vreemd 2004/7
Nieuwe schilderijen
Ákos Birkás

In de catalogus Neue Bilder, Nieuwe Schilderijen, uit 2000 doet de Hongaarse kunstenaar Ákos Birkás (1941) verslag van een opmerkelijke en dappere wijziging in zijn oeuvre. Na een periode van circa 15 jaar waarin hij ‘abstracte’ schilderijen, zijn ovalen of ‘Koppen’, heeft gemaakt, schildert hij plotseling realistische portretten van mensen uit zijn omgeving.
Bij lezing van het artikel van het artikel van Magda Carneci zag ik een parallel. De wisselingen in het oeuvre van Birkás volgen de historische en culturele breuklijnen die zij noemt om de positie van kunstenaars in voormalige Oostbloklanden toe te lichten. Het is natuurlijk niet zo het werk van Birkás deze ontwikkelingen illustreert, daarvoor is zijn oeuvre veel te eigenstandig, en zijn visie op de zaak te eigenzinnig. Wellicht is hij zelfs de grote uitzondering op de regel, hoe het ook zij, in het interview met Friederike Kitschen geeft hij blijk van een scherp inzicht in recente ontwikkelingen in de beeldende kunst en hun verhouding tot persoonlijke- en wereldgeschiedenissen.

Op de vraag van Kitschen hoe hij tot de beslissing is gekomen om zijn manier van werken zo ingrijpend te veranderen antwoordt Birkás:
Ik wou reageren op veranderingen ik de kunst en in mijn eigen leven.

Friederike Kitschen: Wat bedoelt u met veranderingen in de kunst?
Ákos Birkás: De ontwikkelingen die zich in de afgelopen 20 jaar voor deden, en in het bijzonder die in de jaren negentig. Ik hoor tot een generatie, wellicht de laatste, die in hun jeugd nog op het model ‘schicksalhafte Künstleridentitität mit kunstimmanenten antriebsresourcen’ te maken had.
(Birkás spreekt deze woorden heel zorgvuldig uit en wellicht is in zijn stem een spoor van ironie te bespeuren. Hij doelt op het romantische/existentialistische ideaal, waarbij het kunstenaarsschap als een roeping wordt beschouwd en de eenzaamheid met nadruk op het individu de motor is voor een artistiek oeuvre. S.M.)
Of gold dat alleen voor Oost-Europa?
Hoe het ook zij, er was iets aan dit model dat al lang niet meer functioneerde, het is in crisis. Jongere kunstenaars experimenteren met succes met veel flexibeler identiteitssystemen en oudere kunstenaars kunnen zich derhalve afvragen: Wie is meer soeverein, degene die reageert, of degene die onaangeraakt voortgaat op de ingeslagen weg? Wie van de twee is vrijer? Wie is het meest authentiek? Misschien moet je niet al te snel antwoorden. Want wat betkenen de begrippen soevereiniteit, vrijheid, authenticiteit? Zij dat tijdloze, eeuwige criteria van de kunsten? Of verwijzen zij enkel naar menselijke verhoudingen? Of zijn het de idealen van bepaalde generaties, bijvoorbeeld die van ‘68 waar ik toebehoor?
(…)
Gaandeweg werd duidelijk, dat mijn vroegere schilderijen, de ovalen, in zekere zin een reactie waren op de situatie in het Oostblok. Maar nu is het Oostblok allang verdwenen.

Birkás regeerde op het opengaan van de grenzen door onmiddellijk naar aansluiting te zoeken in het buitenland. Hij ging eerst voor langere tijd naar Berlijn, verbleef in Wenen en diverse andere plaatsen in Duitsland, waaronder München. Hij had Hongarije verlaten, leefde en werkte elders om met succes aan een internationale carrière te bouwen.

