|
vreemd 2004/7
|
Het kan zolang het waar is Er zit een man met een nadrukkelijke bril in een bordeaux rood gewaad wat houterig op een stoel. Zijn beide armen liggen vlak op de rechte leuningen, de handen steken stijf uit de witte mouwen en hangen voorover. De man zit niet in het midden, maar wat scheef op driekwart. Het verdwijnpunt ligt ergens rechts buiten beeld. Zijn gewaad bestaat uit een driehoekig bovenstuk en een ruitvormig onderstuk, waardoor het lichaam eerder lijkt op dat van een wesp. Het witte weelderige ondergewaad bij de benen is net zo nadrukkelijk in beeld gebracht als het gezicht.Van een afstand heeft het schilderij iets afstotelijks. Wie is die rare met zn roze muts op die stoel voor dat exotisch gouden behang, die mij zo stuurs vanuit zijn ooghoeken aanstaart? Een beetje gek schilderij van een onaantrekkelijke plaatselijke held. Het lijkt alsof de man geen lichaam heeft en de kleuren zijn vlekkerig fel met wit en zwart doormengt. Het schilderij(1601 - 170 x 108 cm) is van Domenikos Theotokopoulos of beter bekend als El Greco (1541-1614) en is het portret van kardinaal Nino Guevera, een havik van de Spaanse inquisitie of is het mogelijk toch zijn beschaafdere opvolger kardinaal Sandoval? (De kunsthistorische discussie is nog niet beëindigd). Getroffen door mijn ergernis ga ik dichterbij kijken en zonder enige schroom word ik direct betoverd. De man oogt ineens introvert, bedroefd en verlegen. Het lijkt alsof de man - gevangen in een ongemakkelijk buitensporig gewaad op een slecht zittende stoel voor een verkeerd behang - met zichzelf, de situatie en mogelijk de hele wereld in zijn maag zit. Wat eerst op een afstand lijkt als een grof geschilderde karikatuur, is van dichtbij trefzeker en gevoelig. Het schilderij oogt eerst lomp en onhandig, maar direct daarna teder en precies. Hoe kan dit ongracieuze schilderij mij zo verwarren? Hoe kan El Greco mij zulke uitersten laten beleven van afstotelijk en ontroerend tegelijkertijd? Ware wereld Het is mij een raadsel hoe een fenomeen als Greco zijn tijd heeft overleefd. Immers, het optimaal geloofwaardig suggereren van licht en ruimte, waarin de mensen zich vertonen in anatomisch correcte proporties, was wel de norm in die tijd. Ook bij religieuze voorstellingen, hoe fantastisch dan ook, was dit de regel. De werking van kleuren werd in een uitgewerkt systeem van licht en donker ondergebracht, waarin het botweg donkerder maken van een kleur met zwart of het lichter maken met wit (zoals Greco dit zelf wel doet) werd vermeden. Vervormingen en overdrijvingen stonden sterk in dienst van de voorstelling en konden niet op zichzelf staan. Ditzelfde gold voor de suggestie van materie: steen is ook steen, wolken zijn wolken. (Dus wolken schilderen alsof dat stenen zijn was geen optie). Er was kortom eenheid van ruimte en licht en daarin werden alle beeldelementen in ondergebracht en daarbinnen werd het verhaal verteld. Hoe fenomenaal de grote schilders in die tijd ook schilderden, ze bleven wel binnen dit raamwerk werken (Titiaan, de inspirator van Greco, ging in zijn latere werk tot aan de rand). Op de grote Greco tentoonstelling in het voorjaar in de National Gallery te Londen, was ook het schilderij gezicht op Toledo (1599) te zien. In dit wonderlijke schilderij tart hij in alle opzichten dit boven beschreven raamwerk. Er is geen voor- en achtergrond. Het is één plan waarin de berg met de stad en de lucht boven op elkaar liggen. De stad is iel en wit doorzichtig en lijkt gemaakt van bordkarton en de groene landerijen daaronder zijn plat. Er is geen atmosferisch perspectief. Het diepste zwart is voorbehouden aan het optisch verste punt. De donkere lucht boven de stad is groots en dramatisch. Het lijkt alsof het stenen gaat regenen of dat de ruimteschepen van de film The Independentday in aantocht zijn. De geschilderde wereld is desondanks toch geloofwaardig. De kwetsbare stad en de ziedende lucht erboven en het gekronkel van de bomen eronder is vreemd en tegelijkertijd direct invoelbaar. In tegenstelling tot Cezanne of tot het Kubisme, is hier geen sprake van een bewuste deconstructie van de zichtbare wereld vanuit een nieuw kunstbeschouwelijk perspectief. Dit schilderij lijkt het vanzelfsprekende resultaat van een geëxalteerd filmisch verlangen. Al zijn werk lijkt in meerdere of mindere mate met dit verlangen te zijn gemaakt en het vreemde is, dat het beeld op het eerste gezicht niet elegant en geïdealiseerd is, maar juist ruw en schokkerig. Er is een soort functionele lelijkheid, die mij het gevoel geeft dat ik naar een ware wereld kijk in plaats van naar een mooie. Misschien zag de laat 16e eeuwse werkelijkheid er wel zo uit en hadden andere schilders gewoon ongelijk. ExtaseOndanks zijn ambitie was zijn loopbaan pas later succesvol. Kardinaal Farnese