klik op cover voor pdf nummer 31
CLICK ON COVER FOR
PDF ISSUE 31

Inhoud

COVER FOTO Sef Peeters,
detail ikikikikikik

2 Redactioneel, inhoudsopgave en colofon

3 Henry de Montherland
beeld Andrea Freckmann

4+5 Fredie Beckmans
Vertrouwde omgeving
beeld Jon Naiman

6 Erwin Wurm
Freudsche Rektificierung

7 Rudy Kousbroek
Lolita
beeld Gregory Crewdson

8+9 Dorine van Meel
Dode pixels - Naakte vogels
beeld Laure Prouvost en Ed Atkins

10+11 Ine Dammers
interview met Sef Peeters

12+13 Nadia Plesner
Darfurnica

14 Philip Fokker
Op reis door het hoofd van
Marcel van Eeden

15  Lily van der Stokker
Kissy

16+17 Frank Lisser
Droomeilanden
beeld Edwin Zwakman

18 Gary Baseman

19 Toyisme

20+21 Joanna van der Zanden
Reinventing Happiness

22+23  Folkert de Jong
The Shooting Lesson

24 John Baldessari
Solving Each Problem As It Arises

HAPPY

De vreugdetranen springen je in de ogen als je op Facebook kijkt. Ongelooflijk zo goed als het met iedereen gaat. Fictie geëvolueerd tot werkelijkheid. Van veel zaken weten we natuurlijk wel dat het nep is, maar dat accepteren we zonder morren omdat het er nu eenmaal bij hoort zoals peper en zout in het eten. We hebben voor onze nieuwe werkelijkheid ook het pracht woord ‘virtueel’ als pleister op de wonde.
Ik herinner me een cartoon uit de jaren zeventig in The New Yorker waarop je twee beteuterde kinderen ziet die uit het autoraam van een Cadillac hangen en verbaasd naar hun drijfnatte vader kijken die in de stromende regen een lekke band aan het verwisselen is. De vader schreeuwt tegen de kinderen: ’Don’ t you understand? This is LIFE, this is what is happening. We can’t switch to another channel!’ Robert Day, de tekenaar had een vooruitziende blik. Geluk, fictie, waarheid en werkelijkheid. Je kon er natuurlijk vergif op innemen dat kunstenaars onze nieuwe bling bling werkelijkheid als onderwerp zouden nemen. Om het te ontrafelen, verder te mystificeren of te ridiculiseren. Andy Warhol zei het al: ‘Probeer niet echt te zijn, je hoeft het niet bij het rechte eind te hebben. Dat is kunst.’ Anno 2014 leven we in die kunstmatigheid. Maar filosoof Markus Gabriel zegt juist: ‘de virtuele werkelijkheid is niet minder werkelijkheid dan de werkelijkheid op straat.’ Die zin is zo lelijk dat je de bewering van de filosoof eigenlijk niet serieus kan nemen. Zonder vorm geen waarheid. Misschien is dat wel de vraag: ‘Wat is de waarheid van de virtuele wereld?’ En dan zijn we terug bij de kunst. Voor denkbeelden, grappen, voorstellen en (quasi)antwoorden…

De meeste stukken en kunstenaarspagina’s omcirkelen het thema van dit nummer.
Zo schopt schilder Nadia Plesner met haar schilderij Dafurnica tegen het zere been van de well to do. Kunstenaars die ook graag well to do willen worden, krijgen handige tips van John Baldessari. Gregory Crewdson toont een fictief beeld van midwest Amerika van de jaren vijftig. Verder kunstenaars pagina’s van Folkert de Jong en Lily van der Stokker. Ine Dammers interviewde Sef Peeters die met taal werkt. Dorine van Meel bespreekt het werk van Laure Prouvost en Ed Atkins. Van Rudy Kousbroek een meesterlijke miniatuur over ‘Lolita’ van Nabokov. Philip Fokker bezocht het Gemeente Museum in Den Haag voor het werk van Marcel van Eeden. Fredie Beckmans verhaalt over het werk van de Amerikaanse fotograaf Jon Naiman die Zwitserse boeren verleidde met hun vee in hun huiskamers op de foto te gaan.

