klik op cover voor pdf nummer 32
CLICK ON COVER FOR
PDF ISSUE 32

Inhoud

1 Cover, World 19
Ruud van Empel

2+3 Redactioneel, inhoudsopgave
en colofon

4+5 Alex de Vries
De illusie als paradox

6 Larissa Kikol
Dictatuur van de creativiteit

7 Erik Johansson
Vertical Turn

8+9 Zhenia Sveshinsky
Stranger than fiction
over Joan Fontcuberta

10+11 Dorine van Meel
in gesprek met Claire Potter
en Annelein Pompe

12+13 Frank Lisser
De eenzame trommelaar
beeld Jonathan Meese,

Edouard Manet, Wim T. Schippers

14+15 Kees Koomen
over Charles van Otterdijk

16 Tatjana Macic
Clark On Gable

17 Judith Schalansky
De Atlas van afgelegen eilanden

18+19 Ine Dammers
Interview met Shubigi Rao

22 Ger van Elk
Gezicht op Kinselmeer
tekst Ron Kaal

23 Cees Buddingh
Een stoel O.A.

24+25 Petri Leijdekkers
Troubadours van de toekomst

26 Hiroshi Sugimoto
Henry VIII, 1999

27 Bartok, Tinguely, Butler,
Gauguin, Goethe, Nietzsche, Wilde,Camus

28+29 Huub Mous
Afscheid van het gedroomde leven
beeld Ellen Kooi

30+31 Fredie Beckmans
Het was een mooie dag afgelopen herfst
beeld Tom Kummer

32 Andrei Roiter
What

33 K.P. Kafavis
Herinner, je lichaam

34+35 Philip Fokker
Elmgreen & Dragset

36 Staar

37 Charles Avery
Bejewelled Hare

40 Jurgen Winkler
Eigen baard eerst

 

Illusie, suggestie en misleiding.
Zoete wapens in handen van kunstenaars. Een voorstel doen over hoe je naar iets kunt kijken. Radicaal of sentimenteel. Pepperspray voor de ogen. Met een omgekeerde verrekijker de horizon bestuderen. Een denkbeeld formuleren. Om de Belgische schrijfster Annelies Verbeeke te citeren: ’Kunst gaat om het peilen van de mens’. Feitelijkheid bij het beschrijven van een illusie lijkt een illusie, maar is vermoedelijk de enige manier om het aan te pakken. Lees de gedichten van Kavafis. Zie hoe hij onpoëtische feitelijke beschrijvingen op onnavolgbare wijze smeedt tot grootse poëzie.
Of het werk van Rene Magritte, geschilderd alsof het voor een reclameposter was bedoeld, maar zijn beelden zinderen na op je netvlies. Hoe doen ze dat? Het inzetten van illusie, misleiding, radicaliteit of sentimentaliteit is als het balanceren op een dun koord gespannen tussen uitersten.

Het is een bonte verzameling stukken, gesprekken, interviews, gedichten en kunstenaarspagina’s in dit nummer. Het laat de verscheidenheid zien wat kunstenaars drijft en inspireert. Ze hebben gemeen dat ze de rol van fictie, illusie, waarheid en leugen, en radicaliteit onderzoeken. Ze behandelen facetten hoe kunstenaars de wereld en soms de kunst ervaren en laten zien. Hoe toepasselijk is daarom de uitspraak van de dichter, toneelschrijver en filosoof Friedrich Schiller: ' der Mensch spielt nur, wo in voller Bedeutung des Worts Mensch ist, und ist nur ganz Mensch, wo er spielt.' Dat is eigenlijk te lezen als een opdracht. Speel! Dan komen de illusies vanzelf.

