vreemd 2004/7
Een caleidoscopische blik op een nomadisch bestaan
Migrating Identity/Transmission Reconstruction
Beschrijving van een manifestatie
‘Dude Descending the Staircase’
De foto op de voorkant van de uitnodiging stelt precies die dislocatie aan de orde waar de gehele manifestatie in Arti om draait: het in kaart brengen van de ‘de ander’.

Hoe komt een vreemdeling er toe zo relaxed te poseren in het statige blauw bekleedde trappenhuis van Arti? Toeval kon het niet zijn, dat Jackson en zijn vriend het op dat moment gesloten gebouw binnendrongen en voor ons verschenen terwijl wij ons beneden, half in de voorhal en half in de centrale hal van Arti, opmaakten voor de te realiseren tentoonstelling. Beide figuren liepen voor ons langs de trap op, richting tentoonstellingszalen. ‘Pardon, waarschijnlijk is het boven eveneens niet roken heren’, zei ik. Onmiddellijk begrepen zij het en maakten rechtsomkeert. Beide liepen langs ons heen weer naar beneden. In plaats van weer naar buiten te gaan, maakten zij steevast een draai naar rechts en gingen de deur naar de Societeit binnen, die net was afgehuurd door een oude herenclub. Terwijl zijn vriendje daarbinnen ongemerkt bijschoof aan een tafeltje en een glas witte wijn kon bemachtigen, tot overigens grote verbazing van het gezelschap, kwam Jackson, de donkere van de twee, vrijwel meteen gebroeieerd terug de gang in lopen. ‘Man, what a bad energy inside…’ was zijn reden tot terugkeer en hij kon geen kant meer op, behalve weer naar buiten toe, terug waar hij vandaan kwam en dat wilde hij duidelijk niet. Wij grepen de kans en vroegen hem of hij voor ons wilde poseren voor een foto, ongeveer hier, waar hij stond, komend van het een, op weg naar het andere, de overgangsplek. Iemand van buiten kwam binnen en was er niet welkom. Hij wilde wel aan het idee meewerken, tegen betaling. Wij betaalden hem netjes een tientje voor zijn diensten en waren na afloop trots te kunnen zeggen dat Jackson eigenlijk de eerste was, die deelnam aan ons project. Wij hebben hem daarna nooit meer gezien.

Sonja Beijering
Impressie 1
Ik lees in De Volkskrant over het ‘integratiedebat’. Een kamerdebat dat plaatsvond en waarschijnlijk nog jarenlang zal worden voortgezet. In een wereld waar economie, macht en communicatie een steeds groter bereik krijgen is migratie onvermijdelijk.
Ik weet dat ik af en toe al ziende doof ben, en toch kan ik niet geloven wat ik lees. Er zijn mensen, nee, niet zomaar mensen, de leden van de huidige regering die vinden dat de buitenlanders die hier wonen zich maar aan moeten passen. Daar zijn inmiddels cursussen voor. De aanpassing betreft de taal en een aantal fatsoensregels die, zo menen de sprekers, niet wereldwijd verbreid zijn, maar enkel in Nederland bestaan. Iets dergelijks wordt althans gesuggereerd met een begrip als leidcultuur, dat Peter Jan Balkenende in zijn voorministeriële schrijfsels heeft bedacht. Geschriften van deze aard worden helaas pas gelezen nadat de plannen ten uitvoer zijn gebracht en het beleid geschiedenis schreef.

Impressie 2
Al schrijvend valt mijn oog op de TV, waar de minster van Vreemdelingenzaken het woord neemt, Mevrouw I-AA-ezeltje Verdonk. Ze zet zich schrap, blijft stokstijf staan en beantwoordt een kamervraag. De vraag verwijst naar een krantenbericht waarin een aantal hoge ambtenaren, een professor en enkele directeuren protest aantekenen tegen haar interpretatie van een artikel 57 in het wetboek van strafrecht. Mevrouw meent op grond van dit artikel asielzoekers gedwongen te kunnen transporteren naar ter Apel waar zij vervolgens vast worden gezet.
Ik wijs me nadruk op alle uitzettingsfaciliteiten die de overheid biedt. De asielzoeker is van deze mogelijkheden op de hoogte, antwoordt zij.
Wanneer daar geen gebruik van wordt gemaakt, is dit een indicatie voor het feit dat de desbetreffende persoon in de illegaliteit wil verdwijnen. Ik wil u erop wijzen dat het om uitgeprocedeerde asielzoekers zal gaan, die dus illegaal zijn, en zodoende plegers van een strafbaar feit.
Als zij het woord uitzettingsfaciliteiten uitspreekt, klinkt dit als een gunst. Ze worden aangeboden op een moment dat de asielzoeker nog een ‘vrij’ mens is. Wanneer is het weigeren van een gunst een strafbaar feit geworden? Heb ik alweer iets gemist?

