Altijd alle tijd 2005/9

Over vertraging

Ik word vaak gezien als een kunstenaar in wiens werk veel traagheid is. Ikzelf ben me daar niet bewust van: in mijn werk wordt wel anders met tijd omgegaan in vergelijking met de reguliere podia voor kunst. In bijvoorbeeld het theater geldt per voorstelling een duur van één tot anderhalf uur. Hetzelfde geldt voor concerten. In de beeldende kunst hangen dingen aan de muur of ze staan in de ruimte voor drie of vier weken. Een film duurt ongeveer anderhalf uur. Performance gebruikt ingrediënten uit alle disciplines door elkaar en claimt daarmee zoveel tijd voor zichzelf als nodig is.

Tillen De Fabriek Eindhoven 1983.
Ik verplaats me met kleine zijdelingse stapjes van het ene naar het andere uiteinde van een 18 meter lange buis, terwijl ik steeds meer van de buis, steeds hoger van de grond til. Door die traagheid manifesteert het gewicht van de buis zich sterker ten opzichte van mijn lichaamskracht, waardoor het uiteinde van het opgetilde deel van de buis meer gaat trillen en schudden naarmate dat deel langer wordt.

In mijn eigen werk is vaak sprake van het overzetten van een bepaalde energie naar een andere medium: één op één. Een voorbeeld daarvan is Etmaal 1 (CBK Rotterdam, 1985). Hier is geen sprake van snel of langzaam, ook al beslaat het werk een volledig etmaal, toch kun je niet met recht zeggen dat het traag of snel is: het is gewoon een etmaal.
De beoordeling traag of snel ontstaat vooral in het hoofd van de bezoeker, die de duur van een activiteit relateert aan andere activiteiten in presentaties van kunst. Vertraging in de beeldende kunst is daarom naar mijn idee meer het nemen van steeds meer vrijheid in tijd en ruimte, door het overschrijden van grenzen van presentatie, dan dat er werkelijk iets vertraagd wordt: de ontwikkeling van de conceptuele kunst heeft ervoor gezorgd dat er geen ruimte- of tijdsbeperkingen meer zijn. (In theater en film worden dingen bewust vertraagd met het oog op een speciaal ervaringseffect bij de toeschouwer. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de vroege performances van Jan Fabre, en wat mij betreft behoort Bill Viola ook meer tot het theater dan tot de beeldende kunst.)
Lokaal De Witte Dame, De Overslag Eindhoven.
Een expositie over taal en beeld op 2 locaties, die een totaal verschillend karakter hebben. In beide locaties beschrijf ik – staand op een vast punt - de visuele ruimte in 4 windrichtingen. De beschrijvingen worden op iedere locatie door 4 luidsprekers afgespeeld. In de Witte Dame hoor je de beschrijvingen van De Overslag en andersom.
In de (conceptuele) beeldende kunst is (bewust) vertragen niet aan de orde. Als daar al iets traag verloopt, dan is dat een aspect van het concept. In bijvoorbeeld Tillen (Eindhoven,1983) voer ik een handeling uiterst vertraagd uit. Daardoor manifesteren zich bepaalde reële krachten in mijn lichaam. Dat is een aspect van tijd en energie, dat ik als beeld wil tonen. Zonder die vertraging zou dat niet zichtbaar zijn.
In zowel het maakproces als in de presentatie verruimt beeldende kunst de tijd/ruimtelijke grenzen en kruipt steeds dichter bij het concept van realiteit, terwijl daardoor een steeds sterker beroep op de verbeelding van de toeschouwer gedaan wordt. Bijvoorbeeld Barbara Visser in Lecture on Lecture (Witte de With Rotterdam): zij zet het theaterelement ‘acteur’ in, maar die wordt betrokken in een reality-achtige situatie. Vervolgens lijkt zij het verhaal te vertellen voor een publiek, als in een soort televisietalkshow, maar dan blijkt dat zij ook daar weer door een acteur gespeeld wordt. Dit werk overschrijdt de grenzen van veel disciplines en presentatievormen.
Panorama Inis Oirr Argument Tilburg, Het Wilde Weten Rotterdam 2003. Op het eiland aan de Ierse Westkust heb ik –staand op de grens van land en oceaan – over 360 graden een beschrijving van de horizon ingesproken, beginnend en eindigend bij het noorden. Op een andere locatie stel ik mij op in de richting van het noorden en spreek de beschrijving uit, waarbij ik mij één keer rond mijn as draai en weer eindig bij het noorden.
Rirkrit Tiravanija leidt met A Retrospective (Museum Boijmans Rotterdam) het publiek door middel van een gids door lege ruimtes, die een kopie zijn van de ruimtes in andere steden waar de kunstenaar ooit installaties gemaakt heeft. De gids vertelt wat zich waar en wanneer heeft afgespeeld, hoe het er rook, hoe het uitzicht was enzovoort.
Die lagen tussen realiteit en verbeelding vereisen een ander soort ‘kijken’ en een ander gevoel voor ruimte en tijd. Misschien geeft dat een gevoel van vertraging. Misschien wordt er meer van je inlevings- en voorstellingsvermogen geëist om zo’n werk te kunnen bevatten. Je moet je als bezoeker overgeven aan de ruimte- en tijdsverhoudingen in het werk zelf. In mijn eigen recente werk vindt zo’n tijd/ruimtetransformatie plaats door middel van gesproken taal in Lokaal (Eindhoven 2003) en Panorama Inis Oirr (Ierland 2003).

Etmaal 1 CBK Rotterdam 1985, foto: Arnold Belle.
Door gedurende een heel etmaal volgens een streng tijdsschema 12 gloeilampen die in een cirkel staan opgesteld aan en uit te draaien in en ruimte waar veel daglicht binnenkomt, creëer ik een kunstmatig etmaal dat parallel loopt aan de lichtbewegingen in het echte etmaal

Toine Horvers
www.toinehorvers.nl

< back