vreemd 2004/7

Eerbetoon aan de Afro-Amerikaanse uitvinders
Interview met Anthony Murrell

Tien jaar geleden organiseerde Anthony Murrell (Memphis, 1952) de tentoonstelling ‘Other Bloods’ in Arti. In die periode ontmoette ik hem als gastdocent op Ateliers Arnhem. Zijn lange dreads maakten grote indruk op me, zijn persoonlijke stellingname nog veel meer. Hij vond dat de hedendaagse kunst nog steeds werd gedomineerd door een westers, blank gedachtengoed. Om dit eenzijdige beeld te doorbreken, wilde hij kunstenaars én wetenschappers met een andere culturele achtergrond voor het voetlicht brengen. Hij woonde toen in New York. ‘Na tien jaar had ik het daar wel gezien, maar het koste me nog eens vijftien jaar om te vertrekken’. Tegenwoordig woont hij in Amsterdam. Hij is op dit moment druk bezig met de voorbereidingen van een nieuw project: ‘Inventors, Makers and Movers’, dat in 2005 in Arti zal worden gepresenteerd.

Hoe omschrijf je je eigen werk?
Mijn objecten zijn opgebouwd uit materiaal direct gerelateerd aan mijn eigen ervaringen en aan de Afro-Amerikaanse cultuur. De materialen die ik gebruik zijn vooral afkomstig uit de landbouw, waar slaven mee te maken kregen: katoen, koffie, tabak, soja, suiker, aardappelen en zuivel. Veel kunstenaars trappen toch in de val van de nabootsing: ze imiteren Europese voorbeelden. Ik heb geen zin in tweedehands ervaringen en geadopteerde stijlen.
Ik heb bijvoorbeeld een project gedaan met als titel ‘Reversing Historical Form’. In een botanische tuin in Utrecht heb ik katoen verbouwd, het was voor het eerst dat iemand in Nederland katoen kweekte. Ik wilde deze laten plukken door diplomaten van de vijf Europese landen die betrokken waren bij de slavenhandel. Maar ik had niet genoeg geld om het project helemaal uit te werken en het contact met de diplomaten is er nooit gekomen. Vijf kunstenaars hebben de katoen geplukt. Ik wil dat project nog eens in zijn oorspronkelijke opzet realiseren.

Waarom heb je dat project juist in Nederland gerealiseerd en niet in Frankrijk, Engeland, Spanje of Portugal?
Ik zag overeenkomsten tussen het Deltagebied in de Verenigde Staten (de oevers van het zuidelijkste deel van de Mississippi) en in Nederland. Maar belangrijker is dat Nederlanders de slavenhandel in de VS hebben geïnitieerd. In 1619, op weg naar Curacao, was er te weinig proviand aan boord van de Henriëtte Marie. Er werd aangemeerd in Jamestown (Virginia) en twintig Afrikanen werden er geruild tegen voedsel en goederen.

En nu woon je hier?
Ja, niet alleen vanwege de taal. Iedereen hier kan Engels spreken, dat is in bijvoorbeeld Frankrijk wel anders. Maar juist kleine dingen, die heel belangrijk zijn, zorgen ervoor dat ik me hier op mijn plek voel. Als ik in Amerika bijvoorbeeld een vrouw tegemoet loop, zie ik dat ze, misschien onbewust - maar toch - haar tas steviger vastpakt! Of als in Amerika een zwarte man een witte man aanspreekt, dan is er toch een vreemde spanning die hier gelukkig ontbreekt. Een opluchting voor mij. Mijn werk is er minder reactionair door geworden, niet langer tegen dit of tegen dat. Ik zie Nederlanders als brokers, tussenpersonen, zij bouwen schepen. Ze voeren geen grote oorlogen, proberen geen andere landen te bezetten, maar blijven met iedereen in gesprek. In die zin kunnen zij een kritische functie vervullen. Nederlanders zijn duidelijk en oprecht, waar Amerikanen twijfelen of verhullen.

Waar ging ‘Other Bloods’ over?
De meeste mensen met wie ik toen omging, waren òf tien jaar ouder òf tien jaar jonger dan ik. De ouderen waren ‘geïnfecteerd’ door Vietnam; voor de jongeren bleef Vietnam toch een abstract verhaal. Van de generatie vóór mij waren velen beschadigd in Vietnam, of gedood. Ik behoorde tot de eerste generatie, van begin jaren ‘50, die Vietnam ontliep. Als ik iets eerder geboren was…
En wat zag ik om me heen? Gangsta-rap, jongeren die geweld verheerlijken, zich aansluiten bij gangs, die elkaar bloods noemen! Notabene de term waarmee zwarte soldaten in Vietnam elkaar aanspraken. Gekleurde mannen worden binnen de Amerikaanse cultuur nog steeds in ruime mate gecriminaliseerd; ik wilde daar een ander beeld tegenover stellen.
Ik ben op zoek gegaan naar kunstenaars die net als ik zwart waren, uit het Zuiden kwamen, van de generatie ‘51/’52. Eenzelfde soort achtergrond, maar met verschillende visies en uitdrukkingsvormen. Individualiteit, daar ging het om.

