2003/4
De Inrichting
een spannend project op het domein het GGZ Noord Holland Noord in Heiloo

Ik werd gebeld of ik aandacht wou besteden aan De Inrichting, een project georganiseerd door stichting Outline, een Amsterdams kunstenaarsinitiatief, in samenwerking met de Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ) Noord-Holland-Noord. En er zijn twee redenen dat ik op het verzoek ben ingegaan. Het is een interessant project dat zich afspeelt in en rondom de gebouwen van een instituut voor psychiatrie in Heiloo. Een groep van 23 kunstenaars heeft werk ontworpen en projecten bedacht die in de inrichting uitgevoerd en getoond worden. De curator van het project is Dirk Jan Jager. En hij is de tweede reden dat ik ja zei. Jager is één van de jonge kunstenaars/organisatoren die met de expositie Non Members Only, georganiseerd door Jan Maarten Voskuil, als nieuw Artilid werd binnengesluisd.


Over Kunst en Psychiatrie, is natuurlijk veel te zeggen en gezegd. Dat zou je kunnen herhalen, maar de meest interessante manier om het onderwerp te beschrijven is een rondgang door het gebouwencomplex, waar je in navolging van Foucault de geschiedenis aan de architectuur, aan de plattegrond, aan de stenen muren en de binnentuinen af kan lezen. En dat maakt deze manifestatie zo bijzonder. De GGZ NHN heeft het terrein ter gelegenheid van de tentoonstelling voor bezoekers opgensteld.

Dat lezen van de architectuur is op terreinen zoals die in Heiloo, rijker dan bij veel andere gebouwen. Het heden is slechts de buitenkant, die bestaat uit een dunne laag nieuw linoleum, wat moderne ornamenten, meubels en bijgebouwen, afbakeningen en sanitair. Eén voor één werden nieuwe elementen op de oude fundamenten aangebracht. De opzet van de gebouwen in Heiloo (voormalig Willibrord) heeft een geschiedenis, die lijkt op die van andere gelijksoortige complexen in Nederland. De congregatie van broeders van Onze Vrouw van Lourdes, zocht een plek om neer te strijken. Zij hadden besloten om zich over groepen verstoten gekken te ontfermen. Midden in het ‘protestantse’ werd een gebouwencomplex opgericht, met een kapel en slaapruimtes, met keukens en washokken, tuinen en binnenplaatsen. De opzet van de inrichting was voor een groot deel op volledige isolatie gericht. Het instituut was dermate zelfstandig, dat er gesproken kan worden van een autarkische gemeenschap. Heiloo had zelfs een operatiezaal, een bijzonderheid die door de geneesheren in de omgeving, met enige argwaan bekeken werd.

De jaren twintig, dertig, oorlogstijd, de jaren vijftig, en de bevrijding in de zeventiger jaren; alles vind plaats op datzelfde stukje grond, een enorme en complexe ontwikkeling. De psychiatrie is beladen, territoriumgevoelig en taalgevoelig. In woord en architectuur worden gektes afgebakend. Schrijven over psychiatrie is eieren lopen: zijn het gekken of krankzinnigen, neurotici, psychoten, psychiatrisch patiënten, of cliënten, borderliners, TBS’sers? De categorieën verschuiven. Maar één ding blijft hetzelfde: in de volksmond wordt tot in de wijde omgeving alles met één woord aangeduid. Er wordt over Heiloo, over Venray, of over Santpoort gesproken. De aanwezigheid van het complex wordt vereenzelvigd met de plaatsnaam.

