kunstenaar & initiatief 2004/6
Pionieren in het Buitenland
Interview met Erik Hobijn

Erik Hobijn is een van de oprichters van de vrijplaats Buitenland. Hij heeft verschillende extreme installaties gemaakt waarin vuur een grote rol speelt, zoals het Dante-orgel dat bestaat uit twaalf vlammenwerpers, gecontroleerd door een computer en de zelfmoordmachine: de Delusions of Self-immolation; een machine van gecontroleerde vergankelijkheid. En ook het niet uitgevoerde Aus-Witz-Toeristproject, waaraan hij vier jaar heeft gewerkt en waarin alles waar hij tot dan toe mee bezig was geweest, bij elkaar zou komen. Het bestaat uit een reusachtige container met wanden van vuur met daarin een glazen gang, waardoor een ijskoude wind moest waaien. Dit project zou over de amputatie in het voelen gaan. Erik Hobijn heeft Techno-Parasits uitgevonden en heeft samen met Franz Feigl Net-Band een internetproject opgericht.
Tegenwoordig creeert hij situaties waarin hij heel direct, one to one, contact heeft met het publiek. De bar is nu zijn kunstdomein. Hij heeft hiervoor een bionische arm ontwikkeld die o.a. bierblikjes kan vastpakken en openen. Een parodie op Stella, de god van de machinekunst. Erik zit in het bestuur van Buitenland.

De straat
Ik was natuurlijk nogal recalcitrant en tegendraads op de Rietveld waar ik ben begonnen als pottenbakker bij Jan van der Vaart. Maar die heeft me het leven zuur gemaakt. Ik ben weggevlucht. Ik was te extreem anders dan de rest. Deed niks in de industriële vormgeving, maar deed alles met keramiek en performance. Maakte allerlei instrumenten van keramiek: objecten die geluid maakten. Soms deed ik ook wel dingen bij de presentatie. Dan smeerde ik klei op de ramen die ik op verschillende momenten aanbracht. Dat houdt natuurlijk nooit lang en die verschillende momenten van verdrogen en craqueleren met dat licht er doorheen, dat vond ik heel mooi. Ik was geïnteresseerd in het zo slecht bakken van stenen dat ze zouden vergaan en dan bouwde ik daar muren mee geinspireerd op de Berlijnse Muur.
Destructie loopt als een rode draad door mijn werk. Ik heb uit onvrede op de Rietveld een guerillagroep opgezet: de SKG, de Stads-KunstGuerilla. In het boek van Peter Giele staat dat dat samen met Peter Giele is geweest maar dat is onjuist. Die kwam later. Ik heb het opgezet met William Magelhaes, een Braziliaan. Ik ging dingen op straat doen, Graffiti-art. Die SKG was ook een parodie op het RAF-gebeuren. Het hele idee van gewelddadig of extreem verzet en de straat waarin je je profileert met je explosiviteit en de tekens hiervan. Je voelde je een terrorist omdat je iets wou wat de rest niet wilde. Er waren maar een paar geestverwanten die net zo fel waren. Je gaat je eigen podia creëren. We deden allerlei acties die soms wel heel heftig waren. Zo hebben we een tentoonstelling in Fodor helemaal plat gelegd. Dat was een enorme toestand. Ik heb zo veel mensen via de graffiti en de straat leren kennen. Dat was eigenlijk mijn academie, de straat. Vroeger had je in Amsterdam drie plekken: Aorta, de Warmoesstraat en het NL-Centrum van Franz Feigl en Ine Poppe. Later is daar Haje Schoolmeester bijgekomen die nu NDSM doet. Franz en ik hebben heel veel samengewerkt vooral in de mediakunst. We zijn eigenlijk door dezelfde groep beinvloed.

Kraken
Het is nu twaalf jaar geleden dat we de Nieuwe Meer hebben gekraakt. We kwamen uit de Conradstraat, dat werd gesloopt en dat is toen een enorme rel geworden. Het is in de fik gestoken en het is totaal afgebrand. De Nieuwe Meer is een onderdeel van de verdedigingslinie van Amsterdam. Hier waren de bronnen en verderop waren de pompen en dan was er nog een fort dat Buitenland heette. We hebben het hier Buitenland genoemd, omdat dat natuurlijk een unieke naam is. Zoiets kun je bijna niet verzinnen. Het is heel landelijk gelegen aan de rand van de stad. Hier vlakbij heb je die enorme verstedelijking van Nieuw-West. Veel lawaai van alle snelwegen en Schiphol en dan heb je daar opeens De Nieuwe Meer. Een stukje oeverlanden, een natuurgebied, smal. Een wenkbrauw langs de stad.
Robert de Moor, Tesla en ik zijn de oprichters van Buitenland. We wilden eigenlijk een paspoort uitgeven, omdat je buitenland bent en ook als verwijzing naar de problemen met vreemdelingen en het idee dat we eigenlijk allemaal vreemdelingen zijn. We hadden het bijna gekocht van de gemeente, maar dat ging op het laatste moment niet door. Misschien maar goed ook, want anders hadden we hier allemaal yuppies gehad. Je ziet dat ook hier in de Nieuwe Meer toch weer van die kleinburgerlijke structuren ontstaan, net zoals in gemeentebesturen. Wat dat betreft zit dat als een structuur in de mens, want je ziet het bij alle vrijplaatsen zoals dit onmiddellijk opkomen. Ook heel lieve mensen gaan zich meteen anders gedragen als je ze een rol geeft. Dit is waar ik bij Buitenland een beetje tegen aan probeer te trappen. Ik heb enorm veel kritiek op de mensen hier, omdat ik vind dat ze inhoudelijk de verkeerde kant opgaan, te veel uit eigen belang werken. Ik vind het belangrijk dat je je altijd weer die basisvragen stelt: waarom zijn we hier, wat is ons doel. En die stelt men niet, die wil men niet stellen want dat is pijnlijk en betekent dat je je zaakjes niet meer kan ritselen. Verder komt er weinig jong talent binnen. Maar het punt is: de democratische manieren werken niet. Je moet iemand hebben die goeie mensen kent en die zegt die en die moeten we hebben. Nu komen allemaal vriendjes van vriendjes van vriendjes. Misschien ben ik ook teveel een zwartkijker.

