|
territorium 2006 /12
Radicale beeldtaal. Kwestie van wennen... • Op dit moment woedt de discussie over de gewraakte Deense cartoons over de werelddelen. Er zijn doden te betreuren. De Deense cartoonisten hebben een territorium betreden waar zij zich blijkbaar niet op hadden mogen begeven. De ontwerpgroep Grapus – mede opgericht door Bernard in 1970 - wilde het leven veranderen door middel van twee dingen: grafisch werk en politieke actie. De jonge ontwerpers waren actief in de communistische partij en betrokken bij de studentenrevolte in mei 1968. Ze hekelden met hun werk de sociale ongelijkheid en werkloosheid, en uitten hun zorg over het onderwijs voor de aankomenden generaties. Affiches waren daarbij het communicatiemiddel bij uitstek, die hingen gewoon op straat, het domein van iedereen. Deze radicale, democratische grafiek kreeg in de jaren tachtig een nieuwe inbedding: de beeldtaal van Grapus bleek ineens voor overheden een geschikt middel om de moderne democratie uit te dragen. Om burgers mondig en betrokken te maken. Opdrachten kwamen nu niet alleen meer van radicale of ontevreden partijleden, maar ook van stadsbesturen, van musea en zelfs van het ministerie van Cultuur. Daarom krijgt een graficus met wortels in een radicale, tegendraadse werkwijze nu deze beschaafde Erasmusprijs. De selectiecommissie van de prijs, die de nadruk legt op ‘tolerantie, culturele veelvormigheid en ondogmatisch, kritisch denken’, heeft in Bernard een cultureel voorbeeld gevonden. Bernard hanteert een beeldtaal die door iedereen te begrijpen is en niemand buitensluit. Op de website van de Erasmusprijs staat het als volgt: ‘Bernard krijgt de prijs omdat hij zich met zijn grafisch werk hoofdzakelijk richt op het publieke domein, en wel op alle sectoren daarvan: communicatie tussen overheden en burgers; communicatie in de publieke sfeer; gebruik van en oriëntatie in de fysieke ruimte van stad en platteland; presentatie en representatie van actuele culturele producties en het culturele erfgoed.’ De Erasmusprijstoekenning 2006 staat natuurlijk helemaal los van de discussie over de gewraakte Deense cartoons. Toch is het bitter dat beide beeldverhalen nu tegelijkertijd in de kranten te lezen zijn. De een wordt ervoor beloond, de ander wordt met de dood bedreigd. Het werk van Grapus kwam voort uit vrijheid, het trotseerde taboes, maakte gebruik van spot en zelfspot, hanteerde radicale en kritische beeldtaal. Blijkbaar kon dat allemaal; niemand voelde zich in zijn territorium bedreigd. Dat deze beeldtaal, doorgezet door Bernard, zelfs ging functioneren als brug tussen overheden en burgers, zat niet in de grondgedachte van Grapus – je boet daarmee toch aan vrijheid in. Maar Bernard schijnt niets van zijn radicale democratische uitgangspunten te hebben ingeleverd, en dat neem ik graag aan. De Erasmusprijs zegt het keurig: ‘Bernard wil met beeld binnen de officieel, institutionele taal ruimte scheppen voor de sociale taal waarin iedereen kan meepraten.’ Toch hoop ik nog eens te vernemen hoe Pierre Bernard zich opstelt in de heikele cartoondiscussie in een land als Frankrijk dat vijf miljoen moslims en een boel boze jongeren telt. n De Erasmusprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan een persoon die binnen het kader van de culturele tradities van Europa een buitengewoon belangrijke bijdrage heeft geleverd op cultureel, sociaal of sociaal-wetenschappelijk gebied. De prijs bestaat uit een geldbedrag van e150.000. De prijsuitreiking vindt plaats op 24 november 2006. |
|
Monica Aerden |
beeld: Affiche ‘d’appel à la lutte contre la pauvreté et la précarité’, 2005
(oproep voor de strijd tegen armoede en onzekerheid) |
| < back |