LIBRARIES ARE THE ONLY PLACES ON EARTH WHERE THRUTH SLEEPS NEXT TO LIE interview met Shubigo Rao
Ine Dammers

De in India geboren beeldend kunstenaar Shubigi Rao woont en werkt in Singapore. Voor haar recente project ‘The Library’ was zij drie maanden in Europa, o.a. in Amsterdam. In 2008 nam zij deel aan de biënnale van Singapore. Haar praktijk omschrijft zijzelf  als het leggen van  ‘connections between seemingly unrelated bits of information’, als het ontwikkelen van een netwerk van verwijzingen ontleend aan archeologie, neurowetenschappen, natuurlijke historie enz. Haar veld van interesse is het verdwijnen en vernietigen van culturele producten en de rol die het geheugen daarbij speelt. Het in 2013 begonnen bibliotheekproject gaat 10 jaar duren, en omvat veel onderzoek/reizen en in een later stadium het maken van werk. Om haar concepten te realiseren maakt zij gebruik van heel diverse media, zoals: tekeningen, teksten, films, lezingen, pseudo-wetenschappelijke machines, enz. Zowel in teksten als installaties ironiseert zij aspecten van de huidige cultuur en legt zij getruqueerde verbindingen tussen kunst en wetenschap.

unst en kunstonderwijs zijn in Singapore westers georiënteerd. Maar in de media worden allerlei vreemde commentaren en meningen geuit. Ten tijde van de biënnale was een van de commentaren dat er na Michelangelo geen schoonheid meer in de kunst was, en moderne kunst gevaarlijk zou zijn. Toen ben ik aan een installatie gaan werken die de reactie van de hersenen op kunst hoorbaar zou maken, en die de botsing tussen kijker en kunstwerk zou laten zien.>>>>>>Lees verder op pagina 18 van de PDF

Shubigi Rao, Artefacts from Final Dig
KUNSTENAARSPAGINA'S IN DE NIEUWE
TATJANA MACIC
CHARLES AVERY
ERIK JOHANSSON
Erik Johansson
VERTICAL TURN

ARCHIEF
link naar vorige nummers

happy
copy and paste
vergezichten
cradle to cradle

nutteloos
woede
natuur
rusteloos
toekomst
homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

Jurgen Winkler,
EIGEN BAARD EERST
Shubigi Rao
Tatjana Macic, Clark on Gable, 2011
Charles Avery, Bejuwelled Hare,2009
Erik Johansson, Vertical Turn
De illusie als paradox Alex de Vries

Beeldend kunstenaar Ruud van Empel (Breda, 1958) maakt montages met zelfgemaakte foto’s die hij op de computer met elkaar combineert tot een geïdealiseerde voorstelling. In feite presenteert hij met bekende elementen een wereld die we niet kennen. We hebben er enkel de voorstelling van die ons door Van Empel tot in de miniemste details wordt voorgeschoteld. Je zou zijn werken illusies kunnen noemen, maar tegelijkertijd hebben zijn voorstellingen een ongehoord realiteitsgehalte. Toch tref je zijn verbeeldingen in de werkelijkheid nooit als zodanig aan. Dat ongehoorde en ongeziene maakt ze dan weer zinsbegoochelend. Die ogenschijnlijke tegenstrijdigheid bepaalt in hoge mate de kwaliteit van zijn werk en de waardering ervoor. Bij hem is de illusie een paradox.

Ruud van Empel werd opgeleid tot grafisch ontwerper aan de Academie St. Joost in Breda in de jaren 1976-1981. Vroeg in zijn loopbaan begon hij zelf met het maken van korte films en video’s. Hij schreef het scenario en verzorgde zelf regie, camera, licht en geluid. Hij ontwierp ook de settings en decors. Die vielen op en hij werd gevraagd om voor

uiteenlopende producties decors te maken. Daarmee kon hij in zijn onderhoud voorzien en hij maakte er naam mee. Hij werd bekend toen hij voor populaire tv-programma’s als ‘Theo & Thea’ (1985-1989) en ‘Creatief met kurk’ (1993-1994) van Arjan Ederveen en Tosca Niterink in de regie van Pieter Kramer als art director en vormgever optrad. Zijn werk had toen een hoog zelfmaak- en knutselgehalte en kwam uiterst low budget tot stand. De stijlvastheid ervan droeg in hoge mate bij aan het succes van deze programma’s.
Ruud van Empel was in die tijd samen met andere grafisch ontwerpers als Frans Lasès en Norbert ter Hall die ook voor de tv werkten de maat der dingen als het ging om de kunstzinnige eigenzinnigheid van art direction.