gooide hem uit zijn paleis te Rome en Philips de Tweede in Madrid wilde ook niets van hem weten. Pas in 1577 kreeg El Greco zijn eerste grote opdracht: een wandschildering in de kathedraal van Toledo. Daar bleef hij ook tot zijn dood in 1614. In Toledo was El Greco een gevierd schilder en werd hij door de plaatselijke bestuurders en kerkvaders geëerd. Zijn werk viel daar goed in de pogingen van kerk om de oude katholieke waarden te handhaven tegen het opkomende protestantisme, ofwel de Contrareformatie. Het vroegste werk van El Greco (De Griek in het Spaans), dat hij maakte toen hij nog op Kreta woonde, is klassiek byzantijns, dat wil zeggen: plat of beter gezegd geen lineair- en sferisch perspectief, sterk vereenvoudigde vormen en stijve draperieën. Was de scholing hierin dan zijn basis? Toch verraadt zijn werk een echte, westerse, klassieke scholing waarin juist complexiteit van lichtwerking in combinatie met waarachtig geschilderde gestalten de grondslag is. Het is te weinig om zijn unieke, volstrekt op zichzelf staande beeldtaal (in de verte het Maniërisme) enkel terug te voeren op de combinatie van twee klassieke tradities binnen één persoon. Er is meer aan de hand. In het groengrijze langgerekte schilderij de kwelling in de tuin 1605 zit Jezus heel klein met een knalrood gewaad in een theatraal spotlight hoog boven op de heuvel, naarstig te overleggen met een engel op een grijze wolk.De wanhoop van Jezus wordt door een lomp driehoekige rotsblok pal achter hem extra versterkt. Hij kan geen kant meer uit. Nog vreemder is dat, ondanks het ruimtelijke effect van het licht, het beeld plat is. Het grootste deel van het schilderij is vrijwel onherkenbaar. Twee grote opvallend gekrulde groene vormen liggen als bladerdeeg op de voorgrond in het zwart. Na enige tijd ontwaar ik drie vormloze vlekken: de slapende apostelen. Terwijl Jezus zijn moeilijkste uur doormaakt, zit de hele groep te slapen. Er is geen sprake van enige relatie met een logisch opgebouwde herkenbare werkelijkheid. Het is een dramatische gebeurtenis in een abstracte theatrale ruimte met maar één doel: medelijden. Dit soort radicale verhalende beeldoplossingen zijn eigenlijk pas op ditzelfde niveau weer te zien bij Bacon of Kitaj of in poverder vorm bij Gijs Frieling. De meeste verhalende, religieuze werken hebben dit karakter en naarmate hij ouder wordt, neemt de radicaliteit hiervan toe. Deze werkwijze is niet enkel het resultaat van een toevallige culturele achtergrond. Daarvoor is het te consequent en te zelfbewust. Het is duidelijk gebaseerd op een extatische geloofsopvatting. Geloof is geen rationele zaak waarin gewone mensen in normale verhoudingen voorkomen. In al zijn bijbelse voorstellingen worden onherkenbare ruimten gevuld met geëxalteerde vervormde langgerekte wezens met ruime gewaden in stormachtig wapperend licht gehuld. Zoveel heftigheid is afstotelijk en verslavend tegelijkertijd. Ik vind het eigenlijk verschrikkelijk lelijk, maar ik vind het geweldig. Alleen de Chapman broers, Mc Carthy en Matthew Barney komen, wat mij betreft, bij hem in de buurt. Maar daar heerst soms nog de veilige haven van de ironie en dat speelt bij El Greco beslist niet. Ware gedaante.Zijn werk zou niet om vol te houden zijn ware het niet dat hij in zijn portretten precies het omgekeerde doet. Hoe belangrijk de functie van de afgebeelde persoon ook is, de afgebeelde persoon laat dat niet zien. Bij het portret van Lodewijk IX van Frankrijk staart een koning in volle luister de kijker droevig bedeesd aan. Ik kan er ook niets aandoen, lijkt hij te zeggen. Ingehouden schildert hij en met virtuoze precisie vanuit de realistische traditie van de grote Italiaanse meesters. Zonder geëxalteerde overdrijvingen brengt hij de mens terug tot ware proporties. Domweg tonen hoe iemand eruit ziet, meer niet. In dit opzicht lijken deze schilderijen wel op de fotoportretten van Thomas Ruff. De meeste portretten zijn somber en kaal geschilderd en via subtiele ingrepen - zoals de enorme witte kraag waarin het te kleine enigszins loensende gezicht van de advocaat Jeronimo de Cavallos (1610) gevangen zit - manipuleert hij de kijker. Echter zijn oplossingen zijn telkens onvoorzien en, hoe dicht hij soms ook bij het karikaturale zit, er verschijnt telkens een mens die ik niet verwacht. Al is zijn wijze van schilderen hier sober, nog steeds blijft de weerspannigheid: de raadselachtige wisselwerking tussen schoonheid en lelijkheid. Alsof hij tijdens het schilderen zichzelf telkens terugroept met het gezegde: het kan zolang het waar is. En misschien vindt hij zichzelf, God en de mensen om hem heen te afstotelijk en te prachtig om aan te zien en schildert hij dit gewoon zo eenvoudig mogelijk. Een vreemdere schilder heb ik tot nu toe nog niet gezien. Frank Lisser |
| < back |