klik op cover voor pdf nummer 33
CLICK ON COVER FOR
PDF ISSUE 33

Inhoud

1 Cover,
Jannis Kounellis

2 Redactioneel, inhoudsopgave
en colofon

3 Aristoteles

4+5 Paul Donker Duyvis

6 Robbert Dijkgraaf
Magie zonder magie

7 Charles Freger

8+9 Frank Lisser
Opstijgen en uiteenspatten

10+11    Zhenia Sveshinsky 
Conflict Kitchen

12+13    Fredie Beckmans
Groeten uit Winterwijk

14+15 Robert  Broekhuis
Kitaj en de ‘Tate war’

16+17
Ian Strange
Lake Road

18+19 Marga van Mechelen
De materie van de Kosmogonieën
Franck Gribling

 
20 Dirk van Weelden
Ruimtevaart

21 Hannah Greely
Super Cell

22+23 Larissa Kikol
Het hart is toch zo eenvoudig…

24    Pieter van den Bosch

25    Merel Noorlander
Lady in Waiting

26+27  Theo de Feyter
Syrische kunst in diaspora

28+29    Philip Fokker
Zorgen? De fik erin!

32  Joep Neefjes/LPI

 

 

‘Volgens sommigen is de ziel namelijk
in de eerste plaats en meer dan iets anders dat wat doet bewegen.’ En omdat zij ervan overtuigd zijn dat iets dat niet zelf in beweging is ook niet in staat is iets anders in beweging te brengen, besluiten ze dat de ziel zelf iets is dat in beweging is. Dit verklaart waarom Democritus de ziel als een soort ‘vuur’ en iets dat ‘warm’ is beschreven heeft. Er zijn oneindig veel figuren of ondeelbare deeltjes, sommige daarvan zijn bolvormig, en deze zijn het volgens Democritus die vuur en ziel zijn ‘

Over de ziel, Aristoteles (384-322 vChr)
vertaald en ingeleid door Ben Schomakers, (uitgeverij Klement/Pelckmans 2013)

 

 

ARCHIEF
link naar vorige nummers

illusie
happy
copy and paste vergezichten
cradle to cradle

nutteloos
woede
natuur
rusteloos
toekomst
homo bulla est
ontoegankelijk
media
pijn
vluchtig en immaterieel
goede zaken
lichtheid
situationisme
religie
pre passee
territorium
zakelijkheid
canon
altijd alle tijd
vreemd

kunstenaar&initiatief

HEILIG VUUR Paul Donker Duyvis
over Jannis Kounellis en 'Vuur en Beschaving' van Joop Goudsblom

Op de dag voor Koningsdag 2015 keek ik naar het gesprek met socioloog Joop Goudsblom (1932) in VPRO Boeken. Hij sprak over de heruitgave van zijn boek 'Vuur en beschaving'. Dit boek is een internationaal standaardwerk over de cruciale betekenis van de ontdekking van brandstof en de beheersing van vuur voor de menselijke beschaving. Goudsblom beschrijft op aannemelijke wijze de belangrijke rol van vuur vanaf het ontstaan van de mensheid tot aan de moderne tijd. Hij verbaast zich erover dat in de wetenschappelijke literatuur de fundamentele betekenis van het vuur als zo vanzelfsprekend is ervaren dat er weinig diepgaande en samenhangende studies over verschenen zijn. Zonder brandstof zou ook het leven van de hedendaagse mens er totaal anders uitzien.

In 1960 promoveerde Goudsblom cum laude op de studie 'Nihilisme en Cultuur', een beeld van de tijdgeest van de jaren vijftig en zestig. Grote invloed op zijn denken vormde 'Über den Prozeß der Zivilisation' van Norbert Elias, een studie over de sociale herkomst van gedrag in de westerse beschaving. Vanaf 1964 was Elias gasthoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, mede op voorspraak van Goudsblom. Er ontwikkelde zich een vriendschap en Elias was van 1984 tot zijn overlijden in 1990 Goudsbloms bovenbuurman.

