pre Passee 2006/13

Façade
Arti-tentoonstelling 21 juli tot 17 september. Opening: 21 juli 18.00 uur
een ontdekkingsreis door het gebouw van Arti

Met werk van: Bojan Fajfric, Martijn Engelbregt, Goh Ideta, Klaas Kloosterboer, Michiel Kluiters, Sanja Medic, Marc Nagtzaam, Reinoud Oudshoorn, Peter Struycken, Ralf Werner, Edwin Zwakman

‘In architecture the facade of a building is often the most important
from a design standpoint, as it sets the tone for the rest of the building.’ Wikipedia.

Op 21 juli opent de tentoonstelling Façade. Zij werd gemaakt ter viering van de verbouwing van het Artipand door J.B.Leliman nu 150 jaar geleden. De geschiedenis van het pand is veelzijdig en maakt in onderdelen deel uit van de architectuur en kunstgeschiedenis. Daarbij valt te denken aan het interieur van de sociëteit en de trapopgang die door Berlage ontworpen werden; het dakgewelf van Tetar van Elven in de grote zaal, dat nu achter glas verborgen gaat; én de ingrepen van Leliman die de opdracht kreeg van twee gebouwen één gebouw te maken. Volgens de destijds geldende regels van de symmetrie ontwierp hij de tweede zaal, een kopie van de zaal van Tetar van Elven, de façade die tot heden het gezicht van Arti aan het Rokin bepaalt.

In de tentoonstelling Façade wordt het pand aan de hand van kunstwerken doorgelicht om de merkwaardigheden en geheimen van het Artigebouw te tonen. Door de nadruk op de architectuur is deze tentoonstelling ook een confrontatie van hedendaagse beeldende kunst met het verleden. Een geschiedenis die zich sOp 21 juli opent de tentoonstelling Façade. Zij werd gemaakt ter viering van de verbouwing van het Artipand door J.B.Leliman nu 150 jaar geleden. De geschiedenis van het pand is veelzijdig en maakt in onderdelen deel uit van de architectuur en kunstgeschiedenis. Daarbij valt te denken aan het interieur van de sociëteit en de trapopgang die door Berlage ontworpen werden; het dakgewelf van Tetar van Elven in de grote zaal, dat nu achter glas verborgen gaat; én de ingrepen van Leliman die de opdracht kreeg van twee gebouwen één gebouw te maken. Volgens de destijds geldende regels van de symmetrie ontwierp hij de tweede zaal, een kopie van de zaal van Tetar van Elven, de façade die tot heden het gezicht van Arti aan het Rokin bepaalt.choksgewijs ontwikkeld heeft en veel tegenstrijdigheden bevat. De donkerte van de sociëteit beneden. (Wat een merkwaardige retrostijl! Je zou bijna vergeten dat Berlage ook bruggen en kantoren bouwd). De witte zalen en kantoren boven. De muren van de zalen zijn hol, Dat herinnert me aan de fantastische oplossing in Casino Luxem-bourgh. Daar werd een 19e eeuws gebouw tot een moderne tentoonstellingsruimte gemaakt door er letterlijk witte kubussen in te plaatsen, waardoor een 20e eeuwse optie zichtbaar in een oude entourage werd getild.

De bestuurskamer, waar behalve het bestuur ook alle commissies zitting hebben, lijkt weer oud. Vol snuisterijen die je als ‘tussen kunst en kitsch’-liefhebber wel kan waarderen. Daarnaast de rommelige kantoren, de computers en camera’s en achter de matglazen plafonds van de grote zalen, het historische dakgewelf. Op het schilderij ‘Koning Willem III bezoekt een tentoonstelling in Arti’, dat voor deze gelegenheid door Paleis Noordeinde aan Arti is uitgeleend, is de zaal in volle luister te zien. Al die tijden, al die ideeën: de expositie is de weerslag van een ontdekkingstocht. Ze wil wakker roepen wat ingeslapen is en onthullen wat zich verbergt.

Façade, 150 jaar aan het Rokin

De tentoonstelling draagt de titel Façade op de eerste plaats om de aandacht op J.B. Leliman te richten. Zijn façade is in vroeg eclectische stijl, symmetrisch van opzet en vol overmoedige opsmuk. Zoals de medaillons en de houten dames die de beeldende kunst, de architectuur, de muziek en de grafische kunsten verbeelden. Zij werden eind jaren zestig vervangen, de originelen staan nu binnen omdat het hout te kwetsbaar was. Die façade ligt sindsdien aan het Rokin en is het gezicht van Arti. Ze maakt nieuwsgierig naar wat zich daarachter bevindt, het gebouw en de Vereniging.

