Door carrambolage wijs
Het groene laken is groen omdat het gras vervangt. Niet iedereen weet dat. Crocket was een buitensport, als het regende deed men het op tafel, met simpele houten stokken. Hoe het biljart is komen te heten weet ik niet, maar etymologie speelt ook nauwelijks een rol als het om caramboleren gaat. Hier is belangrijk het volgende: de stand van de techniek in samenhang met God.
Eerst de techniek. De Franse legerkapitein Mingaud zat tijdens de Franse Revolutie in de Bastille vanwege zijn grote mond: daar hielden Robespierre en de zijnen niet van. Zijn cel was echter ruim bemeten en door zijn gemak met taal wist Mingaud een biljart te regelen. Met blinde, militaire overgave stortte hij zich op het spel. Hij vond dat onnauwkeurig en weet het aan de keu rechthoekig toen. Dat hij droomde van een vijl is in de context van destijds niet vreemd, dat doen wel meer gevangenen. Maar dat Mingaud niet aan tralies maar aan biljarten dacht mag je toch opmerkelijk noemen. Dat hij de vijl kreeg ook trouwens, hij begon er meteen zijn keupunt mee te ronden. Dat ging een stuk beter. Toch kreeg Mingaud zijn ballen nog steeds te zelden waar hij ze wilde hebben. Eureka! Een leren foedraaltje om de punt zou helpen. En het hielp. Even. De volgende stap was krijt. Dat scheelde in het ketsen, zeer. Nu was het kwestie van zich in de kunst der carambolage te bekwamen. Wilde men hem daar en toen niet vrijlaten! Mingaud bedankte. Detentie had voor hem een hoger doel gekregen:
Eerst het biljart, pas dan de vrijheid!
Twee jaar zat hij voor de trekstoot, anderhalf voor de doorstoot, nog eens voor de los-driebanden. Pas toen liet hij zich gaan.
Wat deed Mingaud toen hij vrijkwam, als eerste?
Mingau ging naar een biljartzaal. Hij zei:
Ik ben de uitvinder van de pommerans. Ik daag u allen uit, wie speelt een pot met mij?
Een durfal nam de handschoen op. Men stootte af. Mingaud als eerste. Een trekbal, die meteen naar plaats van afstoot retourneerde.
Maar wat ìs dit! riep hij schmierend. Ik stoot die bal en hij keert terug! Die ballen zijn behekst!
Ging er in als koek. Men wist niet wat men zag. Keek in een gat zogezegd. Nieuwe ballen gehaald. Mingaud herhaalde zijn door anderen nooit vertoonde kunst.
Maar dat is duivelswerk!
Nooit is de naam van God zó vaak gepreveld als toen die ene keer. Wat opnieuw bewijst: wil men tot wijsheid komen, tot iets hogers
Er is maar één weg naar de waarheid, naar God.
Door carambolage wordt men wijs, bij de juiste stand van de techniek.
Atte Jongstra |