kunstenaar & initiatief 2004/6
Dirk Jan Jager, is beeldende kunstenaar. Hij was enige jaren als programmamaker bij Stichting Outline in Amsterdam betrokken. Vervolgens heeft hij een aantal interessante exposities op locatie gemaakt, waaronder ‘De Inrichting’ een expositie op het terrein van de instelling voor psychiatrie in Heiloo. Inmiddels is hij bezig met de voorbereiding voor een nieuwe expositie die in september dit jaar bij ARTWALK in de Staatsliedenbuurt zal plaats vinden. De buurt kent een groot aantal (ex)psychiatrische patiënten die begeleid wonen. Dit is een centraal thema in het concept.

Kunst als eye-opener

Mijn belangrijkste drijfveer om projecten te initiëren is de drang om verschillende realiteiten te willen ervaren, onderzoeken en openstellen. Anderen gaan daarvoor op verre reizen; voor mij geldt dat zelfs mijn eigen, vertrouwde omgeving mij soms vreemd en onbekend voorkomt. Een recent voorbeeld is het psychiatrisch centrum Willibrord in mijn geboortedorp Heiloo. Ik kende het gebouw alleen van buiten en wilde het graag van binnen leren kennen. Dit heeft in 2003 geresulteerd in de kunstmanifestatie De Inrichting (www.deinrichting.com).

Ik geloof niet dat er sprake is van een trend waarbij kunstenaars of tentoonstellingsmakers nu vaker kiezen voor een niet-museale omgeving. Er worden al járen tentoonstellingen georganiseerd op betekenisvolle plekken. Forten zijn populair, de curator kan zich voor even de avantgardist wanen die pas onlangs de loopgraven voor een bunker heeft verruild. En de beleidsmakers zijn ook tevreden, want Cultureel Erfgoed kun je het beste algemeen cultureel gebruiken. Fabriekshallen zijn ook gewild – in elke kunstenaar schuilt een arbeider - en ikzelf heb een fascinatie voor ziekenhuizen, ik weet ook niet waarom.

Ik denk wel dat kunstenaars zich - meer dan tevoren - ervan bewust zijn, dat niet alleen het kunstwerk van belang is, maar ook de context waarbinnen het wordt gepresenteerd. Als een kunstenaar zich verdiept in de plek kan dit nieuwe inzichten opleveren en een interessante dialoog.
Deze ontwikkeling is misschien het gevolg van recente installaties, waarbij kunstenaars de omgeving willen beïnvloeden, soms geheel naar hun hand willen zetten. Voor de beschouwer (of passant) is er bijna geen ontkomen aan; er is niet langer sprake van een beroep doen op zijn inlevingsvermogen, maar van een aanslag op zijn beleving.

Een voorbeeld is de Isolator (2003), waarbij ik geprobeerd heb de kenmerken van een separeercel met minimale middelen te versterken. Aanleiding voor deze ingreep waren de diametraal tegenovergestelde opvattingen bij hulpverleners en cliënten over dezelfde ruimte. Volgens de één is de separeer een veilige ruimte, waar verwarde mensen beschermd kunnen worden tegen invloeden van buitenaf. Volgens de ander staat het middel in geen verhouding tot de kwaal en betekent opsluiting juist een traumatische ervaring erbij.
Kunst heeft hier als ‘eye-opener’ een rol gespeeld en bijgedragen aan een discussie binnen de psychiatrie: ‘Ik ben vaker in separeers geweest, sterker nog, zelfs in deze specifieke separeer was ik al eerder. Maar op dat moment, staande in die separeercel, overheerste één gedachte: dit kan niet. Mensen in een separeer, een isoleer (…) stoppen, kan niet meer.’ (Ruud van Dongen, Hoe gaat zoiets? Regiogazet nr. 23, nov. 2003).

Voor ARTWALK initieer ik een project over ‘sociaal isolement’. Uit onderzoek blijkt dat het percentage eenzame Amsterdammers (drie sociale contacten of minder) veel hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Ik vind eenzaamheid in de nabijheid van zovelen zo schrijnend, daar wil ik iets tegen doen! Overigens heb ik een hekel aan sociale kunst of participatiekunst, waarbij een kunstenaar bijvoorbeeld de nummerbordjes van een woonwijk vervangt door de meest dierbare foto van de bewoners. Ik ben geïnteresseerd in kunstenaars die openstaan voor een zinvolle uitwisseling met anderen en die vanuit hun eigen artistieke productie een vraag kunnen formuleren.

DirkJan Jager

< back