canon 2005/10

Een tijdelijke afspraak

Een lijst van vijf werken uit de laatste 110 jaar beeldende kunst samen te stellen die ‘de’ kunststudent tijdens de opleiding beslist gezien moet hebben, komt ongeveer neer op het moeten samenvatten van de Ilias en Odyssee op één kantje A4 of de Tachtigjarige Oorlog uitvechten in tien minuten, inclusief de executie van Johan van Oldenbarneveld.
Afgezien nog van het gevaar, dat die student zou kunnen denken dat ‘de kunst’ zo’n honderd jaar geleden is uitgevonden en dat iedereen, die zich vóór Duchamp kunstenaar durfde te noemen, een weg te cijferen randdebiel was.
Maar goed, uit welwillendheid en nieuwsgierigheid, dan toch maar een poging.

1. Canon betekent letterlijk ‘wet’ of ‘aanvaarde regel’. In het verkeer is het aangenaam dat iedereen die dezelfde kant opgaat aan dezelfde kant van de weg rijdt op straffe van een bekeuring; kunsten en wetenschappen horen tegendraads te kunnen zijn zonder repercussies.

Eerste canon voor gouke notebomer,
zondag 01-05-05, 08.15 uur, door bemiddeling van de H. Moeder
• Howard Hodgkin, schilderijen tussen 1980 en 2000
• Pina Bausch ‘Auf dem Gebirge hat man ein
Geschrei gehört…’,
theaterstuk ±1983
• Shirin Neshat ‘Rapture’, film 1999
• Constant Permeke ‘Het Afscheid’,
(ook ‘Dodenwake’), schilderij 1948
• Robert Morris ‘Firestorm series’, tekeningen 1982

2. Een canon opstellen betekent dat er mensen gelijk en ongelijk hebben op grond van een tijdelijke afspraak. Zo doen we voortdurend spelletjes en bevechten elkaar op leven en dood over niets. Ach, het houdt je van de straat.

Tweede canon voor gouke notebomer,
zondag 01-05-05, 10.58 uur, idem
• Richard Wagner, ‘The Valkyrie’, enscenering
Richard Hudson, English National Opera
• E.L.Kirchner - serie ‘Berliner Straßenbilder’
1914 - 1915
• Diane Arbus - alle foto’s
• Hans van Manen - ’Adagio Hammerklavier’, 1973,
reprise 1986
• Francis Bacon - drieluiken tussen ± 1965 - 1975

3. ‘Het hoeft niets te zijn, als het maar wat lijkt.’
Binnen het kunstonderwijs wordt het heersen van een canon ontkend. Toch is deze impliciet aanwezig, het is de canon van de A(lgemeen) B(eschaafde) K(unst): Formeel, conceptueel, esthetisch, de voelhorens gericht op de officiële, modieuze voorkeuren (tautologie) en vooral niet te persoonlijk. Meer vraaggericht (communicatievormgeving) dan ervaringsgericht.

Derde canon voor gouke notebomer,
zondag 01-01-05, 12.04 uur, idem
• Claude Lanzmann ‘Shoah’, doc.film 1985
• Art Spiegelmann ‘In the shadow of no towers’,
beeldverhaal 2002
• ‘Les très riches heures du Duc de Berry’
• De grotschilderingen van Lascaux
• De oerwouden van Henri Rousseau

Lange tijd heb ik het bovenstaande niet geloofd, tot ik mij een paar jaar geleden, tijdens een bespreking, opgetogen uitliet over het werk en de werkwijze van een student. Het door de student rechtstreeks reageren op en interpreteren van het onderwerp, trof mij aangenaam. Daarbij liet hij zich ook nog leiden door toevallig ontstane, maar zeer bruikbare materiaaleffecten.
Vooral mijn enthousiasme over het rechtstreekse reageren en de gebruikmaking van toevalligheden kwam hard aan bij de collega’s, geloof ik. In ieder geval ontbrak het concept en werd de rol van het uitvoeren schromelijk overdreven. Wat zich niet in materie liet vangen, daar ging het om. Maar het werd niet hardop gezegd.
Als je als student een bakje aardbeien wilt schilderen, moet je dat sterker verdedigen dan elk ander onderwerp, tenzij je de aardbeien middels een direct uit de tube geknepen willekeurig rood, in het kader van ‘beeldend onderzoek’, met de duim opbrengt. Soortgelijke ervaringen had Jenny Saville (Cambridge 1970) op de toch behoudende academie in Glasgow. ‘Anything post-Warhol wasn’t discussed, but still you felt relegated to a custodian of the past.’ Want dat schijnt een doodzonde te zijn in het kunstonderwijs.

4. Mijn canon binnen het kunstonderwijs strekt zich verder uit dan 110 jaar. Mij ontroert een stervende leeuw uit Nineve meer dan een kop van Emo Verkerk, Van Eyck’s huwelijksportret van Arnolfini en Cenami vermag mij meer emotie te ontlokken dan het gehele oeuvre van Luc Tuymans. Dat wil ik graag overbrengen.

Vierde canon voor gouke notebomer,
zondag 01-05-05, 13.45 uur, idem
• Thierry de Cordier ‘schetsboeken en ontwerp-
schetsen’ 1980 – nu
• Bernhard Heisig ‘Festung Breslau’, schilderijen
1975 -78
• Pieter Bruegel d.O. – alles
• Carl Dreyer – ‘La passion de Jeanne d’Arc’,
film 1923
• Hans van Manen ‘Corps’, theaterstuk 1986

En daar hebben we ze dan: het achterhaalde kippenvel en de kitschtranen. De modderige gevoelens als liefde, seks, jaloezie, angst, wreedheid en ga zo nog maar even door, zo voortreffelijk beschreven in ‘De zangen van Maldoror’. In de negentiende eeuw is de huidige tijd gedestilleerd, op basis van millennia daarvoor al gistende sappen.

5. ‘De fantasie, door het verstand verlaten, brengt onmogelijke monsters voort. Verenigd zijn zij de moeder van de kunsten en de oorsprong van alle wonderen.’
(Francesco de Goya, 1797 - aantekening op de tweede schets voor Capricho 43)

Enzovoort, ad infinitum.

Gouke Notebomer

Gouke Notebomer is beeldend kunstenaar en docent kunstonderwijs.
Zijn beeldend werk bestaat voornamelijk uit aquarellen, op bescheiden formaat en in een minutieuze techniek uitgevoerd. Visuele indrukken als licht en kleur spelen in zijn motiefkeuze een even grote rol als andere fysieke en psychische omstandigheden. De associatieve, ‘literair’ aandoende titels vinden hierin hun grondslag.

beeld: Gouke Notebomer, 's-GRAVENTAFEL, aquarel 15 x 18 cm, 2003

< back