territorium 2006 /12

tentoonstelling in Arti van 24 maart tot 24 april 2006
Espaces relationnels

samenstelling Cécile van Hanja

In de tentoonstelling Espaces relationnels zijn kunstenaars bij elkaar gebracht die een gemeenschappelijke fascinatie tonen voor de architectonische omgeving; de behuizing vertelt iets over de gebruiker en zijn psychologische processen.

Mirjam Kuitenbrouwer


Mijn huis is een obsessief geordende vesting. Van oorsprong is het een pakhuis uit 1884. Het ligt ver van de straat, afgesloten door een poort en telt drie verdiepingen waarover zes ruimtes zijn verdeeld, die voor mij meer als camera dan als kamer fungeren. Daarnaast zijn het mijn ontwikkelruimtes: ligbad en lichtbak aanwezig. De deur als sluiter. Ik heb het pand volledig geïsoleerd. Binnen wordt het klimaat beheerst door glaswol, dubbele ramen, tochtstrips, luiken en luxaflexen. Wanneer ik dat wil, is het mogelijk het huis hermetisch af te sluiten. Een kunstmatige aanpassing, om te verblijven in een tijdloze ruimte, afgeschermd van de wereld. De zijgevels zijn blind. Mijn ramen staan haaks op die van de buren. Geen inzicht, enkel uitzicht. Aan de voorzijde kijk ik uit over alle aangrenzende achtertuinen. Het biedt een ruim blikveld dat het gebrek aan inpandige ruimte enigszins compenseert. Ik beheer het uitzicht zonder er verantwoording voor te dragen.

Bij binnenkomst ga ik via de keuken de trap omhoog en open het luik dat als liggende deur aan een takel de hoofdruimte ontsluit: het atelier. Hier bevindt zich mijn werkarchief dat bestaat uit een grote verzameling beeldmateriaal, boeken, negatieven en foto’s, alles minutieus geordend en gerangschikt. Ik heb door de jaren al mijn handelingen, beslissingen, nalatigheden, tegenslagen, aarzelingen, buitensporigheden en uitvluchten tot in detail geregistreerd, kortom: alles opgetekend wat mijn werk tot op vandaag heeft bepaald. Systematisch in ordners opgeslagen. Verder staat de ruimte nokvol apparatuur, statieven, lenzen, convexe spiegels, gedemonteerde camera’s en gesorteerde modelbouwonderdelen. Ook in de ordening daarvan ben ik dwangmatig: alles heeft zijn plek. Het huis is een geoliede machine zolang zij draait, maar onvermijdelijk dient zich na een intensieve werkperiode het zwarte gat weer aan. En met iedere nieuwe werkfase gaat de bestaande orde omwille van het overzicht weer op de schop.

 

 

Ronald van der Meijs

Territorium,

‘grondgebied
woongebied van een individu
of een groep van dieren
dat tegen indringers verdedigd wordt’

uit de Van Dale

‘architectuur van de psyche’

mijn hoofd is mijn territorium
het is wat ik er van maak
deze keer een ruimtelijk werk
waarin ik loop
me begeef
ik zoek naar de grens
het begin
waar zit de oorzaak
hoe kom ik hierin
een venster
een deur
en geluid een kleur een minderen
nee meerdere

zien is voelen
maar
is voelen ook zien
het gevoel gezien te hebben
is het zien van een gevoel
of voel ik juist het zien
en zie ik niet het voelen

 

Cécile van Hanja

Het verloren territorium; mijn vaderland.

Monaco, 1972.
Acht jaar oud ben ik en ik zit in een treincoupé richting Nederland.
Ik kijk naar buiten en weet, dat we naar een ‘vreemd land’ gaan.
De contouren van de bergen, de kustlijnen en de palmbomen verdwijnen te snel uit mijn zicht en maken langzaam plaats voor de onpersoonlijke buitenwijken, afgebakende tuintjes en hoge façades van flatgebouwen.
Ik verlang terug naar mijn ‘verloren land’, naar mijn kat, mijn kamertje, rolschaatsen in de zon, de blauwe zee en naar mijn vader; kortom naar mijn vaderland.
Verzeild raken in een ‘vreemd land’, onthecht je van alles en iedereen.
De bestemming is Nederland, een nieuwbouwwijk in de Randstad.
Iedereen hetzelfde keukenblok, hetzelfde tuintje met schutting, hetzelfde uitzicht; namelijk geen uitzicht.
Ik ben ontworteld en voel me als een boom zonder grond.
Nu, drieëndertig jaar later, ben ik ondanks mijn ‘volmaakte’ integratie in Nederland, nog steeds niet verbonden met dit ‘vreemde land’; de façades om mij heen lijken alleen maar hoger te zijn geworden.
Ik schilder over een doolhof van leegte waar geen sociale verbanden zijn en mensen zich vervreemd voelen van hun omgeving, de toenemende anonimiteit in de buitenwijken van grote steden, de eenvormige architectuur en de monotonie van deze stedelijke façades.
Espaces relationnels is een poging om mij te verzoenen met de artificiële wereld waarin ik als vreemdeling verzeild ben geraakt en een zoektocht naar verbondenheid.

 

Oscar Lourens, meteingen La Lue

 

Frank Havermans

Het territorium van de kunstenaars als kunstwerk

Door de ruimte of het gebouw te analyseren, te deconstrueren en opnieuw op een andere manier in elkaar te zetten wordt de ruimte van mij. Ik kan niet meer in de ruimte van wie dan ook. Op dat moment wordt de ruimte van mij.
Ik pik de ruimte niet in of baken de architectonische ruimte niet af zoals het begrip territorium suggereert. Ik verander de ruimte omdat ik me gemakkelijk voel.
Mijn atelier is letterlijk een werkplaats waar alles door elkaar gebeurt. Er wordt gedacht, geschreven, opgeslagen, gezaagd en gebouwd. Ik duld geen in.... van buitenaf, alles is te veel.
Als ik het begrip territorium letterlijk op mijn werk projecteer, lijken er in eerste instantie geen raakvlakken. Maar dat is onmogelijk, als het werk gaat over ruimte - de architectonische ruimte - en ruimte is per definitie het afbakenen van gebied waardoor er een binnen en buiten ontstaat. Het afbakenen en consolideren van ruimte ligt sterk opgesloten in het begrip territorium.
Het territoriale in mijn omgeving en daardoor ook in mijn werk, zit meer in het feit dat ik de ruimte verander. Ik manipuleer net zolang tot de ruimte de essentie bevat die ik begrijp en anderen niet. Door ruimtes op deze manier te herdefiniëren wordt deze van mij. Ik hoef zelf niet te worden toegelaten, ik laat anderen toe of beter nog de nieuwe ruimte laat anderen toe.
< back