Picturing Eden
Het werk van Van Empel kwam tot halverwege de jaren negentig vooral via het traditionele knippen en plakken tot stand. Die gekende collagetechniek ruilde hij in voor digitale beeldbewerking toen de Powermac van Apple op de markt kwam en het softwareprogramma Photoshop werd geïntroduceerd. Hij zag van begin af aan de potentie die deze media voor zijn werkwijze konden hebben.
Lees verder op pagina 4 van de PDF >>>>>>>>

Stranger than Fiction
Zhenia Sveshinsky

In het Science Museum in Londen, is Joan Fontcuberta’s eerste grote retrospectief in het Verenigd Koninkrijk. Buiten kan ik al van verre zien dat voor het museum een grote groep onrustige mensen staat te wachten. Ik haal eens diep adem en bereid mij voor op een lange wachttijd in de koude Londense zon en de typische dynamiek die wachten in een rij voor een tentoonstelling oplevert. Maar terwijl ik dichterbij kom zie ik dat de mensen buiten niets te maken hebben met de tentoonstelling van de Catalaanse kunstenaar en winnaar van de Hasselblad award in 2013. Zij zijn hier om naar een levensechte Mammoet te komen kijken, bij de buren in het National History Museum.

De zogenaamde Media Zalen, waar Fontcuberta’s werk wordt getoond, is een samenwerkingsverband van de gastheer (The Science Museum) en The National Media Museum in Bradford. De ruimte is bedoelt voor media, fotografie- en kunst installaties. Om deze zalen te bereiken loop je als bezoeker over een balustrade die uitzicht biedt over de permanente tentoonstellingen: een museum van technologie en ontwikkeling in al haar glorie. Is er een betere plek om het werk van Fontcuberta te laten zien? En ook al kan men tussen de regels van de titel van de tentoonstelling door een literaire verwijzing naar Mark Twain (1) en zijn opmerking over realiteit lezen, Fontcuberta’s werk is verre van documentair te noemen.

Lees verder op pagina 8 van de PDF >>>>>>>>

Hydropithecus of Cerra de San Vicente, 2006 from the Sirens series by Joan Fontcuberta
Dictatuur van de creativiteit Larissa Kikol

Een groot internet platform voor fotografie, maakte reclame met de slogan: ‘Zo gunstig was creativiteit nog nooit!’ We moeten ze hier gelijk geven! Een ieder wil creatief zijn en moet het ook zijn. Creativiteit wordt zelfs verwacht. Ze wordt vermeld als functie eis bij vacatures en geldt als beoordelingscriterium bij partnerkeuzes. Het hele leven staat tegenwoordig tussen creatieve aanhalingstekens, vroedvrouwen moeten geboortes in een bijzondere vorm gieten, en de laatste gang die wij allen gaan moet door middel van een creatieve begrafenis transcedent worden vormgegeven.

De do-it-yourself generatie wil niet alleen het eigen leven, maar ook het individuele IK zelf vormgeven. De creativiteit wordt op die manier als een goddelijk wondermiddel aangeprezen en als gebruiksartikel verramsjt. Om het geweten te sussen, moet het individu creatieve maaltijden kunnen bereiden, zijn kleren bij een creatief design collectief kopen of in een tweedehands winkel creatief samenstellen. Onze vrije tijd moeten origineel geënsceneerd worden. De humor en ook onze seksbeleving moet creatiever worden en het hele aanbod van Apps op onze smartphones moet een creatief gebruik van de innovatieve technologie suggereren. Tenslotte wordt de creatieve levensloop aan de hand van originele verhaaltjes en foto's op Facebook met wel 387 vrienden ons onder de neus gewreven. Lees verder op pagina 6 van PDF >>>>>>>

