territorium 2006 /12

Walter Bartelings
De hele wereld is mijn atelier

Nog niet zo lang geleden nodigde Walter Bartelings me uit om samen met hem een bar op Vuurland te beginnen. Vuurland, het einde van de wereld. Bar en boos. Uitgeroeide Indianenstammen. Dicht bij Antartica. Walter was er al en had een stuk land op het oog van 25 bij 25 kilometer. Hij zou in dat gebied afvalhout verzamelen en daar een keet van timmeren. Of ik op die plek dan uit boomstammen sterke drank voor de gasten wilde stoken. Het optrekje zou op zo’n dertig kilometer van Ushuaia worden neergezet. Ushuaia is met 28.000 inwoners het zuidelijkste stadje op onze aarde. Uiteindelijk is het plan niet doorgegaan. Walter ging door naar de Zuidpool en ik was een expositie op IJsland aan het voorbereiden. We dreven een beetje uit elkaar.

Walter Bartelings heeft geen atelier. Je hebt kunstenaars die hebben een atelier en werken daar. Ik heb als gedachtenkunstenaar een tijdje een atelier in mijn eigen bovenkamer gehad, die kun je makkelijk overal mee naar toe nemen. Walter: kunstenaar zonder atelier. Eigenlijk is de hele wereld zijn atelier en dan moet je wel oppassen. Ooit van commissies gehoord die op atelierbezoek komen? Kom maar, zegt Walter dan: naar Antarctica, dan moet je net als Walter zes weken mee op een Russisch expeditieschip, waar de bemanning alleen Russisch spreekt en als je de enige gast bent, zal de kok echt niet anders koken dan voor de bemanning: VET. Of Spitsber-gen, waar Walter ook heeft rondgezworven om een kunstwerk samen te stellen. Je mag hem daar niet eens volgen als je niet net als hij een vergunning voor een jachtgeweer hebt, om in geval van nood een ijsbeer neer te kunnen leggen. Dan maar leven zonder atelier en zonder commissies en de daaraan verbonden subsidies.

Schateilanden
Voor Walter kreeg de kunst een plekje toen hij als zevenjarige op de lagere school tijdens museumles het Allard Piersonmuseum bezocht. Daar worden op een speciale kraamafdeling wereldreizigers, onderzoekers en romantici geboren. Walter zag daar wat wereldreizigers verzameld hadden. Hij werd beeldhouwer en daarna wereldreiziger. De schateilanden uit zijn vroege jeugd, die wij alleen in onze fantasie hebben bezocht, daar ging hij echt naar toe. De schatten die hij er vond, zagen er bijna zo uit als wij denken dat piratenschatten er uit zien. Het verschil: glinsterende stenen glinsteren alleen als er licht op valt en het mooiste goud glimt als er licht op valt. Walter ontdekte niet de oude schatten, maar wel het licht op zijn schateilanden. Het licht voor een beeldhouwer is als een steen voor een schilder.
Adieu atelier. Walter ging voortaan het licht vangen. Op hoge zee. Graag had hij aangemonsterd bij kapitein Morgan, een oude zeepiraat die rond 1670 de kusten rond Midden- en Zuid-Amerika en de Caribische eilanden onveilig maakte. Samen goud stelen en licht vangen. Wij noemen Morgan en zijn manschappen piraten (Piratas - Spaans) zelf noemden ze zich boekaniers, dat is het Franse woord voor vleesrokers. En dat gerookte vlees had je echt nodig, als je op hoge zee lag te loeren op buit. Walter weet ook wel dat het smeerlappen waren; hostes humani generis, vijanden van het menselijke ras. Maar als dromer liggen over de hele wereld de schatten nog verstopt om door Walter weer aan het licht te worden gebracht. Voor de kust rond Pategonië, Vuurland maar ook bij La Reunion en Mauritius liggen nog veel piratenwrakken met schatten aan boord, gezonken wachtend op verlossing. En bovenal het licht dat gezien wil worden door kunstenaarsogen.