 

DODE PIXELS-NAAKTE VOGELS
Dorine van Meel

Als onderdeel van de Max Mara Art Prize voor vrouwen toont de Franse kunstenaar Laure Prouvost (1978, Lille) in de lente van 2013 in de Whitechapel Gallery haar installatie: Farfromwords: car mirrors eat raspberries when swimming through the sun, to swallow sweet smells. Naast enkele sculpturale elementen (autospiegels en frambozen), bestaat het werk voornamelijk uit een video, Swallow, die wordt getoond in een kleine, ronde ruimte. De video toont een idyllisch zonovergoten landschap met een bergmeer, waar een aantal jonge, naakte vrouwen zich baden. De scène en de locatie doen denken aan schilderijen van de donkerharige nimfen van de Griekse god Pan. In het Engels, met een Frans accent, fluistert de kunstenaar ons toe: ‘This voice is the sun touching your face. (...) The rocks are naked. (...) The bird is naked.’ Helder zonlicht dwarrelt door de bladeren, in het meer drijven ananassen, zilveren vissen lijken te happen naar frambozen, in het dor groene gras ligt een verloren USB kabel. De beelden zijn duidelijk vanuit de losse hand geschoten en lijken al evenzeer te haperen als de fragmentarische wijze waarop ze zijn gemonteerd. De enige vorm van ritme wordt ingebracht door het steeds terugkerende – bijna abstracte – beeld van een mond die de frisse berglucht gulzig lijkt in en uit te ademen. . >>>>>>Lees verder op pagina 8 van de PDF

Laure Provost, Swallow 2013, 2013, videostill
Jon Naiman, Familiar Territory, #171 en # 163, 2012

DROOMEILANDEN Frank Lisser

Het woonplan achter mijn huis werd in 2007 aangeprijsd met het motto: ‘riant landelijk wonen aan het water onder de rook van de grote stad vanaf 475.000 VON’. Het bord in het veld toonde een digitale schildering met daarop een gelukkig jong gezin zittend op een bankje met uitzicht op het water met daarin een kleine zeilboot gelegen aan een steiger met zicht op hoge herenhuizen. Inmiddels is het huizenrijtje gevuld met jonge stelletjes, twee kleine kinderen en twee auto’s. De brede gracht op de tekening blijkt in werkelijkheid een soort binnenvijver te zijn en dus kan de zeilboot van de billboard er helaas niet aanmeren.
De gesuggereerde parkachtige achtertuinen, zo mooi geschilderd op de artist- impression, zijn in werkelijkheid niet groter dan 35 m2. Elke bewoner heeft inmiddels wel een steigertje voor een bootje gemaakt.

 

Vanuit mijn hoog gelegen werkplaats heb ik goed zicht op alle tuintjes en nu na vier jaar zijn de tuintjes helemaal ingericht. Er is een tuintje omringd door bamboeheggen vol met Boeddha beelden in combinatie met een buitenkeuken. Daarnaast ligt een strak tuintje met een hightech sproei-installatie en een natuurstenen zitkuil. Daarna komt er een met een complete speeltuin. Kosten noch moeite zijn gespaard bij het aanbrengen van elektronische gemakken en buitenverwarmingsinstallaties. Elk huishouden beschikt over een motormaaimachine die geschikt is voor een voetbalveld. Met grote verbazing heb ik de intocht in sneltreinvaart van een enorme hoeveelheid tuinmeubilair gadegeslagen. Hoe verschillend de vorm ook is, iedere bewoner heeft buitensporige hoeveelheden geld uitgegeven om deze 35m2 om te toveren tot een micro versie van een Koninklijke lusthof.

