Nieuwe zakelijkheid 2005/11

Ik ben eigenlijk een wandelend stuk kunst

Interview met Phil Bloom

De mensen vragen altijd aan mij: ‘Wat was dat nou met jou in die zestiger jaren?’ En dan zeg ik: we deden dingen in groepsverband. ‘Ja maar jij was toch.....?.’ En dan zeg ik: nee, ik had mijn zelfstandige gedachtengang in die groep. En dan begrijpen ze er helemaal niets meer van.

Mijn ouders hadden niets met kunst te maken. We woonden de kant op van Leidschendam en achter ons huis was een stuk land. Daar ging ik als kind klei uit de sloten halen, waar ik dan dingen van maakte. Mijn moeder liet me altijd vrij om te doen wat ik wilde. Uren kon ik tekeningetjes zitten maken. Ik was daar heel zelfstandig mee bezig. Er is niemand geweest die tegen me gezegd heeft, dat ik naar de academie moest gaan. Je maakt in het leven je keuzes. Dat dat in je systeem zit, dat is toch heel bijzonder.
Met mijn vrienden is het eigenlijk allemaal begonnen, zo tussen mijn 17e en mijn 21e jaar. Ik zat op de academie in Den Haag, zat helemaal in de incrowd. Ken jij Rien Hagen en Maud Rab? Even is dat een belangrijk groepje geweest. Grafisch ontwerpers, modemensen, designers. En die hadden met elkaar een groot pand gehuurd. We waren arm. Het was er heel sociaal: we aten allemaal uit een grote pot en iedereen kon mee-eten. Zoiets bestaat nu niet meer. Een paar jaar geleden heb ik zelf een boekje gemaakt waarin ik mijn standpunt geef over wat ik in de jaren zestig heb gedaan. Ook vertellen mijn vrienden daarin, wat zij van mij vonden in die tijd. Een groen boekje in een oplage van 500 stuks. Het was binnen twee dagen uitverkocht.
Ik ging van Den Haag naar Amsterdam. Dat had te maken met Hitweek, Willem de Ridder en Hans Verhagen. Door die twee en door de liefde ben ik hier in Amsterdam gekomen. Ik vind het wel belangrijk om te zeggen dat ‘Hoepla’ pas daarna kwam. Ik kwam in de filmwereld terecht met alles wat daaromheen zit. Deed alles wat ik wilde, werd heel zelfstandig. Om geld te kunnen verdienen deed ik de opleiding grafisch ontwerpen op de Gerrit Rietveld Academie, die ik zelfs met lof heb afgemaakt en ik ben daarna ook nog even naar de Rijksacademie gegaan. Allles bij elkaar ben ik daar zo’n tien jaar mee bezig geweest. En toen had ik eigenlijk genoeg van een aantal dingen; de publiciteit ging maar door. Ik besloot weg te gaan in de hoop dat ze me zouden vergeten. Ik vertrok naar Amerika en heb daar zo’n vier jaar gezeten. Overleven was het. Ik ben naar het Pratt Institute in New York gegaan. Daar ontmoette ik een groepje mensen die de techniek gebruikten waar ik al die tijd op zoek naar was geweest.

Invloeden
In de techniek was ik ook altijd al bezig met Caravaggio maar tegelijkertijd ook met Andy Warhol, die ik nog steeds goed vind. Mijn dubbele geest komt ook hierin tot uiting. Er zijn een paar kunstenaars die me beïnvloed hebben zoals bijvoorbeeld Francis Bacon, die ook behoorlijk naar uitersten kon gaan. Vechten, ruzies en de zoetheid die er ook wel weer inzit. En ook Louise Bourgois en de Mexicaanse schilderes Frida Kahlo die maar schilderde en schilderde, ook dagboekachtig net als ik. Meret Oppenheim is ook een belangrijke vrouw voor mij, omdat ook zij met naakt te maken heeft als kunstenaar; de vrijheid daarvan. Een sterke persoonlijkheid die ondanks alles zich er doorheen slaat. Ze blijft voor mij iemand die gelijk staat met mijn vorm van denken. Ook iemand als Immen-dorf, wiens manier van werken heel dicht bij die van mij ligt. Zozeer zelfs dat ik er van schrok toen ik hem voor het eerst aan het werk zag.
Zo is mijn weg van heel traditioneel tot het heden gegaan. Als je een doek van mij ziet, dan zie je dat je al mijn hersenspinsels, alles wat mij bezig houdt, daarin terug kunt vinden, daar blijf ik maar mee doorgaan. Aan de ene kant klonter ik maar wat en aan de andere kant is het vrij traditioneel. Met mijn films probeer ik hetzelfde, alleen iets uitgebreider met dubbele lagen en met kleine animatiedingetjes erin.
Tenstoonstellingen
Ik had altijd al in mijn hoofd wat ik wilde. Dat verhalende, ik werk heel intuïtief. Over mijn geschiedenis zou ik best kunnen schrijven, maar ik doe het in een schilderende vorm. Het is voor mij eigenlijk net als het werken aan een dagboek. Voor de poppetjesachtige dingen waar ik meebezig was, was in de jaren zestig helemaal geen plaats. Het was nog de tijd van kunstenaars als Schoon-hoven. Weet je, wat dat betreft ben ik dan toch heel eigenwijs. Ook al werd ik, overal waar ik met mijn werk langs kwam, afgewezen - ik was tante Truus die haar poppetjes liet zien - toch m’n eigen weg bleef gaan. Daar heb ik het in Amsterdam en in Nederland moeilijk mee gehad. Daarom vind ik het leuk om hier in Amsterdam nu eens goed te laten zien waarmee ik bezig ben. Ik ben nu dan zestig jaar geworden Ik wil er een echt feestje van maken met vijf tentoonstellingen in Torch, Metis, Art Kitchen, Monte-video en bij ‘Stream’ in de Waag. Negentig procent van wat ik laat zien, is nieuw werk.

