klik op cover voor pdf nummer 23
CLICK ON COVER FOR PDF ISSUE 23

Inhoud

1 Cover
Harold de Bree

2 Redactioneel, inhoudsopgave
en colofon

3+4 Jan Maarten Voskuil
Spiegel van het heden
beeld: Rob Scholte, Roy Lichtenstein

5 Fredie Beckmans
In de schaduw van de toekomst
beeld Roland Sips

6+7 Kees Koomen
Dran, drauf,drüber!
beeld Harold de Bree

8 Fredie Beckmans
Zwarte Kracht Vooruit
beeld Moppy Beckmans

9 Jacolijn Verhoef
In Between, Transition

10+11 Marianne Vollmer
Gesprek met Pieter W. Postma

12+13 Jaap Lisser
Terug naar de toekomst?

14 Tiers Bakker
De stralende toekomst
beeld Mikhail Fiodorovich Larionov

15 Kasper Jacobs
Electric Star on Mars
tekst Frank Koolen

16+17  Ine Dammers
interview met Peter Luining

18+19 Frank Lisser
Nederland als uitgevallen kerstboom

19  Diederick van Kleef
Raadsel

20  Franck Gribling
Jan Henderikse/ Acheiropoieta

21 Philip Fokker
EJECT, HKU Eindexamenexpositie 2010
beeld Danne Bak, Bas van Oerle

24 Ivan Puig
Hasta  las narices
Haus der Kunst, Guadalajara, México

Gelovigen rond het jaar duizend dachten dat 1033 het cruciale jaar was, dan zou Jezus terugkeren op aarde en met de goeden opstijgen naar de hemel. Een kleine duizend jaar later bij het vallen van de Muur kondigde Francis Fukuyama onder luid protest Het Einde van de Geschiedenis aan. Sommigen dachten misschien dat het nu echt vrede op aarde zou worden. Maar alles ging gewoon op de oude voet verder.
Over toekomst zou dit redactioneel moeten gaan, maar het woord blijft als een visgraat in mijn keel steken. Over wat voor toekomst zou het dan moeten gaan? De toekomst is onvoorstelbaar. Het enige zekere is dat over drie miljard jaar aarde en zon vergaan. Soms breekt het angstzweet me uit als ik daaraan denk. Maar verder is alles onzeker en pakt het doorgaans anders uit dan toen toekomst nog toekomstmuziek was. Arthur Schopenhauer schreef: ’Ons bestaan rust op geen ander fundament dan op het heden dat voorbijgaat. Het neemt dus de vorm aan van voortdurende beweging, zonder dat de rust waar wij naar streven, mogelijk is. Het lijkt op een man die de berg afrent, die zou vallen als hij probeerde stil te staan.’
De uitkomst van denken over toekomst kan niet anders dan een fantasie zijn. Dat is bij uitstek het terrein van de kunstenaar, bankier, oplichter en politicus. De meeste mensen willen een Toekomst Konijn dat met veel glitter, tralala en veren uit de hoed springt en ze betovert. In plaats van een roze konijn springt er echter vaker een bloedstollende Hyena uit de hoed.

Elke tijd creëert zijn eigen toekomstbeeld. Bijna zonder uitzondering zeggen die ideeën meer over de tijd waarin ze bedacht werden, dan over wat er echt gebeurde. Maar mensen houden van de belofte van de toekomst, ook al is de toekomst net een nat stuk zeep dat uit je handen glipt. Misschien is het een verlangen naar het eeuwige leven.
En om Schopenhauer nogmaals te citeren:’ Ruimte en tijd zijn alleen maar vormen van onze manier van beschouwen.’

Toekomstbeelden zijn het drijfijs van onze verbeelding. Drijfijs dat midscheeps de ziel dodelijk kan verwonden.
En de kunst? Hoe zal het daarmee gaan? Het beste antwoord op deze vraag is wat Ramsey Nasr, Dichter des Vaderlands, schreef: ’uit nutteloze noodzaak schiep kunst de mens.’
RB

Jan Henderikse, Zonder titel, Hessenhuis, Antwerpen, 1962.
Installatie groente kratten, Versie Stadtgalerie,Kiel, 2007. Foto Franck Gribling

‘Jacolijn Verhoef
In Between’ en ‘Transition’ zijn gemaakt in China. ‘In Between’gaat over migranten die hun dorpen hebben ingeruild voor de stad om een betere toekomst op te bouwen. De werken tonen het verschil tussen hoop en realiteit. In In Between houden boeren een eigengemaakte collage omhoog, die hun verwachtingen weergeeft, terwijl ze voor hun uit gevonden materiaal gebouwde woning staan. Steden in China veranderen snel en veel mensen worden gedwongen om hun huizen te verlaten zodat er nieuwe appartementen gebouwd kunnen worden.

link naar
vorige nummers

homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

Spiegel van het heden
Over kopiëren, hommages, appropriation en reenactment

Stapeling van kennis, daar ontbreekt het aan in de beeldende kunst, zei Rutger Wolfson destijds bij zijn aantreden als directeur van de Vleeshal in Middelburg. Hoe anders, betoogde hij, is dit in de wetenschap, waar nieuwe vindingen wereldwijd gepubliceerd worden en waarop andere wetenschappers weer verder kunnen. Maar is dat zo. Is de beeldende kunst niet een internationaal terrein, waar musea, kunstenaars, curatoren en publiek elkaar voortdurend volgen en op elkaar reageren.