>>>lees verder op pagina 16 PDF

Mijn buurman is een boer met koeien en paarden, geiten en ganzen. Nooit verlegen om een praatje prees ik zijn jonge biggen die een paar weken geleden waren gearriveerd en er al lekker rond en mals uitzagen. Aan het begin van de lente krijgt hij ieder jaar vier biggen. In een mum van tijd slopen ze een heel weiland met hun gevroet. Hoewel ik van vlees hou is het toch iedere keer weer moeilijk later in het jaar een worst van die dieren te kopen.( Ik had eerst lieve dieren geschreven, maar dat klinkt zo sentimenteel.) Een worst met zo’n geschiedenis eet niet zo makkelijk weg. Ik vertelde mijn buurman over een bekende Amerikaanse fotograaf die ook in ons Zwitserse stadje woont. Hij vraagt overal aan boerenfamilies of ze niet met een van hun boerderijdieren in de woonkamer gefotografeerd willen worden. Mooie gedachte als je bedenkt dat in vroegere tijden mensen en dieren in een boerderij vaak in de zelfde ruimte woonden. Ooit is er een muur opgetrokken tussen woning en stal. Katten en honden mochten blijven maar de rest van de familie werd buitengesloten. De Amerikaanse fotograaf Jon Naiman was er zich van bewust dat hij een situatie had bedacht die menig boerenfamilie deed opschrikken. Een koe, een paard of ander boerderijdier wilde hij met de hele familie in de vertrouwde omgeving van de eigen woonkamer fotograferen. Daarvoor reisde hij door heel Zwitserland.

Jon Naiman heeft twee jaar geleden het boek Familiar Territory uitgebracht waarin al deze geënsceneerde foto’s zijn afgebeeld. Het is een dwarsdoorsnede hoe er op het Zwitserse platteland wordt gewoond. Bij bijna ieder interieur voel je wel een beetje dat het om bergmensen gaat. Veel meer hout in de woonkamer. En aan de beesten zie je ook wel dat ze een vrijer leven hebben genoten dan in een vergelijkbare Nederlandse omgeving. Het boek kwam twee jaar geleden uit in Zwitserland.

’>>> lees verder op pagina 4 van PDF

KUNSTENAARSPAGINA'S IN DE NIEUWE
ERWIN WURM
GARY BASEMAN
FOLKERT DE JONG
UP interview met Sef Peeters Ine Dammers

Sef Peeters(1947) gebruikt woorden, uitdrukkingen en dingen die vast zijn blijven zitten in zijn bewustzijn, en geeft daar op heel eenvoudige, vaak provisorische wijze een beeldende vorm aan. Deze woorden en dingen zitten dicht tegen het heel gewoon dagelijkse, vaak lijken ze zo maar ergens van straat opgepakt. Hij speelt met betekenissen, met leesbaarheid door letters van een woord in elkaar te schuiven, of met vormen van presentatie. In zijn eerste installatie zette hij de woorden ’Heavy as a bird’, zowel lichtheid als zwaarte worden in twijfel getrokken. Vanaf 1990 tot 2012 gaf hij les op verschillende kunstacademies.
Ook toen ik de woorden nog niet als beeldmateriaal gebruikte, waren ze vaak wel de aanleiding tot een werk. Toen ik een jaar in PS1 (NYC) verbleef, ben ik woorden als een beeldhouwer gaan gebruiken. De titel die eerst heel klein naast het werk hing, werd het werk. Mijn eerste tekst was: ‘fancy fence keeps my heart warm’. Ik heb toen ook stapelingen van letters gemaakt, een sculptuur vanaf de grond opgebouwd, bijv. in ‘Twin Towers’. Ik realiseerde me dat tekst vaak het begin van mijn denken naar een beeld was. Daarom leek het me logisch om eens een beeld direct uit tekst te maken.

