territorium 2006 /12
0pening Nieuwe Leden
Schrijfster en filosofe Joke J. Hermsen is kunstenaarslid van Arti en aangenomen vanwege haar essays over beeldende kunst. Maar, zo schrijft ze, haar verwantschap met de beeldende kunst zit ‘m niet zozeer in het schrijven over kunst. Eerder herkent zij zich in een soortgelijk werkwijze, immers: zowel schrijvers als beeldend kunstenaars werken met afwezige factoren. De Nieuwe publiceert een gedeelte uit de tekst die zij schreef en voordroeg op de opening van de Nieuwe Ledententoonstelling afgelopen januari.
Het bestuur van Arti heeft onlangs besloten het toelatingsbeleid voor nieuwe leden te verruimen en ook schrijvers die zich aantoonbaar tot de beeldende kunst verhouden, cq daarover geschreven dan wel gepubliceerd hebben, als kunstenaarsleden te accepteren. Vandaar mijn wat onwennige aanwezigheid hier vanavond.
Niet het feit dat ik een aantal romans op mijn naam heb staan, is van doorslaggevend belang geweest, maar het onomstotelijke gegeven dat ik een paar essays over beeldende kunst geschreven heb en dus aantoonbaar in uw beroepsgroep geïnteresseerd ben.
Je kunt je natuurlijk afvragen of dat laatste wel zo terecht is. Je zou veronderstellen, dat er juist tussen schrijvers en beeldend kunstenaars, als scheppers van primair werk, meer verwantschap zou bestaan en er dus een grotere basis van vertrouwen voor het amicaal delen van een sociëteit tegen de geringste vergoeding is, dan tussen essayisten en kunstenaars. Want als er al een overeenkomst tussen het schrijven van teksten en het maken van beelden is, dan schuilt deze naar mijn idee toch voornamelijk in zoiets als een gemeenschappelijk oriëntatiepunt, dat wil zeggen dat grotendeels in nevelen gehulde, nauwelijks waarneembare punt aan de horizon, waarop een schrijver of beeldend kunstenaar zich nu eenmaal moet richten voor dat hij of zij aan het werk slaat. Er is met dat punt iets merkwaardigs aan de hand. De omgeving ervan kan weliswaar op grond van voorkeuren in genres, tradities, disciplines, materialen en stijlen ingekleurd worden, maar het punt zelf blijft leeg, onzichtbaar. Als dat niet zo was, dan zouden we alleen maar in herhalingen of imitaties van reeds bestaande werken vervallen. En dat is wat we, alle postmoderne exercities ten spijt, toch niet echt nastreven. We kunnen voortborduren op bestaand werk, of dit op speelse wijze mimen, parodiëren desnoods, maar we willen er geen pure kopie van maken, en dus zal er uiteindelijk op dat lege punt iets nieuws moeten verschijnen. En geen tweede, derde of vierde Dumas, Appel, Reve of Hermans.
De schrijver en kunstenaar richt zich met andere woorden op het afwezige, en daarin schuilt misschien wel het grootste verschil met de kunstminnende schrijver, die zich in zijn essays juist richt op reeds aanwezig werk van anderen en daarover schrijft, maar zich juist daarom, en paradoxaal genoeg, toch als kunstenaarslid van de besloten kring van Arti mag rekenen.
Nou ja, het is een complex vraagstuk, zullen we maar zeggen, die van de toelating van andere kunstenaars dan beeldende kunstenaars en het laatste woord zal hier vanavond zeker niet over gezegd zijn. Ik zou er wellicht voor pleiten om schrijvers, met een aantoonbare interesse voor beeldende kunst, toe te laten, maar wie ben ik? Ik begrijp ook wel dat dit een niet geringe revolte binnen de bestuursgelederen teweeg zou kunnen brengen en dat men wellicht ook vreest voor de gigantische toestroom en chaos, die deze, immers om zijn drankgelag bekend staande beroepsgroep in de doorgaans zo kalme sociëteit, teweeg zou brengen. Bovendien, waar houdt het dan op? Voor je het weet, staan dan ook de componisten, de theaterregisseurs en de architecten te dringen bij de poorten van dit vermeende kunstzinnige Walhalla, en in hun kielzog de door De Kring uitgespuwde talkshowbabes van Talpa? Maar of het werkelijk zo’n vaart zou lopen en of zelfs dat werkelijk zo erg zou zijn?
Maar goed, ik kom hier pas net kijken, en zal me voorlopig, in het gezelschap van een paar andere schrijvers, zo gedeisd mogelijk houden en het toch tamelijk exclusieve voorrecht kunstenaarslid van Arti te mogen zijn, op zijn ultieme waarde proberen te schatten.