klik op cover voor pdf nummer 28
CLICK ON COVER FOR
PDF ISSUE 28

Inhoud

1 John Körmeling
Menno Paviljoen Middelheim
detail

2 Redactioneel, inhoudsopgave en colofon

3+4 Frank Lisser
Hergebruik en werkelijkheid

5 Lucassen
Real Hostie

6+7 Rob Perrée
Diana Blok -  Time Tells

8+9 Jan Maarten Voskuil
Het aura van de remake

10+11 Fredie Beckmans
Dooddoetleven

12+13 Edward Kienholz
The Beanery

14+15 Ine Dammers
interview met Lon Robbé  

16 + 17 Robert Broekhuis
Brief aan Ger van Elk

18+19 Ronald Ruseler
Op een andere manier naar hetzelfde kijken
beeld
John Körmeling

20+21 Kees Koomen
Zeger Reyers

22 Franck Gribling
boekbespreking Floor van Keulen

23 Carel Visser

24 Wang Zhiyuan,
Waterval, 2012

ARCHIEF
link naar vorige nummers

nutteloos
woede
natuur
rusteloos
toekomst
homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

EEN FAMILIEGESCHIEDENIS
VERBEELD

n 1986 maakt Diana Blok een zwart-wit portret van haar ouders. Het is meer dan een bevroren moment. Mede door de symboliek – de vissen en de wijnglazen – sluit het aan op een eeuwenoude portrettraditie. Verder weet het in de houding van de twee hun liefdevolle relatie vast te leggen. Die houding laat tevens zien dat ze zich vrij en op hun gemak voelen als de foto wordt gemaakt. Blok laat haar ‘modellen’ in hun waarde. Ze voelen daardoor niet de behoefte om een pose aan te nemen. Haar vader overlijdt in 1998, haar moeder in 2005. Diana Blok wil na het overlijden van haar moeder een project wijden aan haar familiegeschiedenis. ‘Time Tells’ moet de titel worden. Als eerbetoon aan haar ouders, maar ook omdat die geschiedenis geen gewone is. Haar vader is Nederlander van geboorte, haar moeder Argentijnse. Omdat de vader in diplomatieke dienst is, hoort verhuizen bij de normale gang van zaken. Voordat Blok op haar tweeëntwintigste (vooralsnog definitief) naar Nederland gaat, heeft ze in vier verschillende landen gewoond, zich aan vier verschillende situaties en culturen moeten aanpassen...
. >>> lees verder op pagina 6 van pdf

CRADLE TO
CRADLE

Susan Sontag vond dat de mensheid verzoop in een overvloed aan beelden. In 1978 stelde ze voor om maar te stoppen met beeld te maken. Er was tenslotte meer dan genoeg. Het lijkt ons een nogal onzinnig voorstel. Je zou net zo goed aan mensen kunnen vragen om te stoppen met ademen. Kunst, fotografie, film, nieuws. Er zijn eindeloos veel beelden die van de wereld verslag doen. Sommige van die beelden zullen in de toekomst iconen worden die hun tijd verbeelden. Anderen zullen wegzakken in de vergetelheid. Net zoals de tienduizenden schilderijen die staan te verstoffen in de depots van musea. Deze wereld is er een van beeld. Onze hersenen hebben zich allang aangepast aan die overdaad. Feilloos pikken ze die beelden uit de visuele vloedgolf die van belang zijn. We zijn niet immuun, blind en ongevoelig geworden voor die overdaad maar getraind in het maken van supersnelle keuzes. Het brein past zich aan de omstandigheden aan. Of die overdaad aan beeld een rol speelt bij de keuze van sommige kunstenaars om met bestaande beelden of materialen te werken is onduidelijk. Maar al sinds de jaren zestig van de vorige eeuw zijn er kunstenaars die alledaagse banale materialen hergebruiken en zo min mogelijk ingrijpen. Met hun werken wilden ze het onaanzienlijke zichtbaar maken en het bewustzijn stimuleren. En ook nu zijn er kunstenaars die werken maken van dingen die er al zijn. De een doet dat vanuit maatschappelijke en ideologische motieven en de ander intuïtief. Sommigen gebruiken bestaande materialen, anderen afval, of hergebruiken ideeën. Die voorwerpen krijgen zonder uitzondering door de andere context een nieuwe betekenis. Niet alleen kunstenaars doen aan hergebruik. Zo schijnt Sotheby’s Damien Hirst verleid te hebben remakes te maken voor de roemruchte veiling ‘Beautiful Inside My Head Forever’ in 2008. Opbrengst 200 miljoen euro. En tentoonstellingsmakers maken remakes van ooit spraakmakende tentoonstellingen. Zo gaat Germano Celant in 2013 ter gelegenheid van de 55ste verjaardag van de Biënnale van Venetië ‘When Attitudes Becomes Form’ de beroemde tentoonstelling over conceptuele kunst uit 1969 nog eens dunnetjes overdoen. Het is wel zeker dat de schok van het nieuwe niet meer optreedt. Dus wat is de zin ervan? Het beschouwen? Wat was nou rotzooi en wat heeft de tijd doorstaan?