Het project De Inrichting heeft een aantal prettig eigentijdse aspecten. Zowel de openheid van de GGZ, die de kunstenaars hartelijk heeft ontvangen en alle ruimte gaf, als het enthousiasme van de beeldend kunstenaars om met de bewoners van het complex samen te werken zijn markant. Het is duidelijk dat anno 2003 naar een oprechte ontmoeting wordt gestreefd. De GGZ wil openheid, de kunstenaars zijn betrokken. Deze betrokkenheid heeft in de beeldende kunstpraktijk vele gezichten, wat tot uitdrukking komt in de diversiteit van de werken. Gabriël Lester heeft een videofilm gemaakt met patiënten in de hoofdrol. In de film wordt met metaaldectoren gezocht en gegraven. Een concreet, profaan gegeven, dat in overdrachtelijke zin het graven in de ziel verbeeldt. De taalgevoeligheid van de psychiatrie slaat niet alleen op de begripsvorming, maar ook op het taalgebruik van de patiënten. Zij spreken en denken graag in metaforen, die zij echter anders gebruiken, dan buiten de instituten gangbaar is. Hun metaforen zijn plastisch en profaan. Dirk Jan Jager heeft één project gedaan waarbij de patiënten zelf hun situatie mochten verbeelden. De ruiten in het restaurant waar bezoekers, personeel en patiënten elkaar ontmoeten, werden voorzien van patronen van doorzichtig plastic folie. De patiënten hebben een patroon van bollen en bolletjes bedacht en aangebracht. Bij navraag blijkt dit patroon niet abstract maar verhalend en concreet te zijn. De bollen staan voor de patiënten en voor de verschillende gemoedstoestanden waar ze zich in bevinden. Het transparante werk is een toespelling op de speciale functie van het restaurant. Het restaurant is vaak de plaats voor het eerste voorzichtige contact, na een periode van depressie, van angst en verwarring, het draagt het spoor van een voorzichte opluchting en verwachting.

De parallel tussen beide groepen outsiders, kunstenaars en gekken, is inmiddels klassiek. Maar het onderscheid blijft, wat voor de ene groep een geuzennaam is, is voor de andere de enige werkelijkheid, een werkelijkheid vol beperkingen. Rein Jelle Terpstra heeft van de zomer samen met patiënten op het terrein vakantieplekken geënsceneerd, gefotografeerd en in samenwerking met Maria Barnas van een verhaal voorzien. Hij wil de bewoners bewust maken van de merkwaardige omgeving waarin zij zich bevinden. Hij had met hen op reis willen gaan, maar dat is een avontuur waar de meesten, op het moment dat zij zich in Heiloo bevinden, niet tegen opgewassen zijn. De wereld is te groot en biedt vrijwel geen structuur. Voor anderen is de wereld nog kleiner. ‘Er zijn in het instituut patiënten die de expositie niet zullen zien, dat is een vreemd idee.’ Dat zijn de mensen op gesloten afdelingen, de mensen met TBS.

Naast kunstwerken waarbij het contact met patiënten centraal staat, zijn er ook meer beschouwelijke werken, die de situatie van een afstand becommentariëren. Mark Bain zal de koperen koepel van de kapel van een groene laserstraal voorzien, die spiegelbeeldig aan het dak op de hemel wordt geprojecteerd. De kapel met het groene dak met kruis steekt af tegen het landschap. Osnat Weiss, die in Nederland de Rijksacademie bezocht, maar naar Israël terug moest, heeft een videofilm gemaakt: een zelfportret in de Dode Zee. Zo formuleert zij haar gedachten over een project, dat zij van afstand eigen heeft gemaakt. Wanneer je de hele manifestatie overziet, de lezingen, de kunstwerken, de films die in de gangen en in bijgebouwen zullen worden getoond, de inzet van de kunstenaars, maar met name ook de inzet van de GGZ en het personeel in acht neemt, kan je spreken van een spannend project. Het zal de realiteiten van de patiënten niet veranderen. Het zal de meeste clichés bij de kunstenaars niet weg kunnen nemen, daarvoor is de ontmoeting te beperkt en kortstondig. Maar het levert je als bezoeker wel een inzicht op van wat in de beslotenheid van de psychiatrie gebeurt. Een ontmoeting met de psychiatrie, is een ontmoeting met de eigen meest verborgen angsten. n

Saskia Monshouwer

De Inrichting, curator Dirk Jan Jager
Open: 4 oktober t/m 16 november
Donderdag t/m zondag: 13.00-17.00 uur
In en rondom de gebouwen Van het GGZ Noord-Holland-Noord
Kennemerstraatweg 464, Heiloo

Deelenemende kunstenaars: Mark Bain (US), Christiaan Bastiaans & Natasja Straat (NL), Ronald de Boer (NL), Renata Czajor (PL), Bojan Fajfric (SCG), Kyoko Inatome (J), Dirk Jan Jager (NL), Folkert de Jong (NL), Gabriël Lester (NL), Els Vanden Meersch (B), Monali Meher (IND), Arthur Neve (NL), Leoni Oostvogel (NL), Mariëtte Renssen (NL), Rein Jelle Terpstra & Maria Barnas (NL), Marieken Verheyen (NL), Anne Verhoijsen (NL), Darshana Vora (IND), Osnat Weiss (IL), Jianren Zhao (CN)

< back