Er is sprake van een kortsluiting in mijn hoofd.

Impressie 3
Op het zelfde moment waarop de dame met de warme grijs behaarde billen haar verweer uitspreekt, is op het andere net bij de RVU een asielzoeker aan het woord. Het gaat om een atleet, die als jongen uit Angola is gevlucht en in Nederland asiel zocht. Ik zap in op het moment dat hij aan het camerateam zijn woonruimte toont.
Kijk rond, zegt hij, daar staat de trommel waarmee ik met mijn voorouders spreek.
Er klinkt een warm geroffel,
En hier zijn de foto’s van Rotterdam vlak na het bombardement. Weet je hoeveel bruggen er in Angola kapot zijn geschoten?’
Hij toont een aantal knipselboeken vol historisch beeldmateriaal.
Ook Nederland heeft destijds de conventie van Genève ondertekend. Daarom denk ik dat het goed komt. Je moet doorgaan, opbouwen, ook in Angola, dat is goed.
Hij wil niet praten over de details van zijn vertrek, dat is te pijnlijk, en vertelt een anekdote die zijn situatie illustreert.
Toen ik pas in Nederland was, had ik de atletiek. Ik ging rennen, maar keek voortdurend achterom. Daardoor werd ik derde, soms vierde. Mijn trainer zei, je kijkt steeds achterom, zo gaat het niet. Je moet vooruitkijken. Toen besloot ik dat ik vooruit zal kijken, snap je.

Saskia Monshouwer
Migrating Identity/Transmission Reconstruction

De expositie Migrating Identitiy/Transmission Reconstruction toonde werken van 21 kunstenaars. Het parallelprogramma bestond uit een serie videopresentaties, lezingen, discussies en een conferentie met de titel Fight or Flight. Gedurende de expositieperiode vond iedere vrijdag vond een activiteit plaats. Het begon met een lezing over Leigh Bowery. Een merkwaardige man, die de metamorfosen van zijn persoonlijkheid en lichaam tot een kunstuiting heeft gemaakt. Hier werd ingezoomd op het thema identiteit. In Activism & Representation kwam een voormalig RAF terroriste aan het woord. Op 28 juni werd de documentaire Afscheid van Kollum getoond, waarin de dramatische veranderingen in het Nederlandse asielbeleid aan de orde komen. Ook vond in de sociëteit een conferentie plaats Fight or Flight die in samenwerking met de Gate Foundation werd georganiseerd. Kortom Migrating Identitiy/ Transmission Reconstruction, was veel meer dan zomaar een tentoonstelling. Wanneer je de hele manifestatie overziet, de expositie die in de zalen en gangen van het ARTI-gebouw en het parallelprogramma, merk je dat de organisatoren aanknopingspunten zochten om over de werkelijkheid zoals die in de impressies naar voren komt te spreken.

In gesprekken benadrukken de organisatoren, Renée Ridgway, Simon Ferdinando en Sonja Beijering, onafhankelijk van elkaar dat zij interne discussies hebben gevoerd over de mate waarin de actuele politieke situatie een rol in de manifestatie zou mogen spelen. Geen van drieën is voorstander van een directe verbinding van kunst en politiek activisme. Het uitgangspunt van de expositie is immers een praktisch intellectuele overtuiging: Het nomadische gedachtegoed. Dit begrip is aan de theorie ontleend en lijkt lichtjaren van benauwde politieke overtuigingen verwijderd. Het nomadische representeert een wereldbeeld waarin de menselijke mobiliteit en het vermogen om zich aan te passen centraal staan. De mobiliteit van mensen en ideeën zijn in dit wereldbeeld vanzelfsprekend. Kunst, wetenschap en de economie, zouden zonder die uitwisseling niet in hun huidige vorm bestaan. Dit wereldbeeld wordt desondanks op scherp gesteld door de politieke actualiteit. Zodoende komt de politiek via een achterdeur naar binnen. Waarbij opvalt dat het vaak over vluchtelingen gaat.

