm breed en veroorzaken schaduw en lichtval. Door je te verplaatsen, tijdens het kijken, zie je steeds een nieuw beeld ontstaan.
Tekenen en schilderen is in China het hoofdbestanddeel en ik had ze verteld dat ik schilderde met materialen. Zoals een schilder met de kwast omgaat, doe ik dat met de rolletjes stof. Ik had een paar koffers mee met materiaal en binnen een week hing de hele tentoonstellingszaal vol, en die was behoorlijk groot, met het ene na het andere grote werk. Ook op de vloer had ik een werk gemaakt. Ze vonden het fantastisch. Chinezen gebruiken heel dun, roodgeverfd papier en dat vond ik zo mooi, dat ik daar rolletjes van gedraaid heb. In de rode wand, die daardoor ontstond had ik met geel de tekst FOR YOU gemaakt. Het was lichtgevend als een reclamebord. Bij de opening mocht men er een rolletje uit pakken en op de binnenkant van het papiertje een wens schrijven en dan hing men het weer terug. Ze vonden me een tovenaar, vooral toen de volgende dag een meisje roepend naar me toe kwam rennen. Haar wens, een visum voor Nederland, waar ze al een tijd op wachtte, had ze gekregen. Je begrijpt, dat kon niet meer stuk.
In 2002 is een Handcomputer aangekocht door het Stedelijk Museum en in 2003 ben ik voor Nederland uitgekozen, om een Hand-computer te maken in Como, Italië, naar aanleiding van de Internationale Minar Textilten-toonstelling aldaar.

Orde

Steeds maar weer terug naar de rasters. Dan wordt er gezegd: Lam, het is allemaal wel erg rafelig, en dan zeg ik: dat is mijn handelsmerk. Er moet een eigenheid zijn. Je wordt ook wat ouder en ik lach er nu om. Ik denk: laat ze maar praten.
Ik verstoor de orde, maar ik zoek wel naar de ordening. Dat zoek ik in mijn huis, in mijn uitstraling. Ik zoek naar ordening, omdat ik warrig ben. Ik krijg veel impulsen. Ik weet nog dat ik bij mijn moeder binnenkwam; het was een jaar voordat ze stierf en ze kon al niet meer goed praten. Ik had een spencertje binnenstebuiten aangetrokken, waardoor je al het geborduurde zag. Ze liet me merken dat het niet goed zat, waarop ik zei: dat vind ik nou juist zo leuk mam. Dat ben ik. Ik vind het nou juist zo leuk om wanorde te scheppen. Zo’n raster, het is allemaal uitgedacht, de schaduw van de kleuren op de muur en dan denk ik: dwars er doorheen, door die orde. Je kiest bewust: wanorde in de orde scheppen. Je moet wel weten, wat je aan het doen bent.

Lepels

Paul Derez van galerie Ra viert om de vijf jaar zijn lustrum en nu bestond hij vijfentwintig jaar en had hij een lepeltentoonstelling georganiseerd. Iedereen moest een lepel ontwerpen. Ik denk: helemaal niets voor mij, wat moet ik met een lepel. Ik zat in Toscane en ik kwam er niet uit. Het enige wat ik kon bedenken, was lepels natekenen. Alle lepels die ik gebruikte op een dag, tekende ik op het servet waar we aten. Ik knipte ze uit, noteerde ze en reeg ze aan een kralen draad. Dat heb ik een jaar volgehouden en hierin zie je precies mijn levensloop. Ik kan mijn hele leven van een jaar overzien. De titel van het werk is VOLETE VEDERE IMIE CUCCHIAI USATI DAL 010802 AL ,2,803?
Het museum Boymans van Beuningen heeft het eerste jaar gekocht, het tweede jaar heb ik ze geschonken. Ik ben nu al aan het derde jaar bezig en wil er, zolang ik het leuk vind, mee doorgaan. Het Boymans van Beuningen heeft mij gevraagd om in maart/april gastcurator te worden voor de tentoonstelling Lepels. Met werk uit het depot aangaande eten, zal ik samen met Paul Derez de tentoonstelling een nieuwe impuls geven. Ik zal ook zelf in de tentoonstelling vertegenwoordigd zijn met de aangekochte lepels.

Sinnerokken en IJzeren woorden

Bij dit project (wijst naar een werk aan de wand, M.V.) heb ik mensen gefotografeerd en inderdaad, weer alleen het randje overgelaten. Ik zet groepjes mensen bij elkaar en wil nu. net zoals ik bij de rokken en de zakdoekjes deed, met teksten werken, zoals deze bij dit werk: ‘Weet je wat we willen, wij mensen? Wij willen eigenlijk alleen allemaal dat er ‘s nachts even iemand over ons rug aait. Aait er wel eens iemand over jouw rug? Je laat er nooit iets over los. Sorry voor de impertinentie’. Ik probeer met deze dingen ook iets te zeggen. Dit is qua uitstraling gerelateerd aan aandacht, maar qua tekst aan de zakdoeken en de rokken, die ik in 2004 liet zien bij galerie Ra en die Sinnerokken en IJzeren woorden heette. Ik noemde het sinnerokken, omdat ze in de tijd van de Rederijkerskamers ‘sinnespelen’ hadden. Dat waren spelen met een bepaalde moraal en ik ben rokken gaan borduren met teksten van bijzondere mensen of uitspraken van schrijvers, critici of mensen, die met hun uitspraken mij geraakt hadden. Omdat ik geen schrijfster ben en toch door middel van tekst iets wil zeggen aan de wereld - ik kan het niet laten - doe ik het op deze manier. Met de teksten bij de fotorandjes en op de rokken kan ik ook mijn woede naar de maatschappij uiten. Je kunt dingen uitspreken. Op de opening was ook een video te zien, die Sabine Mooibroek gemaakt had van een ronddraaiend model in een geborduurde rok, die langzaam de tekst stilte van Remco Campert voorleest (hij vond het prachtig). Tegelijkertijd liet ik IJzeren woorden zien. Ik heb een heleboel verschillende woorden, die voor mij waarde hebben. De behoefte om door middel van woorden, los van de context, iets te kunnen zeggen, werkt bevrijdend. Het isoleren van woorden geeft je de mogelijkheid ze opnieuw te zien. Ter gelegenheid van mijn 55e verjaardag heb ik 55 mensen, die mij op een of andere manier inspireerden of raakten door tekst, beeld, muziek, gebaar of anders, GENIET geschonken. Dit bestond uit een doosje met daarin een zakdoek met daarop het woord GENIET geniet. In een begeleidende brief schreef ik, waarom ik dat aan iemand gaf. Daar ben ik heel secuur in. Bij de galerie exposeerde ik een oplage van genummerde doosjes met zakdoeken, waarop een ander ijzeren woord is geniet.