'Time Tells' een nieuw project van Diana Blok Rob Perrée

Hergebruik en werkelijkheid
Frank Lisser

Op het industrieterrein van Weesp zijn de locale Bouwmarkt en de Gewestelijke vuilstort elkaars buren. Elke zaterdag wordt er een grote optocht gehouden van auto’s met aanhangwagens. De ene helft haalt nieuwe schuttingen op terwijl de andere helft afgedankte schuttingen een deur verder weer weg brengt. De groep Ophalers en Wegbrengers is al jaren ongeveer even groot. Zelfs nu tijdens de crisis vinden er geen veranderingen plaats: geen spontane ruilhandel van oud hout of een hergebruikmarkt. Het blijft bij een gestaag toenemende uittocht van nieuwe schuttingen, tuinmeubels, vloeren en schuren en een intocht van een zelfde hoeveelheid versleten schuttingen, tuinmeubels, vloeren en schuren. ...
Lees verder op pagina 3 van PDF >>>>>>>>>

Edward Kienholz, The Beanery
Na een schitterende restauratie weer te zien in het Stedelijk Museum

Het schilderij Città Ideale van Piero della Francesca biedt uitzicht op een groot, leeg en geordendend plein. Stilte en rust heerst in schematische orde. De opzet is symmetrisch. Een ronde tempel, die doet denken aan het Tempieto van Bramante in Rome, domineert de compositie. Het schilderij nodigt uit om in stille verwondering op het plein rond te lopen. Er lijkt niets aan de hand. Ver van chaos en ordeloosheid biedt het tafereel een harmonieuze aanblik.
In 2010 bouwt John Körmeling het Nederlandse paviljoen ‘Happy Street’ op de wereldtentoonstelling van Shanghai in China. Een achtbaan in de vorm van een snelweg met aan weerskanten huizen in diverse stijlen. ‘Happy Street’ is net zo’n ideale stad als de Città Ideale van Piero della Francesca, alleen ben je nu op de kermis beland. Geen stil en verlaten plein, maar stadsgewoel. ‘Happy Street’ geeft de straat haar traditionele functie van sociale en economische ontmoetingsplek terug.

John Körmeling (1951) is opgeleid als architect. In Nederland staat hij bekend als een tegendraads en eigenzinnig beeldend kunstenaar. Hij is zo’n beetje de lastpak en speelse criticaster van architectonisch en planologisch Nederland. Onorthodoxe ideeën en ongebruikelijke invallen typeren zijn werk. Illustratief is zijn ‘Drive in Wheel’. ‘Met je eigen auto in het reuzenrad’, is het motto van een kermisattractie, die de bezoekers een prachtig uitzicht biedt over de stad.
>>>> lees verder op pagina 18 PDF

Op een andere manier naar hetzelfde kijken
Over het werk van John Körmeling
Ronald Ruseler
Het  persoonlijke destilleren uit het onpersoonlijke
interview met Lon Robbé - Ine Dammers

Lon Robbé maakt fotowerken en videofilms. Centraal staan vragen over onze waarneming en over de invloed van de technische media daarop. Zo maakte zij een video-installatie met het oog van een nijlpaard en het oog van een hond. De ogen bewegen omhoog, omlaag, maar elkaar zien zij niet. In het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem toonde zij ‘Lost’, piezoprints (2010-2012), weidse panorama’s van berglandschappen waarin de harde vormen van de pixels op afstand ineenvloeien tot atmosferische voorstellingen.
lees verder pagina 14 van PDF >>>>>>>>>>>>