(…) Zo ongeveer tot mijn 45ste levensjaar heb ik in Hongarije gewoond. Voor mij was het meest verschrikkelijke van dit Oostblokleven de geestelijke isolatie, opgesloten zijn in een duffe, provincialistische kunstscène. Natuurlijk wou ik daar persé aan ontsnappen, weliswaar niet emigreren, maar in de kunst. Zodoende heb ik gezocht naar een algemeen geldende, universele uitspraak, waarvan ik de hoop had dat zij mij boven mijn benauwde milieu zou uittillen.
… dat kan ik natuurlijk nu pas zo formuleren, achterafgezien… Na lang zoeken en experimenteren dook, begin tachtiger jaren, die ovale vorm op en ik dacht: Ik heb het, een vorm, een beeld, dat een boven-persoonlijk ik vertegenwoordigd, een universeel mensbeeld, althans dat dacht ik.
De ‘Koppen’ vormen een gevarieerd en bijzonder oeuvre. Met grote gevoeligheid en aandacht voor licht maakt hij zijn schilderijen en tekeningen, werken die als het ware door hun uitstraling van de wand komen. Zij representeren immers een combinatie van bestaande personen en het bovenpersoonlijke in één. Birkás maakt brede armgebaren, waarbij de fysieke omvang van de koppen aan de hand van een menselijke maat wordt aangegeven.

(…) Het zal zo rond 1998 zijn geweest dat de gedachte bij me opkwam dat ik me ook met personen bezig zou kunnen houden, in plaats van abstracte vormen die ik als ‘Koppen’ bestempelde, personen die me interesseren. Natuurlijk vond ik deze gedachte aanvankelijk triviaal, ik had nog zoveel plannen met die ‘Koppen’. Maar dit idee, om me niet meer met dit ‘ik’, maar met andere personen bezig te houden, met andere woorden met relaties die mij in het leven uiteindelijk toch het meest interesseren, werd een sterke fascinatie.
(…) Nu schilder ik vriendinnen en vrienden, familieleden, mijn dochter, mijn zoon. Jonge kunstenaressen en kunstenaars, die me fascineren, die – om verschillende redenen – belangrijk voor me zijn. Ik werk op basis van zelfgemaakte foto’s, hele series, die ik vervolgens kopieer. Ik werk veel met foto’s en kopieën, hang ze op, verknip ze en stel een beeld samen.
Zijn huidige schilderijen zijn opmerkelijk en maken een vitale indruk. Hij laat bewust zijn licht schijnen op een jonge generatie, die op een heel ander historisch bewustzijn een beroep doen dan de zijne. Mensen die de voortdurende verandering als een gegeven zien, vol optimisme, hoop, maar ook vol twijfel. Ze staan in een grote lege ruimte, waar alleen de ander een reliëf biedt. De schilderijen zijn enerzijds een vorm van zelfkritiek, waarmee Birkás de ideeën van een hele generatie bekritiseert, terwijl hij tegelijkertijd een mild en genereus gebaar maakt naar jonge mensen. Identiteiten veranderen voordurend, landsgrenzen openen en sluiten en de veranderingen zijn vooral bijzonder wanneer ze voor een mens ook een uitdaging betekenen.

Inmiddels woont en werkt Ákos Birkás weer in Hongarije, waar een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk wordt voorbereid. Tegelijkertijd houdt hij zich bezig met het kunstonderwijs, in een sterk gewijzigde omgeving. Het werk van Birkás is van 2 oktober t/m 6 november te zien bij de Wetering Galerie in Amsterdam in het kader van het ‘Hongaars cultureel seizoen in Nederland 2004’.

Expositie van 2 oktober t/m
6 september
Wetering Galerie Lijnbaansgracht 288
www.weteringgalerie.nl
www.hongarijeaanzee.nl

Tekst: Friederike Kistschen /
Ákos Birkás
Gepubliceerd in catalogus Neue Bilder, 2000, gemaakt naar aanleiding van expositie Kunstverein Ulm (D)

Saskia Monshouwer
< back