Adrien Klemensiewicz, performance ‘I must be different! I have to!’, Munchen, English Garden, 2014 

2 KUNSTENAARS GESPREKKEN Dorine van Meel

Claire Potter
en Dorine van Meel

 

Dorine In mijn gesprek met dichter, schrijver, kunstenaar Annelein Pompe noemde ik haar dat de obscure ondoordringbaarheid van je boek ‘Mental Furniture’ – althans in zijn eerste verschijning – me een gevoel van bevrijding gaf. Een stroom van gedachten waarin we worden opgezogen en waarvan we als lezer fungeren als getuige. Claire, waar begin je?

Claire Ik begin als ik iets te zeggen heb. Dus ik begin door mezelf bloot te stellen aan iets waarmee ik me kan engageren; iets waarover ik een positie wil innemen; iets dat me tot spreken aanzet. Dat is het belangrijkste onderdeel, de rest is het proces. Het proces van schrijven, waar ik me doorheen werk. Dit is ook de reden dat Mental Furniture in essentie een eerste versie is. Elk hoofdstuk is zonder onderbrekingen getypt op de typemachine. En de tekst is in een later stadium niet bewerkt. Om het werk te kunnen publiceren, hebben we uiteraard het geschrevene moeten ‘vertalen’ vanuit de typemachine, naar een digitale vorm. En natuurlijk kun je dan vragen: waarom zou je dit proces van vertaling toestaan als je geïnteresseerd was in de eerste versie? Want de sporen van het schrijven zelf kunnen (en zullen) andere vormen van extra-linguïstische betekenis creëren, zoals gebaren dat doen. Mijn antwoord zou zijn: ik wilde ook een helder script (en partituur) aan de lezer afleveren. Ik was geïnteresseerd in het moment waarop het werk ontstaat. In de mogelijkheid om ook de lezer, de performer te laten zijn. Dat niet alleen ik, als auteur, in een eerder stadium, de tekst zou hebben opgevoerd door het te schrijven – want voor mij is schrijven een performance, schrijven is beweging, een beweging door dingen heen die gegeven zijn. Maar dat ook het moment van lezen, als het spiegelbeeld van het moment van schrijven, een performance wordt.

Lees verder op pagina 10 van de PDF >>>>>

Annelein Pompe
en Dorine van Meel

Dorine Jij zegt dat je helemaal niet hoeft te leren schrijven, hoogstens om toestemming te geven aan je verlangen. Waar vind ik dat verlangen?

Annelein Ja, ik zei dit destijds tegen jou persoonlijk, dus ik weet niet of het een algemene waarde heeft. Maar goed, dat is aan jou. Het gaat me eigenlijk alleen juist niet om het verlangen zelf. Als het over verlangen zou gaan kan ik er meestal geen woorden aan geven. Maar ik wil mezelf toestemming geven om uit dat bonte gebied de toon of sfeer voor mijn verhalen of gedichten te halen. De toestemming is voor mij essentiëler voor het schrijven dan de bron. Waar ik die vind? Geen idee.
Gisteren, op een oer-Hollandse verjaardag ontmoette ik een Marokkaanse vrouw die heel de tijd kleuren zag en aan de lopende band toekomstvoorspellingen deed. Zij kwam recht op me afgelopen, duwde uit het niets haar hand op mijn borst en ze zei neus tegen neus: 'Bij de meeste mensen komt alles van hier.’ Best hypnotiserend. Vooral omdat ze van die grote gitzwarte ogen had. Toen legde ze haar hand op mijn navel en ze riep: ‘Bij jou komt het van hier!’ Dus ik denk dat daar je antwoord ligt. Sinds gister komt dit alles uit mijn navel.

Dorine Je vertelde dat je als kind plat op je buik op de rug van de pony van de buren ging liggen. En soms speelde je dat je een giraffe was. Tot op een dag je speelgenoot je meedeelde dat jullie geen kinderen meer waren; dat je nu geen giraffe meer kon zijn. Staat het dichterschap je toe nog steeds giraffe te zijn?

