april - mei 2005
Let me hear your body talk

Ondanks enkele kritische beschouwingen over exposities die in de zalen van Arti plaatsvonden, beleef ik veel plezier aan het programma vooral wanneer het om tentoonstellingen van jonge mensen gaat. Zo’n expositie biedt inzicht in wat zich op de werkvloer afspeelt. Daar waar de werkelijkheid van kunstenaars en curatoren nog niet volledig samenvalt met wat wij als professioneel ervaren. Die exposities zijn nog enigszins onaangepast, een oprechte eerste poging om iets te formuleren over de veelheid waaruit de wereld van de kunsten bestaat, over populaire beelden en kunstenaars die je van horen zeggen en van plaatjes kent.

Dit enthousiasme geldt in hoge mate voor de tentoonstelling Let me hear your body talk, een expositie die vanuit het Sandberg Instituut werd ontwikkeld. De tentoonstelling is gemaakt aan de hand van een idee van Aimilia Moezaki. Zij was studente aan het Instituut en besloot vorig jaar van de expositie haar eindexamenproject te maken. Om het project te voltooien werd de hulp van de kunstenaar Arno Coenen die gastlessen gaf en de kunsthistoricus, conservator Bart Rutten ingeroepen. Het is achteraf niet meer te achterhalen waar de hulp van beide eminenties precies uit bestond. Moezaki’s lijst van deelnemende kunstenaars bestond aanvankelijk uitsluitend uit studenten van het Sandberg en werd via de netwerken van de deelnemende kunstenaars en organisatoren aangevuld. Bart Rutten schreef een tekst ter verantwoording.

Het resultaat is een levendige ongepolijste expositie waar kunstliefhebbers met lef veel plezier aan kunnen beleven. Er is werk van 21 jonge kunstenaars te zien waarvan sommigen een spectaculaire visie op het thema, het lichaam, hebben. Waar Rutten uit hoofde van zijn functie het thema in een maatschappelijke en kunsthistorische context zet, het lichaam te midden van het medialandschap en de vermaarde hedendaagse ‘lichaamscultuur’, waaiert het onderwerp via de bijdragen van de kunstenaars uit in de niet moraliserende veelheid die haar recht doet. Moezaki heeft in die luchtigheid de hand gehad. Zij benadrukt dat zij van aanvang aan van plan was om het lichaam ook als middelpunt van lust en genot te laten zien. Het gaat bij haar om een lichaam dat ontiegelijk kwetsbaar is, maar ook kan dansen. Een lichaam dat gecultiveerd kan worden, waarbij een goedgerichte beweging evenzeer een sierraad kan zijn als een goedgeplaatste tattoo.

Met name vanuit het standpunt van een wereldwijde diversiteit wordt duidelijk dat het lichaam altijd zowel een bron van genot als van ellende is, onderwerp van disciplinering en het ontsnappen eraan. Het lichaam is speels als de mode en party en ernstig als de fotocompilaties van Maria Zervou. Zervoe analyseert haar lichaamkenmerken, geconcentreerd rond het gezicht en experimenteert vervolgend met vormen van versiering. Het haar een haartooi, het gezicht een masker. Vanuit de variatie aan vormen die de culturen van over de hele wereld hebben voortgebracht ontstaat een nieuwe kijk op schoonheid. Wanneer je alle schoonheididealen van de hele wereld met open ogen bekijkt, is het mogelijk om nieuwe beelden te creëren. Een bestaan een zijdelingse parallel met de wereldwijde nieuwsgierigheid van Henk Schiffmacher. Ik hou niet van zijn werk, maar bewonder zijn nieuwsgierigheid des te meer. De tattoo is een bron van schoonheid, ook buiten het partycircuit. Ik heb van horen zeggen dat een Belgische kloosterorde de grootste verzameling tattoo’s bezit, die sinds de 19e eeuw in gesloten archieven worden bewaard en ben blij dat Schiffmacher de tattoo als een levend gebruik verdedigd. Sieraden zijn van levensbelang, wat ook blijkt uit de subtiele bijdrage aan de expositie van Katrin Schlegel. Zij toont een gouden ring met tanden van haar grootouders.

Met een verwijzing naar de hedendaagse lichaamscultuur worden we als snel in de richting van het partycircuit geschoven. Een circuit aan de periferie, aan de rand van kunst en tegen-, kunst en popcultuur. En voor sommigen is de party voor de kunsten nu, wat de salon in de 19e eeuw voor de kunsten wou zijn. Het werk van Martin C De Waal en Piek! Wil op deze grenzen functioneren. Toch lijkt het alsof hun aanpak de eerste tekenen van de uitholling vertoond. Het werk loopt langzaam leeg. De stoere aanpak van Piek irriteert. Zij nodigen toeschouwers uit om een slagerspak aan te trekken, waarna er door een ander met verfbollen op geschoten wordt. Mannen tonen de rode plekken op hun buik waar de bolletjes met kracht op stukgelagen werden. Waar het werk van Piek uit zelfoverschatting lijkt voor te komen, roept het werk van Martin C de Waal een gevoel van zelfmedelijden op. De flirt van de kunst met mode en vormgeving schept inmiddels haar eigen clichés. Hoeveel groter is mijn sympathie voor Marijke Helwegen, die in de openingsscènes van een van de films van Martha Colburn figureert. Sommigen bekijken haar met afschuw, toonbeeld van leegte die met plastische chirurgie wordt opgevuld. Ik bewonder deze merkwaardige vrouw die met haar mediamieke optredens de uitzondering is die de regel bevestigd.

Helemaal anders en uitermate spannend en vervreemdend is het werk van Masahiro Fukuyama. In een enorme pagode hangt de grote boze wolf, met een glanzend roestvrijstalen tok, grote berenbonte kloten en een met rhinestones bekleedde gepiercde tong. Het werk ‘the elegant slave’ is bigger than life en is in mijn ogen een ontroerende ode aan het mannenlichaam, dat hier evenals het vrouwenlichaam object en subject in een is. Je voelt de spanning die met disciplinering en mannelijke kracht te maken heeft en de innerlijke beleving. Het is een werk van een schaamteloze scherpte.

Wanneer ik met Moezaki door de tentoonstelling loop vraag ik of het maken van de tentoonstelling haar heeft opgeleverd wat zij verwachtte. Dat het maken van de expositie een spannend experiment was blijkt tussen de regels door. Ze is verwonderd dat ze met kunstenaars in contact kwam die anders op afstand zouden zijn gebleven, maar houdt haar conclusie voor zich. Dat mag ook bij een examenwerk. Er is voldoende tijd om te overwegen wat de expositie die met een boek over tatoeages, the Russian Criminal Tattoo Enceclopeaedia en de films van Betty Page begon voor haar persoonlijk heeft opgeleverd. Als ik zelf een conclusie moet trekken zou ik even op de canon terug willen komen. Wat begon bij een gedachte over kunst in verhouding tot populaire cultuur en periferie, heeft geleid tot een bijzondere presentatie van beeldende kunst.

Saskia Monshouwer

beeld: Masahiro Fukuyama, 'Dog’
< back