Feesten.
Dit is dus eigenlijk een pré-broedplaats van twaalf jaar geleden. We doen hier alles zelf van schilderen tot het riool. Heel veel energie gaat verloren aan het organiseren. De gemeente doet niets. We hebben jaren problemen met ze gehad. In het begin waren we hip, waren we de hot place to be. Kwam de hele jetset en was het hier stampvol. Het liep vanzelf. Dag en nacht waren we bezig. Het runnen van het terrein is een enorme klus, het is financieel heel zwaar. We deden het fulltime met z’n drieen; Robert, Tesla en ik. Na anderhalf jaar draaide ik er op door, ook financieel. Ik ben bijna falliet gegaan. Je moet er eigenlijk een manager voor zijn en dat ben ik niet. Ik ben een initiator. Ik kan slecht organiseren, alhoewel ik heel veel heb gedaan op dit terrein. We organiseerden ook hele grote feesten om omzet te kunnen draaien. We wilden geen subsidie hebben. Je bent dan wel afhankelijk van die partysfeer en dat is vreselijk. Nu is het heel moeilijk en vragen we zo nu en dan geld aan. De stad dwingt ons om te plannen maar de grap bij Buitenland was nu juist dat we ter plekke dingen verzonnen.

Drijf-in Cinema.
Maar goed, vorig jaar hebben we de Drijf-in Cinema gedaan. Dat was een oud plan. Zoals je weet heeft de stadsdeelraad een heel mooi stuk natuurgebied platgewalst. Nu komt er een patatkraam; dat is de cultuur die ze hier brengen. We hebben ons heel hard verzet maar het is niet gelukt. En nu zijn er speedbootjes en mensen die liggen te bakken. Dit is mijn omgeving, mijn vader en grootvader zwommen hier, dus ik dacht hier moet ik iets mee doen. We maakten een klein bioskoopje, Drijf-in Cinema, en de speedbootjes waren dan het publiek. Het was een beetje geheimzinnig, alleen per email kwam je het te weten. Alle aanvragen voor subsidie werden afgewezen, ook door de stadsdeelraad. En toen belde de wethouder op, een schat van een man en onze steun en toeverlaat, die doet wat hij kan voor ons. Hij zei: ‘7000 euro kunnen jullie het daarvoor doen?’ We zeiden we gaan er voor. Je kon vanuit je bootje kijken naar de film; het geluid werd via de radio uitgezonden en ter plekke werd er muziek uitgevoerd door het Rotterdamse Car Ensemble. Muziek gemaakt met auto’s.
Belangrijk was dat we zeker 40 à 50 % van de bezoekers uit Nieuw Sloten kregen. Daarvoor was het ook bedacht. Je zit hier aan de buitenkant en dan moet je ook voor die buitenkant programmeren. De stadsdeelraad was er heel blij mee. Tesla organiseert de kinderfestivals zoals bijvoorbeeld die, waar de mensen hun eigen pierebadjes moesten meenemen. Dat doen we vooral voor de wethouder. Die man ligt onder vuur en ik wil dat hij veilig is. Het leuke is dat veel kinderprojecten weer een inspiratiebron zijn voor volwassenen.
Street-TV
Menno Grootveld, die destijds piraatzender Rabotnik TV heeft overgenomen en in het bestuur zit, organiseert Samenzweringen: meetings in het Buitenland waarin we met een bepaald thema een kleine groep mensen bij elkaar brengen. Zo hebben we Italianen hier naartoe gehaald, die werken met lokale t.v: Street TV. Het lokale denken, dat vinden we interessant. T.v. maken voor je eigen blok, je eigen straat. Dat is een enorme hit aan het worden in Italië waar Berlusconi de media bezit. Het is illegaal. Ze noemen het Shadows; doordat ze daar nog antennes hebben, zijn er gebieden waar geen ontvangst van de reguliere t.v. mogelijk is. Zo zijn daar nu al honderden zenders over heel Italië ontstaan. Dat is ook onze droom: ieder z’n eigen zender en zoals Maarten Ploeg al zei: Doe het, doen, doen, doen. We hebben een lezing georganiseerd met daarna een workshop over hoe je een zender kon bouwen. Je kon meteen aan de slag. Mensen die ik nog nooit gezien had, gingen allemaal zitten sleutelen. Het was druk. Initiatieven nemen die een zeker engagement in zich hebben, die ook anarchistisch zijn in de zin dat de structuren niet helemaal helder zijn, ja dat is het wel voor mij. Ik hou van het pionieren. Als alles nog niet vast staat, nog in beweging is, dan ontstaat er een soort electriciteit, een openheid in de manier waarop mensen communiceren. De vraag waarom je iets doet, wat je bedoelt, wordt veel gesteld. Er is een enorm engagement. Dat zijn de momenten waarop ik me het meest thuisvoel. Het medium interesseert me dan eigenlijk minder. Ik ben de machinekunst in gegaan omdat dat me dat pioniersmoment geeft.

Marianne Vollmer

< back