Annelein Op onze ruggen lagen we. Judith en ik. Niet op onze buik. Anders konden we de sterren niet zien. Daar ging het om. Damien was een heel brede, sterke knol, dus hij kon ons beide dragen. Het verraad dat kleine kinderen voelen wanneer ons 'de volwassen werkelijkheid' wordt verteld, ken ik nog steeds. Niet alleen als het gaat over mijn 1ste natuur van de Giraffe die ik dacht dat ik was. Nu laat ik soms mijn gedichten of verhalen lezen aan mensen die daar verstand van hebben en voel ik soms hetzelfde bedrog wanneer ze niet zien wat ik zag. Wanneer ik het weer moet vertalen, verduidelijken. Die poging aangaan is het belangrijkste. Dat is überhaupt een reden om dingen te maken.

Lees verder op pagina 10 van de PDF >>>>>

Luid Parfum (fragment) - Annelein Pompe

mijn stem zou een drijvende vis zijn als ik kon ademen in kleur
en vis zou zeggen
kun je zien waar ik naar toe ga?
ik denk het niet
buiten
te zien dat bladeren hangen
drums te horen
voice-over: elk woord is een enzym
het accommodeert je associaties voor het moment
zet ze in beweging voor andere gedachten
dat alles verteerd hebbende of vergeten
blijft daar alleen dat alleenige woord over
drums houden op
Alleenig. (we horen het geluid van een applaudisserende menigte)
Alleenig. (dat geluid van kokend water)
Alleenig. (gegons van aanstormende bijen)

Afscheid van het gedroomde leven Huub Mous
Ellen Kooi, Lissabon tree

Afscheid van het gedroomde leven‘Een pijnigende voorstelling dat vanaf een bepaald punt in de tijd de geschiedenis ophield reëel te zijn. Zonder het te merken heeft de hele mensheid plotseling de realiteit verlaten, alles wat sindsdien is gebeurd is absoluut niet waar, maar we kunnen het niet merken. Onze taak is nudit punt te ontdekken en zolang we het niet hebben gevonden moeten we in de huidige vernietiging blijven volharden.’
Deze woorden van Elias Canetti worden door Baudrillard geciteerd in zijn boek De fatale strategieën uit 1983. We moeten het spoor terug volgen, terug naar het punt waarop de wereld is opgehouden ‘echt’ te zijn. Dat zou het punt zijn waarop we met zijn allen de realiteit hebben verlaten. Het leven is onecht geworden en zolang we niet weten wanneer dat gebeurd is en vooral ook hoe, zijn we gedoemd om in deze schijnwereld verder te leven zonder exit-strategie. ‘De tijd verdwijnt’ is een cliché dat de

werkelijkebetekenis van deze drie woorden verhult,namelijk dat de ervaring van het verdwijnen van de tijd uit ons bewustzijn aan het verdwijnen is. Ergens in het verleden zijn we het fatale ‘point of no return’ gepasseerd.

Als het waar is dat er zo’n punt in de tijd bestaat, waar Canetti over schreef, dan moet het wellicht te vinden zijn in de negentiende eeuw. De ontdekking van fenomenen als het onbewuste, de verdringing, de hysterie en de neurosen valt samen met de definitieve teloorgang van de premoderne samenleving met zijn organische verbanden. Daardoor werd ook de persoonlijkheid pluriform en ontstonden er nieuwe ziektebeelden. In zijn roman Madame Bovary (1857) beschreef Flaubert bij de hoofdpersoon een ‘verschoven leven’ dat de rechten van het gewone bestaan had overgenomen. Madame Bovary leefde grotendeels in een gedroomde wereld. Zij had de neiging om twee levens te leven en zo op te gaan in haar verbeelde leven, dat het gewone uit elkaar viel.

