territorium 2006 /12
Identiteit als omheining |
Wellicht heeft u wel eens, al dan niet zappend, het programma ‘De rijdende rechter’ van de NCRV gezien. In dit programma spreekt een heuse rechter, Frank Visser, recht over allerlei kleine dagelijkse conflicten die in de maatschappij plaatsvinden. Veel van deze conflicten gaan over erfafscheidingen, belemmering van uitzicht, hinder van andermans activiteiten en zijn territoriaal van aard. Oorlogsconflicten in het klein, zeg maar. De verbetenheid en de onmacht van de mensen in het programma is vermakelijk maar ook schokkend.
Waarom is het territorium zo belangrijk, waarom verdedigt en bakent de mens zo verbeten zijn of haar territorium in een doodgewone en kalme woonwijk af? Is er misschien zelfs sprake van een wapenwedloop? |
Natuurlijk is het territorium belangrijk, het is zelfs instinctief, net als bij een hond die het hondenterritorium afbakent met zijn geur. Maar daar wil ik het nu niet over hebben. Nu we ons zelf een (post)moderne beschaving noemen, kunnen we ons afvragen wat het territorium vanuit stedenbouwkundig perspectief betekent en wat dat ons brengt. |
De burger als belegger
Grondbezit is een belangrijk economisch gegeven, want grond, en de gebouwen die er op staan, vertegenwoordigen een enorme waarde. Was grond vroeger een productiemiddel, nu is het een belegging. De kwaliteit van de grond is nu van minder belang, de locatie is daarentegen veel belangrijker geworden. Voor de meeste mensen is het huis en de grond het grootste kapitaal, dat men ooit zal bezitten. Men is bereid om er dertig jaar lang - de gangbare lengteduur van een hypotheek - een flink deel van zijn of haar inkomen aan te spenderen. Wie een woning bezit, is dus vanzelf verplicht langdurig verantwoord deel te nemen aan de maatschappij. Een overheid die burgers stimuleert om een woning te kopen, kweekt zo verantwoorde burgers, en daar kan je er niet genoeg van hebben, maar ze kweekt daarmee ook bezorgde burgers.
Een andere reden voor de overheden om woningbezit te stimuleren, komt voort uit de grotestadsproblematiek. Het blijkt dat mensen die een woning bezitten over het algemeen netter zijn dan huurders van een woning. Hoe komt dat toch, dat de woningen en de tuintjes van eigenaarbewoners vaak beter worden onderhouden, dan de tuintjes van de huurders? Een reden kan zijn dat wanneer het huis en de omgeving niet goed onderhouden worden, de waarde van het bezit zal dalen. Mensen met een eigen woning stellen daarom hoge eisen aan de omgeving: het moet rustig, schoon, heel en veilig zijn. De woningeigenaar heeft een grote behoefte aan zekerheid en stabiliteit en is argwanend voor elke verandering in de omgeving. Het zogenaamde Nimbygedrag (Not in My Back-Yard) bij stedelijke projecten, waarbij het gaat om het aanbrengen van voorzieningen voor algemeen belang, is daar een goed voorbeeld van. Eisen van planschade zijn dan ook schering en inslag. Enkele jaren geleden zijn burgers uit een dure woonwijk zelfs verder gegaan en hebben een opvanghuis voor asielzoekers weten te voorkomen door het desbetreffende pand op te kopen. Onhebbelijk, maar geoorloofd. Zo kan men ongewenste ontwikkelingen buiten de buurt houden. |
 |
 |
Veiligheidsdenken
Tot nu toe komt Nederland, wat betreft afgeschermde territoria, er behoorlijk genadig van af als je het vergelijkt met de VS en Latijns-Amerika. Het eigen territorium wordt daar beschouwd als een verdedigingswerk, dat het onheil letterlijk buiten de deur moet houden. Als de situatie in de VS een voorbode is van hoe het er in Nederland in de toekomst aan toe zal gaan, belooft dat weinig goeds: de gated community’s en no-go-zones zijn dan een geaccepteerd verschijnsel. In de VS is er bij één derde van alle voorsteden sprake van verschuilen achter bewaakte muren. Deze ontwikkeling stamt van ver voor 9/11 en dus ook voor de moord op Van Gogh en ligt dus behoorlijk diepgeworteld: ze is dus niet te wijten aan de actuele politieke sfeer. |
Op stedelijk niveau heeft Mike Davis een diagram opgesteld van het veiligheidsdenken in Los Angeles (The ecology of fear), dat ironisch genoeg op het eerste gezicht lijkt op de ideaalstad van Ebenzer Howard, de uitvinder van de tuinstad eind 19e eeuw.