Floor van Keulen
Tekenen als performance
Franck Gribling

Tekenen is het nalaten van sporen. De bewegende hand tekent met potlood, of een ander materiaal, meestal op papier, maar het kan op elke ondergrond of oppervlak in de omgeving, als jet met een spuitbus uitgevoerde graffiti op de muren van de stad bijvoorbeeld. Tekenen is een primaire fysieke uiting. Er is een geheimzinnige samenhang van hand en oog, van hand en verbeelding. Het resultaat is een blijvende getuigenis van menselijke aanwezigheid, een teken van bestaan. In die zin is een tekening altijd de uitkomst van een handeling, een ‘performance’.

Dat lieten kunstenaars als Pollock en Mathieu al in de jaren vijftig van de vorige eeuw zien. Hun schilderijen waren in feiten grote tekeningen, uitgevoerd in action, als performance avant la lettre. In het geval van Pollock gebeurde dat nog in de afzondering van zijn atelier, vastgelegd door de fotograaf Hans Namuth. Mathieu trad echter in het openbaar op voor een publiek. Lees verder op pagina 22 van de PDF >>>>>>>>>>>>

Beste  Ger, Zullen we naar New York gaan? We hebben allebei de pest aan vliegen daarom stel ik voor om met een vrachtschip te gaan. Dan eet je samen met de bemanning. Gehaktballen met piccalilly, nasi goreng of macaroni met ham en kaas. Jij weet wel hoe dat aan boord toegaat, jij hebt in je jonge jaren als ketelbinkie gevaren. Heb ik je ooit verteld dat ik toen ik zeventien was ik een monsterboekje heb aangevraagd. Dat kwam natuurlijk door de bloedstollende oorlogsverhalen van mijn stiefvader hoe hij als matroos met het Oerlikon kanon een Messerschmitt uit de lucht schoot. Ik heb nog een prachtfoto van hem op het dek van een schip samen met stel van die ruwe zeebonken. Een van die kerels heeft een baby op de arm. Mijn stiefvader staat helemaal rechts. Ger ik weet niet precies hoe lang de reis duurt, ik schat een dag of tien. Als we nou een iPod meenemen kunnen we de pianoconcerten van Bach beluisteren.

En bij zonsondergang maken we een wandeling over het dek, hangen over de reling en spugen in de golven. Eigenlijk moet je daar zo’n dikke Havanna sigaar bij roken.Het vertrek van een schip vindt ik altijd groots. De commando’s die geschreeuwd worden, het gebulder van de motoren, de trossen die worden losgegooid en dan heel langzaam komt het schip los van de rede. En daar ga je dan. Adieu. Maar het aller allermooiste van varen vind ik als je wazig aan de horizon de kust ziet opdoemen. Als we dan volgevreten van de Zeelucht, Bach en Gehaktballen aanmeren in de haven van New York gaan we Japans eten bij Brushstroke in Hudsonstreet. Kok Isao Yamado kookt zo lekker dat het bijna obsceen is.
Ger je zou op onze zeereis twee vliegen in één klap kunnen slaan. Zo langzamerhand lijkt het alsof de kunstwereld inmiddels heeft begrepen dat het bij conceptuele kunst om het idee gaat en dat het oorspronkelijke werk de materialisatie was van dat idee en dat je het dus gewoon opnieuw kunt maken. Lees verder op pagina 16 van de PDF >>>>>>>>>>>

Zeger Reyers en de menselijke natuur Kees Koomen
Het credo ‘Natura artis magistra’ (natuur is de leermeester der kunsten) dat eeuwenlang voor kunstenaars gold heeft in de laatste decennia aan geldigheid verloren. Het idee lijkt achterhaald dat een kunstwerk gemaakt wordt om daarna onveranderd ergens getoond te worden, waarbij het in de loop van de tijd alleen nog maar door de interpretatie ervan aan verandering onderhevig is. Recent bestaat een neiging om creatieve processen inzichtelijk te maken in tijdelijke projecten waarin dergelijke fenomenen te volgen zijn. De resultaten daarvan zijn niet per definitie voor de eeuwigheid gemaakt. Daarnaast is na de opkomst van performancekunst en de idee van Joseph Beuys over sociale sculpturen een vorm van kunst ontstaan die over interactie en intermenselijke relaties gaat.
Lees verder op pagina 20 van de PDF >>>>>>>>>

