territorium 2006 /12
Het Blauwe Huis
Bouwen aan een gezamenlijke geschiedenis
November 2005. Een koude maar zonnig winterdag. Aan de Willy Mullenskade 13, onder de luifel van Het Blauwe Huis, staat een bloemenstal. Het is de start van de Parade der Stedelijkheid, een project van architect Dennis Kaspori en kunstenaar Jeanne van Heeswijk. Vanuit Het Blauwe Huis werken zij aan een plan om via kleine ingrepen het voorzieningenniveau van IJburg tijdelijk te verbeteren.
Onder de luifel worden elke zaterdag vanaf twaalf uur ‘s middags bloemen verkocht. De onderneemster Nicoline Koek mag geen huur betalen en moet haar negotie dicht bij het huis houden, om niet in te druisen tegen de bepalingen die de stadsdeelraad aan de openbare ruimte stelt. Net als de tuin rondom het huis, die kunstenaar Rudy Luijters aanlegde als een publieke moestuin waaruit bewoners en omwonenden vrijelijk groenten kunnen plukken, lijkt de bloemenstal misschien alleen een ludieke en praktische aanvulling op de van basisvoorzieningen verstoken nieuwbouwwijk. Maar de gelijktijdige presentatie in Het Blauwe Huis verschaft inzicht in wat er aan de eenvoudige bloemenstal en moestuin is vooraf gegaan, en toont daarmee de achtergronden en de tekortkomingen van het stedenbouwkundige plan voor IJburg en wat dat voor de bewoners betekent.
Een nieuwe gemeenschap
In 1996 werd door de gemeente Amsterdam besloten tot de aanleg van IJburg, als alternatieve woonlocatie voor het centrum en zijn omliggende wijken. Op een kunstmatig aangelegd eiland worden woonwijken gecreëerd, die volgens planning in 2012 gerealiseerd moeten zijn. De wijk zal dan 18.000 woningen voor 45.000 inwoners tellen. Deze woningen worden voornamelijk in blokken gebouwd, die elk bestaan uit een mix van koopwoningen en sociale huur (in een verhouding 80%-20%). In elk blok zijn de woningen gesitueerd rondom een gezamenlijk binnenterrein. Daarnaast moet IJburg werk bieden aan 12.000 personen. Naast huizen, scholen en winkels zullen er sportaccommodaties, restaurants, een strand en een begraafplaats worden aangelegd. Kenmerkend voor een nieuwe leefomgeving als IJburg is, dat het in de vergaderzaal en aan de tekentafel wordt uitgedacht. Hierbij wordt niets aan het toeval overgelaten.
IJburg is geen probleemwijk, maar er ontbreekt wel iets heel belangrijks: historie, een geschiedenis van mensen, verhalen, leven en een kloppend hart. Dat zijn stuk voor stuk kwaliteiten waarvan bewezen is, dat ze bepalend zijn voor de identiteit van een gebied en haar bewoners en gebruikers. In tegenstelling tot oude stadsdelen, die kunnen terugkijken op een rijke historie, kan er in IJburg eigenlijk alleen maar vooruit gekeken worden. Hoewel... de eerste pioniers beginnen het gebied al weer te verlaten, op zoek naar een nieuwe uitdaging. Dit terwijl het anderen juist aanspreekt, dat het gebied eindelijk vorm begint te krijgen. Geschiedenis kan geschreven worden waar je bij staat, maar dan moet deze wel als zodanig herkend, vastgelegd en ontwikkeld worden.
De doctrine van de segregatie
Volgens de planoloog Bart Wissink is de kritiek op de, ook op IJburg toegepaste, gangbare wijze van het plannen van VINEX-wijken zeer uitgesproken. Meer dan eens worden deze strikt gereguleerde en gezoneerde uitbreidingswijken door de overheid als voorbeeld aangehaald, om aan te tonen dat de doelbewuste, ruimtelijke interventie vanzelf tot bewoners met gemeenschapszin leidt. Maar, vraagt hij zich af, werkt dit wel zo? Mensen organiseren zich al lang niet meer op deze schaal, hun leven strekt zich tot ver over de grenzen van de wijk en zelfs de stad heen. Het toekennen van een eenduidige identiteit aan een plek staat bovendien op gespannen voet met het multi-interpretabele karakter van de ruimte. Ook op een groter schaalniveau wordt de onmogelijkheid van de maakbare (of in dit geval planbare) samenleving steeds duidelijker. Stedelijkheid is vaak ver te zoeken in de meeste uitbreidingswijken van het afgelopen decennium. Het zijn gebieden die volledig gebaseerd zijn op de doctrine van segregatie. Scheiding van functionele domeinen zoals wonen en werken, scheiding van infrastructuur, scheiding van inkomensgroepen (sociale woningbouw versus koopwoningen) en ga zo maar door. De doctrine van segregatie komt voort uit het verlangen naar controle. Door deze doctrine kan er in deze gebieden nooit een vorm van stedelijkheid tot stand komen. Stedelijkheid is namelijk gebaseerd op ontmoeting: ontmoeting van mensen, culturen, ideeën, etcetera. Uit de ontmoeting van bijvoorbeeld verschillende ideeën ontstaan weer nieuwe ideeën. Een kloppend hart, gezamenlijke geschiedenis, sociale interactie en gemeenschapzin zijn nu eenmaal kwaliteiten die moeten groeien.