Winnaar van de Ouborg prijs 2013 Marcel van Eeden begon rond 1985 met het (na)tekenen van oude foto's die voor zijn geboortejaar 1965 zijn gemaakt. Tot half februari was zijn werk te zien in het Haags Gemeentemuseum in het kader van de toekenning van de Haagse kunstprijs. Wie vluchtig naar de tekeningen van Marcel van Eeden kijkt, bijvoorbeeld beelden uit het boek Tales of murder and violence waant zich in een storyboard van een klassieke film noir. In het Haags Gemeente Museum is een enkele ruimte ingeruimd voor van Eeden's werk. De tekeningen hangen in groepen bij elkaar voorafgegaan door de naam van de collectie in witte sierletters: Sammlung Boryna. Deze naam komt ook op een van de eerste pagina's van het boek dat bij de Ouborg prijs hoort terug: Matheus Boryna, waarin hij samen met Oswald Sollmann in “An outlet Vaudeville Show” schittert. Samen met de botanicus K.M. Wiegand en archeoloog Oswald Sollmann is de psychiater Matheus Boryna een van de terugkerende protagonisten in van Eeden's werk.

De tentoonstelling bestaat uit een drietal zwarte muren met relatief kleine, veelal zwart wit tekeningen; bij binnenkomst in de zaal neig je naar een serieuze frons. Totdat je de werken van dichtbij gaat bekijken. De manier waarop de tekeningen zijn opgehangen doen denken aan de spatiëring die je in Amerikaanse comics ook tegenkomt: soms netjes op een rijtje, dan weer in verschillende maten en grootte. Het geeft de zwarte muren meteen al iets lichtvoetigs, een soort van verborgen bijschrift: Het is niet zo zwartgallig, kom gerust dichterbij.

>>>>>lees verder op pag. 14 PDF

OP REIS DOOR HET HOOFD
VAN
MARCEL VAN EEDEN Philip Fokker
Gary Baseman, Dumb Luck
Andrea Freckmann
Lotte und die Nachtfalter, 2013
Ed Atkins,
Us dead talk love, videostill, 2012
VERTROUWDE OMGEVING Fredie Beckmans

Edwin Zwakman,
Straatje, 2010, polyester 42 x 238 x 38 cm, 

Edwin Zwakman
Even later, 2001, c-print 160 x 320 cm

In New York werd ik door enorme hoeveelheden tekst omgeven, op straat, in de reclame, op verpakkingen. Mijn werken komen voort uit mijn ervaringen. Ze worden bepaald door wat ik beleef. Langzaam vormt zich het woord, of de zin, in mijn hoofd, gebaseerd vaak op het kunstenaar zijn in deze wereld. Eind jaren 90 maakte ik bijvoorbeeld het neonwerk UP. Eerst als een enkel UP- beeld; het knipperde irriterend. Ik voelde mij toen steeds meer opgedreven om maar te presteren. Bij Galerie Akinci toonde ik een groepje van 5 UP’s. Verrassenderwijs werkte het knipperen daar eerder aangenaam dan irritant.

Ik voel me nu als mens, maar niet zozeer als kunstenaar, stukken prettiger, gelukkiger dan toen ik jong was. In mijn werk spiegelt zich steeds hoe ik in de wereld sta. Aanvankelijk was mijn houding eerder die van afwijzing, een me terugtrekken op mezelf. Tegenwoordig ben ik meer de wereld toe geneigd, mijn werk heeft nu een andere verbinding met de omgeving. Toen ik begon mij te manifesteren legde ik makkelijk contacten in de kunstwereld, zowel in Nederland als Duitsland. Stichting De Appel speelde daarin een initiërende rol.

Nieuwe contacten leggen en oude contacten weer aanhalen, daar ben ik nu hard mee bezig. Dat is natuurlijk wel anders dan als je nog aan het begin staat. Wat ook anders is, is dat je zoveel ballast hebt, zoveel verleden als kunstenaar. Van mijn baan aan de academie ben ik met pensioen; dat geldt natuurlijk niet voor het kunstenaarschap, dat gaat door. Omdat ik een tijdlang druk was met lesgeven en coördineren, moest ik me in mijn beeldend werk heroriënteren. Het is momenteel wel een terugdenktijd, maar ook met de vraag’ hoe nu verder?

