een oeuvre boek van FRanck Gribling

Vijfenzeventig jaar in Nergensland
Een sprookje van Franck Gribling

paul groot

De cover van de catalogus met het oeuvre overzicht van kunstenaar Franck Gribling is met een zilverwitte, spiegelende kleur overgoten. Spiegelend, en dus onmiskenbaar is het een heel symbolische omslag. Het boek stelt zich daarmee aan de lezer voor alsof het wil zeggen: ‘Ik ben Franck Gribling, ik ben een spiegel, ik reflecteer de wereld zoals die zich aan mij toont’. En inderdaad, een betere introductie van deze ‘ruimtereis in vijfenzeventig lichtjaren’ zoals het leven en werk van Franck Gribling wordt genoemd, is er niet. Met vele reproducties en tekstfragmenten is deze zoektocht naar ‘nergensland’ een mooi chronologisch geordende terugblik van een kunstenaar, intellectueel en zoeker die inmiddels vijfenzeventig jaar is, maar nog oogt als een popmusicus. ‘Nergensland’ is een ruimhartig, gedegen en gedreven zelfportret.

Al bladerend, en her en der passages lezend en foto’s bekijkend van kunstwerken of van Franck Griblings (FG) performances op straat of in ruimtes, doe je steeds ontdekkingen. Aan de hand van inleider Paul Hefting krijg je een levensschets van een buitenstaander, daarna geven foto’s en teksten over hem, maar vooral ook van FG zelf een uitgebreid tijdsbeeld van zijn leven en de wereld rondom hem. Hij schildert, ja, maar tegen zijn zin soms, en hij komt er zijn hele lange leven lang op terug. Hij schildert, en hij ontwikkelt andere gedachten over kunst, dus hij verlaat het atelier, is kunstcriticus, conservator, wordt een tijdje docent aan een universiteit, hij komt weer tot schilderen, gaat de straat op en loopt rond, hij stimuleert, hij organiseert, en gaat weer terug naar het schilderen, hij deelt ijsblokjes uit, hij treurt, en doet wat niet al, en gaat dan weer terug naar het schilderen. En hij blijft schrijven natuurlijk. Over anderen in ontelbare tijdschriften. Zo schreef hij in de jaren zestig - toen dat blad er echt nog toe deed - voor de Haagse Post.
‘Nergensland’ is een prachtig voorbeeld van een kunstwerk op zich: provocatief, alternatief, ja activistisch ook. De kunstenaar die zichzelf en zijn eigen werken verklaard, dat is vloeken in de kerk. Maar FG trekt zich daar niets van aan: het ene moment is hij kunstcriticus, en het volgende weer kunstenaar, dan weer gewoon kijker. Het is gevaarlijk, die kwetsbare opstelling, maar het pakt goed uit. Hier ben ik, bekijk me maar, voel aan me, trek me kleren van mijn lijf, luister naar mijn bloedsomloop, tel mijn hartslag, en, let op, zo zit ik in elkaar. Prachtig! Die openheid zit ook in zijn beste werk, dat zijns ondanks heel dramatisch en gevoelig kan zijn.

Ontrouw aan Marcel Duchamps
Soms gaat hij erg ver in zijn kritische opstelling. Zoals in de activistische visie die in zijn ‘dertien stellingen ter bestrijding van de kunstkritiek’ tot uiting komt. Bijna vijfentwintig jaar geleden spreekt hij voor een forum over de kunstkritiek een opmerkelijk wantrouwen uit in het oordeel over kunst door niet-kunstenaars. Het is natuurlijk bedoeld als polemiek, het zijn slagzinnen ter bestrijding van een kwaad, dus eenzijdigheid is niet te vermijden. Maar gaat die niet helemaal in tegen zijn eigen strategie die juist ervoor pleit niet het gebeuren in het centrum, maar juist de verschijnselen in de marge te onderzoeken? Hier ontzegt hij aan buitenstaanders een visie op de kunst in een terminologie die geweldig irriteert: intermediair, kwaliteitsbewaking, emfatisch, producent, vakgenoten, kunstproductie, communicatiemiddel, vacuüm… Het klinkt alsof hij echt denkt dat kunstkritiek beoefenen een gediplomeerde job is? Wat is dat voor een rare opvatting? Kunstkritiek behelst niet meer dan dat je een visie over het leven projecteert op een artistiek werk. En wie een duidelijke visie heeft wordt dan kunstcriticus, sommigen tot ieders genoegen, anderen roepen bij het publiek een gemengde weerklank op, positief of mogelijk negatief, en daarmee basta. De persoonlijke visie daar draait het om, al het andere daaromheen is niet van enig belang.
Franck Gribling bracht mij aan de Universiteit van Amsterdam begin jaren zeventig van de vorige eeuw de geheimtaal van Marcel Duchamp bij. Hoe lang heb ik in die kwast gelooft? Niet te lang geloof ik, want als begeleider op Ateliers '63’ in Haarlem, heb ik mijn studenten -onder wie Marlene Dumas- gevraagd zich verre te houden van de wereld van Duchamp en zich liever in de geheimen van Jean-Luc Godard en Alfred Hitchcock te verdiepen. In zijn boek bekent FG ook zijn ontrouw aan Duchamp.En daar ligt dan ook de crux in de artistieke carrière van FG. Hij verandert dan wel steeds van houding, van gestalte, en van positie - dat is zijn volste recht-  maar al te vaak brengen de nieuwe invloeden geen verbreding, vaak lijken ze eerder zijn tunnelvisie te onderstrepen. De wereld ligt open met de prachtigste beelden ter inspiratie, maar als ze niet ideologisch verantwoord zijn, laat hij ze vaak onbeproefd.
 
Sensual Abstractions
Franck Gribling functioneert als een kameleon, als een spiegel van de maatschappij en haar ontwikkeling. Als een gentleman houdt hij de wereld een spiegel voor, die alles minutieus registreert en ons laat zien hoe modieus die wereld zich voortdurend ontwikkelt en zich in allerhande bochten wringt om te overleven. Aan de hand van deze catalogus kun je een betrekkelijk representatieve geschiedenis van de moderne kunst van de afgelopen vijfenzeventig jaar samen stellen.FG heeft zich van veel stijlen bediend. Het mooiste voorbeeld daarvan is de vaardige hand waarmee hij het tijdperk van de abstracte kunst als het ware afsluit en weer nieuw leven inblaast. Abstracte kunst vol erotiek, die variatie kende ik eigenlijk niet zo goed, tot ik FG’s serie ‘ Sensual Abstractions’ vorig jaar in Arti zag. De abstracte kunst lijkt hier ten grave gedragen te worden, maar tegelijk met het ontkleden en afleggen van de stoffelijke resten bezielt Franck Gribling deze kunst opnieuw en wekt die weer met een spannende erotische veerkracht tot leven. De klassieke combinatie Eros en Thanatos, Liefde en Dood, een altijd weer opduikende combinatie in de kunst, is hier heel overtuigend samengebracht.

Paul Groot

Franck Gribling, ‘Op zoek naar nergensland. Een ruimtereis in 75 lichtjaren’, City Thoughts Publishers Amsterdam, 2008



De redactie stelt het op prijs op de hoogte te worden gehouden van nieuwe kunstenaarsboeken , zodat daar in De Nieuwe aandacht aan besteed kan worden. denieuwe@arti.nl

 

 
   
< back