Van het paleis van Odysseus tot onze huiskamers is de haard altijd het warme centrum geweest waaromheen zich alles afspeelt. Vuur werd in alle culturen als een kostbaar bezit beschouwd en werd zo mogelijk altijd brandend gehouden. Het creëerde rust en regelmaat en legde de basis voor ontwikkeling. De ontdekking van het vuur is met de taal de grootste ontdekking ooit gedaan door de mens. De overgang van een bestaan zonder vuur naar een bestaan met vuur was letterlijk een verschil van leven en dood, van dag en nacht. Wilde dieren konden op veilige afstand worden gehouden, het vuur was een gerieflijke bron van warmte en licht, waardoor de dag verlengd kon worden. Het is jammer dat door de elektrificatie het vuur in moderne huishoudens nauwelijks meer een rol speelt. In moderne woningen ontbreken veelal schoorsteen en haard. Warmte komt nu onzichtbaar uit de vloer, aangestuurd door een op afstand te bedienen App voor de thermostaat op je mobiel. De snelle hap wordt onzichtbaar verwarmd in de magnetron. Het steeds meer ontbreken van vuur in ons dagelijks leven is sociologisch gezien een vorm van sensore deprivatie en van vervreemding.

Lees verder op pagina 4 van de PDF >>>>>>>>

Jannis Kounellis, Untitled, 1998
Jannis Kounellis, Untitled, 1979

Opstijgen en uiteenspatten
Frank Lisser
‘Aangezien wij in het geheim van onze harten een cataclysme wensten
De grote windstoot die de onzuiverheid zou wegvagen                        
Leve God! Als hij niet van buitenaf komt maar verrijst  
Uit de diepten van de mensheid!

Deze oorlog is niet te vergelijken met een andere oorlog
Er valt niet alleen een territorium te verdedigen,
Een patrimonium, een traditie….Nee! Het is een toekomst die geboren wil worden’ *

Dit schreef de Franse dichter André Gide eind 1914 in zijn dagboek. Op 1 augustus 1914 beschreef Apollinaire de mobilisatie bij het binnenrijden van Parijs: ‘(...) beseften wij, mijn kameraard en ik, dat de kleine auto ons een Nieuw Tijdperk had binnengereden en ook al waren wij beiden volwassen mannen toch werden wij geboren die dag.’*
In het recent uitgekomen boek ‘Oorlogsenthousiasme Europa 1900-1918’ van Ewoud Kieft wemelt het van enthousiaste getuigenissen van jonge
avant-gardekunstenaars, schrijvers, filosofen en beoefenaars van de nieuwe wetenschappen. Het veelgehoorde idee, dat de massa vanaf het begin opgetogen was over de uitbraak van de Eerste wereldoorlog, wordt in dit boek weersproken. Het was juist de strijdlustige Europese culturele elite, verlangend naar een nieuw begin, die de aanvankelijk aarzelende massa tot oorlogsenthousiasme had opgehitst. Zelfs met inbegrip van de dooddoener ‘met de kennis van achteraf’ blijft het verbijsterend dat vrijwel zonder uitzondering alle nu zo beroemde schrijvers en avant-gardekunstenaars – en dus niet alleen de Futuristen – overliepen van bloeddorstigheid en oorlogsvuur. Wie waren die onverlaten die de kruidvaten vulden? Wanneer is het opkroppen van zoveel woede en utopisch verlangen begonnen? Hoe is mogelijk dat een enorm explosief kon ontstaan dat tot twee keer toe het hele continent uiteen deed spatten? Lees verder op pagina 8 van de PDF >>>>>>>>

