2003/1
IUOEYA BFG X ZNQD VCSPKWTRL HMJ
Een kunstenaarsboek van Jan van der Pol

In het vorige nummer hield Franck Gribling een pleidooi om het verschijnsel kunstenaarsboek zo breed mogelijk op te vatten. IUOEYA BFG X ZNQD VCSPKWTRL HMJ, een project van Jan van der Pol, heeft baat bij deze tolerante opvatting. Het gaat om een cassette met honderdvijfennegentig linoleumsneden. De cassette opent als een boek. Al lezend en kijkend krijg je toegang tot een wonderlijk kunstwerk. Jan van der Pol zet zich uiteen met de complexe verhouding tussen woord en beeld, tussen literatuur en beeldende kunst. De beelden werden boven Horapollo’s Hieroglyphica geplaatst, een vergeten tekst. Het resultaat is verrassend en nietsontziend.

Het avontuur van Jan van der Pol begint bij het beeld, op het moment dat een vriendin hem op een boekje wijst dat zij tegenkwam in de Koninklijke bibliotheek in Den Haag. Het gaat om een 16e eeuwse uitgave van de Hieroglyphica van Horapollo. Honderdenvijf-ennegentig Latijnse teksten voorzien van houtsneden. Op één van de illustraties drijft een los been in het water. Een dergelijk beeld werd ook door Van der Pol bedacht. Van der Pol, die al eerder tekenboeken heeft gemaakt, besluit vrijwel onmiddellijk dat hij dit boekje als uitgangspunt zal gebruiken voor een nieuw project.

Hoewel alles bij het beeld begint, is de verwantschap die Van der Pol ervaart evenzeer op de tekst als op het beeld gebaseerd. Als Van der Pol begint doet hij een beroep op een bestaande Engelse vertaling, die achteraf nogal slordig en onvolledig blijkt te zijn. Maar de fragmenten die hij onder ogen krijgt bezitten een vreemde schoonheid.
Hoe geven ze een vrouw weer die meisjes heeft gebaard?
‘Als ze een vrouw willen laten zien die eerst meisjes heeft gebaard, tekenen ze een stier. Maar als ze jongens heeft gebaard tekenen ze opnieuw een stier maar dan gekeerd naar rechts. Want als dit beest na de paring naar links loopt zijn de nakomelingen vrouwelijk, maar als hij naar rechts beweegt zal hij mannelijke nakomelingen hebben verwekt.’
Tekst van Horapollo, nummer 112: vertaling Michael van Hoogenhuyze.
De tekst bestaat uit instructies en verklaringen over beeldgebruik en symboliek. Ze is even vreemd als menselijk en integer in haar poging om gedachten te visualiseren en beelden te verwoorden.

In een periode van anderhalf jaar snijdt Van der Pol de honderenvijfennegentig beelden, het totale project neemt vijf jaar in beslag. De beelden ontspringen aan zijn fantasie en zijn ontrokken aan zijn bestaande oeuvre. Abstracte en figuratieve motieven, portretten, landschappen en architectuur nemen bezit van de pagina’s. Terwijl Van der Pol snijdt en drukt, vertaalt Michael van Hoogenhuyze de tekst in het Nederlands. Hij maakt gebruik van de Engelse, de Latijnse én de Griekse versie, die uiteindelijk de meest betrouwbare blijkt. Ondertussen speurt Van Hoogenhuyze naar de in nevelen gehulde oorsprong van de tekst. Van der Pol maakt van de beelden een compositie, die als één geheel boven de tekst wordt geplaatst. Dat is volgens hem de crux; beeld en tekst vormen twee parallelle werelden. Als zij elkaar ontmoeten zijn ze met moeite te scheiden. Toch is hun samenhang in hoge mate arbitrair.

IUOEYA BFG X ZNQD VCSPKWTRL HMJ
Werd gemaakt door Jan van der Pol (1999)
Typografie & vormgeving: Klaus Baumgärtner
Druk: de Drukkerij (Jan van der Pol, Coos Dieters)
Nederlandse vertaling Horapollo : Michael van Hoogenhuyze
Uitgeven door: Derby Pier Uitgeverij

De geschiedenis van Horapollo’s Hieroglyphica
De Hieroglyphica van Horapollo werd aan het einde van de 4e of het begin van de 5e eeuw na Christus in Egypte geschreven, misschien in het koptisch. De naam Horapollo, een samentrekking van Horus en Apollo, werd gevoerd door een familie van geleerden. Het is bekend dat een grootvader en een kleinzoon de naam hebben gebruikt. Doorgaans wordt aangenomen dat een kleinzoon de honderdnegentachtig teksten van de Hieroglyphica schreef. Hij ging ervan uit dat elk teken stond voor een begrip, alsof de hiërogliefen ideogrammen waren. In de periode dat de tekst ontstond was het Egyptische tekenschrift deels in onbruik geraakt en deels gemystificeerd. Sommigen dachten dat het beeldschrift oude wijsheden en magische kennis bevatte.

In 1419 komt een Griekse versie van de tekst in handen van Christofori Buondelmonti. Zij wordt begrepen als een vertaling van de hiërogliefen. De tekst wordt in Europa ten tijde van de Renaissance diverse keren uitgegeven meestal in het Latijn en voorzien van eigentijdse beelden. Het boek is populair omdat het aansluit op de Renaissancistische pogingen om beeldgebruik vast te leggen. Als zodanig krijgt het een plaats in de kunstgeschiedenis. Nadat Champollion het Egyptische schrift definitief ontcijfert, raakt het boek als rariteit in de vergetelheid.

Meer informatie in:
Denken in Beelden - Woorden zien
Gepubliceerd naar aanleiding van de bijdrage van Jan van der Pol en Michael van Hoogenhuyze aan de expositie Beeld en Evenbeeld
Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden
Leiden, 2002. ISBN 90-71655-14-8

Saskia Monshouwer

< back