pre Passee 2006/13

Schrijver Atte Jongstra:
‘Eindelijk kan ik kunstenaarslid worden!’

‘Ik mag dan schrijver zijn, ik heb altijd iets met beeldende kunst gehad. Ik was lid van het roemruchte C.G.D.D.K. van Harry Heijink en Peter Giele, dat voornamelijk uit beeldend kunstenaars bestond. Voor de presentatie van mijn roman Groente (1991) stelde ik een tentoonstelling samen van werken waarin groente de hoofdrol speelde, met werk van onder andere Siert Dallinga, Helma Pantus, Ed Gebski, Joost Swarte, Rob Scholte en Sandra Derks. Enkele jaren later organiseerde ik in Galerie Metis een expositie waarin met behulp van een tachtigtal afzonderlijke schilderijen of grafiek het menselijk lichaam werd ‘gereconstrueerd’. In 1999 nam ik als beeldend kunstenaar deel aan de door de Stichting Kunst in de Openbare Ruimte (SKOR) georganiseerde manifestatie ‘In verbelinge’, wat resulteerde in een (in Namens hardsteen uitgevoerd) grensmonument. Ook nam ik met een werk deel aan de groeps-
tentoonstelling ‘Die Holländische Welle’ (Berlijn, 1998).’

‘Tussen literaire kunst en beeldende kunst heb ik nooit een scherpe scheiding gezien. Uiteraard is het medium anders, maar in beide gevallen probeer ik uitdrukking te geven aan een idee. Mijn schaarse beeldende werk sluit naadloos aan bij mijn literaire oeuvre. Ik heb het dan ook als onrecht beschouwd dat ik als (voornamelijk) schrijver slechts ‘kunstlievend lid’ van Arti kon worden. Natuurlijk heb ik de kunst lief, maar ik maak ook zelf kunst.
Eindelijk kan ik kunstenaarslid worden. Dat is gerechtigheid. Deze foto is de laatste die ik van mijzelf laat nemen als kunstlievend lid, voor een van de muren in mijn thuisgalerie. Ik spaar ze al jaren, meer of minder naïeve schilderijtjes, foto’s en objecten.
Motto: 1 + 1 = 3, oftewel: het geheel is méér dan de som der delen.’

Zelfportret

Ik raak in schelle verven weg.
Volumen worden uitgevuld in
verten, mij voorbij gesodemieterd.
Spermatisch is die uitvloed,
weggesmeerd in doeken zonder
doel. Wat raakt gekwast in ramen
spant erg snel elektrisch tegen mij.

Opgeveegd. Van achteren!
Waar is de terpentijn? Ik hou
niet van die lage streken in
tabaksas-grijs vergaan. Het
valt niet licht je hoge rooie kop
te persen, craquelé gehoor en
ogen daar weer naast.

Komt pompen aan te pas, wortelkwast,
revolverspuit, naar het verhemelt’
op penselen tot die heel verdomde
lap weer leeg begin opdondert.

Zwart uit wondermond, verzamelde gedichten
Arno Breekveld (ps. Atte Jongstra)
Uitgeverij Candide 2006.
ISBN 90-75483-91-0

Atte Jongstra

< back