Je werkt nu aan een nieuw project?
Ja, ‘Inventors, Makers and Movers’ (IMM). Ik wil een aantal kunstenaars uitnodigen om vanuit hun eigen beleving te reageren op een aantal gepatenteerde uitvindingen. Veel van deze uitvindingen zijn aan het einde van de 19e eeuw geregistreerd, na de afschaffing van de slavernij. Veel voormalige slaven waren deskundigen, elk op hun eigen gebied. De paperclip bijvoorbeeld is zo’n uitvinding…
Mijn doel is: profileren en identificeren. Ik wil duidelijk maken dat mannen én vrouwen hun eigen situatie wilden verbeteren door bepaalde voorwerpen te ontwikkelen, en zo het leven van velen in gunstige zin hebben beïnvloed (profileren). Tegelijk is het een zoektocht naar de oorsprong van een authentieke zwarte expressie (identificeren). In de kunstgeschiedenisboeken wordt de Harlem Renaissance vaak genoemd als bakermat van een Afro-Amerikaans bewustzijn in de beeldende kunsten. Maar deze periode, die duurde van ongeveer 1926 tot 1940, had vooral betrekking op literatuur en muziek: jazz, Cottonclub. De beeldend kunstenaars keken vooral naar Europa, of reisden er naartoe. Ze werkten met materialen en artikelen uit winkels voor kunstenaarsbenodigdheden, die, hoe je er ook tegenaan kijkt -vreemd en oneigen of klassiek en vertrouwd – vaak een voorspelbaar resultaat opleveren.
Er waren enkele kunstenaars die wél uitgingen van eigen ervaringen, zoals Jacob Lawrence, Norman Lewis (schilderde onderdrukking, inclusief zweterige gezichten en kettingen) en Romere Bearden, ook wel ‘Black Picasso’ genoemd. Toch voel ik me meer verbonden met de ‘inventors’, want zij zijn de denkers én de makers. Hun invloed op de maatschappij en de wereld zoals wij die kennen is enorm. Zij legden de basis voor de Harlem Renaissance.
Een authentieke zwarte expressievorm is bijvoorbeeld hiphop. Ik bedoel niet de popversie van de patsers met de tatoeages en hun broek ergens tussen hun benen, maar hiphop als rauwe, onopgesmukte expressievorm. Met ruimte voor improvisatie, en creeëren met middelen die zich binnen handbereik bevinden. Om uitdrukking te geven aan je eigen beleving. Die intellectuele, spontane kant van hiphop staat niet ver af van de inventors. Negers zijn bekend als het gaat om dans, muziek, entertainment en sport. Ik wil de intellectuele bijdrage van Afro-Amerikanen onder de aandacht brengen. De meeste Amerikanen kennen de zwarte denkers en hun uitvindingen, maar een verband met beeldende kunst is nog nooit gelegd.

Wat wil je nog meer bereiken met IMM?
Ik wil een parallel trekken tussen de situatie van Afro-Amerikanen zoals die nu is én hoe die zou kunnen en moeten zijn. Er is nog steeds sprake van afstand, ongelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen in de V.S. Het is als een voetbalwedstrijd op een berg: de één speelt bergafwaarts, de ander bergopwaarts. Voor veel Afrikanen heeft het heel lang geduurd, voordat ze zich als Afro-Amerikaan konden én wilden zien. Vergeet niet dat de Europeanen uit vrije wil kwamen; vol ambities, dromen en verwachtingen over het land van vrijheid en ongekende mogelijkheden. De slaven kwamen onvrijwillig, omdat ze werden verkocht!
Ik wil verder gaan dan de Afro-Amerikaanse zaak en interesse wekken voor de Afro-Westerse cultuur. Daarom is het van belang dat ook in West-Europa een inventarisatie wordt gemaakt van de intellectuele bijdragen van voormalige slaven en zwarte wetenschappers.

Welke kunstenaars heb je benaderd voor deelname aan IMM?
De belangrijkste graadmeter tijdens het selectieproces was het vermogen van de kunstenaar om zich open te stellen voor de intentie van de uitvinding, en daarop te reageren vanuit eigen ervaringen. Het is van belang om te werken met kunstenaars met verschillende nationaliteiten en verschillende culturele achtergronden om het universele karakter van het project te onderzoeken. Aan de kunstenaars wordt gevraagd om een eigen interpretatie te maken van één van de uitvindingen. Chris Fox bijvoorbeeld, woont en werkt in Australië. Zijn achtergrond als architect komt tot uitdrukking in zijn installaties en sculpturen die zijn opgebouwd uit industriële voorwerpen en materialen. Uit Nederland doet bijvoorbeeld Remy Jungerman mee. Hij weet op een heel intelligente manier zijn leven en ervaringen tot uitdrukking te brengen. Ik ervaar zijn werk als een warm persoonlijk gesprek. En als iemand een duidelijke parallel aan de dag legt met de inventors, is het David Hammons. Hij weigert zelfs maar IETS te kopen in winkels met kunstenaarsbenodigdheden, maar vindt al zijn materiaal in zijn directe omgeving. En hoewel hij zich een huis elders kan permiteren, woont hij in Harlem, en is zijn studio in Brooklyn, omdat hij vindt dat hij daar het meest nodig is.

Laatste vraag: wat bedoel je met ‘Movers’?
De term komt van de beurs waar bepaalde mensen, de movers, verantwoordelijk zijn voor het kopen en verkopen van aandelen, voor geldstromen en zo het wel en wee van bedrijven, werknemers, multinationals, landen en zelfs politieke systemen beïnvloeden. Alles begint met een denker (inventor) en een maker van een object of een product dat grote gevolgen kan hebben voor een bedrijf, de beurs, de wereld. En… moving betekent niet alleen verplaatsen, maar kan ook betekenen dat je door iets wordt geraakt of ontroerd.

DirkJan Jager
< back