CONFLICT KITCHEN

Afhaalrestaurant ‘Conflict Kitchen’ in Pittsburg serveert eten uit landen waar de VS mee in conflict is. De meest recente versie van ‘Conflict Kitchen’ gaat over Palestina. Dit is de vijfde editie van het project dat in 2010 werd geïnitieerd door de kunstenaars Dawn Weleski en Jon Rubin, welke laatste ook hoogleraar aan de Carnegie Mellon Universiteit is. Het menu verandert elke vijf maanden. De hapjes worden verpakt in een bredere context: letterlijk en figuurlijk. Op het inpakpapier staan uitspraken van mensen uit het conflictgebied en de diaspora over eten, religie, politiek en het dagelijks leven. Het restaurant presenteert ook een uitgebreid programma van evenementen, lezingen, voorstellingen en publicaties die allemaal te maken hebben met kwesties die spelen in het land waar de keuken uit voortkomt. Sinds haar oprichting ontwikkelde ‘Conflict Kitchen’ zich van een kunstexperiment in een buitenwijk tot een succesvolle cateringzaak in het centrum van de stad. Iemand die hier wil werken moet niet alleen keukenervaring hebben, maar ook in staat zijn om een discussie aan te gaan over cultuur, eten en politiek van het betreffende land.

In het najaar van 2014 werd ‘Conflict Kitchen’ zelf het epicentrum van een conflict. Terwijl vroegere edities van de Afghaanse, Iraanse, Venezolaanse, Cubaanse en Noord-Koreaanse keuken goed waren ontvangen door zowel het publiek als de fondsen, veroorzaakte de Palestijnse editie een golf van paranoïde reacties. Er werd gedacht aan anti-Israël propaganda: onder andere de stichting ‘Heinz Endowments’, die feitelijk dit project ondersteunde met een flinke subsidie, schoot nu in een ontkenningsreflex. ‘Conflict Kitchen’ moest zelfs tijdelijk sluiten omdat er met een moordaanslag gedreigd werd. Dit werpt niet alleen een nieuw licht op het betreffende geopolitieke conflict, maar laat ook de steun van het financiële en politieke netwerk in de VS zien, evenals de hypocrisie van sommige Joodse organisaties aldaar. Een zeer verontrustende reactie voor vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap die juist trots is op de manier waarop haar culturele en religieuze geschiedenis doorgegeven wordt in het voedsel, dwars door landsgrenzen en taalbarrières heen. Tegelijkertijd is het een afspiegeling van een land waar vrijheid van meningsuiting toegestaan is ‘tot de hier en niet verder scheidingsmuur’.

Sociale spiegel
Voor zijn installatie uit 2012 ‘The Time and Temperature’ maakte Conflict Kitchen's mede oprichter Jon Rubin een annonce -bord zoals men die veelvuldig ziet voor publieke gebouwen in de VS. In plaats van tijd en temperatuur in Columbus, Ohio – waar het bord stond – weer te geven, stelde het de voorbijgangers op de hoogte van tijd en temperatuur in Teheran, Iran. Lees verder op pagina 10 van de PDF >>>>

DE SMAAK VAN POLITIEK ETEN Zhenia Sveshinsky
HET HART IS TOCH ZO EENVOUDIG! Mijmeringen over kitsch Larissa Kikol
Kitsch maakt een gecalculeerde handel in gevoelens mogelijk. Door een kitsch-voorwerp kan het subject (het denkende ik, noot vertaler) op een eenvoudige en makkelijke manier de zielenroerselen en de sentimentaliteit beleven en tegelijk alle controversiële variabelen negeren. Zodoende is het grootste plus van de kitsch het snel bevredigen van wensen, hoop en verlangens via een sentimentele vroomheid. Een mooi voorbeeld van een kitsch-motief is het vlammende hart. Religieuzen consumeren het net zo graag als verliefden, trouwlustigen, vrienden van de tattoo, fans van progressieve rock muziek en de volgelingen van de Gothic-cult. Waarom eigenlijk?

