Een kunstenaarsintiatief? Dat ben jezelf!
Artistieke alternatieven in cyberspace: Gratis en voor niets!
Eigenlijk heb ik niks met de gewone kunstenaarsinitiatieven. Het woord staat me even zeer tegen als het nog onsmakelijker artistiek broedplaats, even onzinnig als iets als macraméwerkplaats, je krijgt er de kriebels van, net als wanneer iemand het woord allochtoon in de mond neemt. Dat is gewoon negatief discriminerend. Het enige initiatief dat ik een beeje ken is W139, ik woon er dicht bij en kom er regelmatig. W139 laat altijd wel aardige dingen zien. En aardige dingen zijn dingen waarvan je denkt, mmmhh, dat had je eigenlijk zelf wel willen maken, ooooh, daar heb je werklijk nooit aangedacht, sjjjtt, dat zit goed in elkaar, tjeszzz, dat gaat mijn pet te boven. Maar tegelijk blijft er nooit echt iets hangen, of in ieder geval te weinig. Dat ligt echt niet altijd aan wat er te zien is, maar dat komt eigenlijk omdat het zoveel moeite kost enig gezag aan zon plek te schenken. Er zitten vast veel elementen van foute groepsvorming en partijpolitiek in, die natuurlijk meteen al de agenda van die clubs bepalen.
Dat zijn natuurlijk allemaal vooroordelen!
Maar waar of niet, die erg hardnekkig vooroordelen lijken toch steeds opnieuw weer te worden bevestigd. Lang geleden al, toen mijn lokale initiatief toch netjes anarchistisch en tegendraads leek, bleek het zomaar plotseling met subsidie en al een geliefd speeltje voor politici te zijn geworden. Niet veel later ging mijn initiatief meedenken met het lachwekkende marktgericht denken van de socialistische staatssecretaris Rick van der Ploeg. Het was de tijd dat directeur Melle Daamen van het subsidieschenkende Mondriaanfonds alleen nog artistieke plannen wilde steunen als de verantwoordelijken ook nog eens dure marktgerichte cursussen gingen volgen. Dat plannetje was hem ingefluisterd door de uitgekookte vriendjes van hem, die eerst zelf de daartoe noodzakelijke adviesnotas schreven, om zo later des te gemakkelijker ook zelf de extreem dure cursussen te organiseren. Dat heette toen ook al corruptie. En vandaag de dag hoef je maar naar de lokale tv-zender te zappen of je hoort de direkteur van mijn initiatief over niets anders dan geld en subsidie praten.
Uitermate zielig
Iedereen weet best dat marktgericht denken niet des kunstenaars is, en dat een kunstenaar die het om het geld te doen is maar ander werk moet zoeken. Net zo goed als een kunstenaar aan de andere kant zich ook niet als zielig en hulpbehoevend moet profileren, in het algemeen zijn de Andy Warhols en de Van Goghs uitzonderingen. Maar laat mijn initiatief nu net altijd die beide gezichten tonen! En dat allemaal omgeven door een anti-revolutionaire nestgeur van wat vroeger de autonomie in eigen kring heette. Teveel incestieus overleg is natuurlijk verstikkend voor iedere instelling, die geur van vriendjespolitiek en dat incestieus geneuzel hecht zich al snel aan de daar getoonde werken.
Neen, ik vind eigenlijk dit soort initiatieven nogal arremoeïg. Een kunstenaar hoort met zijn werk gewoon in een goed museum te debuteren. Niet in situaties die nog het meest op een schoolvoorstelling lijken, en die zo voorzichtig broedplaatserig worden gekoesterd. Als jong kunstenaar moet je niet te snel tevreden zijn. Als je net begint, moet je op een of andere manier je heil hoger zoeken. De MOMA in New York, Tate in Londen, Pompidou in Parijs, Stedelijk in Amsterdam, niet noodzakelijk in die volgorde, of misschien ook wel. (Dit is de goede volgorde: een voorbeeld: ik stel me voor dat je altijd je eigen initiatieven neemt, je nooit in die van anderen mengt, en pas nadat je ergens tussen een Cezanne en nog iets heel moois hebt gehangen, de tijd rijp acht om misschien ooit eens in een kunstenaarsinitiatief te hangen. Ik ken wel iemand die ooit zon weg heeft afgelegd. Oké, als het op je veertigste niet gelukt is, dan ga je aankloppen bij je lokale kunstenaarsinitiatief, neem je genoegen met wat mogelijk is, wil je wel eens een complimentje in ontvangst nemen waar je eigenlijk geen recht op hebt.)
