Nieuwe zakelijkheid 2005/11

Hedendaagse kunst als bron van kennis over de economie

Olav Velthuis, een in kunst geïnteresseerde econoom, redacteur economie van De Volkskrant en bekend van zijn proefschrift over de manier waarop de prijzen van hedendaagse kunst tot stand komen, heeft nu ook een boekje gepubliceerd met de suggestieve titel: ‘Imaginaire economie. Hedendaagse kunstenaars en de wereld van het grote geld.’ Hij signaleert dat tegenwoordig opvallend veel kunstenaars ‘zich bezighouden met alledaagse economische fenomenen als markt, geld, consumptie of bezit’. Als illustratie daarvan geeft hij een bijna oeverloze opsomming van kunstenaars die zich, sinds de jaren zestig van de vorige eeuw, min of meer parodistisch en al dan niet maatschappijkritisch of juist bevestigend, de werkwijze en verschijningsvormen van het zaken- en bedrijfsleven hebben toegeëigend. Deze kunstenaars treden duidelijk in het voetspoor van Duchamp, de bedenker van het begrip ready made in de kunst en meer in het bijzonder de man, die een cheque voor zijn tandarts en een aandeel als kunst in omloop bracht. Het fenomeen was al langer bekend. ‘Business Art’ werd al in 1993 door Frans Haks in het Groninger Museum gepresenteerd. Velthuis introduceert voor het hele verschijnsel de term imaginaire economie. Hij onderscheidt daarin een aantal ontwikkelingsfases, die echter in de praktijk enigzins door elkaar lopen.
Na de maatschappijkritische periode van de jaren zestig en zeventig met onder andere Beuys en Hans Haacke, volgt de toenemende identificatie met het marktmechanisme tijdens de economische boom van de jaren tachtig, soms ironisch, maar vaak maar al te serieus. De nieuwe economie in de jaren negentig culturaliseert zich en gaat als het ware, verwant aan de kunst, handelen in lucht, daarbij graag kunstenaars als gelijkgestemde collaborateurs binnenhalend. Een mooi voorbeeld van die samenwerking geeft Orgacom. Uiteindelijk ziet Velthuis toch meer heil in een groter aandeel van het belangloze spelelement, de meer subversieve, ludieke inbreng van de kunstenaar, als antwoord op de dominerende groei-economie en winstmaximalisering. De recente voorbeelden die hij daarvan geeft, zijn niet erg overtuigend. Het gaat dan ook wat ver, dat hij in de kunst van vandaag een antwoord vindt ‘op de canon van de neo-liberale economie’.
‘Wie wil begrijpen hoe de economie functioneert en wat voor effecten ze heeft op het dagelijkse leven, doet er goed aan hedendaagse kunst te raadplegen’, meent hij. Het is een stelling, die ondanks de talloze voorbeelden van kunstenaars die aktief zijn in wat hij noemt de ‘Imaginaire economie’, niet overtuigend onderbouwd wordt. Het is waar dat er meer en meer kunstenaars, al dan niet met kritische bedoelingen, gebruik maken van de methoden van de economische macht. Of dat meer inzicht geeft in de economie is de vraag.

Franck Gribling

Olav Velthuis, ‘Talking prices.
Symbolic meanings of prices on the market for contemporary art’, Princeton University Press, 2005.
Olav Velthuis, ‘Imaginaire economie. Hedendaagse kunstenaars en de wereld van het grote geld’, NAI, Rotterdam, 2005.
ISBN 90-5662-400-8.

beeld: Pieter Engels ‘Epo’

< back