De verering van het Heilig Hart van Jezus was werkelijk booming in de 18e eeuw. Op de betreffende bidprentjes werd Jezus met een menselijk hart op de borst afgebeeld; het vleselijke orgaan vlamde en was vaak van een doornenkroon en een kruis voorzien. Dit soort afbeeldingen ontwikkelde zich uiteindelijk in de 19e eeuw tot een sterk icoon voor een religieuze massabeweging, die vooral door leken werd gedragen. De verbeelding van het vleselijke hart vertelt dat Jezus als een mens liefhad en dat de gelovigen op een zelfde manier als Jezus lief konden hebben. Door deze verwijzing naar een essentiële overeenkomstigheid was het voor de mensen makkelijker om met God te communiceren. Het hart gold als het eigen binnenste van de mens; de plek waar zich emotionele, rationele en religieuze processen afspelen. Het vlammende hart staat voor verandering, reiniging en een nieuw begin. Het representeert warmte en hartelijkheid en het toegeven aan een brandende liefde, die het orgaan doet gloeien. Hoewel het door een doornenkroon gestoken wordt, gaat het ondanks de pijn gewoon door met slaan. Geestelijke hoogwaardigheidsbekleders spraken zich aanvankelijk tegen de verering van het Heilig Hart van Jezus uit, omdat een dergelijke orgaanverafgoding als te irrationeel, te barok en te vrouwelijk werd opgevat. Na ernstige theologische twisten accepteerde de kerk uiteindelijk deze nieuwe uitingen van vroomheid (vooral in nonnenkloosters), hoewel ze bang waren dat na het hart ook de ogen en de tong van Jezus aanbeden zouden worden.

Religieuze kitsch
Religieuze kitsch laat zowel in theorie als in de praktijk het belangrijkste illustratiemateriaal zien. De term duikt ook op als lemma in theologisch onderzoek en in theologische encyclopedieën; en kent derhalve een ambivalente rol: enerzijds wordt kitsch opgevat als een vernietigingsinstrument van allerlei verfijnde en intellectuele gedachtes, anderzijds schijnt kitsch essentieel te zijn voor de communicatie van religieuze gevoelens met het merendeel van de leken. Kenmerkende motieven hier zijn het Laatste Avondmaal, de Wederopstanding, engelen, madonna’s of – zoals we al aangaven – het vlammende hart van Jezus. In het onderzoek naar kitsch wordt dit fenomeen verklaard vanuit de afstand tussen de mensen en God : de eersten kunnen deze afstand niet overbruggen en hebben een soort brug of substituut nodig. Kitsch-objecten en de erdoor opgewekte gevoelens kunnen als substituut dienen. Je krijgt al snel de indruk van een verlossende harmonie, een wereldse idylle en een emotionele bewaarplaats. Zoals een kinderlijke ziel zich in naïeve passiviteit kan laten vangen, zo zal de gelovige ziel zich door sentimentaliteit geïnspireerd voelen. Tegenwoordig heeft met nam de cultus rond het Vlammende hart aan betekenis verloren. Net als zoveel andere te vaak gebruikte symbolen werd het een beeldmerk dat zijn onderscheidende kracht verloor en letterlijk werd dood geconsumeerd.
Lees verder op pagina 22 van de PDF >>>>>>

Hartelijke groeten uit Winterswijk Fredie Beckmans

In sommige families worden bepaalde gewoontes en handelingen generaties lang door gegeven. In mijn familie was dat brandstichting. Mijn overgrootvader – hij leefde in het midden van de achttiende eeuw -  was een weeskind. Hij woonde in het Duitse Wesel aan de Rijn. Als jongetje van acht ’s moest hij morgens om vier uur het vuur aansteken en er kolen opgooien en emmers water verwarmen. Vanaf zes uur ‘s ochtends liep hij een vaste route door de binnenstad van Wesel om de brandende kooltjes en het warme water af te leveren aan een kring vaste afnemers. Zwaar en smerig werk. Later is hij een kolen- en oliehandel begonnen. En ooit, drie generaties later in de jaren tachtig van de vorige eeuw werd ik als kunstenaar wonende in een kraakpand in Amsterdam gebeld. Of ik als oudste mannelijke lid van het nageslacht de kolen- en oliehandel in Wesel voor 1 miljoen D-Mark wilde overnemen.