Het Blauwe Huis
De woningen van Castellum, ofwel Blok 35, ontworpen door TKA (Teun Koolhaas Associates - tegenwoordig Atelier DUTCH), zijn gesitueerd rondom een gezamenlijke binnenterrein met middenin een (geplande) kobaltblauwe stadsvilla. Het door zijn ligging - als een soort observatie/controlepost in het blok - op voorhand al controversiële ‘Blauwe Huis’ werd op initiatief van beeldend kunstenaar Jeanne van Heeswijk voor een periode van tenminste vier jaar aan de woningmarkt onttrokken. Het idee is het Blauwe Huis in te richten als een huis voor cultuur en als plek voor onderzoek naar de ontwikkeling en het ontstaan van (stads)geschiedenis en experimentele gemeenschappen. Het moet een niet te reguleren plek binnen een tot op de millimeter vormgegeven leefomgeving worden, een plaats voor uitwisseling, dialoog en confrontatie.
Gelegen op een artificieel gecreëerd eiland en als onderdeel van de Vinexwijk die er gebouwd wordt, is Het Blauwe Huis het ideale platform voor onderzoek naar de wijze waarop zo’n wijk vorm krijgt en de manier waarop mensen de openbare ruimte gebruiken, zich toeëigenen en veranderen. Blok 35 is een van de eerste gerealiseerde plekken op IJburg. Het Blauwe Huis kan hierdoor de ontwikkeling van IJburg en de ontwikkeling van deze nieuwe gemeenschap op de voet volgen en er aan deelnemen. De mogelijkheid om, op dit moment en op deze plek, tijdelijk medebewoner van IJburg te worden, biedt de bewoners van het huis een ideaal platform voor het onderzoeken, ingrijpen en medevormgeven van de openbare ruimte op IJburg.
Illustere voorgangers
In de kunstgeschiedenis is het verlangen naar een ‘huis voor de kunsten’ niet vreemd. Op 9 september 1888 schreef Vincent van Gogh in een brief aan zijn collega Gauguin over zijn Gele Huis in Arles. Van Gogh drukte in de brief zijn verlangen uit om een huis te creëeren, waarin hij gastvrijheid kon bieden aan collega’s met wie hij intensief wilde werken en van gedachten wisselen. Een plek waarin leven en werken, presenteren en discussie onder één dak gebracht zouden zijn. Hij creëerde zo’n plek met wat later bekend zou worden als Het Gele Huis.
Er hebben meer van dat soort plaatsen bestaan. In de periode rondom 1940 bewoonde Frida Kahlo en Diego Rivera in Mexico het beroemde en beruchte Casa Azul. Een huis van waaruit de discussie en het werk niet alleen invloed uitoefende op de stad (door middel van Diego’s muurschilderingen), maar door gasten als Leon Trotsky zelfs op de wereldgeschiedenis.
Instant stedelijkheid
Kunstenaars, architecten, denkers, schrijvers en wetenschappers van verschillende nationaliteiten worden uitgenodigd om, verspreid over een periode van vier jaar, zes maanden (op te nemen in periodes naar behoefte van het project) in Het Blauwe huis te wonen en te werken. De bewoners van Het Blauwe Huis krijgen de opdracht mee om actief de dialoog met elkaar, de medebewoners van IJburg en het publiek aan te gaan. Door een verbinding te maken tussen de wereld binnen (hun wereld) en buiten (IJburg in ontwikkeling en de rest van de wereld), worden ze mede-auteurs van de ontstaansgeschiedenis en daarmee ook van de culturele geschiedenis van een gemeenschap. Door de samenwerking van de bewoners van Het Blauwe Huis met de bewoners van IJburg, wordt het ontstaan van een identiteit - of juist het zoeken daarnaar - op allerlei manieren geïnterpreteerd en omgezet in cultuuruitingen, die op deze manier meteen voor de toekomst worden vastgelegd. Door middel van het doen van onderzoek, het maken van kunstwerken, films, publicaties, het geven van presentaties en andere activiteiten wordt er in en rondom het huis een nieuwe infrastructuur gecreëerd. Binnen deze infrastructuur, dit netwerk, wordt continue informatie uitgewisseld over de veranderende stedelijke ruimte, en worden ook de problemen van dit proces zichtbaar gemaakt. Zo zal Het Blauwe Huis een impuls geven aan de stedelijke dynamiek door te interveniëren met projecten die gezien kunnen worden als een vorm van instant stedelijkheid. Dit zijn projecten waarmee de doctrine van segregatie doorbroken kan worden en die proberen de publieke ruimte tot gedeelde ruimte te maken, zonder dat dit grootschalig stedenbouwkundig ingrijpen vereist.
Het Blauwe Huis fungeert als een katalysator voor een versnelde geschiedsvorming binnen IJburg. Door het beschrijven van - en tegelijkertijd ingrijpen in - het dagelijks leven, zorgt Het Blauwe Huis ervoor dat het proces van culturele geschiedsvorming versneld en geïntensiveerd wordt. De onderzoeken en projecten die vanuit Het Blauwe Huis geïnitieerd worden, vallen buiten de traditie van de gangbare culturele geschiedsbeschrijving. Ze vormen geen culturele monografie of retroactief manifest, maar zijn een experimentele vorm van cultureel burgerschap, waarin documentatie en ontstaan van een gemeenschap op een bijzondere wijze met elkaar verweven zijn.