In het diagram van Davis wordt een beeld gegeven van hoe het veiligheidsdenken gekoppeld kan worden aan de stedelijke planning. Er worden verschillende districten onderscheiden met verschillende lokale veiligheidsmaatregelen. In het centrum zijn er controlegebieden met specifieke restricties ten aanzien van drugs, prostitutie en zwervers. De buurten rond het centrum hebben burger- en stadswachten en er zijn samenscholingsverboden. Aan de rand, tegen de ringwegen, zijn er de afgesloten suburbs die een plek geven aan de minderheden, te vergelijken met de inmiddels beruchte banlieu van Parijs, en op grotere afstand de bekende gated communities met slagboom en bewaking. Langzamerhand kan men ook steeds meer verschijnselen van het veiligheidsdenken in Nederland waarnemen. In Rotterdam worden sommige buurten inmiddels als no-go-zones aangemerkt. De gemeente probeert het tij te keren door lokale vestigingsbeperkingen in te stellen voor sociaal-economisch zwakkeren, die kennelijk de puinhoop veroorzaken. In feite wordt daarmee een bestuurlijk hek geplaatst rond sommige buurten. Veel keurige en op het oog rustige buurtjes in Nederland hebben bij de entree van de buurt bordjes geplaatst met ‘attentie buurtpreventie’, zodat een potentiële indringer gewaarschuwd is en weet dat er op hem gelet wordt, gelukkig niet geschoten. Ook van de Rand-stad is inmiddels een met The ecology of fear vergelijkbaar diagram te maken. |
Het veiligheidsdenken strekt verder dan alleen de regelgeving en handhaving en krijgt een nieuwe gedaante in de nieuwbouwprojecten rondom de steden. Hier gaat het om het buiten houden van onwelgevallige zaken. De nieuwste wijken vormen nog net geen echte gated-community’s, maar door een opzet met omsloten ruimtes, beperkte toegang en weinig subtiel cameratoezicht, beginnen ze er aardig wat trekken van te vertonen. De projectontwikkelaars gebruiken voor de verkoop graag beelden van overzichtelijke, vredige en lommerrijke woongebieden, die lijken op het stadje uit de film ’The Truman Show’. De buurtjes worden afgeschermd door water of ondoordringbaar struikgewas en zijn aangesloten op de buitenwereld met een doodlopende weg; een slagboom is er zo bij gedacht.
De grote, nieuwe, stoere bouwblokken in de steden vormen ook in zekere mate een gated community, zeker als je bedenkt dat ze vaak een ondergrondse parkeergarage hebben. De bewoners hoeven zich zo niet lijfelijk in te laten met de openbare ruimte en zijn capsulaire mensen bij uitstek, zoals de filosoof Lieven De Cauter ze noemt, mensen die zich van het ene territorium naar het andere verplaatsen. De postmoderne mens verblijft in enclaves en trekt zich terug uit de openbare ruimte, die steeds meer beschouwd wordt als een slagveld. Op een dag weet men niet meer hoe men zich moet gedragen in de openbare ruimte, men is gewoonweg ontwent een ander te ontmoeten. |
Identiteit als omheining
In veel buitenwijken en minder verstedelijkte gebieden spelen de grote stadsproblemen minder sterk. Toch wordt hier steeds meer ingezet op het afbakenen van het territorium. De angst heeft hier een andere voedingsbodem dan in de stad. Ze lijkt te bestaan uit een angst om op te gaan in een grote onbestendige massa. Dat is ook niet verwonderlijk als je de uitgestrektheid ziet van het nieuwe stedelijk gebied. Een grote onmetelijke soep van gelijksoortige laagbouwwoningen, tuinen en woonstraatjes. De nieuwbouwwijken van de laatste dertig jaar bestrijken mede door de lage bebouwingsdichtheid een veelvoud van het oppervlak van de oudere delen van de steden, die eeuwen nodig hadden om te groeien. Daarnaast heeft de globalisering, marketing en individualisering geleid tot een enorme keuze aan verschillende levensstijlen en groepen. Waar hoor je bij? Waar wil je vooral niet bij horen? De angst om gelijkgestemden niet meer te vinden is dan ook groot. Het is niet voor niets dat Funda.nl, de website voor makelaars en woningzoekenden, een uitgebreid profiel geeft van de wijken. Er worden door Funda.nl twintig leefstijlen onderscheiden met vanzelfsprekende en welluidende namen zoals: ‘huis- en tuingenieters’, ‘uiterlijk gerichten’ en ‘stoere motorrijders’. Door de categorieën in percentage aan te geven krijgt men een aardig beeld van de buurt en haar bewoners. Ook andere parameters worden ingezet, zodat de potentiële kopers kunnen bepalen of ze wel in de buurt passen. Er wordt informatie gegeven welke kranten in welke mate in de buurt worden gelezen en ook de meest voorkomende automerken in de buurt worden gemeld: hoed u voor wijken met veel Toyota’s. |
Veel nieuwbouwbuurtjes krijgen een sterk en lyrisch thema mee, zoals ‘de citadel’, ‘de burcht’ en ‘de buitenplaats’, zodat er een nieuw herkenbaar en rustgevend profiel ontstaat. Wijken met een bijna letterlijke jaren ’30 architectuur en een dorpse opzet zijn nu erg populair en trekken mensen aan die ongeveer dezelfde waarden en normen zullen hanteren, met een hang naar de tijd van toen geluk nog heel gewoon was.