Thema’s
Tien jaar geleden nam ik per jaar een ander thema zoals bijvoorbeeld micro en dolls, human en kitch: dood, van dood naar natuur, van natuur naar dier en dan nu Rusland en tatoeage - Altai en Scytisch. Mijn werk heeft altijd twee kanten: een ernstig serieuze, positieve kant en een ironische, belachelijk makende negatieve kant. Zoals onder andere met Alice in Wonderland, maar dan wel een parodie; veel schedels, de oerkracht van het hert, Adam en Eva, oorlog. Omdat ik in 1945 geboren ben, heb ik over de oorlog schilderijen gemaakt. Het vreemde was namelijk dat er tot mijn 14e jaar bij mij thuis nooit over werd gesproken, alsof er een taboe op rustte, terwijl mijn moeder een Rotterdamse is die het bombardement op die stad heeft zien gebeuren. Ze had er al die tijd over gezwegen. Ineens kreeg ik te horen dat er een grote oorlog was geweest. Ik schrok daar verschrikkelijk van. In mijn schilderijen geef ik daarover mijn standpunt weer. Dat laat ik in een bepaalde vorm zien. Je kunt de dingen wel wegmoffelen en alleen maar leuke romantische bloemetjes schilderen bij wijze van spreken, maar dat zit niet in mijn bloed. Ik wil het er uit slaan. En dat doe ik ook. Zo ben ik ook in een moratorium geweest waar ik de doden mocht schilderen.

Tatoeage
Vorig jaar heb ik een reis naar Rusland gemaakt, naar het Altaigebergte. Een gedeelte hebben we te paard gedaan - van die hele kleine paardjes - langs ravijnen. Je kunt niet meer terug, het is zoals het is. Verder met een jeep tot vlak bij de grens van Mongolië. Dan kom je in een gebied waar je je op een andere planeet waant. Je voelt: dit is heel bijzonder en daar ben ik weer een stap verder gekomen. Ik had op de tv een verhaal gezien over dat gebied, waar men in een stenen graf een vrouw had gevonden die goed bewaard was gebleven. Het was een reizende vrouw geweest die van dorp naar dorp ging. Naar aanleiding van die vrouw heb ik een tekening op mijn hoofd laten tatoeëren. Het is een statement en het heeft te maken met een aantal dingen die gebeurd zijn in mijn leven. Vandaar uit had ik eerder al een gedeelte van mijn hoofd kaal laten scheren tijdens de performance ‘Brainscan & Haircut’ (2001) in Arti et Amicitiae. Precies een jaar daarna wilde ik weer iets performanceachtigs doen, maar dan met een vorm zoals bijvoorbeeld een hert. In Rusland kwam ik er achter dat het die tatoe moest worden voor deel 2: ‘Brain Tattoo Altai’ en heb de Scytisch-achtige tekening op het kaalgeschoren gedeelte van mijn hoofd laten aanbrengen. De figuren heb ik zelf bedacht. Die reizende vrouw had mij totaal overrompeld, ook omdat ze helemaal getatoeëerd was. Want kijk, je was bezig met iets en ineens floep, komt dat op je pad. Ik heb het gefilmd en van daaruit heb ik een documentaire gemaakt. Die gaat van oost naar west; van de mooie ongerepte schoonheid naar het verval, het gruwelijke, de oorlog.

Ik probeer nu alles samen te vatten. Werk daar al een jaar keihard aan. Alles blijft maar steeds hetzelfde verhaal. Altijd weer de schoonheid en het vergaan van die schoonheid. Het verval. En dat is nu met de tentoonstellingen die ik in de komende maanden heb en waarin mijn reis naar Rusland centraal staat, ook weer het geval.
Het verhaal is belangrijker dan de techniek waarmee het gemaakt is. Of je het nu schildert à la prima, met computermanipulatie of dat je het met fotografie doet. Ook de tatoeage op mijn hoofd is daar een onderdeel van. Als ik op straat loop ben ik eigenlijk een wandelend stuk kunst. Zo kun je dat ook zien.

Marianne Vollmer

Naar aanleiding van haar zestigste verjaardag wordt het nieuwste werk van Phil Bloom op vijf verschillende plekken in Amsterdam getoond:
26 november - 24 december 2005 , Metis oa.olieverfschilderijen van 2 x 2 m. en tekeningen; 2 december - 24 december 2005 , Art-Kitchen, foto’s uit Rusland en computerwerk; 17 december - 24 december 2005 , Torch Gallery ‘Portait-Gallery’ foto’s van haar16e tot 60ste jaar; 30 november 20.00 uur, De Waag, Nieuwmarkt, de Russische video-documentaire ‘Altaï’ zien in live uitzending op http://contact.waag.org; Montevideo, op aanvraag: Russische video-documentaire van de reis in de Altaï-gebergten 2004.
www.philbloom.com
beeld:
‘Barbie and ape’ 200 x 200 m, olieverf op canvas, 2005
‘War’ 30 x 40cm, digitale fotocollage, 2005

< back