In zijn inleidende praatje bij aanvang van de conferentie Figth or Flight wijst moderator Sebastián López op het gegeven dat, het woord vluchteling (refugee) in de veertiger jaren was nog niet courant was, laat staan het woord vreemdeling. Niemand zou vreemdeling in een politieke context hebben geplaatst, terwijl de vreemdeling nu (g)een status en in Nederland zelfs een eigen ministerie heeft. De verandering in betekenissen duidt op een politiek maatschappelijke reactie op wereldwijde migratie en vluchtelingenstromen. Hoewel liefhebbers van de rede graag een helder onderscheid tussen economische en politieke vluchtelingen zouden maken, blijkt uit de politieke reacties en maatregelen dat dit onderscheid nauwelijks bestaat.
Opnieuw rijst de vraag wat deze constateringen met beeldende kunst te maken hebben. Aan de ene kant helemaal niets. Het is in de afgelopen jaren duidelijk geworden dat het geen zin heeft om kunstenaars onder te verdelen in allochtonen en autochtonen, inheems en uitheems, vluchteling of niet. Dat ook in de theorie deze gedachtegang gevolgd wordt blijkt uit het hanteren van een begrip als het nomadische. Aan de andere kant, lijkt het als je de kranten leest dat de ruimte voor vreemdelingen wel degelijk kleiner wordt, ook voor vreemdelingen in de beeldende kunst. Maar kleiner dan wat, vraag ik me af. Lopez vervolgt zijn inleiding met een verwijzing naar de geschiedenis van de surrealisten in New York. Max Ernst, Andre Breton, Marcel Duchamp, wiens officiële status in de VS zeer verschillend was, hadden een expositie samengesteld, die achteraf wordt beschouwd als de eerste internationale surrealistische expositie. Voorzover bekend was deze happening titelloos en werd zij achteraf ‘The first Paper on Surrealism’ gedoopt. Wellicht heeft López gelijk wanneer hij de titel als een associatieve, maar bewust gekozen verwijzing beschouwd, naar al het papierwerk dat nodig was om legaal in de Verenigde Staten te kunnen verblijven. Is onze vrijheid groter of kleiner, is er een disciplinering gaande, á la Foucault, of laten wij ons door het intellect verwarren?

Kunst en sociaal politieke ontwikkelingen, zij vormen een merkwaardig duo. Hun ruzievolle relatie bepaald de sfeer van de manifestatie, van het maken, tot het tonen, van de analyse tot de discussie.

De kunst, het maken:
Van de 21 kunstenaars, die aan de expositie deelnamen, hebben sommige een enkelvoudige andere een meervoudige nationaliteit, het gaat om een groep kunstenaars die zich in het internationale bewegen, of willen bewegen, en om kunstenaars die meer of minder consequent de onderwerpen identiteit en interculturaliteit willen tackelen. Rob Birza’s schilderijen van de Oosterse medemens, die omwille van de verdubbeling en het contrast, in het barokke kader van oosterse stoffen zijn geplaatst, vind ik tamelijk cru. Deze werken werden bij de eerste vertoning zeer enthousiast ontvangen. Als ik ze in de gangen van Arti zie, heb ik zo mijn twijfels. Er bestaat een parallel met de o zoo vreeslijke 19e eeuwse schilderijen die in de sociëteit van Arti hangen. Een net niet goed genoeg, dat zich slechts in een plaatselijk verenigingsleven kan handhaven.
Het Chinese enfant terrible Ni HaiFeng, bracht zijn leestekens aan op de ruiten. Ik heb tedere herinneringen aan de handelsschepen die hij op zijn huid aanbracht, ben gefascineerd door de manier waarop hij het cultureel historische gedachtegoed van China en Europa hanteert, maar vind het werk in Arti te weinig geprononceerd. De hele expositie lijkt beeldend te worden verbonden door de installatie en performance van Arthur Neve. Zijn vilten konijnenpak hangt droef in het tragikomisch vilten interieur. Ik houd van hazen en konijnen, en heb daarbij ook konijnen van Barry Flanagan voor ogen. Zo wil ik naar de wereld kijken, mild en mistroostig.
Voor het werk van Tiong Ang moet je een kleine kubusvormige ruimte betreden. Daar schittert een video van twee mannen die een geelwitte constructie torsen. Zij lopen door de straten van een stad. Ik hou van zijn intellectuele twijfel, omdat ik regelmatig geraakt wordt door de schoonheid van zijn films. Het leidt er toe dat ik, wanneer ik op een expositie zijn werk aantref, langer stil blijf staan dan bij videowerk van een ander.
Martijn Sandberg, Renée Kool, Jean Ulricke Désert, de laatste tref ik tijdens de opbouw van de expositie aan en ik kan het niet laten om vol sympathie over hem te schrijven. Zijn bijdrage bestaat uit een reeks ansichtkaarten waarop hij zelf in een stedelijk decor te zien is. Hij is zwart en draagt een Tiroler kostuum, waarmee zijn bijdrage een rechtsreeks commentaar op het nomadische wordt.