Mijn vader zweeg erover maar zijn zussen vertelden me in geuren en kleuren dat hij tijdens de Tweede Wereld Oorlog samen met een vriend de bioscoop van Winterswijk, in de Meddosestraat had aangestoken omdat er alleen nog maar Duitse propagandafilms werden gedraaid.

Lees het korte verhaal van Fredie Beckmans
verder op pagina 12 van de pdf >>>>>>>

 

Ian Strange, Lake Road, 2012, selected work from Suburbia, Archival digital print, courtesy the artist.

De materie van de Kosmogonieën
Naar aanleiding van een overzichtstentoonstelling van Franck Gribling in de Verbeke Foundation. Marga van Mechelen

3 mei 2015 ging in de Verbeke Foundation in Kemzeke (België), niet ver van Antwerpen, een grote overzichtstentoonstelling van Franck Gribling open, getiteld: Franck Gribling, Kosmogonieën, 1955–2015. Zoals past bij een overzichtstentoonstelling, is er vroeg werk te zien, naast later en recent werk. Maar wat deze tentoonstelling en de daarbij verschenen publicatie toch vrij uitzonderlijk maakt is niet de dwarsdoorsnede van zijn werk, het valt op dat enkele decennia ontbreken, maar de sterke nadruk op de continuïteit in het werk van Gribling en de verbondenheid van het oude en recente werk. Die samenhang wordt uitgedrukt in de titel van de publicatie: Cosmogonics. Maar even goed had gekozen kunnen worden voor ‘pure materie’, of meer uitgebreid: de transformatie van ‘pure materie’ naar Kosmogonie, een proces waarin materie ‘kunst’ wordt. Vergelijkbaar met wat de alchemist in het verre verleden deed, weliswaar met een ander oogmerk.
Door zo naar het scheppings-, of beter gezegd ontstaansproces te kijken, geeft Gribling blijk van een specifieke kunstenaarsopvatting. Een opvatting waarbij de kunstenaar als individu buiten beeld moet blijven en waardoor het accent kan komen te liggen op wat hij noemt de autonome, zichzelf ontwikkelende kwaliteit van de materie. Hoewel deze zienswijze primair betrekking heeft op zijn eigen werk, zegt het denk ik tegelijk ook wel iets over hoe hij ‘in het vak’ staat: in de kunst en in de kunstgeschiedenis. Trekken we dit door, dan valt op dat Gribling niet alleen reflecteert op de positie van de kunstenaar, maar eveneens een andere visie geeft op hoe stijlen zich – ook - kunnen ontwikkelen.
Lees verder op pagina 18 van de PDF >>>>>>

Zorgen? De fik erin! Philip Fokker

Al bijna honderd jaar komen leden van de Amerikaanse Bohemian Club jaarlijks twee weken bijeen in een bosrijke omgeving in Sonoma County, Californië. Op zichzelf geen opzienbarend feit, ware het niet dat de ledenlijst zich laat lezen als een 'who's who' van Amerikaanse politiek en zakenleven.

Een korte geschiedenis. Zo rond 1850 begonnen schrijvers en journalisten in het Engels sprekende deel van Noord-Amerika de geuzennaam 'Bohemian' te gebruiken. Tijdens de Amerikaans burgeroorlog werd de term 'Bohemian' gebruikt om alle schrijvende pers aan te duiden die zich tussen de linies bewoog. In 1872 werd in San Francisco de Bohemian Club opgericht door journalisten die de kunsten een warm hart toedroegen. Kunstenaars en muzikanten waren van harte welkom om erelid te worden en al snel kregen ook mannen uit het zakenleven een lidmaatschap aangeboden.

Wevende spinnen, kom hier niet
Een kleine zes jaar na de oprichting van de club trokken de leden voor het eerst de bossen in om tijdens de midzomernacht te gaan keten. Het motto van de club ‘Wevende spinnen, kom hier niet’ is ontleend aan Shakespeare's Midzomernachtsdroom. De boodschap is duidelijk: veilig tussen de stammen en onder de kruinen van gigantische sequoia's kunnen de leden zich uitleven, hun dagelijkse verantwoordelijkheden van zich afgooien en even helemaal zichzelf zijn. En al zijn wevende spinnen niet welkom, er zal vast wel over zaken en politiek gesproken worden. Vanaf dit moment had de club niet alleen haar clubhuis in San Francisco maar ook een plek om lekker uit te waaien: Bohemian Grove.