II
Ook het www op internet kent veel kunstenaarsinitiatieven. Dat zijn dus niet - een veel verbreid misverstand - de homepages van de kunstenaars zelf. En ook niet al die sites die je artistiek materiaal willen aansmeren. Al die gedigitaliseerde fotos van schilderijen uit het virtuele atelier doen zich misschien daarbij als artistieke vrijplaatsen voor, maar je moet er op bedacht zijn dat ze dat allerminst zijn. Want in cyberspace zijn de gebruikelijke spelregels niet langer van toepassing. Niet dat de regels en termen hier zo gelukkig zijn, maar er geldt eenvoudigweg de slogan: Een kunstenaarsintiatief? Dat ben jezelf! Niks geen gesubsidieerde ruimtes, niks geen ballotage of kwaleitsnormering, niks geen cursus marktgericht denken, in cyberspace is het je eigen psychologische huishouding die je op gang brengt. Je bent zelf het eerste initiatief, verwerft je eigen domein, en doet daar mee wat je wilt doen, je brengt wat je wilt op het net. Eenvoudig genoeg, en je krijg de aandacht van de hele wereld. Door heel eenvoudig op eigen initiatief een domeinnaam aan te schaffen ben je zo de baas over je eigen huis.
Of niet soms?
Dat kan dus weleens tegenvallen, want hoe verover je ook al weer in het algemeen een eigen plaats? In de echte wereld ligt de hiërarchie zo goed als vast, in cyberspace is die nog steeds vlottend. Je moet dan wel zelf je eigen plek veroveren, maar omdat de hiërarchie toch nog even breekbaar is, geeft het nieuwe kansen. Heb je geluk, kun je een voor jouw werk vijandige hiërarchie weer binnen de korste keren wegvagen. En je kunt dan wel nergens zeker van zijn, maar een kans dient zich plotseling zomaar aan. Of dat nu voor een korte tijdsspanne is, of voor enkele uren, of enkele dagen, of enkele maanden of gewoon permanent. Al was het alleen maar doordat je de zoekmachines weet te manipuleren, maar voor je het weet heb je daar dan weer een dagtaak aan.
Dat is dan ook precies het punt waar de fascinatie voor de cyberspace initiatieven in een ergernis om kan slaan. Want als je wat langer bezig bent, wordt er wel degelijk iets herkenbaar van het bestaan van een elite-club die niet alleen de vrije tijd maar een vierentwintiguurs verblijf in cyberspace ambieert. En niks om bestaande klassieke waarden geeft, maar kunst nastreeft die wil imponeren op basis van drukdoenerigheid, niet op basis van artistieke concepten. Bij bepaalde opvattingen die, als zoveel op het internet, snel voorbijgaan kan dat juist heel fascinerend zijn, maar voor je het weet word je door een wolf in schaapskleren verleid. Dat is vooral het geval in situaties waar de dingen net iets te perfect werken. Of zaken die beschikken over een geheel eigen artistieke spraak. Dan is wantrouwen op zn plaats, alleen hoe vind je de weg terug? Dan begrijp je eigenlijk wel waarom sommige werkelijke kunstenaarsinitiatieven de behoefte hebben aan een jaarlijks pak op de broek als ze zich door een flauwekul rondtetterende voorzitter van het Mondriaan-fonds op de nieuwjaarsreceptie in het Stedelijk laten kleineren.
Want wie meet ons de maat in Cyberspace?
Voor wie dat nog niet wist: geen staatssecretaris, geen kunstenaar-directeur, geen subsidiegevende instelling, maar een marktgericht software-paket: Flash!
III
Flash?
Als er iets is dat de kunstproductie op het internet bepaald is het Flash. Flash is ook een beetje God, en dat roept natuurlijk duivelse sentimenten op. Je moet je wel gaan verzetten tegen zon dwingeland, zoals ooit eerder kunstenaars ook tegen de dominantie van doek en penseel van de schilderkunst opstonden. Maar in je opstandigheid moet je tegelijk de kracht van de Ander erkennen. En die is inderdaad niet mis: een kunstenaar op het internet kan niet zonder Flash.
Voor de niet-ingewijde: Flash is een computerprogramma dat je de democratische variant van de tekenfilm zou kunnen noemen, en wordt gebruikt door veel ontwerpers en kunstenaars op internet. Flash maakt alle bewegingen, in ruimte en tijd en in kleur mogelijk, dankzij een slimme vektorsystematiek. Je kunt eindeloos en naar eigen believen, nabootsende of geometrische vormen, in iedere gewenste vorm, kleur en sfeer aan het praten krijgen. Flash is het product dat meer dan welk ander product de visuele sfeer op internet bepaalt. Flash is het meest toegepaste werktuig bij het maken van een digitale tekenfilm. En wordt door niets zo goed gekarakteriseerd als door die ene metafoor, waarbij door het plaatsen van de ene transparante laag op de andere transparante laag er een werk tot stand komt. Precies dus alsof je aan een analoge bewegende tekenfilm werkt. In zekere zin word je als een werknemer in de oude filmfabriek van Walt Disney die hogerop is gekomen en nu zijn eigen tekenfilmfirma heeft. Of je voelt je gelijk aan die fameuze Hollywood filmgenerique ontwerpers uit de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Walt Disney dus en Saul Bass: zij blijken de belangrijkste klassieke pre-Flash stijlontwerpers te zijn.
