2003/5
De hoorbare ruimte
Interview met Cilia Erens




















‘Van oorsprong ben ik planoloog en ben daar in afgestudeerd, maar ik heb er nooit in gewerkt. Architectuur en met name de ruimte boeit me heel erg. Eigenlijk ben ik daar nu ook mee bezig, met zoals ik dat noem de hoorbare ruimte. Die kan ik nu eindelijk na een aantal jaren vormgeven.

Ik ben ongelooflijk visueel ingesteld. Ik houd van kleuren, structuren, halftransparanten, transparanten enz. Overal waar ik ben, valt me dat op. Maar ik kan er niks mee. Het is mijn ding niet. Geluid, daar ben ik net zo gevoelig voor, zo niet meer, al moet ik zeggen dat ik nog steeds niet weet - en ik heb er heel veel over nagedacht - waarom met name geluid me zo boeit en wanneer dat precies begonnen is.

Oren sturen ogen
Ik heb veel dingen gedaan. Voor de radio gewerkt, documentaires gemaakt, interviews, actualiteiten enz. en ik merkte al snel dat ik daarin, in de achtergrond van het geluid, naar geluiden zocht uit de omgeving van het gesprek, die op de een of andere manier de inhoud konden versterken. Ik heb ook 16 jaar als maker en speler in theatergroep Tender gezeten en dat is heel belangrijk voor mij geweest, omdat het vermengen van theater en werkelijkheid het uitgangspunt was van Tender. En dat is wat ik nu ook doe met geluid: het dagelijks geluid isoleren uit z’n omgeving. Akoestische uitsnedes maken zoals een fotograaf zijn foto’s maakt. Dat is een soort startpunt. Op zich is dat niks, want waarom is geluid op zich bijzonder? Nee, ik zoek heel erg naar beelden in geluid. Naar iets dat beeldend werkt en afhankelijk van de vraag, of dat nu een opdracht is een tentoonstelling, een theatervoorstelling, maak ik dan een theatrale ervaring in geluid. Ik neem nagenoeg driedimensionaal op en als je dat dan met een koptelefoon op je oren zet, dan ben jij op de plek waar ik ooit heb opgenomen en beleef je dit zoals ik die ruimte beleefd heb. En daar gaat het me om.
Dus ik ben in een ruimte en kies dan hoe ik die hoorbare ruimte later zal weergeven, door bijvoorbeeld de afstand tot de geluidsbron en door de manier hoe je je hoofd houdt, te bepalen. Want als ik mijn hoofd draai, klinkt het totaal anders; het geluid draait naar opzij. Dit komt doordat de microfoons aan de zijkant van mijn hoofd zitten. Het is een bepaald systeem, niet zelf uitgevonden. Daar werk ik mee, het is de basis van mijn werk. Ik manipuleer niet achteraf via de computer, zet geen geluidslagen onder elkaar en neem vaak op in real time, waardoor het klinkt zoals het ooit geklonken heeft. Het is juist dat niksige van werkelijkheisgeluid dat zo indringend is. Als ik opneem, let ik totaal niet op beeld - ik moet beeld zelfs meteen vergeten. Dan ben ik bezig met niet zien. Dan ben ik puur bezig met geluid. De visuele omgeving is voor mij altijd een afgeleide van datgene wat je hoort. ‘Oren sturen ogen’, dat is mijn uitgangspunt en nooit andersom, zoals het vaak is in de beeldende kunst

Geluidswandelingen
Na mijn vertrek bij Tender begon ik langzamerhand geluidswandelingen op te bouwen. Ik had geluid uit China en ik moest daar iets mee doen. Door toeval heb ik zo het concept van de geluidswandelingen ontdekt en dat concept ben ik alsmaar gaan bijschaven en ontwikkelen. En nu is het heel erg mijn ding.
Ik heb veel in Rotterdam gewerkt de laatste jaren, veel in coproductie met de schouwburg en heb daar geluidswandelingen gemaakt zoals ‘Transit’. Je liep een vaste route van de Schouwburg naar het Centraal Station die ik van te voren had uitgezet en waar ik een bepaalde timing voor had gemaakt. Je liep in een groep met voorop, opzij en daarachter begeleiders, waardoor je bij elkaar bleef en alles op het zelfde moment meemaakte. (De afluisteromstandigheden moet je kunnen beheersen, dat is heel belangrijk). Zo stond je op een gegeven moment met z’n vijfentwintigen doodstil midden in de gang van het Centraal Station, tijdens het spitsuur, terwijl iedereen langs je holt. Je hoorde dan via je koptelefoon het geluid van heel snelle stacato-aanmoedigingen van het publiek tijdens een Thai-kickbokswedstrijd, dat ik ooit in Bangkok had opgenomen, waardoor het leek alsof wij die reizigers aanmoedigden. Maar in de dienstgang, een hele lange stille betonnen ruimte met liftdeuren waar zo nu en dan een rammelend karretje uitkwam, hoorde je via je koptelefoon het geluid van een nachtwaker die honderden deuren sluit, wat ik in een keer in real time heb opgenomen.
Het is een vermenging tussen datgene wat je ziet en dat wat je hoort. Je krijgt als het goed is een ongelooflijke intensivering van de zintuigen. Ik denk dat geluid in die zin associatiever is dan het beeld, dat is het fijne. Ik ben heel dominant in wat ik aanbied en toch merk ik altijd dat iedereen z’n eigen associaties heeft.