Lees verder op pagina 28 van de PDF >>>>>>>

Kitaj en de 'Tate War'Robert Broekhuis

Kitaj vormde samen met Francis Bacon, Lucien Freud en David Hockney de top van de Engelse naoorlogse figuratieve schilderkunst. In 1994 kreeg Kitaj een Retrospectief in de Tate Gallery in Londen. Wat de bekroning van zijn schilderscarrière had moeten worden, ontaardde in een drama. De pers sabelde hem genadeloos neer, en twee weken later overleed zijn vrouw Sandra Fisher aan een hersenbloeding. Kitaj hield de kunstcritici verantwoordelijk. De pers had op hem geschoten, maar zijn vrouw getroffen. De critici noemden hem een pseudo-intellectueel en een name-dropper. De vileine en persoonlijke aard van de kritiek werd door velen gezien als een botsing van culturen. Kitaj ervaarde de kritiek als een afstraffing van zijn outsiderstatus als Amerikaan, jood en autodidactisch intellectueel, in een samenleving waarin men niet gewoon was zijn identiteit en gedachten zo vrij te uiten. Maar misschien was de reden voor alle kritiek ook wel dat Kitaj, die altijd toelichtingen, aforismen en allerlei kunstfilosofische beschouwingen bij zijn werk had geschreven, zich op het terrein van de criticus begeven had. Voor Kitaj was de ‘Tate War’ reden Engeland voorgoed te verlaten. In 1997 keerde hij terug naar de US, zijn geboorteland, en ging in Los Angeles wonen.

Lees verder op pagina 14 van de PDF >>>>>>

R.B. Kitaj, ‘The Killer-Critic Assassinated by his Widower, Even’, 1997

Het is misschien verrassend om te horen dat er in Syrië zoiets als moderne kunst bestaat. Het land werd lang beschouwd als achtergebleven en zelfs verstard. Een dictatuur die slechts propaganda produceerde. Toch was de Syrische moderne kunst, voor de opstand van 2011, bezig aan een opmars op de kunstbeurzen in Libanon en de Golfstaten. Vanaf de negentiger jaren toen Syrië zich economisch en cultureel meer begon te oriënteren op het Westen, hadden kunstenaars de mogelijkheid kennis te maken met moderne ontwikkelingen in de kunst. Een aantal Syrische galerieën, zoals Ayyam Gallery (met vestigingen in Damascus, Dubai en Londen), heeft hierin een grote rol gespeeld. Ook buitenlandse culturele instituten, zoals het Goethe Institut, het Centre Culturel Français en The British Council, alle in Damascus, waren belangrijk voor kennisuitwisseling tussen buitenlandse en Syrische kunstenaars. Het Nederlands Instituut werd meteen na het begin van de opstand opgeheven.
De contacten met het Westen zijn feitelijk al veel ouder en begonnen aan het einde van de negentiende eeuw toen Arabische nationalisten in het Osmaanse Rijk, waar Syrië toen deel van uitmaakte, de Europese landen in politiek en cultureel opzicht als voorbeeld namen. In de periode van het Franse mandaat over Syrië (1920 tot 1946) kregen veel Syrische kunstenaars een opleiding aan een Franse academie....