De expositie, het tonen:
Uit een beschrijving van de bijdragen aan de expositie blijkt, dat je er onmogelijk één thema uit kan destilleren. Dat is niet erg omdat de organisatoren zorgvuldig zijn omgegaan met de expositieopbouw, zodat er ondanks de versnippering een samenhang ontstaat. De diverse aspecten wentelen als bij een caleidoscoop om dezelfde as.

De tentoonstellingszalen waren ingrijpend verbouwd. Deels om de diverse media waarmee de kunstenaars werken tot hun recht te laten komen, deels om de verschillende activiteiten in het programma te integreren. De helft van de grote zaal was horizontaal in tweeën gedeeld. Op de entresol die zo ontstond was een bibliotheek gemaakt, waar de curatoren voortdurend nieuwe krantenberichten en teksten aanbrachten, een metafoor voor de hedendaagse aanwas van teksten en informatie. De andere helft van de zaal was nu verduisterd. Hier werden video’s getoond.

De radicale ingrepen in de tentoonstellingszalen staan in het verlengde van wens van de organisatoren, om het gebouw en de geschiedenis van Arti in het concept een rol te laten spelen. Het is merkwaardig, dat grote Artigebouw aan het Rokin. Een kolos, een mastodont, waardoor het onmogelijk is om de 19e eeuwse oorsprong van de vereniging te vergeten. Voor de één een toplocatie, voor de ander een graftombe, maar in alle gevallen een gebouw met een betekenisvolle architectuur, die prachtig én dictatoriaal kan zijn. Boven aan een van de pilaren in het trappenhuis bevind zich een prachtig negerkopje ontdekken de organisatoren en de conferentie Fight or Flight wordt beïnvloed door het duister van het Berlage-interieur in de sociëteit. Hoezeer de locatie de atmosfeer bepaald, blijkt uit de impressie van Sonja Beijering die het ontstaan van een foto van Arthur Neve beschrijft: Yes, I’m here to stay, now deal with it.

Flight or Fight I
De conferentie
In de conferentie Fight or Flight stond de vluchteling centraal. Er waren vijf sprekers met een heel verschillende achtergrond. Krishna Manjit Kaur (IN/NL) en Bright Richards (LIB/NL) bewegen beiden op het gebied tussen theater, film en beeldende kunst en bleken elkaar te kennen van een werkperiode bij DasArts. Heidi Lobato (CU/NL) organiseert al jaren internationale filmfestivals en Soheila Najand (IR/NL) en Fernando Alvim (ANG/B) werken als beeldend kunstenaar op nationaal en internationaal niveau. Het congres vindt plaats op de dag dat in de Beurs van Ber-lage Peter Sellars toneelstuk de kinderen van Hera-kles plaats vindt. In de wandelgangen wordt het stuk bekritiseerd. Er wordt gesproken over een bewonderenswaardig project, dat theater van slechte kwaliteit oplevert.

Krishna Manjit Kaur (IN/NL) performance kunstenares en schrijfster, verbeeldt op levendige wijze wat het betekend om als persoon meerdere en zeer verschillende identiteiten te bezitten. Een identiteit is ook een geschiedenis, een geschiedenis waarvan zij verslag deed in haar boek. Krishna is een vrouw met een mannennaam. Een naam die haar als kind werd toebedeeld omdat zij ongewild de waarheid sprak. Als vrouw en moeder ging zij lange tijd gesluierd, een herinnering die zij nu als een dubbelleven ervaart. Zij was gevangen in een huwelijk waar zij zelf niet voor gekozen had. Nu presenteert zij zichzelf als een mens die een breuk in haar eigen levensgeschiedenis geforceerd heeft. Als persoon kan zij de gedaanteverwisselingen toestaan, een eenheid die tegelijkertijd uit een veelheid bestaat. Zij wil een hybride zijn.

