|
Zonder verbazing geen verbetering
Het gezeur in Nederland om aandacht en applaus binnen de internatonale
hedendaagse beeldende kunst is nu zon decennium aan de gang. Soms
piepelt een polderkunstenaar de internationale markt, en daar wordt in
ons apetrotse landje gigantisch veel ophef over gemaakt. Als reactie hierop
wordt er gewikt en gewogen, de interne kunstenaars worden opnieuw geballoteerd
en tientallen worden afgeschreven. Hierbij moet ik opmerken dat in Nederland
iedereen zich beeldend kunstenaar kan noemen. Niet zoals bijvoorbeeld
in Frankrijk is hier sprake van divisies. De artisan kan naar hartelust
pottenbakken, naschilderen en beeldhouwen. Lartiste imagé
mag meedoen aan de échte kunstencompetitie.
In
tegenstelling tot de ons omringende, en ver-daarbuiten-landen, is er in
ons land na de Grote Oorlog nauwelijks of geen respect meer voor het beroep
van beeldend kunstenaar.
Heeft dit te maken met de socialisatie van de kunsten in dit land? De
naoorlogse nationale kunstenregelingen en subsidies hebben een zeer goede
naam in het buitenland en krijgen soms navolging. Bovendien worden buitenlandse
kunstenaars door de Staat der Nederlanden gesponsord.
Door ruzie en afgunst tussen de kunstenaars onderling, incompetente kunstcommissies
en -adviseurs, vals spel tussen elkaar rivaliserende kunstonderwijsinstellingen,
zelfgenoegzame kritiek en bemoeizucht door kunstbeschouwers en beoordelaars,
minachting door conservatoren en curatoren, en niet op de laatste plaats
door zwakzinnige en beïnvloedbare overheden zijn bijzondere ondersteunende
maatregelen ter bevordering van beeldende kunst om zeep geholpen of staan
op de tocht.
De sektarische run van galerieën op Oost-Europese, Japanse, Afrikaanse,
Chinese, en dan nu weer Arabische kunst, met de musea in hun kielzog,
verminken de identiteit van de Nederlandse beeldende kunst op internationaal
niveau. Nederland heeft, op een handjevol na, geen echte kunstverzamelaars.
De paar die er zijn hiphoppen maar wat rond en showen hun schamele bezit
door exposities te maken. De intellectuele kunstbezitter van weleer bestaat
niet meer. Tijdens de hoogconjunctuur hebben bedrijven spaarzaam verzameld.
Opgemerkt dient hierbij dat Nederlandse kunstenaars, ondanks matige kwaliteit
en dito curriculum vitae, absurd hoge prijzen voor hun werk vragen. En
dan zijn er nog die belachelijke instellingen als artotheken die over
het algemeen zeer slecht werk verhuren, met daaraan verbonden een zogenaamde
spaarpot voor aankoop.
Modieuze begrippen als eeuwigheidswaarde, beroemdheid, de verbeelding
aan de macht, vernieuwing en verjonging hebben naast het geforceerd betrekken
van arbeiders, allochtonen, jeugd en ouderen in de Nederlandse kunstwereld
tot een diffuse status-quo geleid. Ook de korte tijd waarbinnen een kunst-uiting
zich heden ten dage mag of kan manifesteren brengt voor velen verwarring,
een generatie kunst is op dit moment 3 jaar. De performance- en installatiekunst
zijn hier praktisch uitgestorven. Fotografie, pas 15 jaar in Nederland
geaccepteerd als kunst, en nieuwe media vechten tegen de verdrinkingsdood.
Zonder dat het zo wordt genoemd, manifesteert kunst zich tegenwoordig
in de reclame, mode, sport, wetenschap en techniek. Dat hele Nederlandse
kunstgedoe; moeten we dat dan over boord gooien en ons uitsluitend focussen
op wat zich afspeelt in en rondom de beeldende kunst in het buitenland?
Het zou beter zijn om weer terug naar onze provincie te gaan, daarmee
bedoel ik Nederland, inclusief Amsterdam. Vooral Amsterdam is een makkelijk
te halen doel, immers deze stad is gevuld met provincialen uit Nederland.
Nederlandse kunst in Arabië, omringende en ver-daarbuiten-landen
is op langere termijn mogelijk indien we eerst de interne kunstboel op
orde hebben. Er is een periode in de Nederlandse beeldende kunst die ik
als model zou willen (her)aanreiken om uiteindelijk internationaal aandacht
te trekken.
In het tijdvak tussen 1980 en 1988 trokken lokale kunstenaars op eigenzinnige
wijze aandacht voor hun werk en veroorzaakte in ons land een totaal nieuwe
kijk op- en presentatie van de beeldende kunst. De oorsprong van deze
beweging was een protest tegen galerieën en musea die als geblokkeerde
instituten uitsluitend internationaal waren georiënteerd en nauwelijks
oog hadden voor kunstuitingen van eigen bodem (en dat is nog steeds het
geval).
Ik heb het hier over de kunstenaarsinitiatieven (voorheen alternatief
circuit). In eerst instantie voornamelijk buiten Amsterdam, omdat daar
nauwelijks of geen voorzieningen waren om eigen werk aan breder publiek
te tonen, werden in meestal gekraakte panden bijzondere tentoonstellingen
gemaakt, performances gehouden en multidisciplinair gewerkt. In Hoorn
heb ik DropArchief en later De Achterstraat opgericht. Opmerkelijk inspirerend
was de samenwerking tussen kunstenaars onderling en de contacten tussen
de verschillende initiatieven. In 1985 waren er bijna 100 kunstenaarsinitiatieven,
fijnmazig over het hele land verspreid. Er werkten steeds meer buitenlanders
in deze nieuwe kunstruimten en omgekeerd bezochten busladingen vol Nederlanders
vergelijkbare locaties over de grens. De kunstenaars werden gevolgd door
internationale tentoonstellingsmakers. Musea gingen hún (nog voornamelijk
gevestigde) kunstenaars buiten de eigen muren exposeren in navolging van
het circuit, een goed voorbeeld is Chambres dAmis in Gent 1986.
Kort hierna is het fout gegaan; kunstenaars, galerieën en musea,
iedereen belandden in alles van het zelfde. Bovendien brak het grote iktijdperk
aan. De alom aanwezigheid van (ogenschijnlijke) erkenning veroorzaakte
uiteindelijk verveling...! Een herhaling van vernoemde periode stel ik
echter niet voor.
Ik zou willen aanraden om gedurende een tijdsbestek, van laten we zeggen
drie jaar, ons uitsluitend, in het extreme doorgevoerd, bezig te houden
met kunst van eigen bodem.
Een avontuurlijke uitdaging met het oogmerk om fantastische tentoonstellingen
te maken die tevens een inventarisatie van de Nederlandse beeldende kunst
bewerkstelligen.
Stel eens voor: Het Stedelijk, Het Rijks en uiteraard het Van Gogh, alle
galerieën, het alternatieve circuit en Arti et Amicitiae vertonen
alleen Nederlandse Kunst. De oude verzuurde criticasters zullen vluchten
naar het buitenland, nieuwe jonge talentvolle recensenten zullen opstaan.
Ik durf te wedden dat dit tijdelijke protectionisme internationaal zal
opvallen, de toestroom van buitenlandse tentoonstellingsmakers komt weer
op gang, waarna de échte uitwisseling weer mogelijk zal zijn. Verdomme
dit lijkt wel erg veel op Britse-Jonge-Boze-Kunstenaars-Verzamelaars-Galerieën-Musea...
Joep Neefjes
Joep Neefjes is beeldend kunstenaar
|