klik op cover voor pdf nummer 29
CLICK ON COVER FOR
PDF ISSUE 29

Inhoud

1 COVER FOTO Larissa Kikol

2 Redactioneel, inhoudsopgave en colofon

3 Daniil Charms
beeld Bruno Munari

4+5 Franck Gribling
Alfred Eikelenboom en
de utopie van de schoonheid

6 Atte Jongstra
Paradijs:met of zonder aarsmaden

7 Mihai Grecu
Coagulate, videostill

8+9 Ton Matton
Heterotopia Werkstatt Wendorf

10+11 Marianne Vollmer
Gesprek met Wim T. Schippers

12 Larissa Kikol
Berlijn in een nieuw jasje
vertaling Fredie Beckmans

13  Dick Verdult
Betaalbare waanzin

14+15 Fredie Beckmans
Tijdsmachinemonteur

16 + 17  Charl van Ark
Gezelschap 1994-2013

18+19 Frank Lisser
Vriendelijke man met de snor

20+21  Jan Bor
Toenemende verwondering
over de schilder Hans Landsaat

22+23  Margit Willems
Haus der Art Brut Kűnstler

24+25 Philip Fokker
Videogames in Moma

26+27  Jan Maarten Voskuil
Het licht-ruimte onderzoek
van Irwin en Turrell

28+29 Ronald Ruseler
Op een steenworp afstand

30+31 Ruedy Schwyn
Tijdswrijving
vertaling Fredie Beckmans

32 Adrian Paci
Centro di Permanenza temporanea

ARCHIEF
link naar vorige nummers

cradle to cradle
nutteloos
woede
natuur
rusteloos
toekomst
homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

VERGEZICHTEN

Niets is wat je niet herkent. Dat Niets zou een ander woord voor vergezichten kunnen zijn. Het zijn kunstenaars en wetenschappers die vergezichten tot leven wekken. Daarmee redden ze de wereld van herhaling en tredmolen. En dragen oplossingen aan voor onbeantwoorde vragen en onbekende verlangens. Rudi Fuchs zei ooit: ‘kunstenaars lopen op de smaak vooruit.’ Het onbekende dwingt je na te denken over wat eigenlijk de portee is van waar je naar staat te kijken. Er is echter wel iets paradoxaals aan de hand. De gemiddelde burger wil liever een impressionistisch schilderij boven de bank, een schilderij dat in 1880 nog een vergezicht was, dan zeg maar een klomp vet van Beuys in de hoek van de kamer, maar diezelfde burger is dolblij dat wetenschappers vergezichten ontdekken waarmee hun dodelijke ziekten kunnen worden bestreden. Het lijkt een eigenaardige vergelijking, maar wat voor de wetenschap geldt, geldt ook voor de kunst. Die bestrijdt namelijk de dodelijke verveling en laat zien hoe de wereld verandert. Dat betekent niet dat je al direct kunt begrijpen in welke zin die verandert, dat weten we misschien pas over vijftig jaar. De Italiaanse futurist Bruno Munari maakte in 1930 een fotocollage met de titel: Nothing is absurd for those who fly. Een titel als denkbeeld van de onbevangen blik naar het ongekende. Daarom is het de hoogste tijd voor de oprichting van een Beursgenoteerde Onderneming van Enthousiasten van Betaalbare Waanzin, Schroeven Zonder Schroefdraad en het Universele van Twintig Meter Knakworst… Vergezichten dus...

In dit nummer kunstenaars pagina’s van de Albanese videomaker Adrian Paci, Charl van Ark en Mihai Grecu. Frank Lisser schreef een kritisch commentaar over het gezwijmel over de  tentoonstelling van realistische Sovjetkunst in Assen. Marianne Vollmer interviewde Wim T. Schippers. Atte Jongstra vraagt zich af hoe het Paradijs er uit ziet en hoe je er terecht komt. Architect Ton Matton is een 'suburb-refugee' en trok naar het post-socialistische platteland in voormalig Oost-Duitsland. Fredie Beckmans verlangt naar schroeven zonder schroefdraad. Wie vindt die nou eindelijk uit? Filosoof Jan Bor licht het verband tussen het werk van de schilder Hans Landsaat en het taoïsme toe. Jan Maarten Voskuil bespreekt het werk van licht kunstenaars Robert Irwin en James Turrell. Veel auteurs van de Nieuwe waren op reis. Ronald Ruseler reisde door Australië en raakte in de ban van Aboriginal schilder Emily Kame Kngwarreye, die tegen de zeventig liep toen zij begon met schilderen. Philip Fokker bezocht in New York het MoMa dat videogames voor haar collectie heeft aangekocht. Margit Willems bezocht het Art Brut Museum Gugging in de buurt van Wenen.