Vervolgens treed Bright Richards (LIB/NL) naar voren. Een acteur die in Liberia als jong betrokken was en theater heeft gemaakt, theater en film vanuit een concrete praktijk met een concrete doelstelling: In een verdeeld land een stem te laten horen, door middel van theater mensen duidelijkheid te geven in een complexe politieke situatie. Als de oorlog uitbreekt kan hij geen theater meer maken. Richards vertelt voorzichtig wat persoonlijke verhalen, beschrijvingen die de jonge atleet uit Angola niet over de lippen kreeg. Hij doet dat voorzichtig en met een bedoeling. Het feit dat hij acteur was, bekend als soapster in zijn land, is de reden dat hij in de chaos van de oorlog overleeft. Veel mensen zagen zijn soap alter ego als werkelijkheid, waardoor hij zijn etnische identiteit in doorslaggevende situaties verborgen kon houden

De bijdragen van Krishna Manjit Kaur en Bright Richards geven een helder inzicht in wat het betekent om gedwongen en speels van identiteit te veranderen. Maar de persoonlijke geschiedenis frustreert het artistieke proces. Deels onder invloed van de snelle en wrede wisselingen in de Nederlandse politiek, deels onder druk de arrogantie van degenen die zich door het discours beschermd weten, moeten zij een beslissing nemen hoe zij door willen gaan. Hun houding ten opzichte van de Nederlandse tolerantie en de goede bedoelingen van de intelligentsia is kritisch. De politieke en persoonlijke realiteit van beide kunstenaars is pregnanter dan het discours kan toestaan.

De sprekers die na het middag uur de ruimte krijgen, staan niet zozeer positiever ten aanzien van beide aspecten van de Nederlandse samenleving, maar wel vermoeider, wellicht ervarener. Heidi Lobato vindt uiteindelijk dat de discussies over de status van de kunstenaar haar activiteiten in de weg staan.
Ik maak al jaren festivals, die hun bestaansrecht bewezen hebben. De status van de vluchteling dat is een ding, maar hoe kom je aan het geld om goede producties te tonen?

Soheila Najand laat in een snel betoog de toehoorders weten dat zij de theorie beheerst. In Arnhem werkt zij aan een groot project waarbij de buurt en de straat betrokken zijn. Zij kreeg na lange tijd de ruimte om dit project ten uitvoer te brengen, en heeft als boodschap dat je als binnenkomer niet zeuren moet, maar doen. Ongetwijfeld heeft Najand gelijk, desondanks klinkt haar opmerking als een dooddoener, ten opzichte van de verhalen van de eerste twee sprekers. Niet eens vanwege hun persoonlijke geschiedenissen en mogelijke frustraties, maar vanwege de eigenwijze beeldenrijkdom die uit hun verhalen en presentatie sprak.

Het is daarom een verademing dat de bijeenkomst besloten wordt door Fernando Alvim. Deze beeldend kunstenaar, in Angola geboren, zoomt in op diverse politieke aspecten die de begripsvorming over migratie, kolonisatie, kortom de huidige politiek economische verhoudingen in de wereld bepalen. Het is geen politiek betoog. Alvim wil duidelijk maken hoe deze begrippen en verhoudingen in de kunst een plaats krijgen, hoe zij zowel de persoonlijke levensgeschiedenissen van kunstenaars als hun mogelijkheden om kunst te maken bepalen.

Fight or Flight II
Analyse en Discussie
Ondanks de open opzet van de manifestatie Migrating Identity/ Transmission Reconstruction, de scherpe bijdragen van het parallelprogramma, met ex-leden van de Baader Meinhof Gruppe, het vertonen van de documentaire Afscheid van Kollum, komt de discussie niet op gang. Steeds opnieuw lijkt het alsof er een scherpe uitspraak gedaan zal worden, waarna het gesprek in goede bedoelingen wordt gesmoord. Het lijkt alsof de praktijkbeschrijving waar ik dit stuk mee begon, aanwezig zijn, maar desondanks steeds weer verloren gaan in het discours. En ik heb de neiging om dit proces te ervaren als de kern van de discussie waar we nu mee te maken hebben.

Het meest schrijnende aan de huidige veranderingen in Nederland en internationaal, is dat ik het vaak niet meer kan volgen. Er is sprake van een kortsluiting in mijn kop. De politieke praktijk is zover van mijn eigen gedachtewereld verwijderd, dat ik soms werkelijk niet geloof dat het waar is, wat ik zie of lees. Van Afrika tot Ter Apel, van de expositie ‘Ik en de Ander’ die in 1994 in de Beurs van Berlage plaats vond, tot ‘Iconclasch’ een expositie uit 2002 in het Centre for Art and Media in Karlsruhe, het nomadische gedachtegoed is noodzakelijkerwijs het mijne. Maar zie ik vanuit mijn perspectief de realiteit nog wel zoals zij is?

