Nieuwe zakelijkheid 2005/11

Fernweh en Windjammers

Bevangen door een heftige vorm van Fernweh trok ik er deze zomer twee maanden op uit. Mijn eerste halte was Berlijn. Daar was ik gevraagd een lezing over de gebroeders Von Humboldt te geven in de Von Humboldtbibliotheek. De oudste broer, Wilhelm, was filosoof en de naamgever van de Berlijnse universiteit. Zijn jongere broer Alexander werd beroemd vanwege zijn reizen over de hele wereld, en het in kaart brengen van Zuid-Amerika. Darwin was zo geïnspireerd door de geschriften van Alexander von Humboldt, dat hij besloot om ook naar Zuid-Amerika te reizen. Met als gevolg dat hij zijn evolutietheorie ontwikkelde.

Tijdens mijn voordracht ging ik vooral in op de voorliefde van Alexander (die ik met hem deel) voor Myxomyceten. Die heten hier slikschimmel en in Duitsland Schleimpilze. Het zijn schimmels die kunnen kruipen en waarover de wildste verhalen worden verteld; is het een plant of is het een dier? In China is ooit een exemplaar van 35 cm doorsnee gevangen, die probeerde een rivier over te zwemmen.  Daarna ging het verder naar Zwitserland om er een expositie over de hoed van Alexander von Humboldt in te richten. Na twee maanden ging ik met heimwee in het lijf weer naar huis.

Fernweh
Heimwee, wie kent het niet. Maar hoor je iemand ooit over Fernweh? Vaak ligt een onderwerp voor het grijpen. In iedere denkbare situatie. Of je nu Slauerhoff, onderzoeker, filosoof of kunstenaar bent. Bij mij voor de deur liggen al jaren in de zomer Fernweh en de grote cruiseschepen der zeven wereldzeeën naast elkaar. In de laatste twintig jaar zijn de schepen veranderd van roestige geklonken Griekse veerboten in oversized dubbeldekkerbussen zonder voorsteven; drieduizend reizigers op een romantische vakantie. En al die jaren ben ik erop uit getrokken met doek en ezel om ze te schilderen. Fernweh is de drijfveer; ik hoef echt niet mee met die schepen. Maar ze geven mij het gevoel, het bijna pijnlijke gevoel dat het ergens anders mooier is dan hier. Ruzie heb ik thuis gehad als er weer eens een schip kwam, dat ik nog niet geschilderd had en we eigenlijk zelf op reis zouden gaan. De aankomst en vertrektijden haalde ik gewoon uit de kapiteinskamer. Dat is een soort uitkijktoren op een hoog gebouw naast het Centraal Station waar ze de hele haven van Amsterdam in de gaten houden. In het Pakhuis Wilhelmina, waar mijn atelier is, ploos ik dan uit welk schip nog niet mijn aandacht had getrokken. De laatste jaren gaat het wat moeilijker vanwege dreigende terreuracties, die vooral op de Amerikaanse toeristen zouden zijn gemunt. Gevolg: grote hoge hekken. De getroffen maatregelen maken het mij onmogelijk lekker dicht op de schepen te zitten.

De zeeschilders
Na zo’n tweehonderd cruiseschepen geschilderd te hebben, trok ik de stoute schoenen aan en bezocht het Scheepvaartmuseum. Of ze geïnteresseerd waren in een expositie van al mijn schilderijen. Ontluisterend was het antwoord. Nee, we laten alleen schepen zien die onder Nederlandse vlag varen. De Rotterdam, de Statendam en de Amsterdam, die van de Holland-Amerika Lijn zijn dan? De HAL is in Amerika gevestigd, was hun antwoord. Sukkels. Daarna zag ik in de BK-krant een oproep. De Nederlandse vereniging van zeeschilders zocht een nieuw lid. Twee leden van in de tachtig waren gestorven. Een commissie kwam op bezoek en drie schilderijen moesten met ze mee. Een ballotagecommissie net als bij Arti. Alleen dachten die amateurs dat ze me konden afschepen met de volgende opmerkingen: een te obsesieve schilder, te weinig water op de doeken te zien, te vies geschilderd, alsof de doeken nog niet af zijn en waarschijnlijk hou je er binnenkort mee op.
Exit.
In mijn achterhoofd loeide een alarmbel. Ze hadden als lekkermakertje een groepstentoonstelling in de Passagiers Terminal Amsterdam in de aanbieding. De plek waar al die cruiseschepen aanleggen. Ik toog naar de directeur van de PTA. Die man was blij verrast. Hij was net van plan een eerste tentoonstelling te organisereren met drie keer raden wie? Dit was veel meer to the point en van de Nederlandse vereniging van fijne zeeschilders heb ik nooit meer iets gehoord of gezien. De expositie was een succes, werk verkocht en vervolgopdrachten. De directeur van de PTA heeft een mijner cruiseschepen van de HAL, de Amsterdam, boven zijn bureau hangen.

