| nr 19: pijn | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
Moord en doodslag fascineren mensen. In de kunst is geweld dan ook een onderwerp van alle tijden. Maar wat vroeger bijzondere beelden waren die men in een boek of het museum zag - denk aan de verschrikkingen van de oorlog op de etsen van Goya - die beelden zijn nu dagelijkse kost. Daar kan je zoals Andy Warhol in de jaren zeventig deed heel laconiek over doen en net zoals hij zeggen:’ they make good news, sell papers and boost ratings’, maar de voortdurende stroom van die beelden stompt onze gevoeligheid ervoor af. Het effect is dat die beelden elkaar op lijken te vreten. De impact verdwijnt. Ze worden betekenisloos. Alleen de heftigste herinneren we ons. Zo heeft iedereen de beelden van de vliegtuigen die de Twin Towers invlogen nog op zijn netvlies staan. Met zijn door de media op sensatiebeluste wijze uit zijn context gehaalde opmerking ‘dat 9/11 het grootste kunstwerk aller tijden was’, sloeg de Duitse componist Karlheinz Stockhausen echter wel de spijker op zijn kop. Wat hij daarmee bedoelde is duidelijk. Het zijn beelden waar geen kunstwerk ooit tegen op kan. En dat roept direct de vraag op wat een kunstenaar van nu nog vermag. Het centrale artikel in dit nummer is ‘Kunst in tijden van Terreur’ van Huub Mous. Hij ontrafelt en analyseert de vele misverstanden en gemakzuchtige stellingen die over dit onderwerp heersen. Dit is een nummer over geweld als thema in de kunst, over hoe kunstenaars zoals Sigalit Landau en Christoph Draeger daarmee omgaan. Frank Lisser bespreekt ‘Modernism and Fascism, the sense of beginning under Mussolini and Hitler‘ van Roger Griffin, en het futoristisch manifest van Marinetti. Margriet Kruyver maakt een ‘wandeling’ langs het geweld in de kunst van vroeger tot nu en Franck Gribling verhaalt van een geruchtmakende performance in 1978 in performance-centrum De Appel waar het publiek, dat kwam voor een muzikaal optreden, het slachtoffer van een gijzeling werd door de Duitse groep Minus Delta t onder leiding van Mike Hentz. Van Jake en Dinos Chapman mochten wij hun ‘bewerking’ van een Goya ets publiceren en van de Duitse kunstenaar Gregor Schneider beelden van zijn beroemde HAUS UR. Verder ondermeer een verhaal van Fredie Beckmans en beeldbijdragen van Koen Hauser en Gert Jan Kocken, een interview van Marianne Vollmer met Ronald Ophuis. |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| klik op cover voor pdf nummer 19 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inhoudsopgave 3+4 Franck Gribling 5 Gregor Schneider 6+10 Huub Mous 10 Christoph Draeger 11 Sigalit Landau 12+13 Frank Lisser 14 Robert Broekhuis 15 Gert Jan Kocken 16+ 17 Marianne Vollmer 18 Fredie Beckmans 20 + 21 Margriet Kruyver 22 Paul Donker Duyvis 23 Tentoonstellingen Arti 24 Philip Fokker |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| links naar vorige nummers vluchtig en immaterieel(+pdf) goede zaken (+ pdf) lichtheid (pdf) situationisme (pdf) religie pre passee territorium zakelijkheid canon Altijd alle tijd vreemd kunstenaar&initiatief |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gert Jan Kocken, Defacing, (2004-2008) Madonna with Child and donors, Zwolle Defacement 16 june 1580, 88 x 123 cm. |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Philip Fokker, Run,chicken run!, 2007 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||