Soms heb je bij Arti het gevoel dat de tijd er stil bleef staan. De meningen hierover zijn verdeeld: moet je die slome stilte bewaren, er is inmiddels sprake van een opleving van het historicisme, of moet de beuk d’r in? Moet je het leven omarmen, de boel verjongen en vernieuwen? Het Rokin kan dat voortgaande leven uitstekend verbeelden. Terwijl in Arti de kunst wordt gehoed, snelt de geschiedenis voort. De warenhuizen, van Bijenkorf tot Bonneterie, de rondvaartboten, het toerisme en de rotzooi rond de nieuwe metrolijn. Ik geloof dat ik een stille voorkeur heb voor kunst die dit leven als uitgangspunt neemt. Voor kunst die écht is en die de verhullende aspecten van historicisme en decors verwerpt. Wat me herinnert aan een uitspraak van Peter Struycken waar ik wel waardering voor had. Tijdens een tv-interview met Sonja Barend merkt zij op: ‘…En wat vindt je dan van het studiodecor Peter? Mijn mensen werken zo hard.’ Ze giechelt schalks en geniet van de timing van haar compliment.
‘Een decor is niet mooi of lelijk, een decor is nep,’ antwoordt hij.
Met aandacht voor het Rokin duikt nog een idee van façade op. Façades zijn niet alleen historische gevels, die door monumentenzorg onderhouden moeten worden, maar ook projectieschermen, bladen uit een tijdschrift. Ze worden uitgelicht, beplakt en behangen met reclames, versierd met boodschappen en patronen. De façade is veel minder statisch dan het historicisme wil laten geloven.

Het pand en de kunst
Bij de keuze voor de kunstenaars heb ik me vanzelfsprekend door de kwaliteit van hun werk laten leiden, maar ook door nieuwsgierigheid. Ik ben nieuwsgierig naar hun kunst, de samenwerking en hun visie op de geschiedenis en het gebouw.
Leliman maakte van twee gebouwen één. Eén zaal was al in volle luister aanwezig, want die zaal, die Tetar van Elven construeerde en die in 1836 in gebruik genomen werd, was een noviteit voor Nederland. Niet eerder werd een ruimte speciaal voor het tonen van kunst gebouwd, niet eerder werd een dakgewelf met gietijzeren stutten gestut. Tetar van Elven bedacht dat het licht van boven moest komen en wou zijn kennis, die hij bij leermeester IJfel in Parijs had opgedaan, graag laten zien. Dat levert een bijzondere constructie op. Wanneer je het dak nu bekijkt, via diverse kruipdoor-, sluipdoor-deuren, valt op hoe klein de stutten zijn. Bovendien liet Tetar van Elven ze weer van een houtstructuur voorzien om de zaal in sjiek Hollandse luister te kunnen tonen.

Het dakgewelf is voor het huidige Arti een zegen en een last. Als publiek zie je er niets van, van de brandweer mag geen enkele van melkglazen platen meer worden opgelicht, als vereniging moet je de constructie echter wel onderhouden. Als ik met Michiel Kluiters het gewelf bekijk, ontmoeten we een van de werklui die een laatste hand aan het glazen dak legt dat over de constructie heen ligt. Kluiters zal een werk maken waarin het dakgewelf centraal staat. Op zijn verzoek is het schilderij, dat ook in het jubileumboek van Arti werd afgebeeld, ‘Koning Willem III op bezoek bij Arti’ van de koninklijke familie geleend. Willem III was destijds de koning-beschermheer van Arti en dat Thorbecke vond dat de staat niets met de kunsten van doen had, lapte hij aan zijn laars.
Leliman bouwde met het streven naar symmetrie die zaal met het dakgewelf na. Zij het dat beide zalen in niets op elkaar lijken. De tweede zaal is veel kleiner en bovendien geen rechthoek maar een parallellogram. Op 17 september 1856 werd zijn verbouwing feestelijk gevierd. En het duurde niet lang of men ontdekte dat de constructie toch niet helemaal klopte. Het gebouw kraakt in haar voegen.
Naarmate ik met meer verschillende kunstenaars door de zalen wandel, wordt het vreemder en vreemder. De Duitse kunstenaar Ralf Werner zal de muur in de erezaal veranderen, gefascineerd door de merkwaardige ronding en lijsten. De Japanner Goh Ideta wil van een zaal een spektakel maken waarin de toeschouwer om zijn eigen as draait. Sanja Medic en Bojan Fajfric laten zien hoe een interieur een constructie is die bij een deconstructie bezield lijkt. Niets is wat het lijkt, alles kan uit elkaar vallen en veranderen.

