religie 2006/14

Demonio, amigo mío, mi semejante *
Duivel, mijn vriend, mijn gelijke *Luis Cernuda

Toen de Bergkerk in Deventer mij in 2001 werd aangeboden voor een expositie, wou ik graag gebruik maken van de prachtige gelegenheid om terug te gaan naar de tijd vòòr de beeldenstorm. Ik wou de engelen weer in de kerk laten schitteren, zoals die bij restauratie van Bergkerk tevoorschijn waren gekomen. Ik dacht ook gelijk aan mijn kinderjaren waar we, als wij lief waren geweest, op school een bidprentje kregen, dat ik altijd zoetig en lelijk vond.

Op reis door Andalucia om de paasoptochten en bedevaarten mee te maken, dacht ik dat de symboliek en sensualiteit van het katholieke geloof over liefde, leven en dood ging, en niet zo ver verwijderd was van de antieke heidense rituelen van vruchtbaarheid. Daar werden ook vaak menselijke offers gebracht om het leven feestelijke te verzuimen.
Ik dacht aan het vaak geschilderde leven en de dood van Jezus, en aan de engelen die altijd prominent aanwezig zijn, vanaf zijn Incarnatie tot zijn Resurrectie. Natuurlijk waren de engelen vóór Jezus al ‘in the picture’ - ook een gemeenschappelijk fenomeen in alle culturen. Onze angsten zijn algemeen en wij willen door Hogere Wezens beloond, beschermd en zelfs gestraft worden. Wij hopen waarschijnlijk dat zij een rechtvaardig en betrokken kijk op ons hebben.

Ik begon schilderijen voor de kerk te maken, met als hoofdthema engelen. Ook zwarte engeltjes waren aanwezig om recht te zetten dat (volgens een Cubaanse liedje) kunstenaars altijd zijn vergeten, dat zwarte engelen ook geliefd zijn bij God en een plaats verdienen aan zijn zijde.
En zo, met veel plezier en een beetje humor ging ik aan het werk met mijn ‘bidprentjes’ van twee meter. Langzaamaan, en na het schilderen van de beschermengel, kreeg ik zoiets van… ‘ja, maar de lievelingen van God waren toch juist de gevallen engelen?’
Hoe was Lucifer? Was hij zo sterk in zijn kwaadaardigheid dat zelfs God hem niet kon redden van zijn ondergang? Of was zijn aanwezigheid noodzakelijk om ons bewust te maken van onze obscure kanten?
De duivel als grote verleider: door hem zijn we genoodzaakt om keuzes te maken tussen het goed en het kwaad. Maar was het kwaad er vóór dat de demonen bestonden?
In de literatuur zijn talloze voorbeelden van hoe aantrekkelijk de duivel is: arme Gretchen, door Faust verlaten, The picture of Dorian Gray, Tatjana, (de vraag aan Eugene of hij als beschermengel of als duivel is gekomen). Engel en Duivel zitten zo dicht bij elkaar. Ook in de hedendaagse literatuur blijft de Duivel de grote verleider bij dichters en schrijvers: ‘Demonio amigo mío, mi semejante’ van Luis Cernuda, of ‘A lost angel, an imperfect angel, one of Gods castoffs’ van John Coetzee in de Master of St. Petersburg.
Mijn laatste engelen zijn dus de gevallen engelen; ze hebben spiegels voor zich, maar ze zien hun eigen lelijke koppen niet. Moralistisch? En waarom niet? De eerste spiegels werden met de duivel geassocieerd als attributen voor kwaadaardige rituelen. En misschien is de enige manier om te overleven (als duivel uiteraard) om je zelf niet te willen zien. Anders verzuip je als Narcissus, maar dat is een andere moralistisch verhaal, toch…?
Links en rechts van het schilderij zijn twee figuren die machteloos en droevig naar hen kijken. De gevallen engelen zien hen ook niet.

De bovengenoemde paasoptochten en bedevaarten vinden plaats in de lente, wanneer de straten naar jasmijn en sinaasappelbloesem ruiken. Jezus hangt aan het kruis tegen de meest surrealistische achtergrond van geuren en kleuren. María huilt, gehuld in prachtig geborduurde gewaden, vol juwelen en bezaaid met bloemen. Jezus, De Grootste Martelaar, gaf zijn lichaam letterlijk aan ons in zijn laatste avondmaal. Wij kunnen Zijn Lichaam nog steeds opeten bij de communie - een abstracte performance van kannibalisme? De wens om een ander lichaam te bezitten, maakt dat je zelf ook een beetje de ander wordt. Wat mij betreft bezit dat een enorme erotische lading.
Ik heb Jezus aan het Kruis geschilderd, omsingeld door witte bloemen met doornen, zoals de Meidoorn, de schoonheid van het drama, de zachte bloemen en de dood.
Het religieuze thema is zeer actueel: Flagelatie, Ecce-Homo, Piëta. Met religie als alibi worden wij dagelijks in de media geconfronteerd met zulke taferelen. Iedereen kan zien dat er niet veel is veranderd sinds het bijbelse verhaal: martelaren, terechtstellingen, vernederingen, verraad. Hoe kan dat nou? nu nog? vragen wij ons af. Nooit compassie, toen niet en nu niet. Ontroostbare moeders, wanhopige leegte, dat is het enige wat overblijft. Deze hedendaagse taferelen zijn vergelijkbaar met mijn religieuze schilderijen.

Dora Dolz
www.doradolz.com

beeld: Dora Dolz, Mariahart met doornen

< back