Sla de kunstgeschiedenis er maar op na. Zonder Carravagio en Utrechtse schilders die het chiaroscuro naar Nederland brachten zou Rembrandt, Rembrandt niet zijn. Zouden wij van Gogh kennen zonder de invloed van de Haagse school en de impressionisten, en Mondriaan zonder de invloed van de kubisten? Tegenwoordig, met het internet, kan iedereen ter wereld elkaar nog beter volgen. De hele kunstgeschiedenis is een continuüm van stapeling van kennis en kunde, waar kunstenaars hun invloed en bestaansrecht aan elkaar ontlenen. Autonomie is slechts een romantische utopie.
Hoewel, het 'streven' naar eigenheid en originaliteit is natuurlijk wel van grote invloed geweest op het van ontwikkelingen en stromingen in de moderne tijd. Kunstenaars in de achttiende eeuw konden roem vergaren met het knap kopiëren van beroemde voorgangers. In de moderne tijd komen kunstenaars daar niet mee weg. Van hun wordt tenminste een schijn van eigenheid verwacht.

eerbetoon
Omdat iedere kunstenaar ergens wel weet dat hij schatplichtig is aan deze of gene, zal het van binnen soms wringen. Hoe ga je om met de last van de kunstgeschiedenis? Tot ver in de jaren zeventig getuigden kunstenaars van hun grote voorbeelden met een eerbetoon of een ‘Hommage’. Begin jaren negentig werkte ik in een veilinghuis. De hommages, ooit gemaakt in de jaren zestig of zeventig, die ter veiling werden aangeboden, waren talrijk. Vooral Picasso en Matisse schenen populair bij kunstenaars die in de jaren vijftig massaal naar Parijs waren getrokken. Het begrip ‘Hommage’ is daarmee niet alleen een individuele getuigenis van kunstenaars, het geeft ook een tijdsbeeld. In het woord 'Hommage' weerklinkt niet alleen de betekenis, maar ook de herkomst; Frankrijk, Parijs, het naoorlogs centrum van de moderne kunst in Europa. Daarmee zegt een titel als hommage aan Picasso meer dan de persoonlijke waardering die de kunstenaar heeft met zijn voorganger. In al z'n eenvoud zegt de titel iets over de context, de tijd en plaats waarin een werk is gemaakt. Zo kun je in een hommage de houding lezen van het ontzag voor grote voorbeelden. Kunstenaars worden op een voetstuk geplaatst. De moderne tijd is niet alleen het omverwerpen van het oude, het is ook het vereren van het grootse. Het aanbidden van helden, analoog aan hoe mensen in dezelfde periode massaal ideologieën aanhingen.

copy and paste
Het begrip appropriation heeft in de jaren tachtig de hommage naar de achtergrond verdrongen. Met appropriation wordt gedoeld op het 'gebruik' van bestaand materiaal, of liever het zich toe-eigenen van beelden of teksten van anderen. Typerend is bijvoorbeeld het zelfportret dat Rob Scholte destijds maakte; een schilderij van een copyright teken. Scholte eigende zich het recht toe om beeld van anderen te hergebruiken, door te knippen en te plakken, en daar een nieuw, eigen beeld van te maken. De praktijk van het zich toe-eigenen gaat natuurlijk veel verder terug dan de jaren tachtig. Marcel Duchamp was, zo zou je kunnen zeggen, een appropriation kunstenaar avant la lettre, maar het is veelzeggend dat in de jaren tachtig nieuwe terminologie voor deze praktijk in omloop kwam en mode werd. Het was in deze periode niet meer nodig om je waardering voor je voorgangers uit te spreken. Je hoefde je niet te legitimeren, want dan kon je wel bezig blijven. Ieder beeld was tenslotte wel te herleiden tot een ander beeld. De kunstgeschiedenis werd tot een knipselmap waarmee kunstenaars hun eigen verhaal konden vertellen, zonder bronvermelding. ‘Je eigen ding doen’, het is een typerende karakterisering voor de kunstpraktijk in het Ik-tijdperk dat jaren tachtig en negentig beslaat en misschien is het ook wel typerend voor het definitieve einde van het post moderne tijdperk dat onlangs de uitspraak ‘je ding doen’ tot grootste taalergernis van 2009 is uitgeroepen
.

Jan Maarten Voskuil

lees meer >>>>> klik op de cover en ga naar pagina 4

 

Peter Luining, 2010, screenshot van interactieve Flash movie met geluid.

Zie PDF, pagina 16 voor interview
Internet als platvorm
interview met netkunstpionier Peter Luining