Over Flash kun je je kwaad maken, zoals je dat ook doet over culturele marktonderzoeken. Als je alles probeert te vatten in publieke verlangens en gebruiken, en daar vervolgens je werkzaamheden op afstemt, zoals de cultuurpolitiek vandaag de dag in het echte leven doet, gaat alles langzaam maar zeker steeds meer op elkaar lijken. Daar maak je dus absoluut geen Kunst mee. Flash zit een beetje hetzelfde in elkaar: een artistiek product dat aan ieders verlangen wil voldoen. Met een commerciële opzet, waarbij het marktproduct zelf tegelijk zijn eigen marktonderzoeker is. Door een uitgewogen marktstrategie is Flash erin geslaagd de cybermarkt te monopoliseren. Uitganspunt was daarbij dat je het gevoel hebt dat alles mogelijk is, zonder precies in de gaten te hebben dat je uiteindelijk tot een bepaalde sfeer gedwongen wordt en langzaam in een strak stramien vast bent komen zitten.
Wat je dus heel vaak ziet, zijn de virtuele galeries, musea, kunstenaarsinitiatieven. Zoals bijvoorbeeld www.dalefrank.com. Een kunstenaar die ooit nog in Amsterdam gewoond heeft, nu in Australië zit en via zijn site zijn schilderijen aan de man brengt. Hij kan bij wijze van spreken er elke dag ander schiderijen neerhangen, of gewoon zijn white cube laten voor wat het is en een white cube exposeren. Of er werk van anderen neerhangen. (Misschien een goed advies voor subsidiegevers: in plaats van een subsidie voor weinig gelukkigen, gewoon voor alle jonge kunstenaars een pakket van die software, geïnstalleerd op een mooie laptop. Gratis en voor niets! Iedereen zijn eigen kunstenaarsinitiatief!)
Wie Flash of Director, de direkte voorganger ervan, nog niet kent moet maar een demo downloaden (www.macromedia.com) en onder Google zoeken naar files met de extensie .swf of .dir. Ze bekijken en dan, als ze je bevallen, hun binnenste proberen open te leggen. Waarbij je dan meteen tegen een ander ergernis op zult lopen. De meeste kunstenaars immers die het programma gebruiken zijn zo flauw dat ze hun uiteindelijke werk stevig afgrendelen. Voor wie van lezen houdt is dat een vreemd verschijnsel: in een boek ligt alles open, is alles heel precies te controleren, de schrijver schrijft zoals ie schrijft. Maar Flash & Director beschikken over technieken waardoor je de artistieke handgrepen die je gebruikt kunt afgrendelen en de kijker geen inzicht geeft in je artistieke uitgangspunten. Dat is ontzettend irritant: Als ik Sein und Zeit van Heidegger lees, ligt het aan mij of ik begrijp wat er gebeurd, Heidegger legt al zijn kaarten neer, dwangmatig zou je zeggen, in zijn steeds verdere verklaringen en notenapparaat. Daar zit m zijn truc in: probeer hem maar eens op al zijn uitweidingen te volgen! Pas als je daarin slaagt ben je als lezer zijn man. Dat geldt dus zo ongeveer voor alle literatuur. Maar iedere zoveelste kunstenaar op internet die een leuk filmpje in elkaar knutselt, houdt gewoonlijk alles achter de hand, als betrof het een staatsgeheim van een atoommacht. Deerniswekkend en weerzinwekkend, verontrustend en tenenkrommend ergerlijk.
Gelukkig, je kunt op internet een programmaatje als dirOpener downloaden, waarmee je wat oudere files gedeeltelijk kunt kraken en gedeeltelijk kunt nagaan wat de maker daar eigenlijk heeft neergezet.
Maar dat neemt de pretentie en hoofvaardij van de internet-kunstinitiatieven allerminst weg.
IV
Het moge duidelijk zijn, over de virtuele initiatieven van Flash & Director kun je je al even druk maken als over de aanpak van de echte bestaande. Beide omhelzen een marktgerichte aanpak: de ene koestert een klungelige marktgerichte variant die belachelijk is, de ander een echt professionele die er dan ook in slaagt een ongebreidelde ambitie tot een wereldwijd succes te maken. Maar ik wijs beide opties vanuit mijn artistieke en democratische opvattingen eigenlijk af. Dat ik daarbij Flash & Director vanwege, nu ja, hun democratische karakter nog het initiatiefrijkst vind, is daarbij een ander punt. Flash & Director zijn er voor iedereen, hanteren geen onduidelijke ballotage zoals de echte kunstenaars. Als je een pakket koopt, of er een van iemand leent, zit je goed, je moet er nu zelf wat van bakken maar wordt niet gehinderd door het socialistische principe van het marktgerichte denken van het Mondriaanfonds.
Paul Groot |