kunstenaar & initiatief 2004/6
De redactie van De Nieuwe vroeg Hennie van de Louw de opening en de tentoonstelling Broedplaatsvisite in Arti te bezoeken.

Broeden

Wie aan Arti komt, komt aan mij - denk ik weleens. Lyrische gedachten overvallen me wel vaker, soms klopt er iets van. Of niet, ligt aan mijn stemming wat er van de feiten overeind blijft. Bont gezelschap optimistisch gestemden toen cultuurwethouder Hannah Belliot sprak bij de expositie Broedplaats Amsterdam. De politica laat weten ‘minder met emotie als wel met de ratio’ bij kunst betrokken te zijn. Niet met het hart maar met het hoofd, daar heb je méér aan, ‘want leidt tot investeringen’. Gaat Uw gang mevrouw. Wat tot voor kort alternatief was, is nu broedplaats - zo mogelijk gestimuleerd door de gemeente. De resultaten voor liefst zo breed mogelijk publiek getoond bij een erkend podium als Arti. In zo’n kader ontvangt men er als Visite elf Amsterdamse kunstenaarsinitiatieven. Levendige boel, tentje, bed, muziek, foto’s, projectie, video en ook nog heuse schilderijen en oprechte sculptuur.

Van de weeromstuit is het weekje na de uitbundige start van Broedplaats opnieuw raak bij Arti. Feestpresentatie van poëziebundel & cd ‘De Grote Vakantie’ van F. Starik. In het verlengde van eerdere visite, het door Starik in Arti’ s zalen georganiseerde tentoonstellingsproject De Grote Vakantie. Ik stond er opgesteld als houten object, stukje huisvlijt van Arno Arts. Die me ter plaatse de door hem ingestelde trofee The Prize of Arts kwam overhandigen. Kunstgenot houdt me op de been. Daarom mijn hart verpand aan Arti et Amicitiae. Omwille van de kunst natuurlijk en ook als mens . Vanwege de superbe ligging midden in de stad, het wonderschone bijna nog authentieke interieur, de welgemutste menukaart op het bord en ál die heerlijke mensen. In één woord: fantastisch! Helemaal als het na-geen-opening zo mooi leeg is.

Triest derhalve, dat de voor Arti zo gezichtsbepalende sociëteit bij ook maar ietsje toeloop een broedplaats is van terrorisme. Als niet wordt ingegrepen valt het ergste te vrezen: wég met die ellendige stang! Aan de korte voorzijde van de bar kruipt dat koperen gedrocht vanuit de vloer omhoog als barricade. Aan beide zijden ervan en óp het metaal nestelen zich gasten. Wie dan aan de bar zit of staat, moet er noodgedwongen blijven - je kan links noch rechts enige kant op zonder tegen hopen volk aan te stoten. Door dat stangding kan je nooit meteen naar of van bar de vrije wereld in, zelfs bij leegte moet je nog gangetje door. Pardon, sorry, mag ik even, excuses, mag ik erlangs... Dergelijke last kan toch niet de wens zijn geweest van voorvader Hendrik P. Berlage, een stukken mensvriendelijker bouwheer dan de hedendaagse Rem Koolhaas. Berlage (1856-1934) kennen we ondermeer van zijn Haags Gemeente-museum, Koopmansbeurs in Amsterdam, zijn brug over de Amstel en jazeker van Arti’s interieur. De tafels, het gekoesterde brede zitmeubilair. Er s.v.p. niet mee schuiven, dank U.

Jaar of vijftien terug diende Arti verbouwd, eh... opgeknapt of aangepast aan de eisen des tijds. Keuken efficiënter, toiletten verkleind, bar van links naar rechts opgeschoven, boekenwanden vóórin weggesloopt. Opdracht voor een destijds wellicht trendy architect - Pieter Zaanen. Gegrepen door Engelse café-architectuur richtte hij wel meer horeca in toentertijd. Bijvoorbeeld eetcafé Frascati in de Nes, vergeven van de stangen, meer om ertussen hangend op je beurt te wachten. Het verderop gelegen theater Frascati bestaat nog wel, het café -waar Arti kopie van moest zijn- is niet meer en tja de architect zelf inmiddels overleden. Het er nu gevestigde ‘Nes 59’ heeft de stangen weg, vervangen door gebruiksklare tafeltjes. Bij Arti gaat het logischerwijs wat trager. Zij het dat de destijds door de verbouwingswoede aangebrachte ietsje te frivole barlampjes binnen de kortste keren verdwenen ten faveure van normaal hanteerbaar lichtarmatuur. De lange namaak-Frascati stang die iedereen in de weg stond ter linkerzijde aan bar is verstandig weggehaald. Aan de rechter zijkant zit nog zo’n koperstang aan de muur, kan men net als op tramhalte met bips tegennaan. Ruimte besparend is het allemaal niét, kennelijk bedacht in een tijd dat er op zo weinig mogelijk bezoekers werd gerekend. Aan de voorkant het overtollige, dwarse stangstuk.
Meneer Berlage: vergeef het ons zolang dit nog moet duren.

Hennie van de Louw

< back