haar verbeelde leven, dat het gewone uit elkaar viel.
Psychisch vacuüm
Ook de volstrekte scheiding tussen seksualiteit en aseksualiteit, die met deze splitsing in het persoonlijk leven gepaard ging, leidde tot onhoudbare toestanden. Zo ontstond de hysterische vrouw die om de haverklap flauw viel. De flauwvallende vrouw, waar Freud in zijn spreekkamer mee geconfronteerd werd, was in feite in een psychisch vacuüm beland, omdat het intieme leven van haar seksualiteit niet in overeenstemming was te brengen met het sociale leven van haar omgeving, laat staan met de avances van haar minnaar. Maar ook het leven in zijn algemeenheid viel uiteen in verschillende sferen die elk hun eigen rol opeisten. En het bewustzijn zelf viel uiteen in verschillende mentale toestanden die zich simultaan kunnen aandienen: waken en dagdromen, waarnemen en herinneren.

Lees verder op pagina 28 van
de PDF >>>>

 

Het privé mirakel van Elmgreen & DragsetPhilip Fokker


Wat een heerlijk museum heeft Renzo Piano op het kleine schiereilandje Tjuvholmen in Oslo gebouwd! Door in de bouw veelvuldig van hout en glas gebruik te maken voelt het licht aan. Grappig detail: de tentoonstellingen in het gebouw aan de waterkant moeten via de winkel worden betreden, precies omgekeerd als in de meeste musea.
Tot 24 augustus is in het museum onder andere de Biography tentoonstelling van het Deens-Noorse kunstenaarsduo Elmgreen & Dragset te zien en die begint – stiekem - al bij het opbergen van de tassen en jassen. In de garderobe ruimte staan slippers en hangt een stropdas aan een kluisje. Is dit toevallig ook de omkleedruimte van het zwembad of de fitnessruimte van het aangrenzende appartementencomplex? Nee, het zijn de eerste installaties van Elmgreen & Dragset – Gay Marriage, Amigos, The Touch - die je meteen de tentoonstelling intrekken.


Disco inferno
Op de begane grond wandel ik een door Elmgreen & Dragset opgezette nachtclubsetting binnen. Een ieder die vroeger in een soortgelijke horeca gelegenheid heeft gewerkt kent de sfeer: Het feestje is over, leegte na het vertier. De zwarte ronde bar staat eenzaam in het midden van de grote ruimte. In een hoek, geflankeerd door een zwaar gordijn met homo erotische zwart wit fotografie, staat een grote donkerbruine bank in U-vorm. Op salontafeltjes lege bierflesjes en volle asbakken. In de ruimte klinkt opruimmuziek. Tussen de ‘U’ van de bank ligt een discobal zo groot als een skippybal. De discobal ligt niet op de grond maar op een soort van standaard waardoor hij dynamisch op zijn kant ligt. Er zit nep ijs in de glazen tussen de bierflesjes, de lege pakjes sigaretten zijn wel erg netjes geplaatst en de bierflesjes langs de muur staan bij nadere inspectie ook in het gelid, quasi nonchalant. Naar mijn smaak allemaal iets te gemaakt. Ik mis de geur van schraal bier en vervliegende sigarettenlucht. Maar toch: die geënsceneerde leegte (twee ballonnen op de dansvloer blijken van glas) en de melancholische herhalende soundtrack scheppen wel een mooie sfeer. In de lege garderobe van de discotheek hangt nog één jas: een bomberjack, veelal gedragen door poten rammende skinheads. Ik moet meteen aan de videoclip Smalltown boy van Bronski Beat denken. Vreemd genoeg kan ik me als hetero man in deze ruimte voorstellen dat dit is hoe homoseksuelen zich nog steeds voelen; nog steeds nét niet geaccepteerd, licht melancholisch en een beetje angstig. Bij het verlaten van ‘de club’ knippert de naam in neon boven de ingang: The Mirror blijkt deze installatie te heten.

 

Lees verder op pagina 34 van de PDF >>>>>

Elmgreen & Dragset, Death of a collector, 2009, mixed media.
foto Philip Fokker

Elmgreen & Dragset, Eternity, 2014
foto Philip Fokker