Architectuur & samenleving
Het analyseren en deconstrueren van ruimte en architectuur is een belangrijk gegeven in de hedendaagse beeldende kunst. Er ligt een link naar de vooroorlogse, geometrisch abstracte kunst, maar het zijn vooral de ontwikkelingen in de zestiger jaren die een belangrijke impuls aan deze manier van werken geven: Fluxus, Zero, GRAV. Bij de voorbereiding van de tentoonstelling haal ik de manifesttekst van deze laatste kunstenaarsgroep aan:

Stop de Kunst
... we moeten een uitweg vinden, uit het dodelijke einde van de moderne kunst. Als de moderne kunst een maatschappelijk aspect bevat, moet ze de beschouwer betrekken. Wij zijn in een dergelijke situatie in haar inhoudelijke tegenstrijdigheden verstrikt. De kloof tussen de artistieke schepping en het publiek is overduidelijk. Het publiek is 1000 mijlen van kunsttentoonstellingen en met name de ‘Avant-garde’ verwijdert en pers en reclame zijn nodig om de bevolking voor even aan te spreken...
… Wij willen de aandacht van de toeschouwers prikkelen, ze vrij maken en wakker schudden. Wij rekenen op hun deelname. Wij willen ze in een toestand brengen die hen in beweging zet en hen meester maakt. Wij willen dat zij toestemmen dat zij van de partij zijn, Wij willen dat zij een wisselwerking met de andere toeschouwers aangaan, en wensen dat zij meer waarneming en actie laten zien.
Een toeschouwer, moe van zoveel vergissingen en mystificaties, die zich van zijn macht bewust is, zal in staat zijn revolutie in de kunst te verwezenlijken en het teken, handelen en samenwerken te volgen.
Parijs 1963 – New York 1965, Groupe de Recherche d’Art Visuel (GRAV)1960
Misschien was de revolte geen revolte, toch hecht ik belang aan het elan dat ik bij veel van de deelnemende kunstenaars terug meen te vinden als het gaat om observatie en onderzoek, maar vooral in de levendigheid van hun werk. Het atelierbezoek bij Klaas Kloosterboer is bijzonder: Je kunt een doek vouwen tot een enorm clownspak en oorlogsgeweld naar binnen dragen op een tafel met verf bespatte kruizen. Marc Nagtzaam zet zijn onderzoek naar de dubbele betekenissen van het tekenen voort. In uitgaven, in zijn tekeningen en wandschilderijen vol perspectivische wendingen. Reinoud Oudshoorn zal twee van zijn nieuwste werken laten zien, waaronder een groot houten wandbeeld met een perfecte mysterieuze navel. In opdracht van het Fonds BKVB ontwierp hij een driedimensionale becijfering voor nieuwbouw bij het Stadion in Amsterdam-Zuid, een opdracht op façades toegesneden, nu de entree en gevel van gestapelde woningen. Ze moeten een sierraad zijn, één klein beeldhouwwerk voor elke bewoner.

De façades van Edwin Zwakman zijn die van nieuwbouwflats. Maar de nadruk in de tentoonstelling zal liggen op zijn reconstructie van het echte leven: Interieurs en achtertuinen. Martijn Engelbregt toont de sociale structuur en Peter Struycken? Ik ben bijzonder trots dat ik zijn kleden kan tonen. Het werk van Struycken past op veel verschillende manieren in het tentoonstellingsconcept. Omdat hij prachtige façades heeft gemaakt. Het gebouw van Carl Weber in Den Haag is één van mijn favorieten. Het staat aan de achterdeur van Den Haag bij Holland Spoor en toont groen en rood grote vlammende motieven. Het jaren tachtig Artiblauw is naar verluidt een kleur van hem - een gerucht dat ik niet ben nagegaan. In de tentoonstelling Façade worden zijn kleden getoond, computer aangestuurd geweven, soms op basis van muziek zoals die van Boulez. Het gaat om een spel met complexe structuren met een visuele ervaring als resultaat.

Saskia Monshouwer

Beeld1: Klaas Kloosterboer
Beeld 2: Sanja Medic, uit de serie ‘Events’, 2004
Beeld 3: Peter Struycken, ‘Entopische Waarneming’ wandkleden geïnspireerd op Boulez, 2005. Courtesy: Galerie De Expeditie
Beeld 4: Klaas Kloosterboer, 06125, tafel, hout, olieverf, 70,6x120x212cm, 2006

< back