vreemd 2004/7
Vreemdeling zijn

Door ergens anders heen te gaan, doe je afstand van beschermende circuits en lokale netwerken. Netwerken waarin men elkaar beconcurreert (wat voor vervuiling in je hersenen en gebrek aan concentratie zorgt), maar waarin men elkaar ook helpt en ondersteunt. Door elders te gaan, relativeer je het belang van zo’n netwerk en tevens relativeer je het netwerk op die nieuwe plek, dat zichzelf weer als middelpunt van de wereld ziet. Als buitenstaander is het haast onmogelijk om in de nieuwe groep door te dringen of je moet helemaal willen en kunnen voldoen aan hun codes, modes en ideeën over kunst. Bovendien: kwaliteit uit de ene biotoop wordt niet altijd herkend door de andere biotoop, zie onze vaderlandse schrijvers.

Brussel, de stad waar ik nu enkele jaren werk, is veel meer dan Amsterdam, Rotterdam of Berlijn een gesloten, onoverzichtelijke stad met talloze kleine en gesloten gemeenschappen.
Misschien ligt de oorzaak wel bij het feit dat Walen en Vlamingen eigelijk volstrekt langs elkaar heen leven (uitzonderingen daargelaten). Ze hebben andere tv-programma’s, andere literaire helden, verschillende regeringen, andere scholen. Er bestaat een typische Waalse kunstscène en een typische Vlaamse kunstscène die elkaar nauwelijks overlappen.
Het is heel gemakkelijk om je hier een vreemde tussen vreemdelingen te voelen. In Brussel kan ik kiezen tussen de Marokkaanse, de Turkse of de Afrikaanse wijk, er bestaan Spaanse, Portugese, Roemeense, Poolse en Oekraïnse gemeenschappen.
Anders dan altijd wordt gedacht is de Belg veel formeler en teruggetrokkener dan de Nederlander. Ik heb het gevoel dat sinds Veronica in Nederland ontstond, Nederland is veramerikaniseerd; ‘je bent jong en je wilt wat’. In België echter voel ik me in Europa.
Zo had ik, toen ik jaren geleden uit Rotterdam vertrok, het bevrijdende gevoel me buiten de hysterie te begeven.

De comfortabele kant van de zelfgekozen eenzaamheid is, dat je je kunt ontrekken; je kunt je permitteren gedeeltelijk afwezig te zijn. Je plaatst je in de rol van beschouwer zonder het gevoel te hebben werkelijk aan het leven deel te nemen. Je kunt je concentreren op je werk, zonder gestoord te worden door irritaties binnen je directe omgeving, omdat je afstand hebt genomen. Dat geeft een gevoel van ruimte, van vrijheid, van schone lucht.
Je kunt je nieuwe omgeving in je opzuigen, hem waarnemen, je erin onderdompelen, hem analyseren. Ook kun je, door de afstand die je genomen hebt, een beter zicht krijgen op daar waar je vandaan komt. Eigelijk verkeer je in niemandsland.
Het kunstenaarsschap is nog eens een verheviging daarvan.
Het atelier staat buiten de wereld, godzijdank! Hier even geen efficiëntie en logica.
Het atelier is de plek van verwarring, creatie en experiment, van gevaarlijke mislukkingen, onlogische handelingen, claustrofobische daden en overmoed!
Als er al wetten heersen, zijn het zelfgecreëerde, duistere en irrationele wetten.

Er bestaat een aangenaam vreemdelingengevoel en een onaangenaam vreemdelingengevoel. Het aangename vreemdelingengevoel is gekoppeld aan consumeren en daarmee aan macht en controle.
Zo kan de kapitalistische maatschappij goed functioneren, omdat de mens zichzelf na hard werken kan drogeren met zijn begeerte naar objecten en vermaak.
Wij leven als vreemdelingen naast elkaar, maar doordat we ons steeds op een nieuw object of project fixeren, kunnen we het benauwende gevoel, dat dat oplevert, buiten de deur houden.
De toerist onderneemt (en toerist kun je ook in je eigen stad zijn). Hij is baas over zijn eigen lichaam en consumeert. Hij zoekt zijn weg in dat wat aangeboden wordt vanuit de vanzelfsprekendheid dat de stad voor hem beschikbaar is.
De toerist, of ook wel ‘de praktische mens’, is baas over zijn lichaam, omdat hij zijn lichaam vergeet in zijn roes naar informatie en amusement. Hij heeft controle.
Het onaangename vreemdelingengevoel is gekoppeld aan de angst controle te verliezen, aan het gevoel van machteloosheid. Het jezelf onder controle hebben, lijkt zeker in grote steden een permanente taak. Voortdurend en overal zijn er mensen: mensen die langs je heenlopen, die een andere taal spreken, mensen die eigelijk onbenaderbaar zijn. Je loopt ermee op straat, staat ermee in de rij voor de kassa, zit ermee in de metro.
Eigelijk is het verbazingwekkend hoe iedereen zich weet te gedragen in die openbare ruimte. Als je je bewust wordt van die machinerie vol gedragscodes, is het niet vreemd dat mensen angstig worden en gedesoriënteerd raken. In werkelijkheid is de stad helemaal niet beschikbaar. In werkelijkheid ben je misschien wel een nietig oncontroleerbaar lichaam, met oncontroleerbare gedachten.
Een stad en zeker een vreemde stad kan duizelingwekkend beangstigend worden, als je beseft een lichaam te zijn in een grote, onoverzichtelijke, bewegende massa.
Angst is de basis van het onaangename vreemdelingengevoel en om niet helemaal verloren te zijn, kruipen we bij elkaar en stichten kleine, controleerbare gemeenschappen.
Dat maakt steden, welke belofte ze je ook geven, en hoe beschikbaar ze ook lijken, tot een ondoorzichtig samenraapsel van bizarre tegenstellingen, waarin je al dwalend je weg moet vinden.

Maddy Arkesteyn
< back