Op expeditie
Walter monstert in 2002 in Vlissingen aan op het Russische expeditieschip De Mikheev. Onderweg naar Antarctica wordt tijdens de zes weken durende reis slechts een keer op volle zee bijgetankt. Wanneer kapitein en bemanning in het Russisch elkaar de huid vol schelden tijdens het tanken in de buurt van Brazilië, droomt Walter van de piratenschepen die onder hem liggen. Na zes weken komt het schip in Vuurland aan en daar komen andere expeditieleden aan boord. Vanaf dat moment geldt: zeemansbruid is de zeeën voor Walter: kunstenaarsbruid is het licht. De wetenschappers hebben zich waarschijnlijk in Wageningen blind gestaard door hun microscopen en gaan nu, als waren het postzegelverzamelaars, vogelsoorten door de verrekijker binnenhalen: pinguïns, albatrossen, fregatvogels.
Hoe lukt het Walter als kunstenaar daar terecht te komen? Makkelijk zat. Walter gaat het licht bestuderen. Hij dient een verzoek in bij de maatschappij Oceanwide Expeditions. Soms nodigen zij een kunstenaar uit, meestal zijn het wetenschappers of het soort jagende vogelaar die gewoon zelf voor zijn reis moet betalen. Nu er ook steeds meer kunstenaars mee willen, zal er toch een reisbeurs moeten worden aangevraagd of diep in de buidel getast. De reis gaat naar Vuurland, langs immense ijsbergen en daarvoor nog over hele oude piratenschepen heen, waar de laatste maaltijd nog op tafel staat, ver onder de zeespiegel. Die gedachten spelen pas op als je daar tijd voor neemt. Haast, haast, haast, om zoveel mogelijk nog niet eerder waargenomen vogels op je soortenlijst aan te kruisen, ja, dan zie je verder niet veel...

Universiteit van het Licht
De tijd dat Walter op Vuurland verbleef, heeft hij de universiteit van het licht opgericht. Hij is daar nu de directeur van. Op basis van licht wordt er een beeldende filosofie ontwikkeld. Die filosofie is een vorm van Lichtbegeerte zonder belang. De toevoeging zonder belang is van grote betekenis. De meesten zullen het waarschijnlijk niet weten, maar op Vuurland en in Pategonië, het einde van de wereld, wemelt het van de sektes van over de hele wereld, die uiteraard het einde der tijden verkondigen. Daar wil Walter zich met zijn Universiteit van het Licht - juist door het licht - van onderscheiden. Wij kennen het noorderlicht, met een beetje fantasie weet je dat er dan ook een zuiderlicht is. Walter heeft er van genoten. Ik heb toentertijd op IJsland het noorderlicht als zachtwaaiende, groene gordijnen aan de hemel zien dansen. Naast de zuiderlichtgordijnen, is de enorme hoeveelheid divers wit-, blauw- en grauwgekleurde ijsbergen ook voor Walter een object, dat nadere filosofische beschouwingen zou mogen ondergaan.
Wellicht is Walter bereid ons als lichtcoach les te geven in de Lichtbegeerte. Een voorstel heb ik hem al gedaan. Het is een oud Artivoorstel, als alle vijfhonderd leden besluiten om Arti en al zijn bezittingen te verkopen. Dan kopen we voor dat geld een van de sterkste Russische ijsbrekers plus proviand en gaan met z’n allen vijf jaar op expeditie naar het einde van de wereld. Een atelier heb je dan ook niet meer nodig. Het is een opwindende gedachte en Walter is een van de weinige, huidige Nederlandse kunstenaars die daarin het voortouw neemt. Schip Ahoy. Zeemansbruid is de zee. Kapitein Walter, ik ga als scheepskok graag met je mee.

Walters’ boekenkast staat vol boeken met daarin plaatjes, tekeningen en schilderijen van ijsbergen. De wonderlijkste gekleurde plaatjes van ijsbergen staan in het volgende boek: ‘In nacht en ijs’ van Fridtjof Nansen. Het boek uit 1879 is hier en daar nog wel te krijgen. Het noorderlicht op afbeeldingen in fantastisch gelithografeerde kleuren en onderschriften als: ‘De maan spiegelt zich in den koolzwarten gloed’. Dat is de poëzie van het licht.

Fredie Beckmans

< back