Hoe pak je de draad weer op? Een actie die ik in 2010 ondernam, was het plaatsen van een advertentie in Metropolis M, op de advertentiepagina, omdat kunstenaars die nu eenmaal als eerste opslaan. Tussen de overige advertenties stond mijn tekst DE KUNSTENAAR RUST. Voor de rest niets, het was geheel anoniem. Ik heb de advertentie tweemaal geplaatst. Na verloop van tijd heb ik een brief gestuurd naar een aantal kunstenaarsinitiatieven, met de vraag of zij een houten bank wilden kopen, daarbij ingesloten zat een afbeelding van Christus, rustend tussen de martelingen door, een Christusbeeld dat ik alleen maar uit Duitsland en Polen ken ‘Der Ruhende Christ’.
>>>>>lees verder op pagina 10 PDF

Nadia Plesner, Darfurnica, 2010, oil on canvas, 350x776

John Baldessari
Solving Each Problem As It Arises, 1967 Acrylic on canvas.

Lily van der Stokker,
"Kissy", ontwerp voor muurschildering, 1991, originele tekening in viltstift .
Afgebeeld: zeefdruk, 295 x 208 mm, editie 100 plus 10 A.P, uitgegeven door museum Tate St. Ives, Cornwall, 2010

ARCHIEF
link naar vorige nummers

copy and paste vergezichten
cradle to cradle

nutteloos
woede
natuur
rusteloos
toekomst
homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

Reinventing Happiness is een driejarig kunstproject, waarin het Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch met verschillende kunstenaars, museumbezoekers en inwoners van ’s-Hertogenbosch onderzoek doet naar nieuwe, sociale en duurzame vormen van geluk. Deelnemende kunstenaars zijn Frank Bruggeman, Sjaak Langenberg & Rosé de Beer en Jeanne van Heeswijk in samenwerking met theatermaker Paul De Bruyne Een ambitieus en experimenteel project met een open einde. Een reisverslag van het begin.

‘Goh zeg, had die persoon niet de volgende brug kunnen kiezen? Dan was ik tenminste op tijd geweest!’. Ik zit in de trein naar ’s-Hertogenbosch, onderweg naar de opening van Reinventing Happiness. Vlak voor de brug over de Maas staan we ineens stil.. Er volgt een dienstmededeling.  Er is iemand voor de trein gesprongen. De conductrice snelt naar de machinist. Nog geen seconde later spoelt er een golf van geïrriteerdheid door de coupé. Mobieltjes worden tevoorschijn gehaald en er volgen ellenlange klaagzangen over ‘niet op tijd komen’,’ hoe lang het wel niet zou duren’, en opmerkingen in de trant van ‘dat overkomt mij dan weer dat er weer iemand voor de trein springt’ en ‘ik neem nooit meer de trein!’. Nederlanders scoren qua cijfer voor welbevinden bij veel geluksmonitoren altijd erg hoog. Dat is al jaren zo. Ondanks dat het aantal mensen dat zich eenzaam voelt en last heeft van depressieve gevoelens alsmaar groeit. Depressie wordt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie in 2020 volksziekte nummer twee. In onze ratrace om overal op tijd te komen, er op tijd bij te zijn, iets op tijd te kunnen bemachtigen en er bij te horen, lijken steeds meer medeburgers af te haken en depressief te worden. Een groeiende welvaart levert geen hoger gelukscijfer op. Ons consumptiepatroon gaat niet alleen ten koste van de natuur en het welzijn van mensen elders op de planeet, maar lijkt zich ook tegen onszelf te keren. We kunnen ons beter het einde van de wereld voorstellen dan het einde van het kapitalisme, is een veelgeciteerde uitspraak van Fredric Jameson en Slavoj Žižek. Maar is dat zo? Genoeg redenen om geluk te herdefiniëren, te heroverwegen, en opnieuw uit te vinden.

>>>>>> lees verder op pagina 20 PDF

zie ook http://www.throwingsnowballs.nl/
van gastconservator Joanna van der Zanden

 

REINVENTING HAPPINESS
Joanna van der Zanden