In de VS, maar ook in Frankrijk, zijn inmiddels woonwijken gerealiseerd door Walt Disney die op real-time decors lijken. Ze variëren in identiteit van Romeinse lusthoven tot de Engelse countrystijl en zijn tot in detail consistent uitgewerkt. De buitenruimte is in bezit van de eigenaren en er zijn strenge regels vastgelegd in de statuten van de vereniging van eigenaren. Bijvoorbeeld dat de auto’s in de garage moeten staan en niet op de oprit, anders wordt het beeld en dus de illusie verstoord.
Naast deze thematische gebieden worden de laatste tijd nog meer uitgesproken identiteiten meegegeven aan nieuwe woongebieden die zich richten op zeer specifieke doelgroepen. Zo zal er in Almere Poort binnenkort een buurt verschijnen, die helemaal in Indonesische stijl wordt opgezet, inclusief satéhut. Vooral oud-Indiëgangers en Molukkers zijn geïnteresseerd. Zo worden er in Almere nog meer buurtjes voor bijzondere doelgroepen gerealiseerd: de watersportfreaks, de golfers, de milieubewusten en niet te vergeten de kunstenaars, het zogenaamde Ecudorp. Door een sterke identiteit aan te brengen en zichtbaar te maken, wordt op subtiele wijze aan de poort geselecteerd.
Het vertalen en het uitvergroten van de identiteit in de architectuur en de stedelijke ruimtes kan een ongelooflijk gevarieerde maar gefragmenteerde stad opleveren. Deze buurten kunnen, mits ze toegankelijk zijn en ontspannen opgaan in de stad, natuurlijk ook iets toevoegen aan de stad, zoals Chinatown een attractie op zichzelf is in New York (overigens moeten we niet vergeten dat Chinatown ontstaan is binnen het stedelijk weefsel dat de Chinezen naar hun hand hebben gezet). Tegelijkertijd kan het er toe leiden, dat de passant zich in eigen stad steeds meer te gast zal wanen en zich in sommige gevallen een displaced person zal voelen wanneer hij of zij te veel afwijkt van de lokale identiteit. De omheining wordt dan mentaal in plaats van fysiek.
|
En wat brengt het de stad?
Met alle goede bedoelingen van de overheden ten spijt om gezellige, stedelijke gebieden te maken met veel interculturele ontmoetingen, lijkt het uiteenvallen van stedelijke gebieden door te zetten en, naast de bekende economische er de sociaalmaatschappelijke, een nieuwe dimensie erbij te krijgen: de wezenlijke. Door de sterk begrensde buurten met een eenduidig uitgesproken profiel en heel specifieke identiteit, worden bevolkingsgroepen volledig uitgeselecteerd. De kruisbestuiving tussen culturen, ideeën en leefstijlen zal geen plek meer kunnen vinden. Voor een creatieve economie is dat uiteraard fnuikend. In het publieke domein zal het nu met name moeten gaan over het letterlijk en figuurlijk slechten van de grenzen en nog veel moeilijker: het terugveroveren van het territorium van het onbepaalde op het bepaalde, het identiteitrijke. Lukt dat niet, dan valt de stad uiteen in allemaal kleine harmonieuze en homogene gebieden, zonder de dagelijkse conflicten. En de rijdende rechter? Die is werkloos geworden. |
|
Jaap Lisser
|
beeld 1: Hreinn Fridfinnson
beeld 2: pissende man
beeld 3: droomhuis
beeld 4: Lucky-Luck en de trek naar het westen: Pioniers staan klaar om een nieuw gebeid te annexeren in het wilde westen.
beeld 5: Lucky Luck: Na het startschot voor de rush is, wie het eerst komt wie het eerst maalt en een stuk grond mag toe-eigenen.
beeld 6:
The Truman show
beeld 7:
The Truman show
beeld 8: Brandevoort Helmond, gerealiseerd 2001-2006
beeld 9:
Haverleij Den Bosch gerealiseerd 2000-2005
|
| <
back |