James Turrell, Third Breath.
Alfred Eikelenboom en de utopie van de schoonheid
Franck Gribling

Het begrip Utopie, in 1516 door Thomas More als  maatschappelijke satire geïntroduceerd, is nauw verbonden met de revolutionaire bewegingen die vanaf het eind van de 18e eeuw, als resultaat van de Verlichting, een  andere maatschappij voor een ‘Nieuwe Mens’ nastreefden, uitmondend in twee twintigste eeuwse tegenpolen, het Communisme en het Fascisme. Die ideologieën zijn inmiddels in diskrediet geraakt, omdat het bereiken van de hooggestemde doelstellingen ten koste ging van het individu, dat er het slachtoffer van werd.

De vormgeving van utopische idealen is het terrein van de kunstenaar, de beeldende dromer bij uitstek. Boullée en Ledoux hielden zich in de tijd van de Franse Revolutie bezig met fantasieën over een tot de platonische essentie terug gebrachte architectuur. Het grafmonument voor Isaac Newton (1789) van Boullée bestaat uit een zuivere bol die inwendig toegankelijk is, als een universum in het klein. Zijn tijdgenoot Ledoux ontwierp voor zijn Ideale Stad Chaux in Arc et Senans eveneens een bolvormige tuinmanswoning. Ook de Russische Revolutie was aanleiding voor avant-gardistische projecten, zoals Tatlin's kinetische toren en de in de oneindige ruimte geprojecteerde suprematistische architectuurmodellen van Malevich. Zelfs onder Stalin, toen de Revolutie perverteerde, kreeg Jakov Tsjernikov in 1933 nog de gelegenheid zijn ‘101 Architectural Fantasies’ te publiceren, hoogtepunten van visionaire architectuur. >>>>>>Lees verder op pagina 4 van de PDF
Alfred Eikelenboom, Rode Muur, 1987, foto Franck Gribling
Kinderachtig en diepzinnig tegelijk,daar ben ik goed in vind ik zelf
Gesprek met Wim T.Schippers
Marianne Vollmer

De Dada-tijd was voor mij een eye-opener net zoals de happenings die uit Amerika kwamen en niet van rond het Lievertje wat mensen wel denken. Ze kwamen voort uit de NewYorkse beeldende kunsthoek Die gingen rare gebeurtenissen organiseren. Dat geschilder dat na de oorlog op gang kwam, dat expressionistische gedoe vond ik toch een beetje ouderwets. Het heeft hier altijd achtergelopen. Ik ben nooit officieel lid geweest van Fluxus. Daar had ik niet zo’n zin in. Dan heb je ineens verplichtingen.

Ik had werk verkocht aan het Stedelijke in m’n armoe. Leefde van gevulde koeken en pennywafels. woog nog 47 kilo. Ik verkocht tekeningen voor 1300.- gulden. Ik zal het nooit vergeten. Het hoofd van het prentenkabinet was daar heel blij mee. Vroeg wat ik nog meer maakte. Ik zei hem dat ik de baas wou spreken en dat was Sandberg. Zat ik helemaal onder de indruk in die kamer waar Sandberg langdurig zat te bellen.. Hij maakte hiervoor later nog zijn excuses, weet ik nog. Je bent onder de indruk zei hij. Als je maar een ding goed onthoudt: de kunstenaars daar draait het allemaal om. Hij vroeg wat wil je nou. Een tentoonstelling zei ik. Nou dat kon. >>> lees verder op pagina 10 van PDF

Het licht-ruimteonderzoek van Irwin
en Turrell Jan Maarten Voskuil

Eigenlijk had ik een stuk willen schrijven over Robert Irwin (Long Beach, CA, 1928), maar ik heb nog nooit een werk van Irwin in het echt gezien en bij mijn weten valt het niet mee om dat in Europa voor elkaar te krijgen. Zeker in Nederland is zijn werk niet terug te vinden in de musea. Met hoeveel gezag kun je dan iets over Irwin zeggen? Toch spreekt Irving tot de verbeelding als experimenteel kunstenaar, die radicaal het schilderen afzwoer. Niet omdat hij het schilderen een doodlopende weg vond, maar om zich juist op de

James Turrell, Third Breath
essentie van het schilderen te kunnen richten, met alle twijfel en zijwegen die hij heeft genomen. Peinzend over Irwin ontkom ik er niet aan om het ook over het werk van James Turrell (Los Angeles, CA, 1943) te hebben. Die andere grote lichtkunstenaar aan de Amerikaanse westkust. Hoewel de twee enige tijd nauw samenwerkten aan het eind van de jaren zestig, valt toch vooral op hoe wezenlijk verschillend hun kunstenaarschap is.
>>>lees verder op pagina 26 PDF