vreemd 2004/7
Vreemde hazen lopen anders
Kann uns zum Vaterland die Fremde werden

Als je veel reist, kom je nog eens ergens. Voor mij is reizen ook toegeven aan een soort onrust. Een vorm van angst om rustig thuis te zitten en je werk te doen. Gelukkig ken ik een citaat dat me in verre landen bedaart. Goethe notabene: ‘Kann uns zum Vaterland die Fremde werden’. Het is een gevaarlijke draaikolk waar je in terecht komt. Voor mezelf vallen bijna alle landen af. Nou ja, als half-Duitser heb ik het nog makkelijk.

Vanuit Amsterdam ben ik binnen anderhalf uur in Emmerich en daar kan ik in elke supermarkt mijn Fernweh bevredigen. Alles is te krijgen om, terug in Amsterdam, het goede gevoel te creëren een vreemdeling in eigen stad te zijn. Is het niet raar, dat het in onze wereldstad stikt van de Italiaanse en Spaanse, Marokkaanse en Joodse, Turkse en Surinaamse winkels en grote Chinese supermarkten. Maar het is niet mogelijk om Nietzsche’s lievelingsworst Lachsschinken te kopen. En het allerergste: geen Handkäse; ik doe er een moord voor, een ultramagere kaas gemaakt van karnemelk.

Als half-Duits en katholiek jongetje in een protestantse buurt werd ik in de zestiger jaren vaak gepest en mocht niet meespelen: vieze stinkkatholiek en rotmof. Zulke teksten worden nu over en weer tussen Nederlanders en moslims geroepen. Het gepest ging liggen en maakte op de kunstacademie plaats voor een mij ongekende Duitsland-haat van mijn medestudenten. Vanwege mijn Duitse achtergrond gebruikte ik ook Duitse teksten in mijn werk. Ze vroegen of ik als kunstenaar dacht te kunnen doorbreken met zulke teksten? Was ik wellicht een nazi? Engelse teksten waren cool en ik mocht niet meer meedoen. Ik vrees dat die medestudenten nu verteerd worden door vreemdelingenhaat. De kunstacademie waar ik toen opzat, de AKI, heeft nu veel Duitse studenten aangenomen vanwege het Euregio-karakter. Toen in de tachtiger jaren de paus naar Nederland kwam, heb ik mij als katholiek laten uitschrijven. Of het nu katholieken of moslims zijn, hun ongeschreven uitgangspunt is een ingebakken onverdraagzaamheid tegenover andersdenkenden.

De duivel wil hier nog wel eens als onvermoede vredestichter uitkomst bieden. Neem het bijna oudste toneelstuk in de Nederlandse taal: Mariken van Nieumeghen. Mariken wordt er door haar oom op uit gestuurd om boodschappen te doen op de markt van Nijmegen. Ze is op de terugweg naar Venlo met al haar boodschappen: kaarsen, lampolie, azijn, zout, uien, lucifers en mosterd. Het wordt donker en ze krijgt vreselijke angst. De duivel schiet haar te hulp. Troost haar. Zij kan zijn liefde krijgen en hij zal haar alle vreemde talen leren, die er op aarde gesproken worden. Als dat geen vredestichtende gedachte is. Ik teken er voor. Wanneer je alle talen spreekt, kun je geen vreemdeling zijn. Ja, zover is het gekomen: zich bij de kerk laten uitschrijven en nu wel een verbond met de duivel willen sluiten.

‘Wie in den vreemde aankomt, probeert zijn weg te vinden: rare namen (van dorpen, landschappen, bergen, rivieren) voegen zich samen bij het lezen en luisteren met plaatsen, werkelijke of enkel zich voorgestelde. Een gevoel van ankeren ontstaat, een vermoeden, waar je bent, waar je vandaan komt en waarheen je zult gaan.’
Zo begint de handleiding op een CD met als titel 5-7-5 Prättigau van de Zwitserse Dichter Franz Dodel. Een paar maanden geleden vroeg Franz Dodel een aantal mensen of ze de gehuchtnamen uit het Prättigau dal, op de grens van Zwitserland en Oostenrijk, wilden voordragen.
De plaatsnamen waren als Haiku’s geschreven. Onuitspreekbaar voor een Japanse en een Hollander (de auteur van dit stuk, red.). Zijn Zwitserse vrienden lukte het al iets beter en tenslotte was het de beurt aan de dalbewoners zelf. De Japanse en Hollandse uitspraak van hun plaatsnamen deed de dalbewoners in lachen uitbarsten. De buitenlanders lachten om de onbegrijpelijke, inheemse taal en toch werden ze niet boos op elkaar. Waarom ook. Hier in Nederland hoor je vaak vreemde klanken en talen die je niet thuis kunt brengen, maar in den vreemde is het precies andersom en hoor je vaak vertrouwelijke klanken.
Je moet onze hersenen zien als een raster met twee grote bakken. In het een valt het vertrouwde op een hoop en in de andere bak valt al het vreemde op een hoop. Volgens mij is het zo: als die bak voor het vreemde vol is, begint vreemdelingenhaat.

Franz Dodel was niet de enige die een uitnodiging kreeg om mee te werken aan het project Fremder Sender. Binnenkort vertrek ik naar het Zwitserse dal om te onderzoeken of vreemde hazen anders lopen. Dat is gedacht als een metafoor en wat ik werkelijk ga doen, is nog geheim. Barbara Meyer Cesta en Rudolf Steiner zijn de initiatiefnemers van het project dat vreemdelingen in contact brengt met het vreemde. Zelf staan ze al jaren bekend als provocateurs. En zo heb ik ze vorig jaar leren kennen, toen ze het gerucht verspreidden met een helikopter een dood paard op een tractor te willen gooien. Tot hier werd er in de pers schande over geschreven. De Zwitserse justitie zag hun al in het gevang. Het enig ware, de tractor in het weiland moest worden verwijderd.

Alles over het project Fremder Sender is te vinden op: www.hausamgern.ch/satellit/sendungen/index.html

Fredie Beckmans
< back