Sail
En toen was er opeens de vijfjaarlijks wederkerende Sail in de IJ-haven van Amsterdam. Driemasters, windjammers, oorlogsschepen en vuurwerk. Precies voor mijn atelier lag een oude driemaster met groene zeilen. Toeval of niet maar het schip droeg de naam Alexander von Humboldt. Een buurvrouw in het oude pakhuis Wilhelmina vroeg of ik tijdens Sail 2005 mijn schilderijen wilde laten zien. Sail legt als organisatie zo’n claim op het gebied dat je als kleine zelfstandige geen kans maakt een graantje mee te pikken. Maar dan kennen ze de doorbijtertjes niet. Een expositie en als een soort bloedzuiger de kracht halen uit de twee en half miljoen bezoekers die aan ons gebouw voorbij paraderen. Binnen de expositie. Buiten op het laadperron de afgemeerde windjammers en driemasters plus voorbij sjokkend publiek schilderen. Een waar genoegen. De Humboldt schilderen vanaf de kade.
Opeens stond er een oud mannetje naast me. Een voormalig mode-ontwerper in ruste. Schildert op badtegels Amsterdamse onderwerpen. Vandaag de scheepjes. Jammerde dat ie door de politie van de kade was gejaagd. Hij mocht het publiek niet ophouden en had geen vergunning. Beneden op de kade zat een kunstschilder met vergunning Japanse karpers in een vijver te schilderen (tja..). Die had hem ook weggejaagd. Kom maar lekker bij me zitten vadertje, ik ben een beroepsschilder, mij jaagt niemand hier weg. Als je een vergunning om je nek hebt hangen dat je mag schilderen, ben je het niet waard kunstenaar genoemd te worden. De ouwe lieve man, Hans, kreeg tranen in zijn ogen en begon aan zijn opdracht. Het beschilderen van badtegels. Morgen ben ik er weer, zei hij nog.
De volgende dag, Sail duurt zo’n vijf dagen, ging ik op de kade staan met mijn ezel en een hoop verf. Schepen schilderen met in mijn achterhoofd het gevecht dat ik met de ordehandhavers aan zou gaan. Het enige dat ze durfden vragen was hoe lang ik over zo’n schilderij deed. De hele dag, nou ja, ik vertelde ze niet dat het ook in dertig minuten kan. Je moet als kunstenaar wel een show weggeven. Ik zie in Amsterdam wel eens langs de grachten van die verbeten fijnschilders met koptelefoon op. Ze kunnen niet communiceren. Op de kade heeft niemand me weggejaagd. Arme Hans, de gepensioneerde mode-ontwerper die de vorige dag tegen iedereen had gezegd dat deze jonge kunstschilder hem had geadopteerd. Het was teveel, teveel mensen, teveel opwinding en teveel mijn grote mond. Hij vertrok de eerste dag doodmoe en ik raasde vijf dagen met een scheepsmegafoon voort. Brullend vertelde ik door de megafoon het publiek dat ze binnen het mooiste uitzicht op Sail en mijn schilderijen hadden.

Het publiek
Binnen stond ik iedereen te woord en daar zaten juweeltjes tussen.
‘Mijnheer die schilderijen, hoe u die schildert, dat ken ik veel beter.’
‘Oh ja. Ben je ook kunstschilder?’
‘Nee hoor, verpleegster opleiding.’
Ze worden alsmaar brutaler, vroeger zeiden ze: ‘dat kan mijn neefje ook.’
‘Mijnheer is het moeililijk op de kunstacademie te komen, als ik net zo goed kan schilderen als u?’
‘Nee hoor.’
‘Mijnheer kunt u mij zeggen hoe ik beroemd kan worden?’
‘Jawel hoor. Ik ken wel een galeriehouder, het enige wat je moet doen is met hem naar bed gaan.’
‘Is ie oud?’
‘Ja.
De moeder sleurde haar mee. Een kunstcarriére in de knop geknakt.
Verbazingwekkend het grote aantal mensen dat vroeg, of ze met hun mobiele telefoon mijn schilderijen mochten fotograferen. Tuurlijk, wellicht verkoopt het. Zoals mijn grootste schilderij dat er hing op afbetaling is verkocht en een aantal schilderijen aan buurtbewoners en medekunstenaars. Vreemd blijft het dat de honderd andere kunstenaars in gebouw Wilhelmina voor Sail en zijn twee en half miljoen bezoekers zijn gevlucht. Twee motto’s waren op mij van toepassing:
1: als je je vijand niet kunt verslaan, moet je hem omarmen
2: ik verkoop liever dan dat ik geld verdien

Het klinkt een beetje Ratelbandachtig, maar een drijfveer hier en een verkocht schilderij daar maken het kunstenaarschap aangenamer dan te gaan zitten kniezen aan het strand met een miljoen dagjesmensen, terwijl er voor je eigen deur twee miljoen bezoekers staan te trappelen om kunst te kunnen kopen. Mijn buurvrouw, Alma Langeveld, heeft van de deugd een daad gemaakt en is in haar atelier een galerie begonnen. Na mij waren er tekeningen te zien van een Alaskaanse kunstenares en de komende tijd is er in Kantoor Langeveld, gebouw Wilhelmina, een video-installatie van een Keulse kunstenares.

Fredie Beckmans

beeld:
Fredie Beckmans ‘Fernweh’, 120 x 215 cm, 1995-2000
F.G.Weitsch ‘Alexander von Humboldt’, 1806

< back