La Nouvelle Piece
brief aan Ger van Elk Robert Broekhuis
Het aura van de remake Jan Maarten Voskuil
In de recente overzichtstentoonstelling over de nulbeweging in het Stedelijk Museum Schiedam stonden diverse werken uit de jaren zestig die opnieuw waren uitgevoerd; een kartonnen wand van Jan Schoonhoven, een krattenmuur van Jan Henderikse, een water plafond van Henk Peeters en de ‘ruimtelijke toevalsstructuur’ van herman de vries (altijd zonder hoofdletters). Natuurlijk; het is volkomen legitiem en in de lijn van het conceptuele karakter en de intentie van veel nul werken. De werken moeten er fris uitzien als in de schappen van de Hema, beweerde Henk Peeters ooit. Toch voelt het voor de gemiddelde bezoeker ook een beetje raar zo'n ‘oud’ beeld. Het voelt als nu, als nieuw. Zou men het hagelwitte werk van bijvoorbeeld herman de vries een patin van de tijd hebben gegeven, een beetje vergeling en wat stof erop, dan zou het misschien anders voelen, maar zoals het daar hing: fonkelnieuw blonk het en dat is ook de bedoeling.

Al in 1936 schreef Walter Benjamin in zijn essay ‘Het kunstwerk in de tijd van zijn technische reproduceerbaarheid’,’... Het originele unieke kunstwerk heeft ten opzichte van zijn kopie iets wat je aura zou kunnen noemen. Het aura is bij een kunstwerk tijdgebonden. De kopie zo betoogt Benjamin maakt het kunstwerk los van zijn traditie; het actualiseert het gereproduceerde.’ Een mooier voorbeeld van deze actualisering van het kunstwerk kun je niet vDat het niet alleen om de uitvoering van een werk gaat, of het met de hand vervaardigt of technisch gereproduceerd werd, maar juist om de oorspronkelijkheid van de idee en het moment in de inden dan de remake van een herman de vries' sculptuur.

geschiedenis waarop dit idee geponeerd of geëxposeerd wordt, was in de jaren dertig wel bekend. De urinoir van Duchamp was toen al bijna twintig jaar oud en de ready made was inmiddels een gegeven. Maar op geen enkele wijze is de ready made een ontkrachting van het aura van Benjamin. Het is zelfs een bevestiging van dat aura, door de omkering die erin zit. Eerst is er het seriematig vervaardigde gebruiksvoorwerp, volledig actueel en overal vindbaar. Vervolgens is er de kunstenaar die het werk ‘historiseert’ door het tot kunstwerk te bestempelen, het al dan niet letterlijk te signeren en te dateren, het de-actualiseert in termen van Benjamin.

Het incident krijgt de status van een relikwie
Zelfs voor Duchamp moet het aanvankelijk een brug te ver zijn geweest om zijn urinoir opnieuw te maken. Pas in de jaren vijftig en zestig wilde hij kopieën autoriseren. Was hij in geldnood of was pas toen de tijd er rijp voor? Overal in de kunstwereld werd het ‘origineel’ ter discussie gesteld. De ready made werd gemeengoed bij de Nieuwe Realisten in Frankrijk en bij de nulbeweging in Nederland. In Warhols Factory werd de massaproductie op zichzelf kunst. Van de zeefdrukken die in de Factory werden geproduceerd bestaat geen origineel; ze zijn het origineel; de gehele oplage. In een dergelijk klimaat, waarin geld verdienen onder omstandigheden ook een artistieke legitieme pose kon zijn, werd het maken van een remake een mogelijkheid.

Maar het is vooral de conceptuele kunst, waartoe je het werk van herman de vries zou kunnen rekenen, die bewust het kunstwerk zijn aura tracht te ontnemen door de uitvoering.
Lees verder op pagina op pagina 8 van de PDF >>>>>>>
Happy Street, Wereldtentoonstelling Shanghai, 2010
Fredie Beckmans, All Souls

Michael Rakowitz liet marmeren boekimitaties maken van middeleeuwse boeken van de bibliotheek van het Fridericianum die verloren waren gegaan tijdens het bombardement in 1941.
Documenta 13, 2012