Blind Sound
Ik heb net een blind sound-periode achter de rug. Een tijd lang heb ik in vele situaties mensen geblinddoekt en ze niet meer zoals bij de geluidswandelingen geconfronteerd met het beeld. Dat had ook te maken met het feit dat ik tijdens Rotterdam Culturele Hoofdstad gevraagd was om iets voor visueel gehandicapten te maken. Dat wilde ik wel, maar ik wilde dat het ook voor geblinddoekten te horen zou zijn. Dat je een gelijkwaardigheid kreeg tussen die twee. Het was ook letterlijk een blind date. Je eindigde op een poef met de ruggen tegen elkaar en je wist van elkaar niet wie blind was of niet op dat moment. Ik heb gemerkt dat ik daar veel mee bezig ben geweest; met de hoorbare wereld voor blinden en vooral ook blindgeborenen. Daar heb ik ook een documentaire over gemaakt, over het blingeboren zijn.

Stiltes
Nu ben ik heel erg bezig met stiltes in groepen. Zo heb ik laatst een silent diner gegeven voor 50 vrouwelijke theatermakers en een onverwachte gast, een man. Het was voor mij een totaalexperiment. Men werd bij binnenkomst in een van de ruimtes, waar alles in wit was uitgevoerd - wat prachtig werkte als beeld - verzocht te zwijgen. Hierdoor klonken de geluiden zoals het tikkelen van ijsklontjes in waterkannen en het lepelen van de soep uit de borden, heel heftig. Dan worden de zintuigen op scherp gezet.
In de toekomst wil ik naar Japan. Ik ben daar hard mee bezig. Het geluid dat ik wil hebben, past in het onderwerp: stiltes in groepen, waar ik nu mee bezig ben. Ik wil daar een geluid opnemen wat alleen specifiek in Japan te halen is. Ik kan bijna niet wachten maar het is nog een lange weg. Ik heb er al veel met Japanners over gesproken, maar wil er in dit stadium nog niet te veel over loslaten.
Bij Tender heb ik natuurlijk een enorme leerschool gehad. Je leerde er heel erg te letten op de rituelen in de werkelijkheid in het leven van alledag. Wat speelt, wat voor waarde dat heeft, hoe je met publiek moet omgaan die zich in de werkelijkheid beweegt. Ik ben altijd waanzinnig geïnteresseerd geweest in het leven van alledag , als buitenstaander.
Ik wil de werkelijkheid opnieuw vormgeven vanuit dagelijks geluid; vanuit de hoorbare ruimte. De basis van het concept blijft steeds hetzelfde, maar de vorm waarin het gegoten wordt, is elke keer totaal anders. Ik componeer in feite ervaringen.’

Marianne Vollmer

Cilia Erens is fulltime geluidskunstenaar en maakt werk op het grensgebied van beeldende kunst, theater, architectuur, muziek zoals o.a.:
*) Acoustic Architecture-Architectural Acoustics, gastcurator Frans Bevers (1998), een project van Vedute, de bibliotheek van ruimtelijke manuscripten, nu tijdelijk ondergebracht bij het Boymans van Beuningen, maar uiteindelijk in het NIA. Uitgangspunt voor alle ruimtelijke documenten is een gekozen standaardmaat van 44 x 32 x 7 cm in gesloten vorm. Het werk wat op de cd-rom is te horen/zien heet: ‘De muur, klankscheider’.
*) Panorama Lux uitzicht in geluid (2000) tijdens de manifestatie Fort Lux, IJmuiden.
*) Geluidsscan De Ronde Venen (2000) Een luisterverslag voor koptelefoons.
*) De Reis voor publiek met oogmaskers, o.a. tijdens de opening van het Radiodocumentaire Festival Grenzeloos Geluid(2001)
In wording:
*) Geluidskaart Atrium Den Haag waarbij de kenmerkende akoestiek van het Atrium, onderdeel van het Stadhuis, gebouwd door Richard Meier, het uitgangspunt vormt voor de directe woonomgeving.

< back