Moeder

Ik moet je echt nog over mijn moeder vertellen, dat is erg belangrijk. We zijn allebei heel lastige mensen en lijken ook op elkaar qua karakter, daarom botsten we ook. Mijn moeder had een linnenkast. De linnenkast was altijd op slot. Als kind al vond ik dat heel geheimzinnig en werd steeds nieuwsgieriger. Soms deed mijn moeder haar kast open en dan mocht je er even inkijken, maar absoluut nergens aankomen. Prachtige stapeltjes ongebruikt en oud, versteld linnengoed. En ook twee zakken met liefdesbrieven van mijn vader en moeder.
Na haar overlijden kon ik met de nodige gêne zomaar in haar linnenkast kijken en haar stapeltjes aanraken. De sleutel van de linnenkast is een metafoor. Deuren die gesloten zijn, worden eens geopend. Ik wilde als aandenken de sleutel van de linnenkast erven en zo hing deze sleutel op een muurtje – tijdens de tentoonstelling Sinnerokken en IJzeren woorden.
Zoals in het werk het een uit het ander ontstaat, zo is bij mij leven en werk niet gescheiden. Als ik ben zoals ik ben en ik te maken krijg met mijn omgeving, waarin ik zit, dan komt dat tevoorschijn in mijn werk en als ik in een situatie verkeer, waarin ik optimaal betrokken ben, zoals bij mijn moeder, dan komt dat naar buiten. Ik ben de laatste drie jaar wekelijks naar mijn moeder gegaan, omdat ik dat belangrijk vond. Juist omdat zij niet meer kon praten en zij op een andere manier aan mij moest laten merken, hoe ze zou willen functioneren, kwam ik veel van haar te weten. Ik heb haar iedere dag een fax gestuurd, alles wat ik voelde en deed schreef ik daarin aan haar. Ze was daarmee zo gelukkig. Het was een feest om bij haar te zijn. Het stimuleerde me zo, dat als ik thuis kwam, ik meteen allerlei dingen ging doen. Haar letters, zoals ze die schreef, die hebben me ook zo geïnspireerd. Zo heb ik mijn visitekaartjes gemaakt in mijn moeders handschrift en ook mijn briefpapier. Ik vind dat mijn manier van tekenen met letters overeenkomt met het handschrift van mijn moeder. De dingen van haar komen dan toch naar boven. Ik heb echt het gevoel dat ik op een verschrikkelijk goede manier afscheid heb genomen. Ik heb haar volop geëerd.

Erfenis
Iedereen wilde van mijn moeder het Delftsblauwe servies. Het is een heel mooi servies, maar niets voor mij. Het werd verdeeld en er bleven drie beschadigde kopjes over. Die heb ik meegenomen. Ik ben keramische lessen gaan volgen bij de Engelse keramist Gareth Williams, om uit porselein sieraden te maken en heb van de kopjes halssieraden gemaakt voor al mijn zussen. Erfenis heb ik het genoemd. En nu mag ik dit jaar verder komen experimenteren bij het Keramisch Werkcentrum in ‘s-Hertogen-bosch. Ik blijf handcomputeren en zoek naar een toepassing in keramiek.
Weet je, je kan mij eigenlijk nergens bij indelen. Het hoort bij de beeldende kunst, maar ik denk wel eens: waarom probeer ik toch altijd totaal iets anders? Toen mijn lepels getoond werden in galerie Ra gingen uiteindelijk een paar mensen het bekijken, maar toen het gekocht werd door Boymans van Beuningen werd het ineens prachtig gevonden. Dat had ik ook met de Handcomputer. Pas nadat het Stedelijk Museum er een aankocht, kreeg ik hier te horen hoe fantastisch het was. Ik blijf vechten, ga er gewoon tegen in, maar ik vind het vreselijk. Zo gaat het steeds. Ik heb heel erg de behoefte om hier, in mijn eentje thuis, m’n dingen te doen. Ik doe het, omdat ik het niet laten kan. Dat is het. Ik denk dat ik iets te vertellen heb en ik denk dat ik dood zou gaan, als ik m’n eigen werk niet meer maken kan.


Marianne Vollmer

beeld:
‘Sinnerok’ 2004, foto Rene Gerritsen
‘FOR YOU’ wenswand, Chinese European Art Centre, Xiamen, China 2001
‘Delftsblauw’ 2004, foto Rene Gerritsen

< back