De kunstenaars die deelnemen aan de tentoonstelling ‘Syrische kunst in diaspora’ hebben bijna allemaal hun opleiding genoten aan de Faculteit Schone Kunsten van de Universiteit van Damascus, soms voorafgegaan door een opleiding tot tekenleraar. Naast hun reguliere studie volgden ze workshops bij de Vakgroep Visuele Communicatie. Vaak zijn ze dan ook niet alleen kunstschilder, maar tevens grafisch ontwerper, illustrator of webdesigner – in Syrië een veel voorkomende situatie. Lees verder op pagina 26 van de PDF >>>>>

Vanaf 29 mei te zien bij ABC Treehouse, Voetboogstraat 11 Amsterdam www.abc.nl/events

Syrische kunst in diaspora

Bengin Daoud,  Issa Touma, Mohammed Sida, Ghayath Almadhoun, Shahin Daoud , Farouk Mohammed en Amjad Wardeh. Theo de Feyter

Verder dan een ooit kinderlijk verlangen op bezoek te gaan bij een prostituee, om uren over het beroep te praten, ben ik tijdens mijn jeugd in een dijkhuisje te Dordrecht nooit gekomen. Na mijn verhuizing naar de Geldersekade leek het bureaucratische systeem van de Gemeente Amsterdam op bovennatuurlijke wijze lucht te hebben gekregen van mijn interesse; januari 2008 viel er een dikke belastingtoeslag op de deurmat met een voor mij nog onbekende code. Bij nadere informatie bleek ik ingeschreven te staan als raamprostituee. Enkelen onder de stromen toeristen die langs mijn huis slenterden leken dit ook te hebben moeten weten, aangezien ik herhaaldelijk de aanbieding gekregen heb om voor twee tientjes blowjobs te geven en hun veelal Engelse kloten te strelen. Doch was ik destijds te verlegen direct contact met mijn werkende buren ('collega's' hield de gemeente een half jaar vol) te leggen; enkel in beschonken toestand durfde ik de grote Antilliaanse vrouwen midden in de nacht tosti's aan te bieden. Tot ik afgelopen jaar de uitnodiging van MILK Studios kreeg voor een Residency in een voormalig bordeel op de wallen; zeven weken lang onderzoek vol voyeurisme, gesprekken met (ex)sekskwerkers en een raamworkshop bij het PIC volgden.

Tot een toeristische attractie verheven, lijkt seks op de Amsterdamse Wallen met eenzelfde uitgelaten schreeuwerigheid te worden verkocht als andere producten van de hedendaagse amusementsindustrie. Maar toch worden de Wallen, voor wie voorbij zijn schermen van neon kijkt, nog steeds door oudere wetten geregeerd. Wie zich in een utopie/ dystopie van bandeloze, banale consumptie denkt te begeven komt bedrogen uit. De achteloze toerist die over de oude wallen loopt en in de veronderstelling verkeert, geheel zelfstandig, het product te selecteren dat aan zijn diepste wensen beantwoordt, houdt zichzelf precies datgene voor dat 'wandelaars' al decennialang op de been houdt. In eerste instantie is de potentiële klant namelijk allang beloerd, getaxeerd en uitverkoren door de sekswerker. Alvorens de klant de uiteindelijke keuze maakt, heeft zij al besloten.

Lust als grondstof
De meeste klanten zijn precies vier tot zes minuten binnen, hoogstens een kwartiertje. Binnen die tijd zijn ze gewassen en hebben zij een orgasme bereikt. Hoewel de eigen fantasie de eerste beweegreden lijkt om naar binnen te gaan, behoort de lust van de wandelaar hem vanaf dat moment niet meer toe. Zijn lust wordt grondstof. Het ruwe materiaal van een eindproduct dat zijn belofte nooit geheel inlost, en de verlangens van de wandelaar nooit helemaal bevredigt.
           
Volgens Isha Meijer is het wandelen zelf, het spel van de keuze uit de schare meisjes, dan ook het werkelijke doel van het 'hoerenlopen'. Wanneer men dan uiteindelijk toch naar binnen gaat, doet men dit vooral om de spanning van het vorsen en selecteren zijn bestaansrecht te geven. Een waarborg die de wandeling met terugwerkende kracht fundeert: het waren geen loze gebaren en de eerder ervaren opwinding is terecht geworden.

LADY IN WAITING Merel Noorlander
Merel Noorlander, Lady-in-waiting- installatie