Voor mij kunnen de kunsten uitkomst bieden. Zij vormen een weg uit de impasse, zonder een politiek activist te hoeven zijn, zonder de relatie tussen kunst en politiek uitvoerig te hoeven bestuderen.
Wat ik op televisie zag, de jonge atleet uit Angola uit de derde impressie, leek even op beeldende kunst. Het moment waarop de jongen de foto’s van een verwoest Rotterdam uit een lade nam, bood de mogelijkheid tot een visueel vergelijk tussen het huidige Angola en Nederland in oorlog. Een visueel statement, direct aan de realiteit ontleend, wat in gedachten op een werk van Ylya Kabakov gaat lijken, een beeld dat ontroerd. De manier waarop de jongen een anekdote verteld om zijn gevoelens te verwoorden, doet dan weer danken aan de presentatie van Bright Richards. Het is half twaalf en donker in de sociëteit als hij om een glas whisky vraagt. Zou de man alcoholist zijn, was het eerste dat ik dacht. Dan neemt hij het glas ter hand en zegt: Bij ons in Liberia wordt voor iedere bijeenkomst de voorouders en geesten gerustgesteld. Zoals een kip die een ruimte betreed,eerst een poot op de grond plaatst, in de rondte kijkt en daarna pas de tweede neerzet als hij voelt dat alles goed is..
Wat volgt is een plengoffer, hij giet de whisky op de vloer. (en laat vervolgens het glas rond gaan door het publiek om iedereen met een slok deelachtig te maken van het ritueel)

De documentaire is geen kunst, ook de uitspraken van de atleet zijn dat niet. Het aanbrengen van de beeldende vergelijkingen is het ten dele. De impressie van Sonja Beijering over het ontstaan van de foto van Arthur Neve laat zien waar het om gaat. Kunstenaars kunnen dat ene beeld versterken, het toeval aan de willekeur onttrekken, het moment vasthouden en veralgemeniseren. Tegelijkertijd bieden de structuren van de kunsten, haar geschiedenis en de expertise de mogelijkheid om deze beelden te verbijzonderen. Structuren en ambities die zich kenbaar maken in de mogelijkheid en de behoefte van een kunstenaar om een eigen oeuvre een eigen context te creëren. Daarom is de presentatie van Bright Richards meer dan een statement, meer dan een persoonlijke levensgeschiedenis. De uitspraak in de documentaire zijn de woorden van een eenling. Het zelfde beeld gebruikt door een kunstenaars is een beeld voor velen. Een beeld dat zich onderscheidt van andere beelden, maar omwille van de combinatie van concrete gebeurtenissen, persoonlijke geschiedenissen en de politieke actualiteit wel degelijk kan worden begrepen.

Mijn antwoord op de Nederlandse politieke situatie lijkt wellicht op een vlucht. Alsof je door de nadruk op het beeldende de praktijk ontkent, maar is mijns inziens de enige manier om aan de impasse te ontkomen. Fight or Flight is een motto dat voor iedereen geldt, maar dat alleen in een persoonlijke context kan worden beantwoord. De individuele belevingswereld overstijgt de leidcultuur, om nog eens naar dit vreemde verzinsel van Balkende te verwijzen, en zoekt houvast bij leidmotieven, wat iets wezenlijk anders is.

De bijbehorende gelijknamige publicatie bij het project zal artikelen en essays bevatten van de volgende auteurs:
Gary Carsley (AU/NL), kunstenaar, schrijver, Odili Donald Odita (NI/USA), kunstenaar, schrijver, Manjit Kaur (IN/NL), kunstenaar, schrijver, David Selden (GB), schrijver, media analist, Heidi Lobato (CU/NL), directrice Afrika in the Picture Filmfestival

en de curatoren van MITR
Sonja Beijering (NL), curator, schrijver, Renée Ridgway (USA/NL), kunstenaar, schrijver, Simon Ferdinando (K/GB/NL), kunstenaar, schrijver

Het boek zal medio november worden gepresenteerd in de Gate Foundation in Amstredam en kan besteld worden via www.migratingidentity.net


Saskia Monshouwer
< back